Archive for 28/09/2021

Naaldwijk 2 – LDG Leiden 2

Door Quirinius van Dorp

De externe damcompetitie is weer begonnen. De denksport in teamverband, waarbij het delen van leed en succes op een doordeweekse avond kan worden gecombineerd. Waarbij niet alleen de eigen blunders maar ook die van tegenstanders op andere borden kunnen worden ervaren. Wanneer een teamgenoot een sterke tegenstander te slim af is beleef je daar zelf ook een klein succesmomentje door. En met 4 borden in de wedstrijd valt er zo doorgaans voldoende te genieten, om het eventuele eigen struikelen te compenseren.

Met de coronavaccinatiegesprekken als vaste prik bij elke ontmoeting, zo werden wij in de Hooge Hasta te Naaldwijk ook als eerste verwelkomd door een pompje desinfecterend goed. Nee, niet de tap, maar een heuse spray om de handjes te reinigen. Een heuse spray, en echt zeer heuse SPRAY. Mijn stortdouche thuis vol open draaien komt in de buurt. Ik ben meteen naar de toiletten doorgelopen om mijn handen te wassen. Maar het was duidelijk dat de versoepelingen van 25 september van de coronamaatregelen te Naaldwijk zeker niet tot het vergeten van de dreiging van ons maatschappijontwrichtende virus hadden geleid. De wedstrijdborden waren netjes op gepaste afstand in 2 keurige rijen op afzonderlijke tafeltjes opgesteld. 1 rij voor het 1e van Naaldwijk. En op de 2e rij de kraker Naaldwijk 2 – LDG Leiden 2. Zuiver op rating bekeken was Naaldwijk 2 favoriet met gemiddeld 80 ratingpunten meer per bord.

Na de ontsmetting kwamen we zoals wij schakers het in de damwereld inmiddels gewend zijn snel in gesprek met de dammers van Naaldwijk. We werden zeer welkom ontvangen en kregen direct koffie van wie later mijn tegenstander zou zijn. Dat dit een truc was om ons te paaien werd vlak voor ik de klok indrukte nogmaals benadrukt. Ook het vriendelijke aanbieden van de ene ruil na de andere beloofde weliswaar een gezellige geven-en-nemen avond te worden, waar ik gezien de ratingongelijkheid als teamspeler weinig bezwaar tegen had. Even kijken wat er verder gebeurt op de andere borden voordat ik een remisebod plaats.

Op bord twee zag ik Eelco Kuipers tegen een ambitieus vroege hekstelling spelen. Achteraf hoorde ik dat hij zich weinig zorgen maakte omdat de lange vleugel nog vol schijven zat en er van die hekstelling dan niet zo veel dreiging uit gaat. Eelco schoof rusting op in het centrum maar koos er plotseling toch voor om zelf een vroege halve hek in te nemen. Of dit verstandig is laat ik graag aan de lezer over die ongetwijfeld meer kijk heeft op het spel. Ik zie de reacties op dit bericht op de site sowieso graag tegemoet. Ik zelf heb ervaren dat doorstomen naar het centrum vaak meer kansen biedt. Ik vermoed dat Eelco dat enkele zetten later ook zo zag en de halve hek werd z.s.m. verbroken met een laffe terugruil, vermoedelijk met een EUR 5,- boete als gevolg. Ik geef toe dat het witte spel er wel zeer overzichtelijk van werd en vervolgens werd er zet na zet een klein voordeeltje uitgebouwd tot het moment dat tegenstander Maarten de bepalende blunder beging. 15-20. Hoe maakte Eelco hier korte metten mee?

Naamloos1

Op bord 2 speelde Eric van ’t Hof met zwart tegen Danny van der Voort. Na wat onschuldige ruiltjes van het voorste kanonnenvoer wist Eric toch een klassieke opstelling in te nemen. Zijn tegenstander hield nog iets meer flexibiliteit en wist daar bovendien een sterk klaverblad als verlengde van een olympische formatie neer te zetten. De gevaren hiervan werden door Eric, toch bij uitstek onze theoreticus, om onverklaarbare redenen volkomen onderschat. Of dit kwam door het ten tonele verschijnen van onze groupie Robert, of omdat hij werd opgesteld tegen iemand op wij hij zich nou eens niet tot in het verre eindspel had voorbereid, doet er niet toe. De blunder had niet alleen op het bord maar ook in het hoofd desastreuse gevolgen. Plechtig werd een terugkeer naar het schaken aangekondigd. Eric, als mij dit bij het schaken zou overkomen zou het 10x pijnlijker zijn. Met dammen kunnen wij deze zetjes voorlopig nog even missen, maar dat duurt niet lang meer. Deze wijsheid ging die bewuste avond aan Eric verloren. Mij werd als verslaggever toch opgedragen hier de woorden van Eric in te voegen: “Eric speelde slechter dan toen hij begon met dammen en overweegt weer te gaan schaken.” Volgende partij zit jij er gewoon weer tussen Eric!  

