André van der Kwartel
Deze keer achterstallige verslagen van drie competitiewedstrijden in één week. Op dinsdag 27 januari speelde LDG-2 voor de zesde ronde van de provinciale competitie tegen Hofstad. Op donderdag 29 januari speelde hetzelfde team voor de – wegens de weersomstandigheden uitgestelde – vijfde ronde tegen Katwijk. Op zaterdag 31 januari speelde het landelijke achttal voor de zevende ronde tegen het vierde team van de Waarddammers.
27 januari
In mijn vorige verslag schreef ik dat er met drie teams in de provinciale en één team in de landelijke competitie veel wordt gevraagd van de ledenvan het Leids Damgenootschap. Dat gevoel wordt sterker naarmate de competitie vordert. Om verschillende redenen stellen leden zich minder beschikbaar. Het kostte teamleider Rudi van Velzen dan ook grote moeite om een viertal bijeen te krijgen voor onze wedstrijd tegen Hofstad. Dick den Ouden was – zij het met enige aarzeling – bereid om in te vallen. Zijn beloning daarvoor was dat hij als enige een punt aan de wedstrijd overhield. En natuurlijk de grote waardering van de overige teamleden. Daarnaast mocht ik het weer eens ervaren om – onder uitstekende gidsing van Rudi – bij nacht en ontij met het openbaar vervoer heen en weer te reizen voor deze uitwedstrijd. Een ervaring waarover ik in mijn jonge jaren zou hebben gezegd dat dat spannende verhalen voor de kleinkinderen kon opleveren, maar waar ik tegenwoordig toch heel wat genuanceerder over denk. Om het mild uit te drukken.
De wedstrijd verliep zoals ik verwacht had. Hofstad beschikt over een aantal sterke spelers en in teamverband geeft dat de doorslag. (Hoewel Katwijk heeft laten zien dat die redenering niet altijd op gaat.)
Jeroen Kos was aanwezig bij de Evert Bronstring Memorial. Rudi was daar niet. Desalniettemin liet Rudi toe dat “de onvoltooide” op het bord kwam. Kos wist daar wel raad mee. Het werd een korte partij. Al op de 19e zet ging het mis:

Rudi van Velzen – Jeroen Kos
Stand na de 18e zet van zwart.
Ik denk dat Evert wel tevreden zou zijn geweest met de zwarte stand, maar als wit hier 48-42 speelt, heeft hij nog steeds tegenspel in handen. Op (13-19) volgt dan 49-44 met nog houdbaar spel. Na het door wit gespeelde 47-41?? Gaat die verdediging niet meer op: (13-19!). KR suggereert om nu maar 35-30×40 te spelen. Verlies van een schijf is voorlopig beter dan verlies van de partij. In de partij volgde: 32-28 (21×32), 38×27 (16-21), (17-22), enz. en wit gaf enkele zetten later op.
Aan bord 1 speelde Hans Kreder een enerverende partij tegen TalhaMajeed. Hans heeft langdurig uitzicht op remise gehad, maar raakte in een complex eindspel het spoor bijster. Dat eindspel kwam voort uit de volgende middenspelcombinatie:

Talha Majeed – Hans Kreder
Stand na de 29e zet van wit.
Na (8-12) volgde: 29-23 (19×28), 37-32 (28×37), 26-21 (17×26), 33-29 (24×33), 39×10. Wit wint twee schijven, maar zwart heeft veel compensatie: (26-31), 25×14 (15-20), 14×25 (4×15).
Het lukte Hans niet dit eindspel remise te houden. Hij koos ervoor om extra troepen in te brengen op de witte lange vleugel. KR adviseert om snel dam te halen op veld 46. Dat zijn van die keuzes die moeilijk zijn te overzien.
Dick den Ouden speelde soepel remise tegen Harry Zandvliet.
Ik verloor van Gerard de Groot, maar dat was bepaald niet nodig geweest. Zoals gebruikelijk begon ik in het vierde speeluur in een redelijke stand weer geweldig te knoeien. Twee fragmenten uit deze partij.

