De eerste horde naar promotie

Namens André van der Kwartel

Omdat LDG in de reguliere competitie op de tweede plaats van de Tweede Klasse was geëindigd, mocht het promotiewedstrijden spelen. De eerste horde was de damclub Alblasserdam. Deze was als tiende geëindigd in de Eerste Klasse. Het werd een duidelijke overwinning voort LDG: twee overwinningen en zes remises. Op enkele borden had LDG het beter kunnen doen en de tegenstanders hebben nauwelijks scoringskansen gekregen.

Edwin van Hofwegen opende de score met een remise. Hij heeft op Toernooibase een aantal interessante kanttekeningen bij zijn partij geplaatst. Op één ervan wil ik hier nader ingaan.

Ton van Bokhoven – Edwin van Hofwegen

Stand na de 36e zet van zwart.

In de partij werd 43-49 gespeeld. Mogelijk was: 27-22 (18×27), 32×12 (23×41), 42-37 (41×32), 38×27. Edwin sluit af met “Dat was toch wel erg sterk geweest.” Dat lijkt inderdaad zo, maar KR signaleert deze mogelijkheid niet en dat maakt ons achterdochtig. De uitspraak van Rob Clerc “Kingsrow maakt alles remise.” gaat ook hier op. Zonder er een milliseconde over te aarzelen speelt KR namelijk: (13-18), 12×23 (19×39), 30×10 (39-44). Een kans op winst kan wit alleen maar halen uit: 43-39 (44×33), 48-43. Maar nu volgt eenvoudig (3-9) en hoe moet wit verder? KR geeft in ieder geval aan dat zwart nog remise in handen heeft. Een grappige variant is: 27-21 (16×27), 10-4 (33-39!), 4×44 (11-17).

Wij kunnen er bijna altijd op vertrouwen dat Hans Kreder ten minste één punt toevoegt aan de score van LDG. Een vertrouwen dat mede gebaseerd is op het gegeven dat KR zelden kritische kanttekeningen plaatst bij zijn partijen. Ditmaal echter wel. Hans speelde remise, maar miste met zijn voorlaatste zet een gemakkelijke winst.

Nadat zijn tegenstander op de 35e zet een ernstige fout had gemaakt, ontstond op de 39e zet de volgende stand:

Hans Kreder – Rien Visser

Het partijverloop was: 49-43 (7-11), 28-22×22 en remise overeengekomen.

Winst was geweest: 49-44! Nu faalt (16-21), 27×16 (18-22) op 32-27! (23×34), 27×40. Zwart zal dus (7-11) of (15-20) moeten spelen en daarna vastlopen of een schijf verliezen.

Joop Burgerhout zette LDG op voorsprong. In een aantrekkelijke partij liep zijn tegenstander zich vast.

Teus Stam – Joop Burgerhout

Stand na de 37e zet van zwart.

KR adviseert hier 40-35 (18-22), 38-33. Het ziet er nogal scheef uit, maar de waarde ervan is dat wit tot een compacte opbouw op zijn korte vleugel kan komen om tot de ruil 24-19 te komen. Oppervlakkig gezien ligt de zet die wit speelt meer voor de hand: 39-33?, (18-22), 44-39 (13-18), 24-19 (2-7), 19×10 (15×4). Evert Bronstring zou ervan genoten hebben: een massief wit blok op het centrum, waar de witspeler helemaal niets mee kan. Na 40-35 enz. won zwart gemakkelijk.

Het lukte Jack van der Plas deze keer om zijn lange vleugel vrijuit te ontwikkelen en oppervlakkig gezien resulteerde zijn partij in een rustige, evenwichtige remise. Toch was deze partij de enige, waarin Alblasserdam een serieuze kans heeft gehad op een overwinning.

Jack van der Plas – Dylan Jongeneel

Stand na de 45e zet van zwart.

Zwart dreigt met (24-30) een schijf te winnen. Wit kan daarom het beste beginnen met 40-35×44. Maar Jack koos een andere verdediging: 32-28. Dreigt 28-23. Zwart speelde (18-22) en de partij kabbelde naar remise. Maar wat als zwart had geantwoord met (7-12!)? Zwart dreigt nog steeds met (24-30), dus wit zal nu wel 40-35 moeten spelen. Maar dan:

  • 35×44 (24-30), 25×34 (23-28), 32×23 (18×49)
  • 45×34 (24-30), 35×24 (23-28), 32×23 (18×40). KR noemt de witte stand nog niet verloren, maar wit staat zeker een zware verdediging te wachten. Een voorbeeld van die verdediging: 36-31 (40-44), 38-33 en zwart moet een moeilijke beslissing nemen.

Hein van Winkel speelde een gelijkwaardige remise waar KR geen kritische kanttekeningen bij plaatst.

Ik mocht de tweede overwinning voor LDG noteren, maar ik heb mij voorgenomen nooit meer te zeggen dat ik een goede partij heb gespeeld voordat ik het oordeel van Kingsrow heb gezien. Tot de vijftigste zet speelde ik een prima partij met groot, zo niet winnend voordeel. Maar ik heb daarna heel wat afgeknoeid. KR geeft meerdere momenten aan, waarop ik gemakkelijker had kunnen winnen dan met de keuzes die ik in de partij maakte. Maar wat mij op de 64e zet overkwam, noopt mij tot diepe bescheidenheid over de geleverde prestatie. Kijk mee en huiver:

André van der Kwartel – Meindert Verkaik

Stand na de 63e zet van zwart.

Ik zag pas bij het schrijven van dit verslag dat op dit moment 24-20 op slag wint. Totaal niet naar gekeken, Dat kan er ook nog wel bij. Het spelverloop was: 33-28 (22×33), 4×42? Het spook dat ik hier zag zei mij dat na 4×48 (33-38) de schijf op 38 misschien nog kon doorbreken naar dam, maar de daartoe benodigde schijf op 17 wordt effectief afgestopt. (25-30!?) Totaal niet naar gekeken, maar gelukkig niet erg: 34×25 (33-39), 42-48 (39-44), 48-39! En zwart gaf op. Tevredenheid alom. Maar hoe zou het gevoel zijn geweest als zwart in plaats van (25-30) (15-20!) had gespeeld?……

Bij de stand 4-8 bracht Peter van den Berg met een gelijkwaardige remise het bevrijdende negende wedstrijdpunt binnen.

Het wachten was nu op Rudi van Velzen. Hij had tot afgrijzen van zijn teamgenoten al eerder (bij de stand 4-8!) een remisevoorstel afgewezen, maar het partijverloop rechtvaardigde dat wel. In een onoverzichtelijke stand miste hij echter de winst.

Ruben Groenendijk – Rudi van Velzen

Stand na de 54e zet van wit.

Zwart speelde hier (30-34??) en na 35-30 (34×25), 12-8×8 liep de partij naar remise.

De winnende zet in de diagramstand is 48-26. KR geeft nu als hoofdvariant: 22-17 (2-7), 17-11 (7×18), 11-7 (1×12), 6-1 (26-37) en zwart heeft winnend voordeel.

De volgende horde naar promotie moet worden genomen op 22 maart. Tegenstander is dan het derde team van Gouda Damlust.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *