Competitie 2022-2023 – Eerste ronde!

Namens André van der Kwartel!

Inleiding

De eerste ronde van de competitie 2022-2023 is voor het Leids Damgenootschap succesvol verlopen. Het achttal won in de landelijke competitie verrassend met 12-4 van HDC uit Haarlem. Het zestal won in de provinciale hoofdklasse evenzeer verrassend van RDC uit Rijnsburg. Zoals eerder op deze website beschreven, speelde het viertal in de provinciale tweede klasse met 4-4 gelijk tegen het tweede team van MDV uit Monster. Vijf wedstrijdpunten uit drie wedstrijden.

Achttal

Het achttal opende het seizoen met een formidabele overwinning op HDC uit Haarlem. In het vorige seizoen had LDG ook al van deze kampioenskandidaat gewonnen. De 9-7 overwinning van destijds kon nog als een toevallige meevaller worden gezien. Dit jaar werd echter met 12-4 gewonnen en op die overwinning kon helemaal niets worden afgedongen.

De score werd geopend door Hans Tangelder. Hij vond in zijn tegenstander, Mark Deurloo, een zielsverwant waar het gaat om het op mysterieuze wijze opbouwen van de partij. Het werd een boeiend gevecht waarin Deurloo volgens Kingsrow lange tijd het betere van het spel had. Maar Hans had zoals gebruikelijk een aantal venijnige zetjes in zijn opbouw verwerkt en één daarvan werd Deurloo fataal.

eerste1

Hans Tangelder – Mark Deurloo

Stand na de 30e zet van wit.

Ik denk dat de meeste dammers met afschuw kijken naar stellingen zoals wit op zijn korte vleugel heeft opgebouwd, maar Hans heeft mij al vaker laten zien dat zulke constructies kansrijke mechanismen kunnen herbergen. Zo ook hier. Zwart speelde (8-12?) en er volgde 24-20! Nu zijn (10-15) en (19-23) verhinderd door respectievelijk 38-32 en 38-33, maar tegelijkertijd dreigt er ook iets: (13-18??), 34-29! en Deurloo wachtte de rest niet meer af: (25×23), 38-32 (14×25), 35-30 (25×34), 40×29 (23×34), 32×3.

Jack van der Plas bracht de stand op 4-0. In deze partij viel er tot aan de 50e zet niet zo veel te beleven, maar toen ging het ook gelijk goed mis.

eerste2

Frans Elzenga – Jack van der Plas

Stand na de 49e zet van zwart.

43-39?? (18-22!), 27×18 (13×22), 30-25 (9-13), 35-30 (24×35), 33×24 (22×42), 24-20 (19-24!), 20×29 (42-47), 29-23 (47-41) en wit gaf op.

In de diagramstand had wit de stand gelijk kunnen houden met 30-25. Zowel na (29-34) als (9-14) wordt gemakkelijk remise bereikt. Ik kwam één variantje tegen, waarop de zwartspeler zich nog zou kunnen verkijken: (29-34), 43-39 (34×43), 38×49 (18-23), 27-22 (23-29??), 22×11 (29×27), 26×17 (16×7), 28-22! (27×18), 17-12 en volgens KR kan zwart de schijfjes wel in het doosje stoppen. Dat heeft onder andere te maken met de dreiging van wit om na het slaan naar veld 1 vervolgens 1-12-3 te spelen.

Hans Kreder speelde remise in een partij waarin hij wel het betere van het spel had, maar volgens KR nergens doorslaggevend voordeel heeft gemist. Een typering die KR wel vaker geeft bij de partijen van Hans.

Rudi van Velzen bracht met een overwinning de stand op 7-1. Een overwinning die hij min of meer in de schoot geworpen kreeg, omdat zijn tegenstander een fraaie, maar volstrekt onverantwoorde damzet op het bord toverde.

eerste3

Rudi van Velzen – Marcel Kosters

Stand na de 18e zet van wit.

Zwart brengt een fraaie damcombinatie op het bord, maar vergat waarschijnlijk de schijfjes te tellen: (22-27), 32×21 (25-30), 24×35 (18-23), 29×18 (12×34), 21×1 (20-25), 40×29 (25-30), 35×24

(13-18), 1×23 (15-20), 24×13 (8×50). Een fraai geheel, maar de boekhouding levert op dat zwart een dam met vier schijven heeft en wit acht schijven die bijna allemaal veilig aan de rand staan. Dat kan niet goed gaan en dat ging ook niet goed. Het lukte Rudi om de dam met schijfwinst van het bord te krijgen en hij won overtuigend.

Ik mocht zelf met een overwinning het winnende negende punt binnen brengen, maar daar kwam wel wat geluk bij kijken. Ik beging een ernstige blunder in de opening, waardoor ik in een kettingstelling terecht kwam, zonder mogelijkheden om daar ongeschonden uit te komen. Het gaat om de volgende stand:

eerste4

André van der Kwartel – Fabian Snijder

Stand na de 18e zet van wit.

Wit is in zwaar weer terecht gekomen. Door de schijf op 27 kan hij nooit meer op een ‘normale’ manier (bijvoorbeeld met de ruil 32-28×28) uit de kettingstelling komen. Hij heeft nog maximaal vier tempi te spelen en dan zal hij een schijf moeten offeren. Ik overwoog dan ook hier al om met 35-30 een schijf te offeren, maar terwijl mijn tegenstander steeds langer over zijn volgende zet zat na te denken, zag ik dat zwart nog wel enkele problemen had op te lossen:

· Op (10-14) volgt 37-31 (26×28), 33×22 (24×33), 39×10 (5×14), 27-21 =

· Op (9-14) volgt 27-22 =

· Op (8-12) volgt 37-31 (26×28), 33×22 (24×33), 39×17 +

· Op (2-7) volgt 37-31 (26×28), 28×17 (24×33), 39×19 (13×24), 22×11 +

In de partij werd (6-11) gespeeld, waarna zwart na 49-43 voor dezelfde problemen zit.

Blijft over (13-19). Dat is inderdaad de enige zet die uiteindelijk een schijf winst voor zwart oplevert, maar die zit nog vrij diep weg.

Wit zit dan in grote problemen. De eerste tegenvaller is dat het voor de hand liggende 35-30 (24×35), 37-31 (26×28), 33×24 faalt op (8-13), 29×18 (13×31).

Daarmee komen we op de volgende hoofdvariant: 35-30 (24×35), 29-24 (19×30), 34×14 (9×20) [moet wel anders volgt weer 37-31] 33-28 (8-12), 28×19 (2-7) en hier heeft zwart zijn schijfwinst pas binnen.

De zwartspeler zag dit niet en speelde (6-11), 49-43 (11-17) en na 27-21 was ik uit de grootste problemen en kon ik gaan bouwen aan de gewenste ruil 32-28×28.

De vele bedenktijd die de zwartspeler in de partij had geïnvesteerd, brak hem aan het einde op. Ik won door een niet al te moeilijk zetje:

eerste5

André van der Kwartel – Fabian Snijder

Stand na de 39e zet van wit.

(4-9??), 27-22 (18×27), 32×21 (26×17), 28-22 (17×28), 39-33 (28×39), 40-34 (39×30), 35×4 en na nog vijf zetten gaf zwart op.

Harry Dekker viel met de enige nederlaag voor LDG een beetje uit de toon. Tot de 38e zet ging het goed, maar toen ondernam hij een onnodige actie, waarna hij eigenlijk al direct had moeten verliezen

eerste6

Dick Siegers – Harry Dekker

Stand na de 38e zet van wit.

De stand is gelijkwaardig en zwart kan allerlei gezonde zetten spelen, zoals (12-18) of (22-27), maar zwart ondernam actie: (22-28!?), 33×22 (12-17??). (12-18) had nog spel gegeven, maar nu had Harry op slag moeten verliezen na 42-37 (17×28), 34-29 (24×31), 36×7. Zijn tegenstander miste dit zetje echter. Op de 44e zet liep Harry alsnog in een eenvoudig zetje en verloor.

Joop Burgerhout bracht met een overwinning de stand op 11-3 voor LDG. Op de 38e zet won hij door een eenvoudige 2-om-3 een schijf, maar het leek wel alsof daarna pas de strijd losbarstte. Pas op de 64e zet wist Joop de volle winst binnen te halen, maar tussen die twee momenten heeft de waarderingscurve van KR een aantal pieken en dalen gekend. Het belangrijkste moment uit deze fase:

eerste7

Roel Janssen – Joop Burgerhout

Stand na de 53e zet van wit.

Zwart speelde hier het voor de hand liggende (12-18), 23×21 (16×38), maar volgens KR is daarmee een totaal gewonnen stand veranderd in een totaal remise-stand. KR adviseert: (30-35), 22×11 (16×7) en nu bijvoorbeeld 28-22 (20-24), 29×20 (25×14), 32-28 (13-19!) [Een grappige zet, waarmee ik vorig seizoen tegen de Waarddammers ook een eindspel won.]

Ik wil jullie de eindstand van deze partij niet onthouden:

eerste8

Roel Janssen – Joop Burgerhout

Stand na de 61e zet van zwart.

Wit speelde 44-39? En zwart maakte de partij eenvoudig maar toch ook verrassend uit met (25-30), 34×25 (24-30), 25×34 (19-35) en wit gaf op.

Deze stand is overigens nog wel waard om nader te onderzoeken. KR verklaart de stand tot remise na 2-11. Maar KR heeft zoals ieder dam- of schaakprogramma last van het zogeheten Horizon-effect. Hij kijkt niet verder dan zijn neus – in dit geval gevormd door het aantal zetten diepte – lang is. Toen ik even snel dit eindspel tegen KR met zwart uitspeelde, won ik vrij gemakkelijk. Bijvoorbeeld: (24-30), 11-39 (30-35), 39-48 (13-18), 44-39 (25-30), 34×25 (35-40), enz.

Kortom: voor de liefhebbers van eindspelen blijft de vraag over: wat is dit eindspel waard?

Hein van winkel bracht met een remise de eindstand op 12-4. Over deze partij valt heel wat te zeggen, maar ik beperk mij tot de meest spectaculaire fase van de partij.

eerste9

Hein van Winkel – Peter Schipper

Stand na de 22e zet van zwart.

Hein speelde 39-33 en zette daarmee een niet al te moeilijke damzet open: (17-22), 28×17 (11×31), 36×27 (26-31), 37×17 (23-28), 32×12 (13-18), 12×23 (19×50). Wit vond een creatieve manier om nog in de partij te blijven: 17-12 (8×17), 27-22 (17×28), 49-44 (50×39), 30-24 (20×29), 38-33 (29×38), 42×44.

De zwartspeler bleek deze stand niet te kunnen winnen. Maar dat is geen schande. Op Toernooibase wijdt Casper Remeijer een uitgebreide beschouwing aan deze stand, waarin hij onder meer stelt: “Het is niet triviaal om de stand na 34. 42×44 te winnen, maar er zijn genoeg manieren om het te doen.” Vervolgens gaat hij – met voorbeelden – uitgebreid in op de strategieën die zwart kan hanteren om de stand te winnen. Een aanrader om even de moeite te nemen dit op Toernooibase na te lezen.

Zestal

Het zestal won verrassend met 7-5 van RDC uit Rijnsburg. RDC kon aanvoeren dat zij met twee invallers speelde, maar dat gold ook voor LDG. We kunnen constateren dat de Leidse invallers beter scoorden dan de Rijnsburgse.

Hans Tangelder verloor en dat was zuur voor hem, want niet alleen had hij op verschillende momenten het betere van het spel, maar bovendien stond hij op het moment suprême vrijwel zeker gewonnen.

eerste10

Richard Meijer – Hans Tangelder

Stand na de 42e zet van zwart.

Volgens KR had wit hier het beste kunnen spelen: 39-34 [Dreigt 17-11] (16-49), 34-30 (35×24), 17-12 en remise.

Wit speelde echter 26-37? en had warempel nog succes ook: (16-43??), 37-26 (43×34), 48-43 (34×48), 47-42 (48×37), 26×42 (2-7), 42-24 en zwart gaf op.

Jammer, want in plaats van (16-43??) lijkt winnend (16-11). Zwart dreigt zo maar twee schijven te winnen en de enige tegenactie van wit lijkt te zijn: 17-12 (11×50), 37-26 (8×17), 26×12. Maar nu volgt verrassend: (2-7!), 12×1 (50-39!!) en het eindspel na 45-40 enz. lijkt wel gewonnen voor zwart.

Al snel maakte invaller Jack van der Plas weer gelijk:

eerste11

Daniël Boom – Jack van der Plas

Stand na de 22e zet van zwart.

46-41?? (17-22), 28×17 (11×31), 37×26 (16-21), 26×17 (23-29), 34×12 (13-18), 12×23 (19×46), 30×19 (14×23), 43-39 (23-28). Hoewel (23-29) gevolgd door (46-28) sterker was, haalde Jack zestien zetten later de winst binnen.

Hans Kreder bracht de stand op 3-3 met een remise waarbij KR geen enkele kanttekening plaatst.

Steven den Hollander, de tweede invaller, zette LDG op voorsprong, nadat hij op een wel heel gemakkelijke manier een schijf had gewonnen.

eerste12

Steven den Hollander – Marco de Leeuw

Stand na de 28e zet van wit.

Na (13-18?) volgde eenvoudig: 31-27 (22×31), 37×17 (11×22), 32-28 (22-27), 28-22 +1.

Het is denkbaar dat zwart in de diagramstand uitsluitend naar 32-27 heeft gekeken.

De stand werd weer gelijk doordat Rudi van Velzen verloor. Zijn tegenstander, Richard Kromhout, plaatste op Toernooibase twee leuke fragmenten bij deze partij. Maar het onderstaande fragment toonde hij niet…..

eerste13

Rudi van Velzen – Richard Kromhout

Stand na de 34e zet van wit.

(12-18?), 44-39?? Mogelijk was: 36-31 (27×36), 34-29 (23×34), 24-20 (15×24), 47-41 (36×47), 44-39 (47×44), 50×10, waarmee Rudi nog winstkansen had gekregen.

Bij de stand 5-5 mocht ik proberen de overwinning veilig te stellen. Dat klinkt heldhaftiger dan het was. Het vier-om-twee eindspel dat toen al op het bord stond was duidelijk gewonnen. Mijn tegenstander bleef – terecht – lang tegen spelen. Eén klein foutje mijnerzijds zou immers de eindstand op 6-6 brengen.

Het was een partij, waarin verschillende – voor mij – lastige beslissingen moesten worden genomen. Ik geef twee voorbeelden. Casper Remeijer zal er misschien nog enige wijze woorden aan kunnen wijden.

eerste14

Rinus Kromhout – André van der Kwartel

Stand na de 45e zet van wit.

Hoe nu verder? Ik besloot het ‘probleem’ op de korte vleugel te neutraliseren: (7-11), 16×7 (2×11), 21-16 (8-12), 16×7 (12×1). Verstandig of niet? Noodzakelijk of niet? Ik heb in ieder geval geen seconde gekeken naar de aardige oplossing die KR suggereert: (18-23), 48-42 (7-12!). Nu wordt 16-11 beantwoord met (12-17), (23-29), (4-9) en (13×26) en na een andere zet wint (12-17×17) gemakkelijk.

Na de dubbele ruil speelde wit 34-29 en nu deed zich de vraag voor of zwart op zijn lange vleugel actief moet worden of juist niet. Ik werd té actief, rekende slordig en wit kreeg toch de mogelijkheid om door te breken, waardoor ik mijzelf veroordeelde tot een gewonnen, maar langdurig eindspel. Het was veiliger geweest om een passieve opstelling te kiezen met (10-14) en (3-9). Daar komt wit waarschijnlijk nooit doorheen.

De kop is eraf (maar niet van het Monster)

Namens Eelco Kuipers!

Na de promotie van vorig jaar uit de 3e klasse was het dan zover, het debuut in de 2e klasse! De eerste wedstrijd bracht ons in Ter Heijde waar MDV Monster haar partijen speelt. Ik moet zeggen dat ik er nog nooit van had gehoord maar prima locatie mooi aan het strand. Wel een stukje rijden nog maar met Wim in het team ben je in ieder geval altijd op tijd! Nadat duidelijk was dat de bordjes vergunninghouders voor het parkeren niet meer van toepassing waren sinds een week betraden we de arena. Nog even op de foto met de locatie:

Locatie speelzaal MDV Monster

Als eerste was Eric klaar die aan bord 3 speelde tegen Ben Gehrke. 2 dagen politieke beschouwingen hebben zelfs Eric volledig van slag gebracht. Hij was duidelijk zichzelf niet en moest de strijd staken nadat er wat schijven moesten worden ingeleverd. Het zoveelste schandaal op conto van het kabinet. Kop op Eric, jij komt natuurlijk sterker terug! Stand 0-2.

Op bord 1 speelde Quirinius tegen Gilles van Winkel. De omsingeling (ook wel randspel op dit niveau genoemd) van zijn tegenstander werd op het juiste moment omgezet in klassiek waarbij de witspeler vastliep. Er moest een schijf worden gegeven waarna Quirinius de partij keurig afmaakte (stand 2-2).

monster1

Stand na 41…(08-12) Wit is vastgelopen en was genoodzaakt een schijf te geven

monster2

Stand na 44. 34-30

En na het elegante 45…(23-28) won Quirinius de partij.

Op bord 2 speelde Eelco tegen Jan Molhoek. Ik had uiteraard weer eens geen idee wat ik moest doen tegen al het geruil. Het leek nog even lastig te worden toen ik tot overmaat van ramp in een halve hekstelling terecht kwam omdat ik dacht ach dat zal hij wel niet doen. Met de nodige pijn en moeite wist ik eruit te komen en kwam zowaar beter te staan en kon op 1 moment toeslaan:

monster3

Stand na 58…(34-39)

Hier kon ik winnen met 59. 42-38! en na (39-44) 60. 37-31 (26×28) 61. 10-5 (21×43) 62. 5×12. Of 59. 42-38 (18-23) 60. 38-33 (39×28) 61. 10-5 en zwart heeft geen zet meer. Helaas gemist waarna de partij in remise eindigde (stand 3-3)

Eelco Monster

Berusting

Alle ogen gericht op bord 4 waar Wim speelde tegen Edwin van der Meer. Het publiek had werkelijk geen idee wie er op winst speelde op enig moment. Uiteindelijk werd tot remise besloten en zo eindigde dit eerste duel in 4-4.

Wim heeft er zelf nog een stukje over geschreven: Ik dacht dat ik aan een positioneel meesterwerkje bezig was en wilde een Hoogland-aanval nemen, die de afgelopen week nog door een van mijn trainers in de les behandeld werd. De tegenstander stak daar echter via een goedgetimede ruil een stokje voor. Tijd voor een ander plan: druk op zwarts lange vleugel.

monster6

Stand na 32…( 2-7)

Ik had al een paar zetten lang op schijf 24 kunnen lopen, maar koos daar een uiterst ongelukkig moment voor. Het correcte 33. 28-23 was al bijna uit mijn vingers gekomen maar ik dacht subtiel nu eerst even met 33. 34-30 (9-13) een schijf uit de verdediging te trekken. De tegenstander speelde echter a tempo (17-21) met een een-om-drie na. Achterlopen is gevaarlijker dan trouwen zegt een van mijn andere trainers de baas altijd…

Schijfje achter en dus tijd om de rug te rechten. Met een aanval op 24 (houdt 15 en 25 in bedwang) leken mij wel weer remisekansen in zicht te komen. Maar daarna deed ik het toch niet optimaal waardoor zwart erdoor was en ik hem ook nog een verdedigende kroonschijf via een terugruil cadeau gedaan had. De situatie was tamelijk uitzichtloos en ik wilde opgeven. Er waren echter twee praktische bezwaren. Ten eerste de matchstand en ten tweede mijn grote vriendin Nel Lindhout, die schuin achter mij stond toe te kijken. Ik deed daarom nog wat zetten en bouwde voor de vorm een damvang in die ook tot verlies zou leiden. Maar zie daar, na zijn overtuigende eerdere spel begon de tegenstander te aarzelen met het halen van een tweede dam.

monster5

Stand na 62. 13-9

62…( 41-47) 63. 23-19 (46×23) 64. 19×28 (47-41) 65. 28-22 (41×5) 66. 9-4 (5-23) is de laatste kans op winst. Na (25-30) 63. 9-4 was er nergens meer winst en haalde ik zelfs nog als eerste twee dammen, remise dus. We hadden een matchpunt en – zeker niet minder belangrijk – ik kon een schouderklopje van Nel in ontvangst nemen!

Wim Monster

 

Kroegdammen – Succesformule!

 

kroeg3

De winnaars, grootmeester Jan Groenendijk (links) en Jitse Slump Foto: Eddy Janssen

LEIDEN – Zondag, 4 september 2022, van 10 uur in de ochtend tot zes uur ’s avonds, zag de binnenstad van Leiden spelers van kroeg naar kroeg gaan om dampartijen te spelen. Elf van de stads oudste etablissementen hadden zich aangemeld om tafels en stoelen te reserveren waaraan gespeeld kon worden. Het ging om zeven ronden, waarbij duo’s steeds moesten lopen van de ene ronde naar de andere ronde, van de ene naar de andere kroeg.

Van de 50 duo’s bleken na acht uur spelen en wandelen Jan Groenendijk en Jitse Slump uiteindelijk de sterkste, nipt gevolgd door het tweetal Kees Tijssen en Hein Meijer. Met 100 deelnemers is dit evenement direct een van de best bezochte damevenementen van de afgelopen jaren. Opvallend was de diversiteit van de deelnemers. Van grootmeesters tot huis- en kroegdammers, vanuit het hoge noorden tot het lager gelegen Limburg, van Suriname tot de Oekraïne, van veel mannen en betrekkelijk weinig vrouwen, van jong (17 jaar) tot oud (76 jaar) … en vooral opvallend: ook een aantal bridgers en schakers deed mee. Internationaal schaakmeester, Fred Slingerland, en grootmeester John van der Wiel gaven acte de présence. Laatstgenoemde won de prijs in de categorie ‘beste niet-clubspeler’. Hij scoorde 50 % tegen vooral clubdammers (!).

kroeg4

John van der Wiel (links) samen met zijn duo-partner, de bekende, voormalig eigenaar van het Gronings schaakcafe Atlantis, Bert van der Marel. John won in de categorie huisdammers de eerste prijs. Hij speelde tegen clubdammers en haalde een score van 7 uit 14. Foto: Eddy Janssen

SUCCES Het is een enorm succes geworden. Dat is althans de mening van vrijwel alle betrokkenen. Zonder ingewikkelde en gevalideerde vragenlijsten ontworpen te hebben is er wat onderzoek gedaan. Van de circa 40 dammers die ik sprak was het oordeel unaniem positief:

fantastisch,

goede sfeer,

volgend jaar kom ik weer!

Complimenten voor de organisatie.

Leiden is een prachtige stad. 

De eigenaar en uitbater van Dranklokaal 1650, Peter van Hinsbergh, denkt erover om het denksporten een prominente plek te geven in zijn zaak. “Op de eerste verdieping zou dat prachtig gerealiseerd kunnen worden. Er komt daar een nieuwe bar, en een nieuw publiek van denksporters is mij ook wel wat waard”. Hij is niet de enige die zo denkt. Tom Swelsen, een van de deelnemende dammers, tekende uit de mond van een vaste bezoeker van een van de deelnemende cafés op dat “… de intelligentie (vandaag) veel hoger dan gebruikelijk is; normaal komen hier alleen mongolen”. Ik sprak mensen aan in de kroegen. Ze keken mee en waren verbaasd, ze wisten niet dat dammen in clubverband gespeeld werd. Eric van ’t Hof had het initiatief genomen om in iedere kroeg flyers te leggen over het dammen in de Leidse regio. Die werden grif gelezen.

kroeg5Peter van Hinsbergh voor Dranklokaal 1650

EVALUATIE VAN HET SUCCES

In de evaluatieleer gaat het om proces en resultaat. Het evalueren van de stappen die zijn genomen vanaf het concept tot de uitvoering, de contactlegging met en aansturing van de betrokkenen, de keuze van tijden en materiaal en dergelijke behoren tot de procesevaluatie. De te verwachten opbrengst is het onderwerp van de resultaat- of productevaluatie. Binnen ons kleiner wordend wereldje van clubdammen zijn successen van dit niveau zeldzaam. Wat zijn de succesfactoren? Een paar zaken wil ik noemen. En lieve lezer, wees kritisch! en vul aan, corrigeer en wijzig.

De mensen De absolute randvoorwaarde voor succes zijn de mensen die het idee uitwerken. Nu leven we in Nederland en ons land wordt vergeven met het idee dat we veel moeten praten met elkaar, dat iedereen tevreden moet zijn met de uitkomst – consensus is dan het doel 4 geworden, over het resultaat hoef je het dan niet meer te hebben – en dat er ook veel mensen bij betrokken moeten zijn. Dat heeft te maken met risicospreiding, als het fout gaat dan kan iedereen op zijn donder krijgen en dat gebeurt dan natuurlijk niet. Een iemand publiekelijk afbranden is leuk en dateert uit de tijden van volksvermaak, maar als iedereen afgebrand wordt dan is de lol er gauw vanaf.

Hier waren drie mensen met gezond verstand en diverse kwaliteiten die praten en handelen aan elkaar gelijk stelden. Woord en Daad zijn in het Jodendom synoniem, en die wijsheid kwam terug. Een zeldzame daadkracht was het resultaat van hun weinige woorden. Nu zien we dat wel vaker, maar dat is slechts één deel van de analyse. Een geslaagd project moet het nu eenmaal ook hebben van drie essentiële zaken1 : een goede boekhouding met een goede begroting, communicatie en een behoorlijke mate van mobiliteit en flexibiliteit, waarbij de nadruk altijd moet liggen bij de boekhouder. Hij bewaakt de grenzen, hij stelt de kaders.

Eelco Kuipers is de naam van de boekhouder. In het dagelijks leven controller met een gedegen accountancy achtergrond. Schaakmeester en sinds drie jaar een verdienstelijk dammer. Van hem kwam het concept, al 10 jaar was er Kroegschaken en dan nu Kroegdammen. Tot in details was alles doorberekend. Financieel was er geen enkel risico, het kon alleen maar een succes worden. Boekhoudkundig!

De communicatie stond onder auspiciën van Steven den Hollander. Hij is kandidaatmeester dammen en programmeur met een graad in de wiskunde. We kennen hem van zijn live optredens als commentator bij de WK’s en NK’s. Achter de grappen en grollen zit een filosofie verborgen die te maken heeft met communicatie. Hoe kan zo efficiënt mogelijk boodschappen van de zender naar de ontvanger vervoerd worden? Dat is zijn hoofdvraag, en in de beantwoording weet hij zich gesteund door een grote actuele begaafdheid in en kennis van de digitale mogelijkheden. De werving van de spelers, het doorgeven van uitslagen en bepalen van nieuwe ronden, de routes van de ene naar de andere kroeg … alles verliep vlekkeloos. Ook hier werd niets aan het toeval overgelaten.

Tot slot Nadine de Mooij – van Tiel, directeur van een opleidingscentrum voor bijscholingen van zorgverleners en ooit dammer. Zij is in staat om te anticiperen op vragen en daarop al oplossingsmogelijkheden gereed te hebben. Dat is eigen aan een directoraat als die van haar. De markt van zorg en geluk is nu eenmaal complex. Waar niemand een probleem ziet, worden die gecreëerd door de overheid die regels en protocollen opstelt en waar weinig mensen wat aan hebben, maar die dit domein wel fascinerend maakt. Nadine kan als geen ander direct handelen, ze is flexibel en mobiel en daarmee worden zelfs de weinige kansen op een mislukking genihileerd. Check, re-check en counter-check waren bij haar zichtbaar. Twee avonden voor het Kroegdammen van start ging, was Nadine nog bezig met de damborden, de damklokken te verzamelen en te distribueren. Ze nam geen enkel risico! Ook op de dag zelf, was het Nadine die direct oplossingen kon bieden. Verdwaalde dammers werden direct naar de juiste locatie begeleid, en niet goed functionerend materiaal werd a la minute vervangen en geadministreerd.

Ziedaar de eerste analyse. De mensen waren er en de nodige competenties waren er ook. Woord en Daad kennen we terug in het mooie Joodse begrip dabar. We kennen het ook bij Eelco, Steven en Nadine! We gaan naar het tweede element, de markt

De markt

Het doel bepaalt de markt die bezocht moet worden, en de markt bepaalt de details. Promotie van het damspel die moet leiden tot ledentalvermeerdering van clubs was het globale doel, zodat principieel de markt groot, breed en daarom niet te pakken was. Je kan dan net zo goed flyers van de flat gooien in de hoop dat er iemand is die de moeite neemt de flyer van de bodem te pakken en om die te lezen. Veel moeite en weinig rendement kenmerken trouwens heel veel startende ondernemers. Het gaat om doelgericht werven. Er is een analyse gemaakt door het drietal. In Leiden zijn er veel studenten die elkaar opzoeken in de vele binnensteedse kroegen. Waar een dartbord is, wordt gedart, waar kaarten zijn, wordt geklaverjast en hoe logisch dit klinkt, de volgende constatering is goud waard: waar geen dartbord is, wordt ook niet gedart … Nu zijn er best wel kroegen waar allerhande spelen zijn, zoals halma, mens-erger-je en dergelijke, maar die worden niet gespeeld, omdat ze terecht een oervervelend imago hebben. Het beeld van neefjes en nichtjes die beziggehouden moeten worden, doemt op bij het horen van deze klotespelletjes. Het imago van dammen is mij niet goed bekend, maar het wordt helaas toch wel vaak gerelateerd aan schaken, dat in uiterlijk vertoon van fallussymbolen er natuurlijk indrukwekkender uitziet dan het platte gedoe van schijven. Daar ligt het ook niet aan, het ligt vooral aan de spelers. Ton Sijbrands, Harm Wiersma en Jannes van der Wal zijn spelers van 30 – 50 jaar geleden die vaak de kranten haalden. Bij mensen van mijn leeftijd zijn ze helden, maar bij de jeugd van nu is dit trio onbekend. De damwereld lijkt niet herkenbaar te zijn, mist zichtbaarheid. En als ze je niet zien, dan zullen ze je ook niet herkennen.

Dit was de eerste afweging: de dammers moeten zichzelf zichtbaar maken. En in Leiden doe je dat door van kroeg naar kroeg te gaan. Dan wordt er over dammen gesproken en wordt dammen zichtbaar. Dan komt de tweede afweging: wie gaan er van kroeg naar kroeg? Er moeten wel mensen gevonden worden die op de kostelijke zondag van 4 september 2022, ‘ochtends om 10 uur al gaan dammen. Het alleen digitaal benaderen lukt nauwelijks meer bij de dammers. Fred Ivens vertelde me onlangs dat zelfs voor een te houden klokseance door nota bene Ton Sijbrands weinig animo was. Psychologisch bezien was het daarom een briljante zet van het drietal om in duo’s te laten dammen. Ik ga nu eenmaal ook niet graag in m’n eentje naar gemakkelijk voor mij te bereiken steden als Amsterdam of naar Den Haag om een dag te dammen. omdat ik dan misschien geen tot weinig gezellige mensen ontmoet. In duoverband, waarbij ikzelf iemand kan vragen om met mij mee te doen, maakt dat bij voorbaat al leuk. Samen uit en samen thuis! De duo’s die zich inschreven, waren dan ook veelal goede bekenden of vrienden van elkaar. Bij veel tweetallen was er sprake van één dammer en een niet-dammer.

Jack van der Plas, voorzitter van het Leids Damgenootschap, was bijvoorbeeld een damverbond aangegaan met Eric Rooijackers, een bekende barkeeper in Leiden die tot voor kort nog nooit een dambord had gezien maar na 4 september de Haarlemmer en de Coup Philippe kan uitvoeren. Er werd trouwens wel digitaal geworven, maar de orale traditie is ook heel bewust naar boven gehaald: de Leidse schakers, bridgers en go-spelers zijn rechtstreeks op hun clubs benaderd. Ook zij vonden een dag dammen met een goede vriend het proberen waard.

De markt was gevonden. In de beschrijving van hierboven herkent de lezer uiteraard het adoptiemodel van Rogers. Een paar mensen vinden alle nieuwe ideeën leuk en proberen die uit (innovators), dammers van clubs in de omgeving van Leiden zouden na wat aandringen ook wel willen meedoen (early adopters), maar ze hadden het beslissende zetje nodig om zich in te schrijven. In duoverband lukte dat (de majority kwam in beeld) en daarna, na nog een keer bellen en clubs bezoeken, kwamen ook de laatste inschrijvingen binnen. Het streefgetal was 100 en dat is gelukt.

Het doel bereikt …?

Het doel om veel mensen te activeren, het imago van dammen in enige mate op te vijzelen en om niet-dammers te enthousiasmeren voor het dammen is gelukt op de vierde september, maar beklijft het? Is er continuïteit in het activeren, het opvijzelen en enthousiasmeren? Cijfers zijn er niet bekend. Het Leids Damgenootschap heeft een nieuw lid mogen verwelkomen, en dat weet ik omdat ik de ledenlijst moet bijhouden.

Als het Kroegdammen ook in 2023 en in de jaren daarna, dus ook in 2033 een succes wordt, dan moet er echt meer gebeuren. Er moet een permanente actie komen die niet teveel vergt van ons dammers van wie veel rondom de pensioneringsleeftijd vertoeven. Het aantal clubdammers gaat namelijk holderdebolder achteruit. Is die neergaande lijn nog te keren? Daarover gaat de laatste beschouwing:

Kritische vooruitblik en het continuïteitsvraagstuk

Dammers hebben het vaak niet door, maar we zijn bezig met een heel abstract spel, dat veel vergt van ons denkvermogen. Dammers zijn niet dom, en (sub)topdammers zijn razend intelligent. Het is zo jammer dat er zo weinig gebruik gemaakt wordt van het zogenaamde halo-effect, het verschijnsel dat een uitzonderlijke goede kwaliteit van een persoon de suggestie wekt dat andere kwaliteiten ook uitzonderlijk goed zijn. Het horn-effect is tegengesteld daaraan. Een uitzonderlijke negatieve eigenschap doet vermoeden dat de persoon in andere zaken ook niet zo goed is.

De associaties van dammen en andere zaken zijn de laatste jaren beschamend. We zijn in het nieuws gekomen door het te hebben over al dan niet vermeende pedofilie en dammen, over een schandaal in de Surinaamse damwereld. Dat was het nieuws naar buiten. Over de wereldtitels is marginaal geschreven. Waarom hebben dammers het alleen maar over dammen? De PR is naar binnen gericht in plaats van naar buiten. En er zijn volop kansen. Ik noem er een paar:

De dammer Jan Groenendijk heeft onlangs een prachtige balletuitvoering gegeven (het staat op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=w6X-Q2H-oHw). We zien dat hij een enorme lichaamsbeheersing heeft, die hij ook aanwendt bij het in tijdnood spelen. Waarom kan er geen afgeleide aandacht gegenereerd worden. Ballet door een dammer!

kroeg6

Jan Groenendijk, gastdanser bij “The Thousand Crossing” door Aymeric Aude (2020 foto: Joop Burgerhout

Erno Prosman heeft het wereldrecord blinddammen ooit in handen gehad. Tegen 30 spelers werd gedamd. Een prestatie waarvan alleen Ton Sijbrands weet hoe bovenmenselijk dit is. De publicitaire waarde is nooit goed benut. Studenten in de psychologie kunnen tijdens het eerstejaarsvak ‘functieleer’ deze wonderdammers naar de collegebanken roepen om hen een demonstratie over het geheugen te zien geven. Niet eenmalig, maar ieder jaar … kijk, dat kalefatert het imago op! En er zijn nog veel meer dammers die blijk geven van hun intelligentie. Laten we daarvan gebruik maken als marketinginstrument.

Dat dus ten eerste: de permanente campagne, zodat het Kroegdammen in Leiden ook in 2033 een succes wordt. Maak een lijst van dammers en hun verdiensten op niet-damgebied, en zet hen in voor de externe PR. Deelnemers moeten het als een eer beschouwen om mee te mogen doen met een evenement als Kroegdammen. Ze zullen het misschien niet hardop zeggen, maar ze hebben plezier om gezien te worden in gezelschap van beroemdheden als de communicatie-expert Friso Fennema (hij adviseert Rutte! Wist u dat niet?), Harry Otten (hij van het weerbericht), Erno Prosman (het wonder van dat eerstejaarsvak), Nadine van Tiel (toonaangevend in de zorgwereld) en ga zo maar door.

Een tweede element van deze kritische vooruitblik is de directe PR. Die was niet in orde bij het Kroegdammen 2022. Er is een weliswaar een interview gekomen bij de lokale TV-zender, maar ik denk dat er meer in gezeten zou hebben. Het Kroegdammen 2022 herbergde namelijk wat mooie usp’s (unique selling points), zoals het grootste damevenement van Nederland in de laatste jaren, het meedoen van vijf grootmeesters – onder wie een schaakgrootmeester – en natuurlijk het meedoen van Jan Groenendijk, de nummer twee van de wereld.

Als een journalist de tip had gekregen dat Jan Groenendijk dansend was aangetroffen in een illuster dansgezelschap en dat hij naar Leiden kwam om mee te doen aan een internationaal en grootmeesterlijk damfestijn, dan zou hij wellicht geïnterviewd zijn. Ik houd het even hierbij …

Joop Burgerhout

Schaakfragment Koos van Amerongen

Een schaakfragment namens Koos van Amerongen
Wie regelmatig blijft plakken op een gewone clubavond, weet dat ik na afloop graag een potje schaak. Voor de lol, want veel bak ik er niet van. Op woensdag 23 augustus besloot ik, na eerst een leuke maar analytisch oninteressante remise te hebben gespeeld met Joop, mijn schaakdebuut te maken. In de laatste ronde van zomercompetitie van Philidor speelde ik met wit tegen een student uit Delft.
schaak1
In het middenspel deed zich deze stand voor, met wit aan zet. Geen idee hoeveel zetten er waren gespeeld, want noteren zou me met dit speeltempo (15 minuten + 5 seconden per zet) te veel tijd hebben gekost. Ik had het idee hier goed te staan. De witte koning staat veiliger dan die van zwart, de dame op e4 is multifunctioneel en de witte torens ondersteunen de witte pionnen goed. Mijn plan was om het zwarte centrum open te breken.
Het ging hier verder met 1.c5 dxc5 2.bxc5. De witte toren valt nu de zwarte dame aan en wordt gedekt door de dame. 2..Dc7 3.d6?! Wit zet zijn opmars voort. Na bijvoorbeeld 3..Qd7 of 3..Qd8 kan wit sterk met 4.Rb7 reageren. Merk op dat de toren ook daar wordt gedekt door de dame. Zwart moet wat bijzonders doen. Hij ging voor het tactische 3..Rxd6 4.cxd6 Qxc5. Zwart staat nu een pion voor, maar wit kan op meerdere manieren de zwarte koning in gevaar brengen. Ik ging voor 5.Rb7+ Kg8 (bij analyse bleken ook andere zetten te verliezen) 6.Qd5+!. Nu volgt op Kf9 Qf7 met mat. Dus moet 6..Kh8. Ik ging verder met 7.d7 en zwart voorkwam dat wit promoveerde met 7..Rd8. Merk op dat zwart een zet te kort komt om 7..Qe8+ 8.Kh2 Qxf2, met dreigende herhaling van zetten, door te zetten.
schaak2
Op dit moment zag ik een duidelijke winstgang: 8.Rb8! Qc7 (na Rxb8 volgt d8R+ Rxd8 Qxd8 met schaakmat) 9.Rxd8+! Qxd8 10.Qe6. Zwart staat nogsteeds een pion voor, maar kan niet voorkomen dat wit met 11.Qe8! de dame wint. Zwart ploeterde nog even door op zoek naar pat, maar kon een nederlaag niet meer voorkomen.
De uitroeptekens achter zetten in de bovenstaande analyse geven aan dat ik tijdens de partij meende sterke zetten te spelen. Stockfish, een sterke schaakcomputer, weet mij te vertellen dat wit op meerdere manieren en sneller kan winnen. Dat verbaast me natuurlijk geenszins. Ik doe ook maar wat. Ik was vooral betoverd door de dame: het bereik, de geboden steun, het loopje (e4-d5-e6) en de algemene kracht. Net het echte leven.

Flitsen uit het zomertoernooi (2)

Namens André van der Kwartel

Koos van Amerongen heeft mij weer een aantal fragmenten uit zijn partijen in het Zomertoernooi gestuurd. Ik heb een en ander nog aangevuld met een fragment uit mijn zomerpartij tegen Steven den Hollander en een aardige slagzet uit het kampioenschap van Burkina Fasso. Vooralsnog is het woord aan Koos:

Koos van Amerongen – Arjen de Mooij

Na een boeiende opening kwam onderstaande stand op het bord. Zwart heeft zojuist 17..4-10 gespeeld. Veel alternatieven waren er niet. In dit soort standen spelen zetjes naar 2 en 49 een belangrijke rol. Na 17..11-17? had wit naar dam kunnen combineren met 18.35-30 24×35 19.33-28 22×24 20.27-21 16×27 21.31×2. Merk op dat zwart die combinatie niet heeft, ondanks dat wit 34 heeft betreden.

Zomer1

Wit staat in deze stand voor een belangrijke keuze. De meest voor de hang liggende zet is 18.32-28. Zwart kan dan 18..16-21! spelen. Op 19.27×16 haalt hij dan wel dam, met 19..18-23 20.29×27 24-30 21.35×24 20×49. Dus moet 22.28×17 21×32 23.37×28 11×22 24.28×17 12×21 25.26×17. Na 25..7-11 moet wit er rekening mee houden dat zwart na het slaan (26..11×22) weer met een damzetje dreigt (18-23, 24-30). Ik had geconstateerd dat wit daartegen 26.50-45 11×22 27.45-40 kon spelen. Er blijft dan een zeer scherpe stand over. Bij analyse ontdekten we dat zwart zich niet in mag laten op een aantal varianten (bijvoorbeeld 27..25-30? 28.34×25 19-23). Ik had het gevoel dat het beter moest zijn voor wit (Scan blijkt het daarmee eens) maar vertrouwde het niet en besloot na lang nadenken tot 18.50-45, met het logische vervolg 18..24-30 19.35×24 19×30 20.32-28 14-19 21.28×17 12×32 22.37×28 20-24 23.29×20 15×24. Wit staat mijns inziens dan iets fijner.

Zomer2

Later in de partij bereikten we deze stand. Zwart heeft er een leuk combinatie-idee in weten te vlechten. Na 45.31-26? volgt namelijk 45..17-21! 46.26×19 20-24 47.29×20 25×43 48.34×25 43×34. Standaard doch geniepig. Het blijkt nog remise te zijn. In de partij volgde 45.38-32 (zet de slagroute dicht) 11-16 46.31-26 13-19 47.42-38 en zwart offerde een schijf met 47..19-23 48.28×19 20-24 49.29×20 25×23 50.34×23 23-28 51.32×23 18×29. Bij goed spel blijkt dat nog remise te zijn. In de partij maakte zwart nog een foutje en verloor.

In plaats van 46.13-19? had hij beter het offer van Dussaut kunnen spelen: 46..16-21! 47.27×16 18-22. We dachten beiden dat wit dan na 47.28-23 22-28 48.32-27 28×19 49.42-38 goede kansen zou houden. Dat klopt, maar zwart kan in plaats van 47..22-28 sterk 47..13-18! spelen, met pardoes een winnende stand (48.23-19?). Wit moet zich dus maar inlaten op 48.16-11 22×24 49.11×22 met remise.

In de diagramstand blijkt wit een betere voortzetting dan 45.38-32 te hebben: 45.42-37! 11-16 (13-19? 38-33 W+) 46.39-33! 30×50 47.29-23 18×29 48.33×15 50×22 49.27×7, en je zou zeggen dat wit het eindspel na 49..35-40 50.7-2 13-18 51.2-7, met een schijf meer en een tweede dam op komst, wel moet kunnen winnen. André gaat het ons vast vertellen… Merk overigens op dat dit zetje (39-33, 29-23) in de diagramstand ook kan, maar dan niet meer dan remise oplevert.

[Over zo’n complex eindspel durf ik (AK) zonder uitvoerige analyse geen uitspraak te doen. Feit is wel dat Kingsrow de witte stand een waardering geeft van minder dan een kwart schijf voordeel. De eerste variant die KR geeft, geeft direct al een indruk van de problemen waar wit tegen aanloopt: (40-45), 7×23 (45-50), 15-10 (17-21). Zwart brengt de dreiging (50-11) en (17-21) in het spel. Het is niet duidelijk hoe wit die op langere termijn kan blijven ontkomen.]

Zomer3

In deze stand heeft zwart zojuist 19.13-18 gespeeld. Zijn strategie is om het witte centrum te omsingelen. Door de opstelling op diens linkervleugel, krijgt wit geen controle meer over veld 27.

Hij zal de omsingeling actief tegen moeten spelen. En dat doet André met 20.35-30! 2-8 (20-24?) 21.28-23 19×28 22.32×23 18×29 23.34×23, met een interessante stand. Wit houdt met twee schijven (23 en 30) het blok 5/10/14/15/20 vast. Daartegenover staat dat wit op moet passen dat schijf 23 verloren gaat. Daarnaast zijn een aantal afbraakvarianten niet in zijn voordeel, vanwege het ontbreken van (potentiële) formaties.

Het ging verder met 23..8-13 24.41-36 (verhindert 13-19) 13-18 (20-25?) 25.39-34 (na bijvoorbeeld 25.33-29 9-13 26.29-24 20×29 27.23×34 mist wit formaties) 18×29 26.34×23 9-13. Wit moet nu kiezen tussen het opgeven van de formatie 33/39/44 en het opspelen van de steunschijf 43. André besloot terecht tot 27.44-39. Zwart bracht vervolgens de dreiging 13-19 in de stand met 27..21-27. Wit kan dat pareren door de formatie 29/34/40 of 30/34/40 op te bouwen. André koos voor 28.39-34. Naast 28..13-19 verhindert dat ook 28..20-25? met een kleine combinatie. Er volgde 28..17-21 en na de ogenschijnlijk rustige opbouwzet 29.46-41 staat wit zowaar verloren. Zwart speelt namelijk 29..21-26!

Zomer4

Met deze zet heeft zwart een kleine doorbraakcombinatie in de stand gevlochten: 12-18, 3-8, 20-25, 15×44. Daar moet wit wat aan doen. Belangrijk is dat op 30.23-18 12×23 31.33-28 22×33! volgt, met schijfwinst en alsnog een doorbraak naar 44. Ook 30.40-35 is geen optie, omdat de voorpost met 30..13-19 verloren gaat, en na 30.43-39 3-8! gebeurt dat een of enkele zetten later.

In de partij volgde dan ook het niet onlogische 30.30-25?. Mijn originele plan was om met 30..14-19 31.23×14 20×9 gevolgd door 32..15-20 33.25×14 10×19 een sterkte aanvalsstand te krijgen, maar toen zag ik dat zwart een zesklapper uit kan halen met 30.26-31! 31.37×26 16-21! 32.26×19 20-24 33.19×30 14-20 34.25×14 10×46 Z+. Al met al een leuke, principiële partij!

Koos van Amerongen – Hans Tangelder

Zomer5

Na een door beiden principieel gespeelde opening zijn we in de stand na 20..1-7 terecht gekomen. Het lukt wit nu en in voorgaande zetten niet om een damcombinatie te forceren met 31-26: zwart mag dan weliswaar niet laten slaan vanwege 36-31, 47-41 en 48-42, maar kan wel goed 27-32 26×17 32×41 46×37 12×21 spelen. Ik speelde 21.34-30. Zwart staat nu klem op zijn lange vleugel. 14-19 en 18-23 zijn door kleine zetjes verhinderd, terwijl wit na 13-19 24×13 8×19 wél de forcing 31-26! tot zijn beschikking heeft.

Hans speelde verrassend 21..27-32!. Het idee van deze zet is dat wit niet naar voren mag laten slaan, vanwege een kleine doorbraakcombinatie (ook na 22.31-26). 22.47-41! 21-27!. Wederom een creatieve zet. Het idee is dat wit na de schijfwinst met 23.39-34 28×39 24.37×17 12×21 25.31×22 18×27 te veel last heeft van de zwarte schijf op 39, die naar dam dreigt te lopen. Ik zag wel wat ideetjes, maar mede door de zware witte korte vleugel geen serieuze kansen. De computer vindt een fraaie forcing naar een macro-eindspel met een schijf meer: 26.43-38 39-44* 27.38-32! 27×38 28.48-42 38×47 29.29-23 47×20 30.23-19 14×23 31.25×1 en omdat zwart na 31..23-28 32.30-25! in de problemen zit (dam halen mag niet, en 35-30 dreigt) moet maar 31.44-50 32.1×29 met kansjes voor wit.

Ik zag dit niet en speelde 23.31-26?. Die zet verdient een vraagteken, omdat zwart nu een combinatie kan nemen met 23..16-21 24.26×17 22×11 25.28×26 14-19 26.37×28 18-23 27.29×18 13×44 28.24×13 9×18 (de beste), al is de stand na 29.43-39 44×33 30.49-43 nog alles behalve duidelijk: wit heeft wat ideeën om schijf 33 aan te vallen, maar als die mislukken komt zwart sterk op het centrum te staan. Ik onderkende dit zetje te laat.

Gelukkig had Hans het niet gezien en speelde hij 24..12-17?, een zet die om meerdere redenen een vraagteken verdient. Ten eerste omdat wit direct een combinatie kan nemen met 25.43-38! 32×23 26.48-42 28×39 27.24-20 (de beste manier) 15×24 28.30×18 22×33 29.49-43 39×48 30.37-31 48×37 31.41×1 en op het gedwongen 31..18-22 de zwarte voorpost neutraliseert met 32..1-6 22-28* 33.25-20 14×25 34.35-30 25×34 35.40×38 W+. Dat had ik dan weer niet gezien. En ten tweede omdat wit positioneel kan winnen met 25.37-31!, wat ik speelde. Zwart loopt op twee vleugels vast.

Er volgde 25..7-12 (wit dreigde met een damzetje) 26.40-34 16-21 27.48-42, zie diagram. Merk op dat 26..2-7 zwart niet had geholpen om tot 17-21×21 te komen, omdat wit na 27.48-42 17-21? wéér naar dam combineert. Die zet helpt ook niet om 18-23×23 voor te bereiden. Er zijn fantastische varianten mogelijk. Ik beperk me tot wat ik de fraaiste (computer)variant vindt: 26..2-7 27.48-42 18-23 28.29×18 12×23 29.24-19!! 13×24 30.30×19 9-13 31.43-38!! 13×24 32.25-20! 14×25 33.35-30! 32×43 34.39×48! 24×35 35.48-43 28×37 36.41×1. Het is leuk om na te gaan wat er gebeurt als zwart op enig moment anders slaat.

Zomer6

Zwart heeft hier geen goed plan meer. Op het in de partij gespeelde 27..14-19? volgde de dam met 28.41-37 32×41 29.36×47 27×36 30.47-41 36×38 31.43×3 W+. Op wachten met 27..2-7 had ik het subtiele 28.43-38! 32×43 29.39×48 28×39 30.34×43 gepland, en omdat 14-19 en 18-23 verhinderd zijn, moet zwart (op den duur) een schijf offeren. Blijft over 27..13-19 28.24×13 8×19 waarop wit met 29.30-24 19×30 30.35×24 reageert. Op 30..9-13 volgt dan de 1-om-2 met 24-20, maar wel pas nadat wit een schijfje heeft bijgegeven met 31.41-37 32×41 32.36×37 27×36. Op alle andere normale zetten wint het plan 42-38, gevolgd door 41-37×37 eenvoudig. En ook op het creatieve 30..14-19 31.24×13 9-14 is dat voldoende, bijvoorbeeld 32.42-38 13×9 33.41-37 32×41 34.46×37 9-13 35.45-40 2-8 (2-7?) 36.40-35 13-18 37.34-30 8-13 38.30-24 13-19 39.24×13 18×9 40.38-32 27×38 41.43×23 9-13 42.25-20! 14×25 43.37-32 W+.

Al met al een geweldige partij, waarin ik de punten won, en Hans mijn lof.

Toegift (1)

Op de avond waarop ik in de eerste ronde tegen Koos had gespeeld, mocht ik vervolgens aantreden tegen Steven den Hollander (wit). Twee zware tegenstanders op één avond was wat te veel voor mij. Ik ging in de kortst mogelijke tijd van het bord af. Toch valt er nog wel iets aardigs over die partij te schrijven.

Zomer7

Ik miste hier de eenvoudige damzet (18-22), (28-33), (14-20), (19×50), waarna de zwarte openingsproblemen wel zijn opgelost. Gegrepen in een soort tunnelvisie speelde ik hier min of meer à tempo: (17-22), 36-31 (11-17), 41-36 (17-22??), 26×17 (22×11?) en gaf na 32-27 direct op. Na deze zwakke prestatie voelde ik mij moreel verplicht om te zeggen dat ik in plaats van terug te ruilen beter op een mooi zetje had kunnen spelen. Dat moest ik even laten zien. In plaats van (17-22) speelde ik dus: (6-11) en Steven was zo vriendelijk om in het zetje te lopen: 46-41?

(19-24), 29×20 (28-33), 39×19 (13×24), 20×29 (14-20), 15×24 (22-27), 31×13 (8×50). Zwart mag blij zijn, als hij het hierna nog remise houdt, maar toch… een verrassend zetje blijft een lust voor het oog.

Toegift (2)

Als tweede toegift nog een aardig fragment uit het kampioenschap van Burkina Fasso. Ik weet niet meer of de stand precies klopt en vraag mij niet wie de spelers waren, maar het gaat om de volgende afwikkeling:

Zomer8

De laatste zet van wit was 36-31 en misschien had dat zwart moeten waarschuwen: (14-19?), 37-32! (26×46), 28-23!! (46×35), 23×5 (35×19), 5×6.

Kroegdammen Leiden 4 september!

kroeg2
Nog iets meer dan drie weken, en dan zal het eindelijk zo ver zijn. De eerste editie van het Kroegdammen te Leiden! Tot onze grote verassing hebben wij al vele aanmeldingen mogen ontvangen. Momenteel staat de teller op 39 koppels, waarbij het deelnemersveld varieert van grootmeester tot huisdammer. Kortom, er zal op elk niveau gespeeld worden! Wij hebben goede hoop de 40 koppels wel te halen, maar hopen stiekem natuurlijk op meer. Er is natuurlijk nog voldoende plek, dus meld je snel aan met je partner kom zondag 4 september naar Leiden!
Concept
Het speeltempo is 20 minuten per persoon, per partij. Jij en je partner spelen apart een wedstrijd, waarbij de sterkere speler het tegen de sterkere speler uit het andere team zal opnemen. Er zal geen increment zijn, de organisatie doet een beroep op jullie sportiviteit. De uitslagen en tussenstanden zullen via een aparte app worden bijgehouden. Dit maakt het heel eenvoudig om na afloop de uitslag door te geven, en tussendoor te kijken hoe jullie scoren. Ook zal in deze app een overzicht zijn van de nieuwe paring en nieuwe locatie. Dus vergeet niet de mobiele telefoon mee te nemen! De koppels zitten verspreid over de deelnemende cafe’s, dus elke ronde speel je met nieuwe mensen om je heen, op een andere locatie!
Tweetallen
U kunt zich opgeven met iedereen. Dus geef u zeker op, met bijvoorbeeld de buurman, dochter of cavia. Er zullen meerdere klassementen zijn, dus iedereen doet volop mee voor de prijzen. Te denken aan ratingklassementen tot een optelde rating van 1750 en 2200 (op de dag zelf hakken wij de ranglijst in drieën), het beste jeugdteam, beste man-vrouw team, beste huisdamteam, het best geklede team en het team met de hoogste drankrekening! Al het inschrijfgeld zal beschikbaar zijn als prijzengeld!
Ps Heb je nog geen teamlid, maar wil je wel meedoen? Meld je dan ook zeker aan, dan kijken wij of een leuk teamlid kunnen regelen
Cafés
De opening en sluiting van het Kroegdamtoernooi zal zijn bij café ‘t Praethuys, gelegen aan de Vrouwenkerkkoorstraat 9, op slechts 10 minuten lopen van het centraal station. Wij verwachten jullie vanaf 10.00, waarna wij een openingswoordje kunnen doen, en het een en ander toelichten met betrekking tot het doorgeven van de uitslagen. Elke deelnemer zal een eerste consumptie krijgen van de organisatie, dit zit inbegrepen bij het inschrijfgeld. Verder doen ook de volgende horecagelegenheden mee: Schommelen, de WW, de Vergulde Kruik, Dranklokaal 1650, Scott’s Tavern en Stadsbrouwhuis! Mocht je wel graag mee willen doen, maar bijvoorbeeld slecht ter been zijn. Geen probleem, in dat geval kunnen we jullie als koppel een vaste plek geven, waardoor er niet gelopen hoeft te worden!
kroeg1
Super leuk! En nu?
Aanmelden kan bij elk lid van de organisatie (Steven den Hollander, Eelco Kuipers en Nadine de Mooij), per email of telefoon. Contactgegevens zijn te vinden op de flyer! Wij hopen jullie 4 september te kunnen verwelkomen, en er een geweldige dag van te maken.
Deelnemerslijst
1 Jan Groenendijk & Jitse Slump 3057
2 Martijn van IJzendoorn & Koos van Amerongen 2867
3 Stefan Stolwijk & Mark Deurloo 2708
4 Gerlof Kolk & Taeke Kooistra 2701
5 Martijn de Leeuw & Thijs van den Broek 2700
6 Rik Verboon & Thijs Verboon 2634
7 Friso Fennema & Laura Timmerman 2573
8 Simon Harmsma & Emre Hageman 2548
9 Michel Stempher & Tom Swelsen 2546
10 Marcel Monteba & Gerben van Steenbergen 2537
11 Foeke Tiemensma & Nick de la Fonteyne 2449
12 Jan van der Star & Marco de Leeuw 2444
13 Machiel Weistra & Robert-Jan van Steenbergen 2416
14 Marc Bremer & Eric Hogewoning 2415
15 Evert Dollekamp & Hans Kreder 2333
16 Ivo de Jong & Maarten van Leenen 2303
17 Joop Burgerhout & André van der Kwartel 2272
18 Wouter Sosef & Floris Tol 2251
19 Ron Tielrooij & Fabian Snijder 2236
20 Martijn van Gortel & Dieter van Gortel 2231
21 Jan-Pieter Drost & Frank Zwerver 2182
22 Jan van de Veen & Michiel Luijten 2168
23 Jan Ongolesono & Lucien Farzan 2078
24 Steven den Hollander & Eelco Kuipers 2000
25 Rick Hakvoort & Bas de Boer 1951
26 Peter Schipper & Frans Elzenga 1934
27 Marcel Kosters & Frank Hagebeek 1913
28 Arjen de Mooij & Marco de Mooij 1789
29 Gé Berbee & John Bruin 1755
30 Villyvian van Tiel & Peter van der Sloot 1725
31 Micha van Tol & Anton Kwestroo 1710
32 Matthijs Broek & Ronald Wisse 1709
33 Simon Rompa & Kees Osté 1657
34 Quirinius van Dorp & Robert Straver 1621
35 Alex Zwanenburg & Glenn Hardenberg 1600
36 Eric van ‘t Hof & Daan Binnendijk 1478
37 Jack van der Plas & Erik Rooijakkers 1461
38 Fred Slingerland & Gert-Michiel de Niet 1400
39 Wim Zwinkels & Coenraad Spaans 1357
40 Teun de Kluyver & Menno van Delft 1038
41 Dennis Driebergen & Justin Driebergen 900
42 Cato de Zoeten & Isa Zwinkels 900

Open Sneldamkampioenschap van Leiden!

Op donderdag 8 september organiseert het Leids Damgenootschap weer het jaarlijkse Open Sneldamkampioenschap van Leiden.

Op die avond worden meerdere korte dampartijen gespeeld. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat iedere deelnemer zo veel mogelijk speelt tegen spelers van ongeveer gelijke sterkte.

Dus ook mensen die alleen maar thuis zo af en toe een potje dammen, kunnen meedoen zonder de angst ‘toch maar alles te zullen verliezen’. Iedereen is van harte welkom.

Van tevoren aanmelden is niet nodig. U wordt wel gevraagd om uiterlijk 19.45 uur aanwezig te zijn, zodat de dampartijen om 20.00 uur kunnen beginnen. De prijsuitreiking van het zomerdamtoernooi zal na de afsluiting van het sneldamkampioenschap rond 22.30 uur plaatsvinden.

Het adres luidt: Leids Denksportcentrum, Robijnstraat 4, Leiden

Bekerfinale 2022

Namens André van der Kwartel

Op 27 juli jl. werd de finale gespeeld van de jaarlijkse bekerwedstrijd van het Leids Damgenootschap. De finalisten waren Steven den Hollander en Hans Kreder. Gezien de ratings van beide spelers had Hans voldoende aan remise om de beker in ontvangst te mogen nemen. Het mocht niet zo zijn. Hans, spelend met wit, kwam ogenschijnlijk iets lastiger uit de opening. Misschien kwam dat doordat hij niet opende met het gebruikelijke 34-29, maar zijn tegenstander verraste met 33-29. Steven liet zich er niet door afleiden. Volgens Kingsrow wordt tot aan de dertigste zet het evenwicht in de partij niet verbroken, maar dan overschat Hans zijn verdedigende mogelijkheden en gaat het snel van kwaad tot erger. Enkele zetten later staat hij feitelijk al verloren, al duurde het nog tot de 51e zet voordat Steven de buit definitief binnen had. Hieronder de notatie van de bekerfinale, inclusief de kanttekeningen die Kingsrow bij deze partij plaatst.

Hans Kreder – Steven den Hollander

LDG Bekerfinale, 27-07-2022

1.33-29 20-25 2.32-28 17-21 3.39-33 21-26 4.44-39 16-21 5.50-44 11-16 6.37-32 26×37 7.42×31 21-26 8.47-42 26×37 9.42×31 19-23 10.28×19 14×23 11.48-42

SdH: Hierbij heb ik precies een opening op het bord die ik graag tegen Hans zou willen. Hiermee geef ik wel wat tempi cadeau, maar behoud zwart een mooiere verdeling van mijn schijven. Ook dwing ik Hans hiermee om met aanvallende zetten te komen. Zo is het gespeelde 48-42 een zware keuze, gebruikelijker is het opspelen van 35, waardoor er voor wit een moeizame aanval op het bord komt, wat goede kansen geeft aan de omsingelaar (persoonlijke mening).

beker1

15-20 SdH: Een belangrijke tussenzet, vind ikzelf. Hierdoor is 12. 33-28 wat minder aantrekkelijk, aangezien ik dan doodleuk 13-19 speel. Deze bewuste opsluiting zal niet lang blijven staan, en dan hoopt zwart de vluchten te plukken van de opening. Hans gaf na de partij aan dit niet te zien zitten. 12.42-37 6-11 13.32-28 23×32 14.37×28 10-15 15.29-24 20×29 16.33×24 11-17 17.39-33 17-22 18.28×17 12×21 19.44-39 7-12 20.34-30 25×34 21.40×29 1-7

beker2

SdH: De partij heeft een wat open karakter, en is moeilijk voor beide spelers. Nog steeds heeft wit meer tempi, en heeft zwart de schijven beter gepositioneerd. Wel moet zwart goed opletten dat de stand niet opens veel dunner wordt, aangezien hij de partij moet winnen. Vanaf dit moment gaan er meer complicaties in de stelling komen. Hans gaf aan verrast te zijn door de volgende zwarte zet.

22.31-26 21-27 23.41-37 5-10 24.37-31 7-11 25.31×22 18×27 26.38-32 27×38 27.43×32 10-14 28.35-30 11-17

beker3

SdH: In bovenstaand diagram hoopte ik erop dat Hans nietvermoedend aan zou schuiven met 29. 46-41? Dan zou ik groot positioneel voordeel kunnen behalen door 14-20, en wit staat zo goed als verloren! De clou is dat 30. 30-25 dan verhinderd is door 13-19 31. 25×23 15-20 32. 24×15 04-10 33.15×13 08×46! Dit een bekend combinatieprincipe wat ik wel eens in diverse Keller varianten heb gezien.Helaas had Hans daar geen trek in.

29.30-25 12-18 30.49-43 17-22

beker4

31.43-38?

[ Volgens Kingsrow zou na: 31.32-27 22×31 32.26×37 16-21 33.37-32 18-23 34.29×18 13×22 35.43-38 8-13 de stand nog in evenwicht zijn. Nu schiet zijn waardering van -0.02 naar -0.70 ]

31…22-27 32.32×21 16×27

Misschien heeft Hans gedacht dat hij op dit moment sterk 33-28 kon spelen, maar die zet is verhinderd door (15-20), (18-23), (9-14) en (13×44)  

33.24-20 15×24 34.29×20 18-22 35.46-41 2-7 36.41-37 7-11

beker5

Het laatste moment waarop wit zich taaier had kunnen verdedigen.

37.45-40?

[ Kingsrow geeft als versterking aan: 37.33-29 13-19 38.39-33 8-12 39.45-40 3-8 40.37-32 11-16 41.32×21 16×27]

37…13-18 38.40-34 18-23 39.34-30 8-13 40.39-34 23-28 41.37-31 28×39 42.34×43 13-18

[ Kingsrow: 42…11-17 43.43-39 13-18 44.39-33 18-23 45.33-29 23×34 46.30×39 3-8 47.39-33 (-+ (-1.21);-0.84) ]

43.38-33 18-23 44.33-29

[ Kingsrow: 44.26-21 27×16 45.31-27 22×31 46.36×27 11-17 47.43-38 3-8 48.38-32 8-12 (-+ (-0.66);-1.11) ]

44…23×34 45.30×39 14-19 [ Kingsrow: 45…11-17 46.43-38 3-8 47.39-33 8-12 48.33-29 12-18 49.29-24 18-23 50.20-15 (-+ (-1.11);-0.56) ]

46.39-34

[ Kingsrow: 46.39-33 19-23 47.20-14 9×20 48.25×14 11-17 49.43-39 23-28 50.33-29 27-32 (-+ (-0.56);-1.09) ]

46…11-17 47.34-29

[ Kingsrow: 47.43-38 3-8 48.34-29 8-13 49.38-33 27-32 50.20-15 9-14 51.29-24 19×30 (-+ (-1.13);-4.60) ]

47…27-32 48.29-24

[Kingsrow: 48.20-15 9-14 49.43-39 22-28 50.25-20 14×25 51.29-23 19-24 52.31-27 32×21 (-+ (-3.80);-9.99) ]

48…19×30 49.25×34 22-28 50.34-29 9-14 51.20×9 3×14

Hans gaf op.

 

FRAGMENTEN UIT HET ZOMERTOERNOOI

Vanaf 13 juli tot en met 31 augustus wordt bij het Leids Damgenootschap een zomertoernooi georganiseerd. Op die clubavonden spelen de deelnemers één of twee partijen van ongeveer anderhalf uur. Dit toernooi is voor iedereen gratis toegankelijk. Op 31 augustus wordt de uiteindelijke ranglijst opgesteld.

Koos van Amerongen stuurde mij een aantal fragmenten uit zijn partijen. Dank daarvoor. Tegen de overige deelnemers zou ik willen zeggen: “Goed voorbeeld doet goed volgen!”

Vanaf hier laat ik Koos zelf aan het woord:

 Een fragment van mijn partij tegen voormalig winnaar Marc Bremer uit de eerste ronde.

