Tweede plaats in het Amsterdams Paastoernooi en opnieuw mijn studententitel geprolongeerd

Het is al een maand geleden dat ik in het Paastoernooi te Amsterdam heb gespeeld, maar een paar mooie fragmenten wil ik jullie niet onthouden. Hans Tangelder heeft al de prachtige combinatie van Hans Jansen tegen Edwin de Jager in de eerste ronde op donderdag 13 april laten zien, maar dat was niet de enige combinatie van die ronde. Ik wist Bé Eggens te verschalken met een ‘gouwe ouwe’: het zetje van De Heer. In onderstaand diagram heb ik als laatste zet 31. 37-31 gespeeld en daarmee lok ik 21-26? uit. Bé wilde 31-26 niet toestaan, waarmee ik zijn bewegingsvrijheid op de korte vleugel zou inperken, en Bé speelde inderdaad 31. … 21-26?

Casper Remeijer – Bé Eggens 2-0

Hier haalde ik het verrassende, naar Aris de Heer vernoemde zetje uit met 32. 49-43 26×37 33. 48-42 37×48 34. 28-22 17×28 35. 33×22 24×42 36. 22-18 13×22 37. 43-38 42×33 38. 39×6 48×30 39. 35×4 en vijf zetten later gaf Bé op.

Ook Micha van Tol won in de eerste ronde op een aardige manier door goed gebruik te maken van de dam van zijn tegenstander Frank Pasman. Frank heeft in onderstaande stand als laatste zet 36. … 20-25 gespeeld. Micha speelt hier het sterke 37. 30-24. Als zwart deze voorpost aan gaat vallen, breekt wit op de andere vleugel door en gaat dankzij de belangrijke sluitpost op 50 makkelijk winnen en als zwart op zijn korte vleugel gaat spelen gaat wit dankzij de ijzersterke schijf op 24 ook winnen. In de partij ging het als volgt: 37. … 9-14 38. 32-27 8-12(?) 39. 47-41! 36×47 40. 24-19 47×44 41. 19×17 44×11 42. 16×7 en zwart gaf op. In plaats van 38. … 8-12 kan zwart 14-19 spelen, maar dan loopt wit met 27 naar 17 en daarna gaat schijf 16 lopen, waar zwart geef afdoende verweer tegen heeft. Ook 38. … 23-28 helpt niet, omdat op 24 lopen niet mogelijk blijft: 23-28 27-21 8-12 39-34 13-18 48-42 6-11 16×7 12×1 21-17 en zwart kan geen kant meer op.

Micha van Tol – Frank Pasman 2-0

Leopold Sekongo, Hans Jansen en ik hebben om de titel gestreden, een strijd die Leopold uiteindelijk gewonnen heeft door in de laatste ronde als enige van dit drietal koplopers te winnen en daarmee op 11 uit 7 te komen. Leopold was dit toernooi buitengewoon productief (vijf overwinningen), maar ook Hans (vier overwinningen) was productiever dan ik was (drie overwinningen). Daar staat tegenover dat ik als enige van ons drieën niet verloren heb. Opgemerkt dient te worden dat Leopold wel het lichtste programma heeft gehad met o.a. drie 1100-spelers. In de tweede ronde op vrijdagmiddag won Leopold van Rob van Westerloo die een zelfmoordcombinatie nam, terwijl Hans en ik remiseerden met Andrew Tjon A Ong respectievelijk Micha van Tol. Ik bereikte na een goede klassieke partij een kansrijk eindspel, maar wist in het ingewikkelde eindspel geen concrete winstkansen te creëren.

In het Paastoernooi in Amsterdam zijn altijd twee prijzen voor de grootste opwaartse overwinningen op spelers met een hogere rating. Guido van den Berg won een van deze prijzen door Bas Messemaker in de tweede ronde met de volgende combinatie te verrassen:

Guido van den Berg – Bas Messemaker 2-0

Bas had hier met 28. … 11-17 even niet op zetjes gelet en Guido strafte dat af met 29. 28-23 18×29 30. 32-27 en Bas liet zich 30. … 21×34 31. 44-40 29×38 32. 40×7 niet meer bewijzen.

Op vrijdag waren er twee rondes en in ronde drie op vrijdagavond wist ik absoluut niks te bereiken tegen het droge ambitieloze spel van Edwin de Jager. Hans Jansen speelt in een 9-om-9-positie met acht tempi voorsprong op sublieme wijze tegenstander Micha van Tol helemaal zoek en Leopold Sekongo wint met simpel drukspel tegen de op een vreemde manier schutterende Guido van den Berg. Na drie rondes staat Leopold met de volle zes punten op kop met daarachter met vijf punten Hans en ik voer een peloton achtervolgers met vier punten aan.

In ronde vier op zaterdagmiddag volgt het eerste toptreffen tussen Leopold en Hans. Hans lijkt de buit na vijftig zetten binnen te hebben, want Leopold moet offeren en na enige verwikkelingen waarbij een dam op het bord komt en weer gevangen wordt, bereikt Leopold een stand van twee schijven tegen drie schijven. Hans kan ook nog eerder dam halen, maar verzuimt de toch niet heel moeilijke winst te vinden en geeft Leopold dus een tweede kans om een punt te pakken. Echter ook bij Leopold speelt de tijdsdruk een rol en in onderstaande stand gaat hij alsnog de fout in:

Leopold Sekongo – Hans Jansen 0-2

Met aan het einde van de wedstrijd nog zeventien minuten op de klok is het eigenlijk onbegrijpelijk dat Leopold hier 68. 44-39? speelt. Blijkbaar moegestreden ziet hij het offer met een standaardeindspel over het hoofd: na 68. … 12-18 69. 13×22 14-37 gaf wit op, want in alle varianten kan de zwarte dam de witte schijven van achteren aanvallen en stoppen, bijvoorbeeld 22-18 37-48 39-33 48-42 33-28 42-37 28-22 37-31 22-17 31×13 17-11 13-18 11-6 18-1. Na 68. 44-40 kan zwart wel op dam komen en daarmee de remisehaven bereiken.

Zelf speelde ik een theoretische opening tegen Rob Geurtsen en hij besloot mij een bepaalde variant te laten bewijzen en dat deed ik met alle plezier. In onderstaande stand is 19. 30-25 de meest gespeelde zet, waarna 18-23 34-30 23×32 33-29 24×33 39×37 volgt met een spannende flankaanval.

Rob Geurtsen – Casper Remeijer 0-2

Rob besloot hier om 19. 45-40 18-23 20. 42-37 23×32 21. 37×28 te spelen. Ik heb geen keuze en speel 21. … 12-18. Hier moet wit afhaken en 38-32 27×29 34×21 16×27 28×17 11×22 spelen met een licht nadelige stand, maar Rob besloot mij te laten bewijzen wat de zwarte stand na 22. 48-42 waard is. Het zwarte spel luistert nauw en ik moet hier wel op een combinatie aansturen, maar die is gewoon heel goed voor mij. Na 22. … 16-21 23. 30-25 18-23 24. 42-37 23×32 25. 37×28 is de volgende stand bereikt:

Rob Geurtsen – Casper Remeijer 0-2

Als ik de volgende combinatie niet neem, sta ik heel slecht, maar het is een bekend combinatie-idee in de Roozenburgaanval dus ik zag de combinatie ruim van tevoren aankomen: 25. … 14-20 26. 25×5 4-10 27. 5×23 24-29 28. 33×24 22×42 29. 31×22 17×30 30. 26×17 11×22 31. 35×24 42-48. Deze combinatie is bekender zonder schijf op 39, want dan gaat zwart direct naar dam. Ik wist echter relatief eenvoudig te winnen.

Na vier ronden stond Hans Jansen dankzij zijn overwinning op Leopold Sekongo ongedeeld eerste met 7 uit 4, gevolgd door Leopold en mij met 6 uit 4. In de vijfde ronde boekte ik de mooiste overwinning van mijn damcarrière door grootmeester Hans Jansen met sterk aanvalsspel van het bord te spelen! Doordat Leopold ook won, wisselden wij Hans af als koploper. In onderstaande stand heeft Hans als laatste zet 37. … 2-8 gespeeld. Ik speelde redelijk snel 38. 30-24 19×30 39. 35×24 en zette zo een weldadige aanval met drie voorposten op. We blijken allebei het simpele 38. 22-17 12×21 23-18 13×22 28×17 21×12 29-24 20×29 33×2 w+ gemist te hebben.

Casper Remeijer – Hans Jansen 2-0

Hans bracht combinaties in de stand met 39. … 5-10, maar ik trapte er niet in en speelde 40. 41-36. Op 41-37 of 38-32 was 12-17 22×11 1-7 11×2 8-12 2×19 12-18 gevolgd met remise respectievelijk zelfs winst voor zwart. Over deze stand na 40. 41-36 merkte Hans op “Mijn stand was net niet passief genoeg.” Als Hans nu had mogen passen, had hij na elke zet van mij een combinatie gehad!

In ronde zes, wederom de tweede ronde op een dag, mocht ik aantreden tegen Leopold. Een kansrijke klassieke positie met een sterke Ghestemdoorstoot was net niet genoeg voor mij om te winnen, omdat Leopold sterk verdedigde. Hans Jansen won op typisch onnavolgbare wijze van Mari van Ballegooijen en zodoende gingen we gedrieën met 9 uit 6 de slotronde in.

Er waren ook drie spelers met 8 uit 6 en in de slotronde werden de koplopers elk aan een speler met acht punten gekoppeld. Hans Jansen leek een goede stand in het middenspel te hebben tegen Krijn ter Braake, maar die speelde verder goed en behaalde uiteindelijk zonder problemen een gelijkspel. Mijn tegenstander Guido van den Berg leek halverwege de partij een heel goede klassieke positie te hebben, maar ik wist een oplossing te vinden waarbij Guido moeite moest doen om remise te maken. Hij liet zich echter niet van de wijs brengen en dus werd ook deze partij remise. Leopold Sekongo wist als enige wel te winnen, van Andrew Tjon A Ong, omdat Andrew niet voor de eerste keer dit toernooi in het late middenspel onhandig aan het doen was en zelf voor een onevenwichtige schijvenverdeling zorgde, waar Leopold gretig gebruik van maakte. Uiteindelijk legde Leopold dankzij deze overwinning beslag op de eerste plek met 11 uit 7 en moesten Hans en ik met 10 uit 7 genoegen nemen met plekken twee en drie. We hadden evenveel weerstandspunten, maar met drie SB-punten meer ben ik op de tweede plek geëindigd. Deze tweede plek was uiteraard ruim voldoende om eerste te worden in het studentenklassement.

Onze Steven den Hollander deed ook mee in het Paastoernooi, maar qua damprestaties was het geen heel succesvol weekend voor Steven. Vier rondes lang fungeerde hij als rondeteller, wel met drie knappe remises tegen 1300-spelers, maar door twee nederlagen in de tweede helft van het toernooi (en één overwinning) eindigde Steven op plek 21 met 6 uit 7.

Dubbele Partie Bonnard beslist halve finale bekercompetitie

In beide halvefinalewedstrijden van de bekercompetitie op 11 mei werd op het scherpst van de snede gespeeld doordat Evert Bronstring en Steven den Hollander zich op lieten sluiten in een Partie Bonnard. Dit leverde twee zeer spannende partijen op, maar niet het door Evert en Steven gewenste resultaat.

Evert verkreeg tegen Jan van der Star in de opening een gezonde flankaanval, maar wilde de spanning zo ver mogelijk opvoeren en sloot de stand nadat Jan op zijn voorpost liep. Dit had echter niet het gewenste effect doordat Jan hier een sterke centrumaanval tegenover stelde. Jan besloot een paar zetten later de stand open te breken met behoud van zijn centrumaanval en bouwde een alleszins gezonde stand op. De centrumaanval van Jan was duidelijk sterker dan de flankaanval van Evert met twee nutteloze schijven achter de flankaanval en in de partij wist Jan makkelijk te winnen, maar in onderstaande stand mist Evert verrassend de remise:

Jan van der Star (1163) – Evert Bronstring (1298) 2-0

Jan heeft als laatste zet 45. 38-32 gespeeld en zwart kan nu niet meer verhinderen dat wit met 32-27 de zwarte korte vleugel vastzet. 22-28 mag immers niet vanwege 32-27 28×19 27-21 16×27 31×24 met schijf- en partijwinst. Evert speelde nu 45. … 20-25? en zag dat Jan na 46. 32-27 simpel schijf 18 eruit kan werken met 30-24 en 34-30 en gaf op. Evert had echter met 45. … 4-9 nog remise in handen! Op 32-27 volgt in dit geval 9-13 30-24 22-28 23×32 17-22! (zie onderstaand analysediagram) en wit heeft na deze elegante stille zet ondanks een schijf meer geen enkele winstkans.

Jan van der Star (1163) – Evert Bronstring (1298) 2-0 (analysediagram)

Op 34-30 volgt 22-28 32×23 20-25 met remise en op 26-21 komt 18-23, waarna beide spelers twee dammen halen en het dus ook remise is.

Ook als wit 4-9 in het eerste diagram op een andere manier beantwoordt, kan hij niet winnen. Ik geef een variant ter illustratie: 4-9 31-27 22×31 36×27 20-25 30-24 (32-28 is direct remise door 17-21 26×8 15-20 23×12 9-13 8×19 20-24 29×20 25×21) 17-22 23-19 22×31 26×37 18-22 32-28 22×33 29×38 12-17 34-29 17-22 29-23 9-14 19×10 15×4 en de witte aanval is tot staan gebracht.

Door zijn overwinning heeft Jan zich voor de bekerfinale geplaatst. De andere finalist is André van der Kwartel (1075) die Steven den Hollander (1275) op remise wist te houden en dankzij het ratingverschil van meer dan 100 punten daarmee door is naar de finale.

