Van 24 mei tot en met 1 juni vond het jaarlijkse internationale damtoernooi in Salou plaats. Het toernooi kende 124 deelnemers, onder wie twee leden van het Leids Damgenootschap: Koos van Amerongen (14e met 11 uit 9) en Hein van Winkel (102e met 7 uit 9). Belangrijk te vermelden: Koos voldeed in dit toernooi voor de derde keer aan de norm voor de titel Internationaal Meester. In dit verslag een aantal opvallende fragmenten uit de partijen van Koos en Hein.
Koos van Amerongen
Door het gebruik om de eerste twee rondes een geleide loting toe te passen (een groot ratingverschil tussen de tegenstanders) kon Koos in de eerste ronde een gemakkelijke overwinning behalen. Maar er blijft bij het naspelen één vraag over.

Koos van Amerongen – Wim Koopman
Stand na de 38e zet van wit.
Het spelverloop was: (23-29)?, 28-23 (19×28), 33×11 [Ik heb mij ook wel eens verkeken op deze manier van slaan…] (16×7), 27×16. Wit stond een schijf voor en won daarna gemakkelijk.
In de diagramstand had zwart echter zelf een actie kunnen ondernemen: (24-29)!, 33×24 (19×30), 28×10 (17-22), 25×34 (22×35). De kansen op winst lijken voor wit te zijn verkeken. Ook na het voor de hand liggende 34-29. Kingsrow is onverbiddelijk in zijn oordeel. Hetgeen niet wil zeggen dat wit in de praktijk niet alsnog zou hebben gewonnen.
Maar de vraag die overblijft is: had wit die mogelijkheid kunnen voorkomen? Het antwoord komt van Evert Bronstring. Toen ik tegen hem ooit eens hetzelfde type combinatie nam, gaf hij gelaten toe dat in dit soort standen deze redding vaak standaard voorkomt.
In de tweede ronde won Koos van Alex van Boxum na een lange partij, waarin zijn tegenstander pas op 58e zet in de fout ging.

Alex van Bxum – Koos van Amerongen
Stand na de 57e zet van zwart.
Eén van de vele dingen die ik van Evert Bronstring heb geleerd is dat een vier-om-twee eindspel met directe oppositie vrijwel altijd remise is. Op die regel zullen ongetwijfeld allerlei uitzonderingen bestaan, maar ik zou in de diagramstand waarschijnlijk zonder veel na te denken 40-34×34 hebben gespeeld. Directe oppositie 24-34. KR geeft mij gelijk. Maar wit speelde 9-4? (39-43), 4-15?? (17-21) en wit gaf op.
Als beloning voor deze twee overwinningen mocht Koos in de derde ronde aantreden tegen de wereldkampioen Jan Groenendijk. Het werd een fraaie remise, waarin Koos in een bepaalde fase zelfs het beste van het spel leek te hebben. KR geeft dat moment aan, maar komt na enig doorspelen ook niet verder dan remise. Voor meer verdiepende opmerkingen: zie de aantekeningen van Koos zelf bij deze partij op Toernooibase.
Helaas verloor Koos in de vierde ronde op een manier die wij zelden van hem zien: hij overzag een combinatie. Misschien speelde mee dat het de tweede partij van de dag was, na de wedstrijd tegen Jan Groenendijk.

Koos van Amerongen – Rob Geurtsen
Stand na de 16e zet van zwart.
42-37?? (22-27), 31×22 (12-18), 23×12 (17×8), 26×17 (24-29), 33×24 (13-18), 22×13 (11×35). Wit gaf op.
In de vijfde ronde won Koos soepel van Samvel Azibekyan. Deze overwinning verliep dermate soepel dat er niet echt een interessant fragment aan te ontlenen is.
De zesde ronde verliep teleurstellend voor Koos. Hij speelde remise tegen Farhad Huzeynov na een partij waarin hij een gewonnen eindspel op het bord kreeg. Voor degenen die zich graag verdiepen in vier-om-twee eindspelen de cruciale fase:

Farhad Huzeynov – Koos van Amerongen
Stand na de 64e zet van wit.
De enige manier voor zwart om verder te komen is met schijf 16 op te komen. Voor wit zijn de velden 42 en 38 belangrijk. Op 38 houdt hij vanzelf schijf 16 tegen en op 42 kan hij (16-21) beantwoorden met 42-26 en daarmee de schijven op 24 en 29 van achteren bedreigen. Zwart moet daarom via slim tempospel zorgen dat wit van de velden 42 en 38 wordt weggedrongen. KR geeft de volgende spelgang aan: (25-48), 42-38 (48-39), 38-42 (39-25), 42-38 (25-48). Nu is het zo ver. Wit moet wel 38-47 spelen en (16-21) is mogelijk.
In de partij wilde Koos te snel vooruit: (16-21)? 42-26 (21-27), 28-12 (25-34), 12-3? Nu krijgt zwart alsnog een kans om te winnen. Met 12-17 had wit nog steeds remise in handen gehad volgens KR. Het is niet duidelijk hoe zwart dan verder moet. Maar nu had zwart alsnog winst kunnen pakken met (29-33). Het is nog moeilijk genoeg, maar als KR de waardering -9.99 aangeeft is er geen twijfel meer. In de partij koos zwart voor: (27-32)?, 35-30! (34×25), 3-21 (32-37), 21-8 (25-30), 8-12 en remise overeengekomen.
In de laatste drie rondes volgden gelijkwaardige remises tegen respectievelijk Erwin Heslinga, Pawel Suchecki en Yuriy Lagoda. Misschien waren de helden moe.
Hein van Winkel
In de eerste ronde speelde Hein tegen Yulia Bintsarovska. Ondanks het ruime verschil in rating hield Hein tot ver in de partij nog uitzicht op een puntendeling. Maar op de vijftigste zet hielp hij eigenhandig een belangrijke verdedigingsformatie om zeep.