Ziet u hoe de jonge Danny deze partij fraai besliste? Bonuspunten voor het als eerste vermelden van de naam van dit zetje. 

Naamloos2

Omdat het een teamwedstrijd betrof speelde Eric nog lang door en hij wist zelfs listig een doorbraak te forceren. Het mocht niet baten, het stellingsoordeel en het sterke spel van Danny, die ons voor de zekerheid met pen altijd nog even het denkbeeldige zettenverloop op het bord liet volgen, waren onverbiddelijk. De eerste 0 van dit seizoen zou moeten worden geïncasseerd. 

Omdat het mij goed verging aan bord 1 en Eelco al 2 punten had verdiend besloot Wim tot een tactisch remiseaanbod, terwijl hij zelf het remiseaanbod van tegenstander enkele zetten eerder nog dapper had afgeslagen. Ditmaal werd het bod aangenomen. Iets wat in de schaakwereld echt ondenkbaar is. Als remise leidt tot teamverlies, wordt dit in een sterk vriendenteam niet eens overwogen. Wij waren er blij mee, ook omdat in de damwereld remise natuurlijk een vol punt oplevert! Wim, als je de volgende wedstrijd wat memorabele momenten invoegt, kan de auteur van dat verslag wellicht ook een partijfragment toevoegen. Ditmaal gaat dat net als het groeien van gras en het smelten van de vaccinatieweerstand in het felle licht van de coronapas aan dit verslag voorbij. 

Rest mij nog mijn eigen partij te verslaan. Als laatste, hoewel ik dacht ik als eerste gewonnen stond. Zoals vermeld werd er door mijn met wit spelende tegenstander lustig op los geruild elke schijf die niet geruild kon worden werd aan de rand verstopt. Ik kon moeiteloos een flankaanval opzetten maar wist daarna natuurlijk in het geheel niet meer wat ik moest doen. Krampachtig en onhandig probeerde ik wat nietsnuttige schuifzetjes op de lange vleugel te spelen, in de hoop nergens in te trappen en ondertussen bepaalde ontwikkelingszetten van mijn snel spelende tegenstander te voorkomen. In plaats van schijf 28 onder vuur te gaan nemen, ik wilde het wel maar ik zag gewoon niet hoe ik dat veilig moest gaan doen, ruilde ik die naar voren af in de hoop een sterk centrum te kunnen bouwen. Dit lukte aardig en opeens zag ik dat er inmiddels kansen op een dammetje verschenen. Zo’n hangende schijf op je tweede rij, dat is toch het eerste wat ik als schaker bij dammen heb afgeleerd. Ziet u hoe ik hier de partij besliste? 

Naamloos3

Met dank aan de gastvrijheid van de leden van damclub Naaldwijk en aan de geduldige barman die ons tot de corona-avondklok bij de analyse met drank en een gezellig babbeltje bediende.

Naamloos4

Gerrit Boom

Een nieuwe bijdrage uit de koker van Evert Dollekamp!

Omdat ik per ongeluk André heb ingehaald en reageerde op zijn Bronstring NK’76 voordat het geplaatst was (heeft niemand gemerkt denk ik) hierbij een extra stukje. Nederland heeft veel memorabele dampersonen en één daarvan is onge-twijfeld Gerrit Boom. Als ik goed geteld heb zeven maal deelnemer aan het NK. En ook zelfs een WK, in 1978. Weliswaar kwam hij de voorronde toen niet door, maar hij mocht toch maar wel mooi eventjes meedoen. Dat is niet iedereen ge-geven. Gerrit is (nog steeds) een mooie, attractieve speler. Hij slaagt er steeds maar weer in interessante standen op het bord te krijgen, waarbij hij een grote voorliefde heeft voor de opgedrongen randschijf. Voor de tegenstander of voor hemzelf, dat maakt hem allemaal niet zo veel uit.

Een dergelijk speltype biedt de garantie voor een aangename dammiddag / avond. Iets waarvan ik zelf al jaren geleden afscheid heb moeten nemen. Dat ligt natuurlijk ook vooral aan mijzelf. Het is een tweespalt. Als de tegenstander bin-nen zeven zetten naar 21 en 24 heeft geruild wil ik al weer naar huis. Maar als mij een partie Bonnard of erger wordt voorgeschoteld raak ik volledig van de kook en wil ik ook naar huis. Het resultaat is dat ik niet naar huis ga maar gewoon thuis blijf. Tenslotte heb je op toernooibase al genoeg om je over op te winden, daar hoef je echt niet voor naar het denksportcentrum. Met het grote voordeel dat je toernooibase gewoon uit kunt zetten en wat leuks kunt gaan doen. Een stukje over Gerrit Boom schrijven bijvoorbeeld.

Gerrit, een buitengewoon aardige vent, ken ik al heel lang, hoewel het al weer een tijdje geleden is dat we elkaar ontmoet hebben. Het is niet dat we een soort vriendschapsband hebben, maar als we elkaar treffen bij wedstrijden, is het altijd ouwe jongens krentenbrood. Mannen hebben dat onderling sowieso. Heb je el-kaar jaren niet gezien en dan sla je elkaar vrolijk op de schouders. ‘Hoe is het ouwe reus?’ En je gaat gezellig een biertje drinken op een verantwoord terras.

Gerrit ben ik in ieder geval vijf keer tegen gekomen, omdat we vijf keer tegen elkaar hebben gespeeld. Een paar keer Halve Finales en de laatste keer tijdens een interland Overijssel – Drenthe aan het zogenaamde eerste bord, wat natuur-lijk niets zegt. Ik had er in al die jaren de wind flink onder bij Gerrit. Voorafgaand aan de interland won ik altijd van hem, vier potjes in totaal. De twee die ik mij herinner speelden zich af tijdens een Halve Finale (hekstelling en even later op-gegeven) en tijdens een Vos-toernooi in Arnhem.

Voor de onwetenden onder ons: het Vos-toernooi werd jarenlang als eendags toernooi gespeeld tussen de tientallen van de provincies. Door loting werd be-paald tegen wie je speelde. Bijvoorbeeld bord 3 van Friesland tegen bord 3 van Utrecht, bord 7 van Limburg tegen bord 7 van Gelderland enzoverder enzovoort. Een mooi concept. Ik lootte die ene keer tegen Gerrit. Die juist zijn eigen Boom-variant ter wereld had gebracht. Iets met een variatie op de Keller of zo, waar ik ook toen al niets van afwist. Toen ik na 25 zetten zijn eigen variant had gekraakt, kwam toevallig Harm Wiersma langs. Ik zal zijn sardonische glimlach niet snel vergeten (arme Gerrit). Na nog een paar zetten gaf Gerrit op.

Voor andere onwetenden: ik speel graag een hekstelling tegen. Vooral in de sa-menstelling zonder schijven op 45 en 40 cq 6 en 11. Dat geeft de tegenspeler

van de hekstelling bijzondere extra mogelijkheden die ik aan geïnteresseerden graag nog eens wil uitleggen. Gerrit vloog in die HF-partij al snel in een damzetje vanwege mijn ‘schone’ korte vleugel. De dam kon hij nog wel afnemen tegen een gelijk aantal stenen, maar moest vanwege een ontbrekend centrum in het afspel toch zijn meerdere erkennen. Ik weet niet hoe vaak ik hekstellingen heb tegen-gespeeld. Ik weet wel dat ik er bijna altijd goed uit kwam. Niet altijd met winst (zoals tegen Kees Thijssen bijvoorbeeld), maar toch wel heel vaak een partij met voordeel, om met Pieter Bergsma te spreken. Bijna Vadim Virny te pakken.

Toch ook een verliespartij. Zijn naam weet ik niet meer, het was zo’n jong afge-traind gastje dat mij na de partij enthousiast wilde uitleggen wat ik allemaal niet goed gedaan had. Sommige mensen moeten ze hun rating afpakken! Nog beter: die hele rating afschaffen. En ook die MF titel trouwens, die kun je bij wijze van spreken zo bij AH in de bonus halen. En de Fischer terugdraaien. Het damspel bij wet verbieden, ook een goed idee.

Dit allemaal even terzijde. Rustig aan maar Evert. Neem mij maar niet serieus, als dat al ooit gebeurd is. Ik ben nu tenslotte toch helemaal gestopt met het wedstrijdspel. Een groot genoegen, ik kan het iedereen aanbevelen. Hoewel ik dan over een jaar of wat niet veel meer te schrijven zou hebben, dat ook wel weer. Want van heel veel dingen heb ik geen verstand.

Het Vos toernooi historisch journaal

Ook Hoogeveen 2021 was voor mij weer een heel erg leuk toernooi om niet aan mee te doen. Maar dat verhindert mij niet af en toe wat partijtjes na te spelen. Zoals van Hans van der Laan. Hans was in zijn gloriedagen één van de toppers van de Asser Damclub en het vervolg het Drents Tiental. Dan spreken we over eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Hans speelt nog steeds een behoorlijke partij, Steven den Hollander heeft het gemerkt. Ontzag voor de tegenstander heeft Hans gelukkig (nog steeds) niet. Speelt zijn eigen spel. Vroeger, toen ik Harrie Spaling nog niet kende, trainden wij op varianten en zo. Wat gebeurt? Damdag in Arnhem. Het Vos systeem, waarbij een speler van de ene provincie loot tegen iemand van een andere provincie.