Ook Steven zette zijn partij zo ambitieus mogelijk op en zette een flankaanval voortvarend om in een Partie Bonnard. Dit leverde André ruim dertig zetten lang een analytisch duidelijk betere stand op, maar André wist uit de vele aantrekkelijk ogende mogelijkheden niet de juiste weg naar groter voordeel te destilleren. Voor de beker is echter louter van belang dat André ook geen fouten maakte en dus een verdiende remise en finaleplaats binnenhaalde.

Steven den Hollander (1275) – André van der Kwartel (1075) 1-1

In bovenstaand diagram een voorbeeld van een van de vele keren dat André door had kunnen stoten naar 28. Na 25. … 23-28 komt bijvoorbeeld 29-23 20×29 23×32 29-33 38×29 19-24 30×10 9-14 10×19 13×35 en zwart heeft een veel betere korte vleugel dan wit en daarmee een perspectiefrijke positie.

Een andere interessante mogelijkheid deed zich voor in de volgende stand na 30. 32-27 van Steven:

Steven den Hollander (1275) – André van der Kwartel (1075) 1-1

André speelde hier 30. … 1-7 om na 31. 46-41 23-28 te spelen, maar hij had ook al een zet eerder 30. … 23-28 kunnen spelen. 29-23 is nu zeer slecht vanwege 20×29 23×32 29-33! 39×28 22×33 en wit geeft nog het beste tijdelijk een schijf met 30-24 19×39 43×34, maar zwart geeft die onmiddellijk terug met 25-30 en houdt een ijzersterke schijf op 33 over.

Wit doet er beter aan om 30. … 23-28 met 46-41 te beantwoorden en zwart kan nu een extra schijf van de lange vleugel in het spel brengen en van de witte lange vleugel blijft gaandeweg niks meer over. Men zie: 19-23 41-36 14-19 27-21 1-7 21-16 10-14 48-42 7-11 16×7 12×1 31-27 22×31 36×27 17-22 49-44 22×31 26×37 28-32 37×28 23×32 en wit gaat een sombere toekomst tegemoet.

Onze veteranen

(verslag van André van der Kwartel)

Van 18 tot 22 april werd in Wageningen het jaarlijkse open kampioenschap van Nederland voor veteranen (spelers ouder dan 50 jaar) verspeeld. Vier leden van het Leids Damgenootschap deden aan dit toernooi mee. Het bleek een matig optreden. De hoogste score werd genoteerd door Hans Kreder die met 8 uit 8 eindigde als 51e van de 88 deelnemers. Arend van Beelen werd 63e met 7 punten uit 8, Dick den Ouden werd 77e met 5 punten en Hein van Winkel eindigde als 79e eveneens met 5 punten uit 8 wedstrijden. Wel won Hein van Winkel met een scherpe lokzet tegen Dick den Ouden een gedeeld tweede combinatieprijs. Zie het voorlaatste fragment hieronder.

Een paar fragmenten:

Arie Janssen van Doorn – Hein van Winkel

W1

Wit speelde 37-31 en miste daarmee: 38-32 (29×16), 34-30 (25×34), 40×9. Zwart had nu met (12-18) voor remise kunnen gaan [Bijvoorbeeld 21-16 (22-28), 33×22 (18×36), 16-11 (13-18), enz.] maar hij speelde het meer voor de hand liggende (13-18?). De partij ging nu verder met 21-16 (12-17), 42-37 (25-30), 34×14 (19×10), 37-32 (10-15), 40-34 (29×40), 45×34 (15-20). Wit zag nu dat 34-30 verhinderd is en offerde daarom eerst met 16-11 (17×6) een schijf, maar na 34-30 (23-29), 30×19 (29-34) was de stand niet meer te winnen. In plaats van 16-11 had wit met 31-26 (20-25), 32-27 een gezonde schijf voorsprong gehouden en een meer kansrijk eindspel verkregen.

Harry Otten – Hein van Winkel

W2

Wit staat aanzienlijk beter en speelde hier 44-40. Maar hij had een snellere winst kunnen forceren met 23-18 (12×23), 28×8 (3×12), 22-17. Nu is (12-18) verhinderd door 37-31 dus zwart heeft niet veel anders dan: (26-31), 37×26 (12-18), 17-12 (18×7), 26×17 met snelle winst.

Arend van Beelen – Andrew Tjon A Ong

W3

Bijna had Arend een sensationele remise gespeeld. Bijna, want hij verloor op een bizarre manier. In de diagramstand speelde Arend 12-7, waar 12-8 veiliger zou zijn geweest. Spelverloop: 12-7 (24-29), Nu kan wit geen dam halen en ook na 45-40 is de stand geforceerd uit na (49-16), dus 35-30 (25×34), 7-2 (19-23), 2-35????

Herman van Westerloo – Dick den Ouden

W4

Ook Dick had misschien voor een verrassing kunnen zorgen, hoewel dat een stuk minder duidelijk was dan in het voorgaande fragment. Hij speelde hier het voor de hand liggende (8-12?) en verloor snel na 28-22 (27×18), 23-19 (12-17), 19×8 (9-13), 8×19 (17-22), 29-23 enz. In de diagramstand had hij kunnen spelen: (9-14). Wit moet nu wel actie nemen: 28-22 (27×18), 23×3 (13-19), 24×13 (20-25), 3×20 (15×33). Er volgt nog een lastig eindspel voor wit.

Hein van Winkel – Martin Kruijswijk

W5

Grove blunders kwamen ook voor. Hein staat hier beter, maar speelde 48-42?? en verloor snel na (17-22), 28×17 (29-33), 38×29 (23×45).

In de diagramstand had wit na 40-34 (29×40), 35×44 nog het beste van het spel gehouden, hoewel de stand nog zeker niet gewonnen is. Bijvoorbeeld: (15-20), 44-40 (20-24), 40-35 (24-29), 48-42 (17-22), 28×17 (14-20), 25×14 (19×10), enz.

Dick den Ouden – Hein van Winkel

W6

Hein plaatste een fraaie lokzet tegen Dick: (12-18). Als wit nu speelt 32-28?? volgt: (21-26), 28×17 (27-32), 38×27 (18-23), 29×9 (20×49), 9×20 (49×12), 20-14 (12-23), 14-9 (23-14), 9×20 (15×24) met dubbele oppositie. Dick gaf eerlijk toe dat laatste niet gezien te hebben, maar speelde desondanks toch maar 43-39. Deze scherpe lokzet leverde een gedeeld tweede prijs op in het combinatieklassement.

Johan de Jong – Arend van Beelen

W7

Arend miste in deze slechte stand een verrassende remise-afwikkeling: (17-21), 26×8 (24-29), 34×12 (9-13), 8×19 (20-24), 19×30 (25×41).

Meer Paaspuzzels

Als vervolg op de Paaspuzzels van 17 april volgen hieronder nog twee paaspuzzels ter oplossing. Veel puzzelplezier. De oplossingen van deze puzzels en van die van 17 april verschijnen op de website over enkele weken.

Allereerst een fraaie winst van Hans Jansen tegen Edwin de Jager uit het Amsterdams Paastoernooi 2017, dat gewonnen werd door Leopold Sekongo met 11 punten uit 7 partijen. Casper Remeijer en Hans Jansen eindigden beiden op 10 punten, maar dankzij enkele SB-puntjes verschil mag Casper zich de nummer twee noemen. Tevens pakte Casper op overtuigende wijze zijn derde studententitel.

 
D0_304

Diagram 1 wit speelt en wint.

 

Een probleem uit de problemist van April 2017 toegeschreven aan Pierre Ghestem door Turbodambase, maar dezelfde stand staat in die database ook op naam van Groninger H.G. van den Berg Jr.

D1_304

Diagram 2 wit speelt en wint.

Paaspuzzels en Paasdammen

Ter oplossing volgen hieronder een aantal problemen van de Russische problemist Anatoli Kowrizjkin. Veel puzzelplezier. De oplossingen verschijnen op de website over enkele weken.

Kor2

Diagram 1: Wit speelt en wint.

 

Kor1

Diagram 2: Wit speelt en wint.

 

 

Kor4

Diagram 3: Wit speelt en wint.

 

Kor6

Diagram 4: Wit wint. Of is het eindspel na de afwikkeling van 5 zwarte schijven tegen 1 witte dam en 2 witte schijven toch nog remise?

 

Kor6

Diagram 5: Wit forceert winst.

 

Kor3

Diagram 6: Wit speelt en wint.

Afgelopen donderdag werd het traditionele Paassneldamtoernooi verspeeld. Na 7 ronden Zwitsers deelden André van der Kwartel en Evert Bronstring de eerste plaats met 10 punten.

Gedeeld derde werden Edwin van Hofwegen en Hans Kreder met 9 punten. Evert Dollekamp werd vijfde met 8 punten.

De dummy speelde in dit toernooi alle partijen remise en werd daardoor gedeeld zesde samen met Maurits Meijer en Hans Tangelder.

Ten slotte behaalde Hans Kolfoort 6 punten, Dick den Ouden 5 punten, Harry Dekker 4 punten en Peter van den Berg 2 punten.

Paasdamtoernooi

Op donderdag 13 april organiseert het Leids Damgenootschap weer haar traditionele Paasdamtoernooi.

Paasdammen

Op die avond worden meerdere korte dampartijen gespeeld. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat iedere deelnemer zo veel mogelijk speelt tegen spelers van ongeveer gelijke sterkte. Dus ook mensen die alleen maar thuis zo af en toe een potje dammen, kunnen gerust meedoen. Graag zelfs!

De deelname is gratis. Van tevoren aanmelden is niet nodig.