Yulia Bintsarovska – Hein van Winkel
Stand na de 50e zet van wit.
Wit dreigt met 25-20, 15-10 door te breken naar dam. Maar zwart heeft deze dreiging weerlegd door de formatie 9, 14, 24 op te bouwen. Hij kan na de doorbraak immers (9-14) spelen. [In dit geval wel eerst even schijf 23 offeren.] Zolang zwart deze mogelijkheid in de stand houdt, bereikt wit – bij zorgvuldig spel van zwart – niets. Aangewezen is dus een zet als (11-17).
Zwart speelde echter (23-29)? 25-20!! Hoe zwart ook slaat, de tegenactie (9-14) wordt onmogelijk gemaakt: (29×38), 32×43 (14×25), 15-10. Of: (14×25), 15-10 en zwart gaf op.
In de tweede ronde speelde Hein remise tegen Rene Estebe. KR plaatst slechts enkele, niet helemaal overtuigende kanttekeningen. In de derde ronde speelde Hein remise tegen de Pool Raphael Zdoroviak. Bij deze partij plaatst KR zelfs helemaal geen kanttekeningen.
In de vierde ronde verloor Hein van Henk Kalk. Geen schande gezien het ratingverschil van meer dan 200 punten. Toch een enkele opmerking.

Henk Kalk – Hein van Winkel
Stand na de 25e zet van wit.
Hein speelde hier (12-18)? waarna KR zijn stand beoordeelt alsof hij virtueel een schijf achter staat. De zwarte korte vleugel staat al niet best (zie bijvoorbeeld de hangende schijf op 11) en (12-18) verzwakt hem nog meer. KR suggereert (13-18) en vervolgens met zetten als (9-13), (18-22) en (13-18) zelf een aanval op de korte vleugel op te zetten. Het is een interessante uitspeelstand, want enkele variantjes spelend tegen KR kan zowel wit als zwart in het voordeel komen.
In de vijfde ronde verloor Hein van Claudio Natale. Dat was om twee redenen zuur: Ten eerste beging hij in een remise-eindspel een blunder. Ten tweede had hij in het middenspel gemakkelijk winnend voordeel kunnen bereiken:

Hein van Winkel – Claudio Natale
Stand na de 40e zet van wit.
Zwart speelde (24-29)? 47-42 (29×40), 45×34?? Naar voren slaan lijkt voor de hand te liggen, maar in dit geval was naar achteren slaan vrijwel direct winnend: 35×44. (10-15) kost een schijf wegens 30-24. Op (23-29) volgt een dam op 5 door 25-20 en 28-22. Zwart heeft dus niet beter dan (17-21), 44-39 (23-29), 42-38 (11-17), 45-40 en zwart kan langzamerhand wel opgeven.
In de zesde ronde maakte Hein deze misstap goed. Hij won van Jan van Oosterhout. Hoewel hij een groot deel van de partij de overhand had, had hij in meerdere opzichten niet over geluk te klagen:

Hein van Winkel – Jan van Oosterhout
Stand na de 28e zet van zwart.
In deze fase van de partij stond wit minder. 48-43 is aangewezen. [45-40? Faalt op (14-20)!] In de partij speelde wit 47-42? En had geluk dat zwart antwoordde met (15-20)? Zo ongeveer winnend zou zijn geweest: (24-29)!, 33×24 (22-28), 32×23 (18×40), 35×44 (17-21), 26×17 (12×43), 48×39 (14-20).
Later kwam alles toch nog goed, mede omdat zwart opgaf in een remise-stand.

Hein van Winkel – Jan van Oosterhout
Stand na de 43e zet van wit.
De laatste zet van wit was 16-11 en zwart gaf op. Maar er was nog iets mogelijk: (22-28), 33×22 (18×27), 31×22 (13-18), 22×2 (19-23), 2×30 (25×41), 36×47 (23-29) en KR verklaart de partij voor remise. Het zit wel eens mee en het zit wel eens tegen.
Ook in de zevende ronde behaalde Hein een overwinning. En deze keer viel daar niets op af te dingen.

Hein van Winkel – Onno Reekers
Stand na de 49e zet van wit.
(17-22) is hier goed speelbaar. Zowel 24-20 als 24-19 leveren voor zwart gemakkelijke remises op. Zwart speelde echter: (23-29), 24-20 [Nog steeds zou (17-22) zwart een eenvoudige remise bezorgen, maar:] (29-34)? 20×9 (34-40), 9-4 (17-22) [Tsja, nu is het te laat.] 33-28!! (22×22), 32-28 (22×33), 4×35 en wit is precies op tijd om dit eindspelletje te winnen.
In de achtste ronde speelde Hein een gelkijkwaardige remise tegen Mateusz Lewandowski. Helaas voor Hein liep hij in de laatste ronde in een verrassend zetje, waardoor hij het toernooi met een verliespartij afsloot.

Francesco Militello – Hein van Winkel
Stand na de 44e zet van zwart.
43-39! Brengt een verrassend zetje in de stand. (16-21)? Zwart ziet het niet. Zo’n zetje “achterom” is altijd verrassend: 34-30 (25×32), 33-28 (22×33), 29×7. Enkele zetten later gaf zwart op.
(André van der Kwartel)