Gerard de Groot – André van der Kwartel
Stand na de 27e zet van wit.
Wit hoopte hier op (12-17??), waarna zou zijn gevolgd: 29-23! (18×29), 27-22!
Fraai. Ik heb dit in de partij niet gezien, omdat ik geen moment naar (12-17) heb gekeken. Mijn antwoord in deze stand was (14-20).
De overgang van middenspel naar eindspel liep voor mij niet goed en uiteindelijk kwam op mijn 51e zet onderstaande stand op het bord.

Ik had – balend en wel – in gedachten al opgegeven en speelde (40-44??) wegens de damblinde gedachte dat ik na 43-39 drie schijven zou moeten slaan. Niet dus. Ik gaf op. Ik laat de stand zien omdat mijn inschatting volgens KR onjuist was. KR geeft na (40-45) als waardering voor de witte stand maar een virtueel half schijfje voordeel. Na het voor de hand liggende 31-26 zelfs helemaal geen voordeel meer. Zwart speelt toch (45-50), 43-39 (50×31), 26×37 (22-28) en KR verklaart de stand voor remise.
29 januari
Twee dagen later wist LDG-2 met minimaal verschil te winnen van Katwijk: 5-3. Deze uitslag is echter voor Katwijk wel wat geflatteerd. Als ik de kritische kanttekeningen van Kingsrow volg, zou de uitslag 8-0 evengoed mogelijk zijn geweest.
Aan het eerste bord van LDG-2 speelde Hans Kolfoort, die als invaller voor de enige overwinning zorgde. Dat was onder meer te danken aan de vrijgevigheid van zijn tegenstander.

Hans Kolfoort – Leen van Beelen
Stand na de 30e zet van zwart.
Zwart heeft zojuist een gedurfde uitval naar veld 29 genomen. Een veld dat niet voor niets bekend staat als ‘het kerkhof’. Hans reageerde met 48-43! Dreigt met 38-33 en 30-24. Zwart zag geen redding meer en offerde een schijf met (29-34). Hij verloor kansloos en de reputatie van veld 29 was weer eens bevestigd.
Maar in dit geval werd het kerkhof bezocht door spoken. Er is wel degelijk een redding: (2-8!). De dreiging uitvoeren leidt nu tot niets. Het resulteert in een drie-om-drie ruil met een zwarte schijf op 38 die niet te veroveren is. Dit geldt ook als er eerst 31-26 (4-9) wordt gespeeld.
Teamcaptain Rudi van Velzen stond na een eenvoudige doorbraakcombinatie zettenlang gewonnen, maar maakte in het eindspel een fout.

Jack van der Plas – Rudi van Velzen
Stand na de 44e zet van wit.
Zwart speelde hier (14-20??) en zo’n kans moet je de voorzitter van LDG niet geven: 32-27! Het probleem is nu dat zwart steeds geen dam kan halen (althans geen winnende.) en wit uiteindelijk kan doorbreken naar dam.
Zwart had in de diagramstand (2-7) moeten spelen. Als wit nu 32-27 speelt kan zwart antwoorden met (24-29) en (41-47) met winst.
Later in de partij miste Rudi nogmaals een winst. De remise werd een terechte uitslag.
Hans Kreder speelde een partij waarover KR pas ver in het eindspel een kanttekening bij plaatst: Gé Berbee maakte in het remise-eindspel een foutje en Hans miste deze kans.

Hans Kreder – Gé Berbee
Stand na de 60e zet van wit.
Zo’n eindspel is voer voor de fijnproevers. Ik weet niet zeker of ik tot die groep behoor. Volgens KR moet zwart de remise zoeken in de zet (32-41), maar hij speelde (32-49?). Kennelijk meende Gé dat de remise moest worden gezocht in het beheersen van de diagonaal 16-49. Hans reageerde met 24-20? Waarschijnlijk wilde hij schijf 25 vrij maken. Maar ook dat is niet de juiste strategie. Hij had moeten spelen: 42-37! KR verklaart de stand dan gewonnen voor wit. Zoals gezegd: voer voor fijnproevers.
Ten slotte bleek ik achteraf ook zelf een cadeautje aan KDC gegeven te hebben. Ik zeg eerlijk dat ik totaal verrast was toen KR mijn partij gewonnen verklaarde op het moment dat ik remise accepteerde.

Jan Jungerius – André van der Kwartel
Stand na de 58e zet van wit.
In deze stand bood Jan remise aan. Gezien de mogelijke ruil 29-23 met doorloop naar dam accepteerde ik het voorstel. Te meer daar het ook best een pittige partij was geweest en dat ene punt de winst voor LDG zeker stelde. Maar het oordeel van KR is hard: de stand is na (32-38) in alle varianten verloren voor wit. Twee voorbeelden:
A) 29-23 (28×19), 24×13 (14-19), 13×24 (38-43)
B) 31-27 (22×31), 36×27 (38-43), 27-22 (43-49), 22×33 (49-25)
De variantjes zijn helemaal niet zo diep, maar ik heb er geen moment naar gekeken.
31 januari
Weer twee dagen later moest het achttal in de landelijke competitie aantreden tegen het vierde team van de Waarddammers. Dit team kende vijf jeugdspelers in diverse gradaties van speelsterkte.
Aan het achtste bord speelden twee jeugdspelers tegen elkaar. Teamleider Jack van der Plas had voor deze gelegenheid een van onze eigen jeugdspelers opgesteld: Ilya Durian. Voor hem en zijn tegenstander was het de eerste keer dat zij in de landelijke competitie meespeelden.Spannend! Ilya won overtuigend.
Het krachtsverschil was erg groot. Binnen twee uur stond LDG met 10-0 voor. Ik begon al te denken dat ik deze keer wel eens heel vroeg thuis zou kunnen zijn, maar dat viel tegen. De drie overgebleven partijen duurden alsnog tot tegen vijf uur. Een paar fragmenten uit deze wedstrijd.

Edwin van Hofwegen – Thomas van Vugt
Edwin won met een aardige combinatie: (21-26?), 38-33! (26×37), 32×41 (23×32), 43-38 (32×43), 34-30 (43×34), 40×7 (2×11), 33-29.

André van der Kwartel – Joas Struik
Ik speelde een waardeloze partij, waarin ik heb geprobeerd een record neer te zetten voor wat betreft het aantal gemiste winsten in één partij. De aardigste gaf KR aan in het bovenstaande diagram. In plaats van het gespeelde 43-38?? Was directer geweest 24-19! (14×23), 39-33. Niet gezien.
De anders zo degelijke Hans Kreder was in deze wedstrijd de enige speler van LDG die eigenlijk had moeten verliezen.

Bas Vink – Hans Kreder
Stand na de 41e zet van wit.
(19-23) is een degelijke zet om de stand gelijkwaardig te houden. Zwart speelde echter (8-12?), 32-28! (12-17) [Na (22-27) volgt 43-39 met schijfverlies.] 43-39?? Wit mist hier een goede winstkans: 16-11! De zwarte stand is verloren. Eén plausibel variantje: (3-9), 43-39 (25-30×30), 29-24 (30×19), 26-21 (17×26), 28×17 enz.

Jorrit Roest – Rudi van Velzen
Rudi speelde een partij uit één stuk. In de diagramstand staat wit onderdruk, maar kan hij zich nog verdedigen met 37-32 (13-18), 32×21 (24-29), 33×13 (22×42), 13×22 (17×28), 43-38 (42×33), 21-16.
In de partij speelde wit 43-39? en verloor na (13-18), 49-43 (18-23) een schijf en (veel) later de partij.
Ten slotte voor de leergierige lezers een drietal eenvoudige (standaard)zetjes die in deze wedstrijd zijn uitgevoerd:

Arjen Verboon – Peter van den Berg
32-28?

Jack van der Plas – Ruben Kon
(12-17)?

Leen van Beelen – Floris Tukker
(12-18)?
Mijn volgende bijdrage zal gaan over de laatste competitierondes van LDG-2 en het landelijke achttal.