U wordt gevraagd om uiterlijk 19.45 uur aanwezig te zijn, zodat de dampartijen om 20.00 uur kunnen beginnen. Rond 22:30 wordt de eindstand opgemaakt. De wedstrijden worden gehouden in ons clublokaal in het Leids Denksportcentrum, Robijnstraat 4, Leiden.

Bekercompetitie komt op gang met een avond vol beslissingen

Bijna de hele kwartfinale van de beker van LDG is op één avond beslist. Er waren al eerder twee wedstrijden in de kwartfinale gespeeld, maar in beide gevallen was een tweede wedstrijd noodzakelijk na de remise in de eerste wedstrijd. Op 23 maart 2017 zijn er twee overwinningen in bekerwedstrijden geboekt en plaatste Evert Bronstring (1298) zich voor de halve finale na de tweede remise tegen Casper Remeijer (1347).

André van der Kwartel (1075) had een week eerder nog remise gespeeld tegen Dick den Ouden (980), maar haalde in de herkansing tegen Dick in straalverloren positie een grote klapper over maar liefst acht schijven uit! Het ratingverschil is iets minder dan honderd punten dus kreeg André een herkansing na de eerste remise, maar de tweede wedstrijd moest hij winnen en dus nam André onverantwoorde risico’s. Hij accepteerde al vroeg een kortevleugelopsluiting (KVO), wat een combinatierijk spelbeeld opleverde, maar André had twee overbodige schijven achter de KVO staan en zijn lange vleugel werd gedurende de partij steeds dunner en zijn stand steeds slechter.


André van der Kwartel (1075) – Dick den Ouden (980) 2-0

André koos ervoor de KVO te handhaven en kwam al snel slecht te staan: na dertig zetten waardeert de computer de stand ondanks een gelijk schijvenaantal alsof Dick twee schijven voor staat. In de bovenstaande stand na 32. 42-37 kan Dick bijvoorbeeld 10-15 spelen en makkelijk winnen, maar tijdens het nadenken van Dick was André aan het fantaseren over zijn mogelijkheden als Dick 32. … 4-9 zou spelen en die zet kwam tot zijn verrassing ook! Nu was André er als de kippen bij om de mooie achtklapper uit te halen met 33. 33-29 24×33 34. 30-24 19×39 35. 40-34 39×30 36. 35×13.

André gaf zelf aan dat hij zelfs een tweede winnende achtklapper had kunnen nemen: 33. 34-29 25×23 35-30 24×35 44-39 35×44 27-21 17×26 45-40(!) (direct 37-31 levert een moeilijk eindspel op dat volgens de eindspeldatabase gewonnen is voor wit, maar even de zwarte op 44 teruggooien is wel zo makkelijk) 44×35 37-31 26×28 33×11 en wit wint simpel omdat hij veel eerder op dam is.


Steven den Hollander (1275) – Hans Kolfoort (1134) 2-0

De andere winstpartij komt op naam van Steven den Hollander (1275) die Hans Kolfoort (1134) in een reeds zeer goede aanvalsstand verschalkte met een damcombinatie. De uitschakeling van Hans is extra zuur, omdat hij eerder in de partij schijfwinst miste door twee zetten om te draaien. Met een schijf meer had Hans sowieso niet verloren en remise was genoeg geweest om Steven direct uit de beker te kegelen. In bovenstaande stand had Hans een schijf kunnen winnen met 25. … 14-19! Steven kan maar het beste direct schijfverlies accepteren met 40-34, want op opvangen met 40-35 19×30 35×24 volgt 13-18! met de onpareerbare dreiging 18-23. Op 28-23 volgt 25-30 24×35 20-24 29×20 18×27 en ook andere zetten helpen wit niet meer. Hans begon echter met 25. … 13-18 en nu zit er door de schijf op 14 niks in voor zwart.

Zo’n tien zetten later kwam de onderstaande stand op het bord. Steven is naar 21 gegaan om de bewegingsvrijheid van de zwarte korte vleugel in te perken en en passent dreigt hij nog met een damcombinatie ook. Hans speelde 36. … 3-8? en Steven haalde uit met 37. 28-22 18×16 38. 37-31 26×37 39. 38-32 37×28 40. 33×2 en tien zetten later staakte Hans de strijd.

De derde beslissing in de bekercompetitie was de tweede remise tussen Evert Bronstring (1298) en Casper Remeijer (1347), waardoor Evert dankzij zijn lagere rating door is naar de halve finale. Casper moest winnen, maar zijn partijopzet mislukte faliekant en na dertig zetten moest hij afhaken en gaan verdedigen om niet helemaal weggespeeld te worden en te verliezen. Ondanks het goede spel van Evert en een duidelijke voorsprong voor Evert op het bord en op de klok verdedigde Casper ruim 25 zetten goed. Evert had een prachtige verdediger op zijn korte vleugel in schijf 50 en het was in een vijf-om-vijf-stand duidelijk dat Evert eerder ging zijn met doorbreken dan Casper. Casper miste op de 57e en 58e zet remisevoortzettingen en belandde in een zeer moeilijk eindspel met allebei een dam, maar twee schijven meer voor Evert. Waarschijnlijk had Evert kunnen winnen, maar Evert had aan remise genoeg om door te gaan naar de halve finale en het werd al laat en hij had geen zin om dit ingewikkelde eindspel uit te gaan spelen. Dus bood Evert remise aan en kwam Casper daar goed mee weg (de partij telt ook mee voor de onderlinge competitie en daarvoor maakt het verschil tussen verliezen of remise wel uit).

Klik hier voor de stand in de kwartfinales van de beker.

Naast de drie bekerwedstrijden waren er ook twee wedstrijden voor de onderlinge competitie. Edwin van Hofwegen en Peter van den Berg hielden elkaar de hele partij in evenwicht met een remise als logisch resultaat en Evert Dollekamp maakte van een ruil van Hein van Winkel schijfwinst door pardoes met de verkeerde schijf te slaan! Na deze blunder hield Evert het direct voor gezien en feliciteerde zijn tegenstander.

Casper Remeijer ruim op kop in interne competitie LDG

Na 27 speelrondes in de interne competitie van LDG gaat Casper Remeijer met een ruime voorsprong van 85 Keizerpunten op Evert Bronstring en 138 Keizerpunten op Edwin van Hofwegen aan de leiding. Klik hier voor de volledige tussenstand per 16 maart.

Hieronder volgt een fragment uit de interne competitie met een analyse van Casper.

Casper Remeijer – Edwin van Hofwegen, 2 februari 2017.

CasperEdwin

Stand na 19. 38-33.

Hier stuurde Edwin met 19. … 20-24 aan op een foutieve combinatieve afwikkeling. Na 34-29, 19-23, 30×10, 23×34, 39×30, 28×50 verwachtte Edwin 10-5 met een onduidelijke stand met allebei een dam. Hij werd echter verrast door 30-24, 4×15, 43-39, 50×20, 25×3. Zwart ging verder met 22-28. Wit ging na 22-28 echter in de fout met 41-36? Direct 17-21 kan nu natuurlijk niet, maar Casper had even niet gezien dat Edwin eerst 15-20 kan spelen. 3-14 of 3-25 wint makkelijk. Gelukkig voor Casper, wist Edwin na 15-20, 3×25, en 17-21, 26×17, 12×41, met drie stukken meer, geen adequaat antwoord te vinden op de combinatieve dreigingen en de dreigende tocht van schijf 35 naar een tweede dam. De computer waardeert de stand na het gespeelde 42-37, 41×32, 35-30 op beter voor wit, maar wat een score van +0.5 (19 ply) waard is in een macro-eindspel is de vraag.

In de bekercompetitie is een begin gemaakt met de kwartfinales, hieronder volgt een fragment van de bekerwedstrijd

Dick den Ouden (980) – André van der Kwartel (1075), 16 februari 2017

DickAndree

Stand na 39. 31-27?

Hier miste André een verrassende schijfwinst. Na 31-27? speelde hij (20-24), maar de computer geeft aan: (13-19!). Er dreigt nu (23-29×46). Dat kan niet worden weerlegd door 38-33 of 39-33 wegens (23-29) 33×22 (17×46). Ook 41-37 is verhinderd door (17-21), (7-12) en (11×35). Blijft over 34-30, maar dan volgt (20-25!) en wit gaat een schijf verliezen.

Omdat het ratingverschil tussen beide spelers minder dan 100 is, volgt een tweede partij waarin Dick den Ouden aan remise genoeg heeft om de halve finale te bereiken. Ook de eerste bekerwedstrijd tussen Casper Remeijer (1347) en Evert Bronstring (1298) eindigde in remise, en dus heeft Evert aan remise genoeg in de tweede partij om de halve finale te halen. De andere kwartfinalewedstrijden Steven den Hollander (1275) – Hans Kolfoort (1134) en Hans Kreder (1106) – Jan van der Star (1163) moeten ook nog gespeeld worden.

Zaanstreek 2 – LDG, Deel 2

Deze bijdrage van André van der Kwartel is een aanvulling op zijn verslag van de wedstrijd van Zaanstreek 2 tegen LDG, zie het bericht “Monsterzege voor LDG”, van 21/02/2017.

Ten tijde van het uitbrengen van het verslag van de wedstrijd van het Leids Damgenootschap tegen Zaanstreek 2 waren nog niet alle partijnotaties beschikbaar. Inmiddels zijn deze wel beschikbaar en blijken er aan vier partijen nog leerzame fragmenten te ontlenen:

Martin Berends – Hans Tangelder

ZD1

Wij herkennen zonder moeite een partijstand zoals Hans die regelmatig op het bord weet te krijgen. Wit kan hier de stand nog gelijk houden met 34-29 (23×34), 44-40, maar wit speelde direct 44-40 en daarop volgde: (23-29!) Had wit deze gemist? 34×23 (24-29), 33×13 (22×44), 31×22 (8×37), 42×31 (17×28), 26×17 (11×22), 48-42 (28-33), 38×29 (44-50) en zwart won.

Hans Kolfoort – Jan Hania

ZD2

Hans had een wel heel gemakkelijke middag. Na (14-20??), 25×14 (9×20) volgde 33-28 en zwart gaf op. Na (13-19) zou zijn gevolgd 28-22 en 38-33.

Boudewijn van der Veen – Hans Kreder

ZD3

Hans kwam op het onzalige idee om (13-19) te spelen en had geluk dat zijn tegenstander niet op het idee kwam om deze zet te beantwoorden met 33-29! (23-28) is nu verhinderd door 37-32×31, 48-42 en 35×4. Ook (17-21) is niet voldoende: 29×27 (21×41), 36-31 (26×37), 47×36 en nu faalt het gewenste (16-21), 42×31 (21-26) op 48-42 (26×30), 35×4, zodat wit een schijf voor blijft.

Boudewijn van der Veen – Hans Kreder

ZD4

Uit dezelfde partij. Op dit moment offerde tot mijn verbazing de witspeler met 30-24 een schijf, maar achteraf is het wel begrijpelijk voor een speler in tijdnood. Op 30-25 volgt (32-37) en op 42-38 volgt (20-25) en zie in tijdnood maar eens dat dat op remise uitloopt. Partijverloop: 30-24 (19×30), 29-23 (30-35), 33-29 (35-40), 23-19 (40-44), 29-23? Maar dit is pas de definitieve fout. Met 19-13 stelt wit de remise veilig, omdat op (44-49) 13-9-4 volgt. Nu volgde: (32-37), 42×31 (44-49) en wit gaf op.

Arend van Beelen – Cees Staal

ZD5

Een aardige gemiste kans in de partij van Arend. Na (23-29?) speelde Arend 48-42, maar hij had verrassend kunnen uithalen met: 28-23 (19×37), 38-33 (29×38), 48-43 (38×49), 40-35 (49×21), 26×10.

Het spelverloop was minder hoogstaand: (23-29), 48-42 (1-6), 42-37 (18-23), 47-41 (6-11??) en na 38-33x43x6 kon zwart spoedig opgeven.

Enkele fragmenten uit de nacompetitie thriller Rijnsburg-Lunteren

Zaterdag 4 maart werd er in de nacompetitie het duel tussen Rijnsburg en Lunteren gespeeld om een plaats in de ereklasse. Een spannende wedstrijd om als toeschouwer bij te wonen.

Bij mijn binnenkomst om half drie hing er een zinderende spanning in de speelzaal, waar twintig dammers in stilte en diepe concentratie hun partijen speelden. Eric Hogewoning bevond zich toen reeds in tijdnood met een spannende stelling.

Hogew

Hij miste hier met 1 minuut op de klok de dam 38-32, 27×38, 49-43, 38×49, 33-28, 49×19, 23×5, met goede winstkansen. De partij ging echter verder met 49-44, 21-26, 33-28, 17-21, 40-35, 10-14, 44-40? en wit verloor kansloos na 13-19, 24×13, 12-18,13×31, 26×46.

Ook de tegenstander van Wim Bremmer bevond zich in tijdnood en ruilde onverwacht naar voren in onderstaande stelling

Bremmer1

met 30-24 19×30 35×24!?

Als toeschouwer vroeg ik me af wat er zou volgen na 14-19. Ik vond na een tijdje het fraaie witte plan: 50-44! 19×30 44-40!. Op 4-9 volgt nu eerst 28-23 en dan pas na 7-12 40-35! en op 30-35, 28-23. De witspeler werd echter getroffen door ernstige damblindheid en speelde na 14-19, 28-23?

Hij dacht 19×28, 33×22 18×27, 21×32 37×28… Uiteindelijke eindigde de partij nog in remise door de positionele compensatie van wit.

Cor van Dusseldorp wist zijn tegenstander met een listig offertje te verschalken en de winst binnen te halen.

Dussel

Na 34-29? 36×27 volgde 25-30 en zwart wint altijd een schijf.

Uiteindelijk eindigde de wedstrijd in 10-10 en wist Rijnsburg de sneldambarrage met 12-8 te winnen.

Zie voor een uitgebreid verslag van deze wedstrijd en de barrage de website van Rijnsburg.