Het was überhaupt een boeiende partij, waarin ik een enigszins speculatieve omsingelingsstrategie hanteerde, wat uiteindelijk resulteerde in een gunstig klassiekje.

beker6

In deze stand heeft Marc zojuist 40..17-21 gespeeld, waarop ik reageerde met 41.37-31. Het idee van die zet is om met 31-26 controle te pakken over de linkervleugel, óf zwart op te zadelen met twee extra tempi. Het wordt gerechtvaardigd doordat 41..21-26 verhinderd is middels een kleine combinatie: 42.48-42 26×48 43.30-25 48×30 44.35×15 W+. Er volgde het logische 41..20-24 42.31-26 en nu moet zwart kiezen. Het werd 42..12-17 en na 43.38-33 17-22? (3-9-14 geeft meer verweer) 44.28×17 21×12 heeft wit een winnend offer: 45.32-28! 23×21 46.26×8 13×2 47.34-29 en na 47..3-9 48.29×20 ging zwart in reeds tamelijk uitzichtloze positie door de vlag. Na afloop bekeken we de gevolgen van 46..3×12.

beker7

Na 47.34-29 heeft zwart dan nog een meerslagfinesse tot zijn beschikking: 47..19-23!? 48.30×17 23×34. In de analyse kwamen we tot de conclusie dat zwart na 49.48-43 18-22! 50.17×28 16-21 remise maakt. Zwart mag weliswaar niet naar 41 lopen vanwege de variant 51.28-23 21-27 52.23-19 (ook 33-29 wint niet, de witte schijven staan te los [A]) 27-32 53.19-14 32-37 54.14-10 37-41? 55.10-4! 41-46* 56.4-18! 46-32 57.18×40! 32×49 58.40-44 Z+, maar na 54.37-42 kan wit niet winnen. Hoe moet het dan wel? Door 49.48-42! Zwart komt dan na 49..18-23 50.17-12 23-29 51.33×24 34-39 weliswaar nog op dam, maar het resterende 4-om-2 eindspel lijkt verloren te gaan.[B]

Opmerkingen André:

Koos en Marc hadden tijdens hun analyses natuurlijk niet Kingsrow ter beschikking. Ik heb dat tijdens het schrijven van deze stukjes wel en dan moet ik helaas twee kanttekeningen maken:

[A]: Deze conclusie van Koos is te algemeen. Volgens Kingsrow is de stand na 33-29 wel degelijk gewonnen. KR geeft dan als hoofdvariant aan: (27-32), 29×40 (32-37), 23-18 (37-42), 18-12 (42-47), 12-7 en de schijf op 40 is niet aan te vallen.

[B]: Ook deze conclusie is volgens KR niet correct. Belangrijk verschil: KR speelt niet (23-29), maar (23-28), 33×22 (34-39) en verklaart dit tot remise. (Die je er achter het bord nog maar uit moet zien te halen. Maar dat is een ander verhaal.)

Enkele fragmenten uit de ronde van 27 juli

Het eerste fragment is uit mijn partij tegen Jack van der Plas (wit).

beker8

In deze stand heb ik zojuist 20..8-13 gespeeld. Wit kan op allerlei manieren reageren. Een logisch plan is om het zwarte Chizhov-kanon te omklemmen, via 29 of 30, met 39 of 40. Na 21.39-34? volgt evenwel verrassend 17-21! 22.26×17 18-23. Laten slaan verliest een schijf, ook na 23.27-21 of 27-22 (vanwege 24..24-30), en sluiten met 23.38-32 verliest door een bomzet: 23..24-30 24.35×24 19×39 25.28×17 39×46 Z+.

In de partij volgde 21.40-34. De vraag is dan altijd wat de actie 21..24-30 22.35×24 20×40 23.45×34 14-20 24.25×23 18×40 25.39-34 40×29 26.33×24 waard is. Mijn conclusie was dat het zwart geen kansen biedt: door de witte schijf op 49 heeft wit ruim voldoende verdediging. Ik ging (speculatief) verder met 21..4-9. Dat biedt na het gespeelde 22.34-30 goede kansen aan wit. Uiteindelijk brak Jack de stand open en wist ik hem in het late middenspel nog te verschalken. Het slot is wel aardig.

beker9

Wit heeft zojuist 44.35-30 gespeeld. Zwart heeft nu meerdere ideeën. Na 44..31-37 45.41×32 23-28 46.32×23 18×38 kan wit direct remise maken met 47.39-33. Andere ideeën zijn 23-28 en 23-29. Beiden blijken te winnen. Ik koos met nog 2 seconden op de klok voor 44..23-29. De clue is dat wit na 45.33-28 29×20 46.25×14 13-19 47.14×23 18×29 door een soort van vijfvoudige oppositie verliest: 48.28-22 4-9! (ook 29-34 blijkt te winnen, al moet dat enigszins nauwkeurig) 49.30-25 9-14 Z+. Jack had dit gezien en koos voor het beste plan: 45.25-20 29×38 46.39-33 38×29 47.24×33 maar kon verlies niet meer voorkomen.

De partij tegen Evert Dollekamp was veel te complex (en leuk) om in een paar diagrammen te vatten. Toch twee leuke momenten:

beker10

Hier gooide ik met 11.32-27 20-25 12.39-34!? de knuppel in het hoenderhok. Zoals wel vaker geldt dan: gewoon normaal blijven doen. Met centrale, goede zetten deed Evert dat.

beker11

Even later volgde op 26..5-10 de verrassende zet 27.49-43!, maar meer dan een verrassing was het niet. Evert vervolgde koeltjes met 27..10-15 (23-29?) en bleef beter staan. Het werd uiteindelijk remise.

Evert Bronstring: NK 1982

Namens André van der Kwartel

De trouwe volgers van mijn bijdragen aan deze website herinneren zich wellicht dat ik de stille tijd na de competitie 2020-2021 heb gevuld met een serie artikelen over de wederwaardigheden van Evert Bronstring in zijn veertien(!) finales van het Nederlands Kampioenschap. De serie was gekomen tot 1980 en daarmee nog niet afgerond. Er zouden nog drie jaren volgen. In de huidige competitieloze periode ga ik verder met eerstvolgende jaar van Everts deelname: 1982.

In dat jaar kende het Nationaal Kampioenschap twaalf deelnemers. Evert werd zesde met elf punten uit elf wedstrijden. Eenzelfde aantal punten als Ron Heusdens, maar met een lagere SB-score. Evert begon het toernooi tegen diezelfde Ron Heusdens. Omdat deze laatste een gewonnen stelling slordig afwerkte, mocht Evert blij zijn dat hij met remise wegkwam.

In de tweede ronde speelde Evert tegen Hans Vermin en ook in die partij had hij alle geluk van de wereld. In een gewonnen stelling koos Vermin voor een ogenschijnlijk voor de hand liggende, maar foutieve ruil.

19821

Hans Vermin – Evert Bronstring

Stand na de 41e zet van zwart.

Wit wint hier vrij gemakkelijk met de ruil 27-21×21. Hij speelde echter 27-22 (18×27), 31×22 en werd ongetwijfeld onaangenaam verrast door: (12-18!). Daar sta je met jouw mooie stand. Wit heeft niet beter dan 32-27 en na (8-12!) moest wit zelfs nog remise maken met 28-23 (17×19), 33-28 (24×31), 25×15 (31-37), 15-10. Zeven zetten later werd remise overeengekomen.

In de derde ronde was het geluk van Evert over. Na een prachtige partij tegen Jannes van der Wal (zeker de moeite waard om na te spelen!) was Evert in een nadelig eindspel terecht gekomen, dat ogenschijnlijk verloren was, maar volgens Kingsrow remise. Evert miste echter de remise die dan ook moeilijk te vinden was.

19822

Evert Bronstring – Jannes van der Wal

Stand na de 52e zet van zwart.

Partijverloop: 37-41 (12-17), 41-36 (18-4), 36-41 (26-31), 28-23 (17-22), 41-47 (31-37) en wit gaf op.

In de diagramstand geeft KR aan dat de stand na 37-42 remise is. Uit een paar snelle variantjes tegen KR blijkt dat de strategie van wit moet zijn om de witte schijf verder naar voren te krijgen en daarvoor is het nodig om de witte dam naar de zwarte damlijn te brengen. Ter illustratie: 37-42 (12-17), 42-15. Zwart heeft nu twee keuzen: met zijn dam naar veld vier gaan of met zijn schijven te spelen. Twee voorbeeldjes:

A) (18-4), 28-23 (26-31), 15-42 (31-36), 42-37 en hoe moet zwart verder?

B) (26-31), 15-4 (18-27), 28-23 remise

Het verraderlijke van dit eindspel is volgens mij, dat het onnatuurlijk aanvoelt om de lange lijn te verlaten. Meestal is dat immers juist de belangrijke verdedigingslinie, maar in dit geval dus niet.

Vanaf de vierde ronde kwam Evert weer beter in vorm. Hij speelde remise tegen Frits Luteijn, maar had die partij eigenlijk moeten winnen.

19823

Frits Luteijn – Evert Bronstring

Stand na de 27e zet van wit.

Evert speelde hier (19-24), 29×20 (14-19) en de stand bleef min of meer gelijkwaardig.

KR adviseert (12-18!) en accepteert met 40-34 een schijf achterstand. Het is leerzaam naar het alternatief te kijken. Omdat 32-27 direct een schijf verliest heeft wit niet beter dan: 32-28 (18×27), 28-23A (19×28), 33×31. Niets aan de hand zou je oppervlakkig gezien zeggen, maar: (14-19!).

Het witte blokje op 31-36-37-41 staat vastgenageld. Bijvoorbeeld: 38-32 (11-17), 39-33 (17-22). Wit komt er niet meer uit.

A) Wit kan er ook voor kiezen om nog even te wachten met het terugwinnen van zijn schijf met bijvoorbeeld 40-34. Dan volgt echter (13-18) en na het gedwongen 28-23 volgt (18-22), waarna wit weer met een onspeelbare lange vleugel zit.

Ook goede spelers lopen wel eens in eenvoudige zetjes, zoals Bauke Bies in de vijfde ronde tegen Evert bewees:

19824

Evert Bronstring – Bauke Bies

(6-11??), 15-10 (4×15), 25-20 (15×33), 39×6. Het duurde nog 32 zetten voordat de winst voor wit binnen was.

In de zesde ronde volgde een remise tegen John van der Borst waarover KR geen enkele opmerking maakt. In de zevende ronde volgde remise tegen Ben Smeenk na een partij met wisselende kansen. In de achtste ronde volgde de traditionele verliespartij tegen Rob Clerc. Evert werd vanuit de opening min of meer overspeeld. In de negende ronde won Evert na een spannende partij van Jos Stokkel. Evert heeft grote delen van die partij aantoonbaar veel slechter gestaan. Onderstaand fragment ter illustratie:

19825

Jos Stokkel – Evert Bronstring

Stand na de 33e zet van zwart.

Wit speelde hier 29-23?? waarna zwart met (25-30) de stand weer ongeveer gelijk maakte.

Mogelijk was echter: 15-10!! (14x5A), 26-21 (17×37), 43-38 (32×43), 41×3. A): als zwart slaat (4×15) volgt: 39-33 (28×48), 41-37 (32×41), 46×37 (48×30), 35×4.

Later in de partij kwam Stokkel weer gewonnen te staan, maar speelde hij de stand niet goed uit. In de eindstand is de stand min of meer gelijkwaardig, maar de notatie stopt ineens vóór de vijftigste zet. Waarschijnlijk heeft Evert dus op de klok gewonnen.

Na een probleemloze remise tegen Ruud Palmer in de tiende ronde, speelde Evert in de laatste ronde tegen Hans Jansen. Over een partij tussen die twee spelers valt altijd wel iets te melden. In dit geval een eindspelfragment waarin vrijwel iedere zet het verschil maakt tussen remise en verlies. Voer voor de liefhebbers.

19826

Hans Janssen – Evert Bronstring

Stand na de 61e zet van wit.

Een moeilijk eindspel na een moeilijke partij. Dat verklaart wellicht de volgende twee zetten:

(1-29??), 27-22??

[ Zwart en wit missen beide het eenvoudige 28-33!]

(29-1)

[Zwart kan het wit lastiger maken met (29-12) met de dreiging (12-3) en 26-31)]

28-50

[Alweer niet de sterkste. Beter was 28-39 met de dreiging 22-18]

(2-7)

[Ook hier had zwart het wit lastiger kunnen maken met (2-8!). Dreigt (8-13) en als de witte dam wegloopt met bijvoorbeeld 4-15, dan volgt (8-13) en (2-18). ]

22-17 (21×12), 50-6 (12-18), 4×36 (7-12), 36-13 (1-7), 13-2 (7-1), 6-50??

[Met zijn laatste zet geeft wit definitief de winst uit handen. Wit had moeten spelen: 2-13! (1-7), 6-44! (7-1), 44-50!), (12-17), 50×6 (1-7), 13-36 en dit eindspel is gewonnen voor wit, alhoewel dat nog wel enige kennis en techniek vraagt. De partij liep remise na:]

(12-18), 32-28 (18-22), 28×17 (16-21), 2-11 (21×12), en vier zetten later remise gegeven

Kloksimultaan Casper Remeijer

Namens André van der Kwartel

Ter gelegenheid van zijn afscheid van het Leids Damgenootschap gaf Casper Remeijer op 9 juni een kloksimultaan tegen dertien leden van LDG. Omdat halverwege de avond ook Peter van den Berg nog kwam kijken, waren er maar liefst vijftien personen aanwezig. De sfeer van een ouderwetse clubavond riep nostalgische gevoelens op. Alleen de blauwe walm van sigarettenrook ontbrak nog.

Het speeltempo bedroeg vijftig zetten in anderhalf uur en daarna vijftien minuten om de partij af te ronden. Het leidde aan veel borden tot behoorlijke tijdnoodsituaties. Ook voor de simultaangever. Zes keer winst, vijf remises en twee verliespartijen stonden aan het eind van de avond op het scorebord. Een score van 65 procent voor de simultaangever. In deze bijdrage doe ik in het kort verslag van deze boeiende wedstrijd. Ik volg de partijen in alfabetische volgorde van de tegenstanders en geef uit iedere partij een opvallend moment, voor zover aanwezig…..

Koos van Amerongen speelde, zoals mocht worden verwacht, een gelijkwaardige partij tegen Casper. Kingsrow signaleert één moment waarop Casper niet de beste zet speelt, maar Koos reageert ook niet optimaal

Cas1

Wit speelde hier 37-31!? Zwart reageerde met (8-13), maar sterker was (23-29) waarmee zwart wat meer ruimte op het bord claimt. Om die reden had wit op zijn beurt beter 39-34 kunnen spelen. De partij eindigde in een vreedzame remise.

Joop Burgerhout bracht een uiterst complexe partij op het bord, waar Casper zonder aarzelen op in ging. Misschien niet heel verstandig voor een simultaangever, maar – zoals Casper zelf aangaf – hij deed het voor de lol en niet voor een of andere recordpoging. Het werd een partij met een wederzijdse opsluiting van de korte vleugel. Uitermate moeilijk om te berekenen. Uiteindelijk trok Joop aan het kortste eind. De definitieve kentering in de partij deed zich voor op de 34e zet.

Cas2

Joop speelde hier (19-24×24?), waarna volgde: 34-29 (12-18), 35-30 (25×23), 28×30 (18-23), 30-25 en zwart gaf op.

In de diagramstand had zwart mogelijk nog remise in handen met: (13-18), 43-39 (18-23), 33-29, enz. Maar reken alle complicaties achter het bord maar eens uit.

Quirinius van Dorp hield de partij dertig zetten lang in evenwicht, maar toen kwam de volgende stand op het bord:

Cas3

(25-30??), 27-21! En opgegeven. Er zou nog gevolgd zijn: (26×17), 28-22 (17×28), 32×34.

Eric van ’t Hof haalde een stunt uit door te winnen van Casper. Hij was de enige speler die de witte schijven hanteerde. Misschien werd de simultaangever hierdoor wat in verwarring gebracht.

Cas4

Casper speelde hier (12-18??) en zal toch verrast hebben opgekeken van het antwoord 28-22!

Wit brengt met deze zet een dubbele dreiging in het spel: 27-21 (26×28), 32×1 én 35-30 (24×35), 25-20 (14×25), 27-21 (26×28), 32×5. Zwart kan niet beide dreigingen tegelijkertijd weerleggen. Hij speelde (19-23) en er volgde: 35-30, 33-29, 27-21, 32×1. Zwart worstelde nog dertien zetten verder, maar verloor kansloos.

Edwin van Hofwegen kwam met Casper remise overeen. Een zorgvuldig gekozen formulering, omdat Casper totaal gewonnen stond, maar met nog maar acht seconden op de klok nog vijf zetten moest spelen. Voor een simultaanspeler vrijwel zeker onhaalbaar.

Edwin had een groot deel van de partij onder grote druk gestaan, maar vlak voor de remise was Casper bijna al zijn voordeel kwijt geraakt

Cas5

In deze stand staat Casper na 27-22 huizenhoog gewonnen. Hij speelde echter 38-33? en gaf zwart daarmee de gelegenheid tot (12-17), waarmee de remise voor zwart ineens weer in zicht kwam. Bijvoorbeeld: 33-28 (17-22), 28×17 (21×12). In plaats van (12-17) speelde zwart (7-11??), waarmee hij weer verloren stond. Op dat moment werd remise overeengekomen.

Ook Steven den Hollander wist van Casper te winnen. Een opvallend moment in deze partij was dat, waarop Steven een slagzet miste. Het gaat om de volgende stand:

Cas6

Steven speelde hier (14-20!?), maar had hier de volgende afwikkeling kunnen nemen: (14-19), 23×14 (27-32), 38×27 (18-23), 27×16 (4-9), 29×18 (9×47), 18×9 (3×14). In de commentaren werd dit gezien als een gemiste kans, maar volgens KR is de remisemarge nog steeds niet overschreden. Lijkt ook wel plausibel: Een dam met vijf schijven tegen acht schijven die ook nog allerlei vangstellingen kunnen formeren is waarschijnlijk te veel gevraagd.

Hans Kreder speelde zoals gebruikelijk een degelijke partij, waar KR geen enkele kanttekening bij plaatst. Een gelijkwaardige remise.

Eelco Kuipers hield de partij 48 zetten in evenwicht, maar overzag in een remise-eindspel een eenvoudig combinatie.

Cas7

(45-50??), 38-33 (50×28), 31-26 (22×31), 4×33 (31-37), 33×6. De zwarte schijf op 37 kan niet doorlopen. Zwart gaf op.

Jammer, want in de diagramstand had zwart remise kunnen behalen met (17-21), 4-10 [Wat anders?] (21×32), 10×46 (8-13), 31-26 [Alweer: wat anders?] (16-21), 26×28. Nu lijkt mij dat direct (45-50) remise is, maar in de hoofdvariant speelt KR eerst nog (18-22) en daarna pas (45-50). Het nut hiervan ontgaat mij.

Zelf speelde ik een mooie consequente partij vanuit de half-open klassieke opening 31-27 (17-21), 33-28 (19-23×23). Het kantelpunt in de partij deed zich voor op de 30e en 31e zet.

Cas8

(3-9!) Zo’n zet vereist toch wel enige moed. Zwart wil 34-29 blijven verhinderen, waarmee wit voor een moeilijke keuze wordt gesteld. [Op 34-29×39 volgt (24-29) en (26-31)] Wit antwoordde met 46-41? [Beter was 48-43 (23-29×29), 43-39.] Nu had zwart eigenlijk groot voordeel moeten behalen. (12-17??) [Stom. Tijdnood. Van tevoren had ik gekeken naar (23-29×29), hetgeen inderdaad de aangewezen zet is. Nu kwam ik duidelijk slechter te staan, verloor een schijf en overzag tot overmaat van ramp ook nog eens dat ik die schijf gemakkelijk had kunnen terugwinnen. Wat is het toch een heerlijke sport.

Jack van der Plas speelde de langste partij van de avond. Dat beeld wordt wat vertekend door het feit dat hij vanaf de 41e zet verloren stond, maar de overgave nog 44(!) zetten wist te rekken. Was dat doorspelen onterecht of onsportief? Nou, nee. Op de 50e zet miste Jack een remisegaatje en op de 62e zet weer één. Die laatste laat ik hieronder zien. Vooral ook, omdat die toch wel verrassend is.

Cas9

“Straal gewonnen voor wit” zou je toch zeggen, maar Casper speelde 27-21?, waarna de stand remise is. Gelukkig voor Casper speelde zwart (33-39?), waarna de winst voor wit weer binnen handbereik is. Na 27-21 had (33-38-42), 47×38 (36-41) zwart de remise bezorgd. Het komt wat onwaarschijnlijk over, omdat wit in deze spelgang twee vrije zetten heeft om zijn schijven in veiligheid te brengen. Maar dat lukt dus nooit. Zijn schijven staan te kwetsbaar en zwart zal er altijd minstens één kunnen oppeuzelen.

Hans Tangelder speelde remise, maar Casper heeft onderweg wel de winst gemist. Een fragment uit deze partij.

Cas10

Hans speelde hier (9-13), maar signaleerde later de volgende fraaie mogelijkheid: (27-32), 31-27? (32×41), 27×7 (14-20!!), 25×3 (41-47), 3×21 (47×35!). Een fraaie afwikkeling, maar wit is natuurlijk niet verplicht om 31-27 te spelen. Na het nuchtere 43-39 heeft wit nog voldoende verdediging.

Vanuit de diagramstand werd gespeeld: (9-13), 24-20 (14-19), 29-24 (19×30), 25×34 (13-19?) [Beter is (28-32), 37×28 (26×37), enz.] 34-30?? Maar hiermee mist Casper de winnende voortzetting: 34-29! Een paar voorbeelden:

A) (19-24), 20-14 (24×33), 15-10 (4×15), 14-9 +

B) (11-16), 43-38 (28-32), 37×28 (22×24), 31×11 (16×7), 202×9 +1

C) (28-32), 37×28 (22×24), 20×29 (26×37), 42×22 (17×28), 29-23 +1

Hein van Winkel speelde een degelijke partij die het verdiend had in remise te eindigen, maar in een ogenschijnlijk lastig eindspel overzag hij een eenvoudige remise.

Cas11

Hein speelde (20-24??) en verloor. De eenvoudige remise is het dappere (49-40!). Met de vierdelijnsregel in gedachten is duidelijk dat de damvangst met 31-27 remise is. Als wit wegloopt met 23-19 speelt zwart (40-35).

Wim Zwinkels speelde een degelijke remise, waar KingsRow geen enkele kanttekening bij plaatst