Onze veteranen in Delft

André van der Kwartel

Van 20 tot en met 25 april werd in Delft het jaarlijkse Open Nederlandse Kampioenschap Veteranen verspeeld. Het toernooi telde 74 deelnemers, iets minder dan in 2025 (82). Ongetwijfeld een teleurstelling voor de organisatie die graag had gezien dat het toernooi de grens van honderd deelnemers zou passeren.

Aan dit kampioenschap deden vier leden van het Leids damgenootschap mee. In de eindstand vinden wij ze op de volgende plaatsen terug:

· Joost Hooijberg. 7e met 11 uit 8

· Dick den Ouden, 32e met 9 uit 8

· Hein van Winkel, 47e met 7 uit 8

· Hans Kreder, 50e met 7 uit 8.

Volgens verwachting eindigde Joost Hooijberg als hoogste van de vier LDG-ers. De hoge score van Dick den Ouden valt in positieve zin op, maar daar tegenover is de lage score van Hans Kreder opvallend. In het verleden scoorde hij meestal boven zijn gemiddelde.

In het onderstaande een samenvatting van opvallende momenten uit de prestaties van de LDG-ers, aangegeven door Kingsrow (KR) en door mij becommentarieerd.

Joost Hooijberg

Joost begon met een relatief gemakkelijke overwinning op Hans van der Laan. Daarna volgden remises tegen Pieter Wijn, Cock van Wijk en Paul Teer. Partijen, waar KR niet of nauwelijks gemiste kansen signaleert. Maar in de vijfde ronde tegen Pieter Frans Koops miste Joost de winst.

Peter Frans Koops – Joost Hooijberg

Stand na de 44e zet van wit.

Na (20-24) staat zwart definitief gewonnen. Na de voor de hand liggende reactie van wit 43-38 (24×35), 37-32 volgt (11-16), 32×12 (18×7) en de zwarte schijf op 35 krijgt op een of andere manier een vrije doorloop naar dam. Als wit niet vervolgt met 37-32, speelt zwart (23-28) en blijft een schijf voor.

In de partij werd gespeeld: (27-32), 37×28 (22×33), maar na de dubbele ruil 43-39 en 34-29 wordt al verrassend snel duidelijk dat wit remise zal weten te behalen.

In de zesde ronde trof Joost Harry Clasquin. Het werd een overtuigende overwinning, maar op twee momenten had Joost de partij sneller kunnen beëindigen.

Joost Hooijberg – Harry Clasquin 

Stand na de 37e zet van wit. 

Na (21-26) werd gespeeld: 25-20 (24×15), 33-29!? Sterk genoeg, maar mogelijk was: 28-22 (17×48), 30-25 (48×30), 35×2 en KR verklaart de stand voor gewonnen. 

In de zevende ronde mocht Joost blij zijn met remise tegen Bert Dollekamp. Op de 43e zet koos Joost in een vier-om-vier stand een verkeerde zet die hem de partij had kunnen kosten. Maar gelukkig voor hem overzag Dollekamp op zijn beurt op de 47e zet een winnende voortzetting. Deze is wat gemakkelijker te duiden dan de fout op de 43e zet en verdient dan ook een diagram. 

Joost Hooijberg – Harry Clasquin 

Stand na de 37e zet van wit. 

Na (21-26) werd gespeeld: 25-20 (24×15), 33-29!? Sterk genoeg, maar mogelijk was: 28-22 (17×48), 30-25 (48×30), 35×2 en KR verklaart de stand voor gewonnen. 

In de zevende ronde mocht Joost blij zijn met remise tegen Bert Dollekamp. Op de 43e zet koos Joost in een vier-om-vier stand een verkeerde zet die hem de partij had kunnen kosten. Maar gelukkig voor hem overzag Dollekamp op zijn beurt op de 47e zet een winnende voortzetting. Deze is wat gemakkelijker te duiden dan de fout op de 43e zet en verdient dan ook een diagram. 

Bert Dollekamp – Joost Hooijberg 

Stand na de 46e zet van zwart. 

Wit speelde 10-4?? en na (33-38), 4×31 (38-43) werd een positie bereikt waarin zwart enkele zetten later remise maakte. 