Anton Schotanus – Hans van der Laan

Na ongeveer 15 zetten komt Hans naar mij toe. ‘Mag ik die ene variant spelen?’ De variant die we geheim zouden houden. ‘Doen!’ sprak ik. Met een legendari-sche overwinning voor Hans tot gevolg.

Ik kan me nog goed herinneren dat tijdens die partij diverse (top)spelers zich verdrongen rond het bord van Hans en Anton. Het was nog in de tijd dat Drenthe (behalve Otto Drenth natuurlijk) als het onderdeurtje binnen de damwereld gold. ‘Zo, spelen ze daar nu ook al scherpe varianten? Moet je kijken!’ Dat soort werk. Gelukkig speelden ook grootheden als Harm Wiersma en Auke Scholma aan zulke massakampem nog gewoon mee. Zodat ook zij zich aan een ontketende Hans van der Laan konden vergapen.

Uit het ‘s zondags moe boek:

Krentenbrood en spelen

Tot meest opvallende verschijning ontpopt zich in deze ronde de persoon van Hans van der Laan. En dan doel ik met name op het door hem vertoonde spel. Een krentenbroodpartij zonder weerga. Op een manier zoals hij door de jaren heen de tegenstander schrik probeert aan te jagen. Soms per ongeluk, maar de voorbeelden zijn te talrijk om van toeval te spreken. De tijden dat Hans zijn tegenstander voor de partij vriendelijk vroeg welke openingszet hij moest spelen zijn weliswaar voorbij, een originele partijopzet kan hem nog steeds niet ontzegd worden. Tegen Warffum is Hans in ieder geval weer eens ouderwets op dreef. Na de mislukte opening tegen Westerhaar, waarin hem al kort na de opening een al niet minder karakteristiek ‘niet gezien’ overkomt, is het deze keer vuurwerk. De decorwisselingen zijn talrijk. Zeker tegen het einde van de partij die een wel heel bijzonder slot kent. Het slotmotief, waarin de witte schijf op 47 dood en verderf zaait en in zijn eentje twee vijandelijke schijven en een dam neutraliseert, is weliswaar overbekend, in de praktijk komt het bijna nooit voor. Zodat het aardig is dat de tegenstander tot de laatste zet doorspeelt, want het is leuk om naar te kijken. Zo leuk, dat het Hans een applaus van de omstanders oplevert, ook al een zeldzaamheid. Inlijsten maar!

Tot slot: Gerrit Boom

De interlandpartij was onze vijfde en laatste ontmoeting. Voorafgaand was de onderlinge stand 8-0 in mijn voordeel. Iedereen heeft zijn eigen angstgegner, want Gerrit is natuurlijk veel beter dan ik. Ik was zo onvoorzichtig Gerrit voor-afgaand aan die laatste partij te vragen: ‘Wanneer ga je nu eens eindelijk een puntje tegen mijn halen Gerrit?’ Waarop Gerrit de onsterfelijke woorden sprak: ‘Hoezo? Hebben we al eens eerder tegen elkaar gespeeld dan?’

Een prachtige relativering: remise.

Prijswinnaars zomercompetitie LDG 2021

Hans Tangelder

De prijswinnaars in de zomercompetitie zijn:

  • De winnaar voor de zomercompetitie: Koos van Amerongen (met moyenne 1.75 !!)
  • De winnaar van het ratingklassement t/m 1150André van der Kwartel (4e overall !!)
  • De winnaar van het ratingklassement t/m 1000Peter van den Berg (5e overall !!)
  • De grootste opwaartse rating overwinningJack van der Plas (tegen Joop Burgerhout 189 rating punten verschil, 5 meer dan Gé Berbee tegen Hans Kolfoort,  Peter van de Berg boekte tegen Maurits Meijer wel een rating winst van maar liefst 297 rating punten verschil, maar de rating prijs schuift door, omdat Peter het ratingklassement tot 1000 heeft gewonnen)
  • Het mooiste fragment: Joop Burgerhout (enige inzending)
  • De middenmoter: Hans Tangelder (6e van de 11 geclassificeerde spelers)

Evert Bronstring: NK 1979

Geschreven door André van der Kwartel!

In 1977 lukte het Evert niet om zich te plaatsen voor het NK. In 1978 ontbreekt zijn naam zelfs bij de halve finales. Maar in 1979, na twee jaar afwezigheid, speelde Evert weer mee in het Nationaal Kampioenschap. Het toernooi kende veertien deelnemers. Evert werd gedeeld zesde met dertien punten.

Evert mocht in de eerste ronde aantreden tegen Johan Bastiaannet. En dan blijkt dat niet alleen Evert wel eens eenvoudige missers beging.

E_1979_1

J. Bastiaannet – E. Bronstring

Stand na de 22e zet van zwart.

46-41? Wit ziet de dubbele dreiging niet aankomen: (11-17!). Zwart dreigt nu met een damzet naar 46 en met een schijfwinst door (17-22) en (19×28). Wit speelde 49-44 en er volgde: (16-21), 27×16 (26-31), 37×26 (17-22), 28×17 (19×46). Na de veertigste zet van zwart gaf wit op. In de diagramstand was er na 40-34 niets aan de hand geweest voor wit.

In de tweede ronde speelde Evert tegen Rob Clerc. Die bleek ook in deze partij een maatje te groot. Hieronder de eindfase van de partij.

E_1979_2

E. Bronstring – R. Clerc

Stand na de 39e zet van wit.

39…12-17 Wellicht zou kansrijker zijn geweest: 39…24-29 40.33×24 12-18 41.22-17 11×33 42.24-20 3-9 43.20-15 9-14 44.30-25. Wit kan ten koste van een tweede schijf doorbreken.

40.22-18 Er dreigde (21-27), enz., maar 46-41 had meer verdediging gegeven.

40…13×22 41.37-31 26×37 42.32×41 23×32 43.34-29 21-26 44.29×20 32-38 Hier gaf wit op. Er had nog kunnen volgen: 45.33×42 26-31 46.36×18 8-13 47.18×9 3×45

Na een remise tegen Gerrit Boom, won Evert in de vierde ronde van Joost Hooijberg. Het is alleen raadselachtig waarom Hooijberg de partij opgaf. Volgens Kingsrow is de zes-om-zes eindstand potremise. Het gaat om de volgende stand:

E_1979_3

E. Bronstring – J. Hooijberg

Stand na de 47e zet van wit.

Zwart speelde (12-18), 22×13 en zwart gaf op. De reden is niet duidelijk. Het enige argument dat ik kan bedenken is dat zwart de vrije doorloop van schijf 35 heeft overschat. Die faalt echter op een kleine finesse: 35-30 (16-21), 30-25 (21-27). [Zwart dreigt nu met (3-9), 13×4 (22-28), 4×31 (28-32), 37×28 (26×48). Daar moet wit iets tegen doen.] 42-38 (22-28) en de actie (26-31) en (28-33) verzekert zwart van de remise.

In de vijfde ronde won Evert van Jan de Ruiter.

E_1979_4

J. de Ruiter – E. Bronstring

Stand na de 38e zet van zwart.

36-31?? (14-20??) [Beide spelers overzien: (25-30), 34×25 (14-20), 25×5 (4-9), 5×32 (22-27), 31×22 (18×49) met winst voor zwart.] 31-26 (20-24), 29×20 (25×14), 34-29 (15-20), 40-34?? [Maar nu laat Evert de geboden kans niet lopen:] (22-27!), 21×23 (20-24), 29×9 (18×38), 9×18 (12×23) en na nog zeven zetten gaf wit op.

Helaas werd deze overwinning in de zesde ronde weer teniet gedaan door een verliespartij. En weer – we hebben het helaas al vaker gezien – door een uiterst eenvoudig zetje.

E_1979_5

J. de Boer – E. Bronstring

Stand na de 34e zet van wit.

Zwart staat al slecht. Materieel is de stand gelijk, maar Kingsrow waardeert de zwarte stand alsof deze een volle schijf achter staat. (4-9) is gedwongen, maar zwart speelde: (14-19??), 25-20 (19×30), 28-23 (15×24), 23×1 en gaf op.

In de zevende ronde won Evert weer, nu van John van den Borst. Nadat hij in het middenspel een kans op groot voordeel had laten liggen, won hij in het eindspel door een nauwelijks waarneembare fout van zijn tegenstander.

E_1979_6

E. Bronstring – J. van den Borst

Stand na de 54e zet van wit.

Zwart speelt hier het voor de hand liggende (32-37), waarmee hij zich middels (18-22-27) verzekert van een doorbraak naar dam. Maar wit toont in het partijverloop moeiteloos aan dat die strategie tot verlies leidt.

In de diagramstand had zwart moeten spelen: (28-33!). Het lijkt onlogisch om vrijwillig een schijf in oppositie te zetten, maar het brengt voor wit vervelende ‘plakkers’ in het spel. Bijvoorbeeld: 11-7 (14-20). Wit kan nu geen dam halen wegens 7-1 (33-39). Dus bijvoorbeeld: 31-27 (20-24), 27-21 (24-29) en nu heeft wit pech want dam halen op 1 wint niet door (33-38). Dus 7-2 (29-34) en wit wint niet meer.

In de achtste ronde verloor Evert van Frank Drost door een domme rekenfout. Ik laat hem hieronder zien, omdat het altijd weer leerzaam is als geheugenopfrisser, maar je wordt er niet vrolijk van als dit soort dingen gebeuren op het niveau van het Nederlands Kampioenschap.

E_1979_7

E. Bronstring – F. Drost

Stand na de 23e zet van zwart.

Wit begint aan een afwikkeling die er helemaal niet in zit: 22-17?? (11×22), 29-23? (19×28), 32×23 (21×32) en dit is het verraderlijke moment: wit moet meerslag nemen: 37×17 (18×29) en wit komt minstens één schijf achter. (In de partij kwam Evert zelfs twee schijven achter.)

Evert leek niet erg aangeslagen te zijn door deze misgreep, want in de negende ronde won hij in een prachtige partij van Jannes van der Wal. Vanuit de opening 31-27 (17-21), 33-28 (19-23×23) overspeelde Evert met zwart zijn tegenstander.

E_1979_8

J. van der Wal – E. Bronstring

Stand na de 35e zet van zwart.

Wit staat al heel slecht maar had volgens Kingsrow met 45-40 (9-14), 27-22×22 nog kunnen tegenstribbelen. Na de partijzet maakt Evert het fraai af: 38-33!? (12-17), 33-28 (6-11), 42-38 (1-6) [Wit heeft alles klaar gezet voor de Bomzet, maar zwart doet alsof zijn neus bloedt. Ik neem aan dat Jannes al lang heeft zien aankomen hoe het af zou lopen.] 27-21 (16×27), 32×12 (23×34), 12×3 (11-17), 3×21 (26×17) en na wederzijds nog twee zetten gaf wit op.

Speelde Evert dit toernooi voor de wisselvalligheidsprijs? Na deze overwinning op Jannes van der Wal verloor Evert in de tiende ronde van Hans Jansen.

E_1979_9

E. Bronstring – H. Jansen

Stand na de 39e zet van zwart.

Een wat onoverzichtelijke stelling die wit echter nog steeds remise kan houden, maar niet na het gespeelde 18-12?? (17-21), 12×14 (41-47), 26×17 (27-32), 38×27 (47×13) over zes schijven. Wit gaf op.

In de diagramstand had wit remise kunnen maken door het verrassende 19-14! (9×20), 18-12 Het is onduidelijk hoe zwart verder moet. De meest voor de hand liggende reactie loopt in ieder geval op remise uit: (41-46), 12×32 (46×14), 38-32 (14×30), 35×24 (20×29), 40-34 (29×40), 45×34. Wit maakt remise omdat de zwarte schijven te ver van de damlijn staan en zwart niets uitricht tegen de actie 26-21-16-11-7.

In de elfde ronde lukte het Evert om in een spectaculaire partij remise te spelen tegen Harm Wiersma. Wiersma kreeg een dam op het bord die na een lange jacht door Evert ten koste van een schijf achterstand werd gevangen. Dank zij voldoende compensatie kon Evert alsnog remise behalen.

E_1979_10

H. Wiersma – E. Bronstring

Stand na de 27e zet van wit.

Een geladen stelling, waarin zwart niet heel veel keus heeft en de verkeerde kiest: (21-27?), 32×21 (16×27), 33-28 (12×21), 26×17 (7-12), 44-39 (12×21), 28-22 (27×18), 23×3 (21-26). Wit speelde het hierna niet op zijn sterkst en zwart kon na een lange strijd nog remise maken.

In de diagramstand had zwart al deze moeilijkheden kunnen voorkomen door (18-13) te spelen. Zwart dreigt nu met (9-13) en (14-19) om vervolgens na (21-27) de witte schijf op 17 te veroveren. Na (13-18) komt Kingsrow dan ook met de volgende spectaculaire afwikkeling: 50-45 (9-13), 34-30 (20×29), 32-27 (21×41), 42-37 (41×43), 49×38 (12×21), 23×1 (34×23), 1×34 (20×29), 34×25 [over schijf 13] (21-27) met een stand die Kingsrow op remise taxeert.

In de twaalfde ronde verloor Evert van Geert van Aalten in een partij waarin hij een groot gedeelte (licht) nadelig stond. Toen hij in het eindspel een eenvoudige remise miste, was het snel afgelopen. Misschien speelden de vermoeienissen van de elfde ronde nog een rol.

Evert sloot het NK af met een remise tegen Jos Stokkel na een partij waarin geen spectaculaire momenten waren te vinden. Toch laat ik één fragment zien, speciaal voor onze leergierige lezers, om te laten zien welke verdedigingsmechanismen in een ogenschijnlijk gevaarlijke stand kunnen zitten.

E_1979_11

J. Stokkel – E. Bronstring

Stand na de 41e zet van wit.

Oppervlakkig gezien lijkt schijf 24 bijna zeker verloren te gaan. Zwart heeft immers drie aanvallers klaar staan en wit maar één verdediger. Het blijkt mee te vallen:

A) [De partijvariant] (14-19), 45-40 (19×30), 29-24! (20×29) [ Op (30×19) volgt 28-23] 33×35. Mislukt. Gelijk spel.

B) Dan bereiden we de aanval voor: (17-21), 45-40 (14-19), 38-32! (19×30), 32-27 (21×23), 29×9. Mislukt. Groot zo niet verliezend nadeel voor zwart.

C) Dan bereiden we de aanval met twee zetten voor: (17-21), 45-40 (21-26), 40-35 (14-19), 36-31! (26×46), 35-30 (46×23), 29×9 (20×40), 9-3 (25×32), 3×13. Mislukt. Wit wint.

Als zwart de formatie 2-8-13 moet verbreken, blijft er van de aanval op schijf 24 helemaal niets meer over.

Brunssum 2021

Geschreven door Evert Dollekamp!

Duuuuuuuuuuuuuusss … ’tis wat za’k ma zegg’n bie wieze van sprek’n nait den tuss’n deur ee’m zo.

Hier ben ik al heel hard op aan het oefenen dit vloeiend binnen tien seconden uit te spreken.

Mijn broer Maarten (ik heb vier broers, zij ook) weet dit na jarenlange oefening zonder over de tong te struikelen probleemloos uit te spreken. Wat heeft dit met Jannes je maken? He-le-maal niets! Ik moest er bij het schrijven van dit stukje aan denken toen de uitslag Tjalling van den Bosch – Jean-Marc Ndjofang voorbijkwam in Brunssum 2021.

Remise.

Dit is natuurlijk geen prestatie van Tjalling. Evert Den Eerste en ik zijn het daarover volledig eens. Ik heb de partij ondanks mijzelf nagespeeld en dacht aan Bauke Jan Bies. Die ooit wist te melden: ‘als je tegen Frits Luteijn speelt kun je nooit verrast worden door de tegenstander, alleen maar door het spel!’

Maar ik moet ook zeggen: Ndjofang speelde ook wel erg slap. Klein voordeeltje, luizige Koeperman-aanval. Dat soort werk. Dan vraag je er ook om. Zodat hij een Friesche kou op de kop kreeg van Tjalling.

NB: dammend Friesland kende nog een andere beroemde Tjalling. Tjalling Goedemoed, een hele aardige vent. Trok het niet meer en trok zelf jaren geleden de stekker eruit. Was ik wel gelijk van die vermoeiende mail-wisselingen met hem verlost. Dit even terzijde.

Siep Buurke: Zijn dood is een voorbeeld voor ons allen.

Is Tjalling van den Bosch dan ook beroemd? Jazeker! Begin jaren tachtig (ik kan er wat naast zitten) was Tjalling een geducht deelnemer aan het NK Sterkste Man van Nederland. Een toernooi wat hij meerdere keren won (denk ik) en een discipline waarvoor hij de hele wereld over trok. Accu tillen, vrachtwagen trekken, eiken balken wegkoppen, loodzware betonnen ballen optillen, maagden werpen en nog wat van die eenvoudige dingen. Ik mocht daar vroeger (en ook nu trouwens) graag naar kijken. Vooral onder het motto: dat gaat mij nooit lukken. Ik heb groot respect voor spiergeweld.

Dat Tjalling uiteindelijk is gaan dammen is de grootste tegengestelde contradictie die ik ooit heb mogen beleven. Die ene keer dat ik Tjalling live in (dam)actie heb mogen zien was tijdens een teamwedstrijd tussen Rinsumageest en het Drents Tiental, ergens jaren negentig.

Een famke oppe kool !

Een doodse stilte overvalt je als je het dorp binnenrijdt. Er heerst werkelijk een akelige rust als je op zaterdagochtend om kwart voor elf enige verpozing tracht te vinden. De damwedstrijd begint pas om twaalf uur en dat duurt nog lang als je niets te doen hebt. Naar het speellokaal dan maar. Dat blijkt gevestigd in het plaatselijke dorpshuis dat tevens dienst doet als kantine van de voetbalclub. Een diep gevoel van geluk wordt mijn deel als blijkt dat er gevoetbald wordt. Vertier! Als ik aankom wordt net gefloten voor de rust in de wedstrijd VCR F1 – Driesum F2.

Ik ga op zoek naar koffie. Wat verloren sta ik in het dorpshuis voor de deur richting consumpties, als ik word aangesproken door een oerechte stam-Fries. Stevig postuur, grove baard, vlaggenstok in de hand. Duidelijk een grensrechter bij voornoemd treffen.

‘Esdebar net oepm?’

vraagt hij met donderende stem waarin grote verontwaardiging doorklinkt. Alsof ik het gedaan heb. ‘Nou, volgens mij is de bar net open!’ weet ik gelukkig te melden. Even later is er koffie. Tussen een aantal voetbalfanaten ontstaat een boeiende conversatie. Tenminste, dat vermoed ik aan het enthousiasme waarmee een en ander gepaard gaat, want voor een eenvoudig buitenstaander is het niet te volgen. Wat ik wel weet op te vangen, is dat het vorige week toch maar een mirakel was. Dat de tegenstander ondanks een famke oppe kool met de punten aan de haal ging. En dat het lang geleden is dat de F-jes hebben voorgestaan.

De tweede helft is dan ook doortrokken van een ongekende felheid. Aan de zijlijn uiten leiders, pakes en memkes bedenkelijke aanmoedigingen. En in het veld is het een agressie van jewelste. Vooral Wytse maakt het erg bont. Te grote broek en te grote mond. Als Wytse gevloerd wordt (wat heet: hij laat zich professioneel vallen!),

klinken vreselijke woorden. De scheidsrechter is snel ter plaatse en geeft Wytse een vrije trap mee met de woorden: ‘Wolst wol es ophelje mit dat geskreeuw? Ik fluutje wol ja?’ Het blijft spannend tot de laatste minuut. Onder groot gejuich jaagt Wytse de beslissende treffer tegen de touwen. Trije – twa voor de thuisclub.

Hoera!

Opgewekt naar de damwedstrijd! Mijn grote vriend Bauke Bies deed toen overigens ook mee, het was een vrolijk weerzien. Hoewel hij er toen niet al te best uitzag door dat hartinfarct.

Tjalling, toen nog steeds een indrukwekkende kolossale beer, had geloot tegen Sven Winkel. Sven is nu nog steeds een ranke jongeman, maar destijds echt vel over been. Indrukwekkend hoe Sven zijn letterlijke grote tegenstander, waar hij naar schatting wel zeven keer in paste, onderuit haalde. Hoewel? Sven? Jongeman? Ook al richting 40? Of erger? Time flies!

Vaak heb ik Tjalling van den Bosch, die overigens ook nog heel goed en lollig kan schrijven, gebruikt als onderwerp in een mop. Vroeger (nog steeds?) had je bij Radio Noord op zaterdagochtend om 11 uur de zogenaamde Stamtoafel. Met Wienes van der Loan, je weet wel.

Lekker mop’m tap’m.

Ik heb een van die moppen vertaald naar Tjalling van den Bosch. En hem vaak smakelijk ten beste gegeven aan de toog van LDG als zijnde waar gebeurd..

Tjalling staat als Sterkste Man van Nederland in een circus. Natuurlijk om wat centjes bij te verdienen. Heeft een citroen in de hand en knijpt die helemaal fijn. ‘Wie nog een druppel uit die citroen krijgt, verdient honderd euro.’

Uiteindelijk staat na diverse vergeefse pogingen een heel klein schriel oud mannetje van een jaar of 60 op en krijgt zonder moeite nog drie druppels uit de citroen.

‘Wat doe jij voor werk??’

‘Ik werk voor de belastingdienst!!’ klinkt het met een hoog schrieperig stemmetje.

De MF titel is natuurlijk een grote vergissing van de FMJD. Ik heb al eens vaker geschreven dat verwatering in waardering ook hier de nekslag is voor onze mooie damsport. Maar Tjalling van den Bosch verdient deze titel natuurlijk ten volle. Niet omdat hij per ongeluk remise maakte met Ndjofang. Want die roept de ellende over zichzelf af met zulke obligate potjes. Ik weet er alles van.

Nee, Tjalling is de MF onder de de Sterkste Mannen van Nederland! En omdat hij prachtig kan schrijven natuurlijk. Dat schept een band.

Over titels gesproken: kort geleden las ik dat Wim Koopman een lintje heeft gekregen. Dik verdiend! Het ontroerde mij, werkelijk waar. Dat is nog eens wat anders dan een per ongeluk remise maken tegen een GMI!!