In de diagramstand had wit eerst een schijf moeten offeren: 34-29 (33×24), 10-4. De crux van de winst is, dat de zwart schijf op 24 niet naar veld 33 kan oversteken: (24-29), 4×31 (29-33), 31-22 enz. De beide zwarte schijven aan de rechterzijde moeten dus achter de diagonaal 6-50 blijven en daarmee komt voor wit een bekende eindspelwinst op het bord. Wit zet zijn dam op de diagonaal 6-50 en een schijf op de diagonaal 16-49. De extra schijf op 16 zorgt voor kleine complicaties, maar die zijn gemakkelijk te overzien. 

In de laatste ronde speelde Joost tegen Frans van Eenennaam. Ik volgde die partij vanuit huis live en leefde iets te sterk mee… 

Joost Hooijberg – Frans van Eenennaam 

Stand na de 24e zet van wit. 

Zwart was aan zet en vele minuten lang gebeurde er niets. Ik dacht dat zwart veel tijd gebruikte omdat hij (20-24) niet kon doorzetten. In werkelijkheid was de partij al afgelopen, omdat zwart wel degelijk (20-24) had gespeeld. Natuurlijk volgde toen: 27-21 (16×27), 31×22 (18×27), 33-28 (23×32), 43-38 (32×34), 40×16. Al liet de zwartspeler zich die laatste paar zetten niet meer bewijzen. 

Dick den Ouden 

Dick heeft een goed toernooi gespeeld met een score van 9 uit 8. Hij begon met een nederlaag tegen Arie de Bruijn. Niet verrassend met een verschil in rating van zo’n 200 punten. Maar toch. In het eindspel miste Dick een remisevariant. 

Arie de Bruijn – Dick den Ouden 

Stand na de 63e zet van wit. 

Gespeeld werd (10-14)?? En na 8-2 en nog een paar zetten gaf Dick op. Hij had hier echter nog een leerzame remise in handen: (34-43), 27-22 (10-15)! Zwart dreigt nu met (43-32) en (15-20) remise te maken. De enige poging die wit heeft om dit te voorkomen is: 8-2 om op de volgende zet 2-24 te doen. Maar zwart voorkomt dit door: (43-39)!, 22-18 (39-34), 18-13 en nu is de witte dam geblokkeerd. (34-23)! En wit kan niet meer voorkomen dat zijn schijf op 25 wordt afgeruild. Overigens realiseer ik mij bij het nalezen dat deze remise niet ‘scherp’ is. Op ieder moment in de spelgang kan het opjagen van de witte schijf en de zet (10-15) worden verwisseld. 

In de tweede ronde won Dick van Leo van Gelder na een eenvoudige schijfwinst. In de derde ronde verloor hij van Arie Schoneveld na in een bekende lokzet (?) te zijn gelopen. 

Dick den Ouden – Arie Schoneveld 

Stand na de 34e zet van zwart. 

27-22?? Misschien een misrekening van wit (12-18)! 22×11 (16×7). Aiai. Zwart dreigt nu met (21-27) en het gewenste 37-31 faalt op (24-30) met een dam op 49. Wit offerde dus maar met 28-22 een schijf, maar ging daarna kansloos ten onder. 

Daarna volgden twee rondes met overzichtelijke remises tegen respectievelijk Fons Huijbreghts en Teus Stam. In de zesde ronde speelde Dick tegen clubgenoot Hans Kreder. Dick won, maar helaas werd die partij ontsierd door een blunder van Hans. In de zevende ronde volgde een gelijkwaardige remise tegen Jos de Wild. In de laatste ronde boekte Dick een prachtige overwinning op Bonne Douma. Enigszins verwarrend is dat in de uitslagen de namen voor wit en zwart zijn verwisseld. Dick speelde met zwart. Hieronder het moment, waarop hij het werk definitief afmaakt. 

Bonne Douma – Dick den Ouden 

Stand na de 33e zet van zwart. 

42-37 (14-19), 23×3 (18-22), 27×9 (8-13), 9×18 (12×41), 3×21 (16×27), 29-23 (41-47) en enkele zetten later hield wit het voor gezien. 

Hein van Winkel 

Hein scoorde dit toernooi zoals hij wel vaker doet: net onder zijn gemiddelde. In de eerste ronde verloor hij van Ruud Kloosterman. Dat was een overtuigende overwinning. Zoals zo vaak wist KR in een totaal gewonnen partijverloop één moment aan te geven, waarop de bovenliggende partij een remisemogelijkheid toelaat. In dit geval is die echter van een subtiliteit die alleen KR kan berekenen. (Voor de nieuwsgierigen: op de 54e zet van zwart.) 

Hein herstelde zich in de tweede ronde door een overwinning op Hans Knobbe die op de 52e zet in een nadelige stand een positionele fout maakte. 

In de derde ronde scoorde Hein weer een overwinning. Ditmaal tegen Fons Huijbreghts. Deze laatste bouwde zijn stand zo slecht op dat Hein zonder bijzondere zetten te doen ‘vanzelf’ gewonnen kwam te staan. Het leverde hem een blauwe vermelding in de uitslagenlijst op. 

In de vierde ronde verloor Hein van Jan Willem Hoeve. In een grotendeels gelijkwaardige partij maakte Hein een fout in het eindspel. Hij stond toen al wel een tijdje onder druk. 

Hein van Winkel – Jan Willem Hoeve 

Stand na de 63e zet van zwart. 

Wit verloor na: 38-32 (49×27), 19-14 (27-4), 47-41 (7-12), 41-36 (12-18), 36-31 (18-22). In de diagramstand moet wit 38-33 spelen. Het opjagen van de witte schijf naar 24 heeft geen zin en het afstoppen van de witte schijf op 19 werkt ook niet meer. 

Hierna volgden twee weinig opwindende remises tegen respectievelijk Hans van der Laan en Arie Schoneveld. In de zevende ronde werd Hein in een levendige partij verslagen door Bert Roest. Een groot deel van de partij had Hein onder druk gestaan, maar het ging pas echt mis op de 55e zet. 

Bert Roest – Hein van Winkel 

Stand na de 55e zet van wit. 

(24-29)? KR geeft aan dat deze zet verliest. (23-29) zou tot remise hebben geleid. 40-34 (29×40), 35×44 Maar deze ruil biedt zwart weer mogelijkheden om remise te bereiken. De winnende zet voor wit was 26-21. Het blijkt niet aan zwart besteed: (20-24)? Nu staat zwart definitief verloren. Alsnog (23-29) had de stand binnen de remisemarges gehouden, omdat na het gewenste 44-40 zwart (19-24) kan spelen en daarmee de schijven op zijn lange vleugel vrij maakt. 

In de laatste ronde speelde Hein een bizarre partij tegen Jos de Wild, waarin hij eerst totaal gewonnen kwam te staan, vervolgens totaal verloren en na diverse missers over en weer overzag zijn tegenstander de winst, zodat remise de terechte uitslag was. Twee momenten uit deze partij: 

Hein van Winkel – Jos de Wild 

Stand na de 44e zet van wit. 

(3-9)? Een bizarre zet in deze stand. Na (24-30), 38-33×44 (23-29) behoudt zwart zijn voordeel. 38-33 (24-30), 41-36?? Wit mist hier een eenvoudige winst met 40-35 (30×39), 33×44 (23-29), 35-30. Zwart heeft geen goede zet meer. 

Hein van Winkel – Jos de Wild 

Stand na de 57e zet van wit. 

Uiteindelijk kwam de bovenstaande stand op het bord. Het spelverloop was: (19-24)?, 23-18 (17-21), 36-31 (27×36), 18-12 en de partij liep remise. In de diagramstand heeft zwart nog een verrassende winst in handen: (26-31), 37×26 (27-32), 28×37 (19×28) en KR verklaart de stand voor gewonnen voor zwart.  

Hans Kreder 

Hans draaide een voor zijn doen matig toernooi. Hij begon goed met een overwinning en twee remises, maar deze werden gevolgd door drie opeenvolgende nederlagen. In de voorlaatste ronde herstelde Hans zich enigszins met een overwinning, maar in de laatste ronde leek de motivatie op. Zijn toernooi werd afgesloten met een ongeïnspireerde remise. 

Hans Kreder – Hans Knobbe 

Stand na de 32e zet van wit. 

Na (20-24)? de Coup Royal: 37-31 (26×37), 32×41 (23×34), 40×18. Een eenvoudig zetje, die wit een schijf winst oplevert. Het verraste mij wel dat wit die schijf zonder veel moeite weet te behouden dan wel doorbreekt op zwarts korte vleugel. 

In de tweede ronde speelde Hans knap remise tegen Ruud Kloosterman. Hoewel, knap? Hij had verreweg het beste van het spel en heeft op enig moment vrijwel zeker gewonnen gestaan. 

Ruud Kloosterman – Hans Kreder 

Stand na de 38e zet van wit. 

In de partij werd gespeeld (17-22×21) en na deze vervlakkende zet liep de partij naar een rimpelloze remise toe. Het is duidelijk dat (18-22) de winnende zet zou moeten zijn, maar die wordt op dit moment weerlegd door 32-27 enz. Daarom moet die zet worden voorbereid door (2-7)! Nu is (18-22) wel degelijk een serieuze dreiging. Op 31-27 wordt die zet voorafgegaan door (16-21). In verschillende varianten ziet KR dan ook geen betere voortzetting dan na (18-22) met 31-27 (22×42), 38×47 een schijf te offeren. Met weinig positief perspectief. 

Misschien was Hans erg teleurgesteld na deze partij. In ieder geval volgde een kleurloze remise tegen Pieter Wijn en daarna maar liefst drie nederlagen op rij. 

Hans Kreder – Theo van den Hoek 

Stand na de 49e zet van zwart. 

Bij het naspelen van deze partij dacht ik dat 32-27 de snelste weg naar remise is. Maar wat Hans speelde is ook nog steeds remise: 32-28 (8-13), 35-30 (11-16), 28-22?? (17×28), 30-24 (15×47) en wit gaf op. In plaats van 28-22 was 30-25 nog steeds remise geweest. Zwart kan nog proberen: (13-18), 14-9 (15-4), maar dan volgt 26-21 met remise. 

In de vijfde ronde speelde Hans tegen Anthony Keijzer. Een speler met een duidelijk lagere rating dan Hans. Desalniettemin kwam Hans in de partij onder druk te staan. 

Anthony Keizer – Hans Kreder 

Stand na de 41e zet van wit. 

(14-19)?? Met (3-8-12) had zwart de partij nog onder controle kunnen houden, maar nu gaat hij een schijf verliezen. Hij heeft wel een tegenactie: 37-32! (29-34), 30-25 (23-29), 34×30 (29-33), 38×29 (16-21), 27×7 (18×49). Zwart staat nog steeds een schijf achter, maar kan nog terugvechten. 2-7 (49-32)??? Zwart gaf op. 

In de zesde ronde was clubgenoot Dick den Ouden de tegenstander. Hans verloor weer en nu op een zodanig eenvoudige manier, dat ik niet de moeite neem er een diagram aan te wijden. Drie verliespartijen van Hans op een rij.  Ik kan mij niet herinneren dat ooit eerder te hebben meegemaakt. 

Maar als je uit vorm bent is het voordeel van het Zwitserse systeem dat je vanzelf een tegenstander tegenkomt, waar je wellicht weer een of twee punten tegen kunt scoren. Hans trad in de zevende ronde aan tegen Ronald Wisse. Het werd een gemakkelijke overwinning door een soort zelfmoordactie van zijn tegenstander: 

Ronald Wisse – Hans Kreder 

Stand na de 29e zet van zwart. 

Na 46-41 is zwart vrijwel verplicht tot (17-22) en is de stand min of meer in evenwicht. Wit speelde echter 37-31×31?? en kon na (21-26), 27-21 opgeven. 

In de laatste ronde speelde Hans tegen Bas Baksoellah. Een speler bij wie ik zelf moet denken aan de Cruijffiaanse uitspraak over het Italiaanse voetbal “Je kunt niet van ze winnen, maar je kunt wel van ze verliezen.” Hans won niet. Het werd een gelijkwaardige remise. 

Toegift 

In het blad “De damkunst” uit 1908 ontdekte ik de volgende aardigheid: 

Er stond een verhaaltje bij dat deze stand voorkwam in een partij tussen twee “niet zo heel goede dammers”. De witspeler speelde 33-29, zwart speelde (4-18) en na 5-23 (18-13), 23-19. Vervolgens werd een aantal keren heen en weer geschoven met de beide dammen, waarna de witspeler – die natuurlijk dacht dat hij gewonnen stond – de schijven door elkaar gooide en boos wegliep. Hij werd nog bozer toen een clubgenoot vertelde dat hij alsnog had kunnen winnen….. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *