Archive for Uncategorized

En Hielke zorgde voor de kokerij

Een bijdrage van Evert Dollekamp

Ik begon vijftig jaar geleden met dammen (als je dit in 2023 leest klopt het precies!). Aangejaagd door mijn broerste broer Bert speelden we lange tijd in de hoek van een verantwoord bankstel in huiselijke kring regelmatig een potje dam. Bert is een jaar of vijf ouder dan ik en zodoende destijds ook qua school een aantal jaren vooruit.

Op de middelbare school (de HBS, oudere leden weten nog wel dat dit Hogere Burger School betekent; voor kinderen van gegoede ouders. De HBS bestaat niet meer, vergelijk het maar met HAVO / Atheneum / Gymnasium nu) was Bert niet echt een volgzaam type, is hij nog steeds niet trouwens.

Regelmatig de klas uitgestuurd en melden bij de concierge. Deze man had als hobby dammen. Al snel leerde Bert de eerste trucjes. En natuurlijk de boel forceren om maar weer weggestuurd te worden. Twee keer blijven zitten, want ook huiswerk kwam er door al dat gedam niet van. Uiteindelijk toch een diploma, naar de Universiteit en kijk eens aan: Drs. in de onderwijskunde. Zodat hij nog maar kort geleden (nu met pensioen) aan de RUG les gaf aan Roel Boomstra en Wouter Sipma.

In de beginjaren van zijn damloopbaan leerde Bert Hielke Hylkema kennen. Hielke was een jaartje of vijf ouder en leerde Bert de fijne kneepjes. Vooral ook hoe je het damspel op anderen moest overbrengen. Hielke was een geboren onderwijzer. Wie zijn meesterwerken ‘De Flankaanval’ en de twee deeltjes ‘Combineren op een randschijf’ nog niet in huis heeft, moet snel even naar de site van Henk Stoop (damboeken.nl).

Ik geloof tenmiste dat ze daar nog steeds te koop zijn. En dat zegt dan iemand die vindt dat wie door de week traint ‘s zondags moe is. Dan moeten het toch wel echt juweeltjes zijn! Vooral ‘De Flankaanval’ staat me nog het meest bij. Hielke weet op zijn karakteristieke manier de lezer te kietelen. ‘Niet gelijk naar de oplossingen. Eerst zelf proberen. Laat ik het niet merken!’ Dat soort werk.

Mijn eigen mooiste ervaring met Hielke Hylkema is onze samenwerking tijdens het NK 1982. Tijdens het toernooi, dat in een soort elfstedentocht door Drenthe trok, verzamelden we van alles voor een heus toernooiboek. Interviews, (ronde)verslagen, quotes en analyses. We hadden qua dat laatste behalve spelers ook randfiguren zoals Wim Los en Klaas Postema aangetrokken om een analyse te maken van een partij.

Hielke was daarin heel stellig: niet al te moeilijk, iedereen moet het kunnen begrijpen! Dat het na het toernooi toch nog maar liefst twee weken duurde voor we het boekje (iets van 120 pagina’s A5) gereed hadden lag vooral aan enkele NK-deelnemers. Soms moesten we een paar keer bellen voordat we de gevraagde analyse binnen hadden.

In Hielke’s woning in destijds Beijum (Een Groninger buitenwijk) werden de werkzaamheden verricht. Computer hadden we niet, moest bij wijze van spreken nog worden uitgevonden. Op een tekstverwerker met klein beeldscherm rammelden wij op het toetsenbord van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat.

Tegen vijf uur in de middag deed ik veertien dagen lang de boodschappen voor het avondeten, waarbij Hielke mij op het hart drukte vooral aan zijn portemonnee te denken. Van Hielke leerde ik dan ook hoe je van de wind moest leven.

Als ik terugkwam van de supermarkt zorgde Hielke voor de kokerij. Voor het drukken van het boekje vond Hielke natuurlijk de voordeligste aanbieder in het Noordelijk Halfrond!

Kenmerkend: ik woonde al een aantal jaren in het westen toen mijn relatie naar de dinges ging. Ik was toen regelmatig

in Groningen te vinden en ging voor mijn werk even regelmatig op en neer naar Amsterdam. Toen ik tijdelijk woonruimte nodig had stond Hielke vooraan in de rij:

‘Je mag wel zolang in mijn huis hoor. Ik red me wel!’

Of het nu voor even een verblijf in zijn tuinhuisje in het Groninger Stadspark was of dat hij destijds de benenwagen heeft genomen richting Frankrijk dat weet ik niet meer. Maar het geeft wel aan dat Hielke vooral ook aan een ander dacht. Mooi!

Tot slot: Hielke was behalve (auto)didact ook een meer dan behoorlijke dammer, qua stijl een beetje Paul Oudshoorn en Martin Dolfing (maar dan veel agressiever; hij ruilde bijvoorbeeld nooit binnen een luttel aantal zetten naar 21 en 24!). Hij behoorde tot de vier gebroeders (Gert en Hielke Hylkema, Bert en ik) dat jarenlang in de NC het gros van de punten binnenbracht voor de Asser Damclub (later bleef het Drents Tiental over).

Onvergetelijke uitspraak van destijds (rond jaren tachtig) voorzitter H.J. Borger (niemand van ADC heeft ooit zijn voornaam geweten … ): ‘Als we de Dollekamp’m en de Ielkema’s niet hadden, kunnen we net zo goed thuisblijven!’

Ander slot: de crematieplechtigheid heb ik on-line gevolgd. Mooie toespraken, heel divers ook. Alles afgekeken, ook toen het beperkte (want Corona) publiek de kist voorbijkwam. ‘Statler en Waldorf!’ dacht ik plotseling. Het waren Herm Jan Brascamp en Hans van der Nap.

Gerespecteerde mannen op leeftijd. Maar ook zeer gewaardeerde dammers en goede onderwijzers. Samen met Hielke en Bert vormden zij jarenlang als pioniers de Werkgroep Jeugddammen. Een werkgroep dat onder andere het draaiboek voor een scholendamtoernooi in elkaar knutselde. Ik heb het zelf in mijn jonge jaren veel gebruikt!

Gewoon Hielke

Artikel afkomstig uit Dagblad Van Het Noorden, geschreven door Bert Dollekamp!

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag wandelen we een stukje mee op het levenspad van Hielke Hylkema (1950-2021). ‘Een goede reiziger weet niet waar hij heen gaat’

Hielke0

,,Mmmét Hielke!”

Wie Hielke Hylkema belde, werd steevast onthaald op diens in vrolijke klanken verpakte voornaam, waarmee hij alvast de gewenste toon voor het gesprek zette. Het was een van de simpele maar o zo effectieve methoden, 2 waarmee Hielke zijn leven lang probeerde te handelen in harmonie met zijn omgeving. En wie dat doet ontmoet zelden weerstand, zegt de oude Chinese wijsheid op de kennisgeving van zijn overlijden,12 augustus jongstleden.

Eenvoudig, scherpzinnig, gevoelig, wars van gedoe en door en door betrouwbaar. Geliefd bij degenen die het voorrecht hadden hem van nabij mee te maken. Zijn beroep? Ja, wat zullen we daar eens van maken. Misschien handiger om een stukje op zijn levenspad mee te wandelen, dan kan ieder er zijn eigen etiket op plakken. Want zelf hield Hielke daar niet zo van.

Hielke1

We wandelen een stukje mee op het levenspad van Hielke Hylkema

Ontdekking

Hielke groeit op in Assen als zoon van een Groningse moeder en een Friese vader. Na zeven onbezorgde jaren, waarin hij gezelschap krijgt van zijn vijf jaar jongere broer Gert, overlijdt plotseling hun vader. Alles wordt anders en als vanzelf groeit Hielke in de rol van volwassene, met eigen ideeën en vragen over opvoeding en geloof.

De middelbare school voert de vroegwijze en zoekende Hielke langs de christelijke mulo en hbs naar het openbare Nassaucollege in Assen. Zijn mooiste aha-ervaring heeft hij echter als 16-jarige in Groningen. In de pauzes van een cursus wiskunde raakt hij via dammende studenten in de ban van het oude bordspel. En struinend door de stad vindt hij in een tweedehands boekwinkeltje de Tao Te Ching, de beroemde verzameling 3 levenslessen ‘van weg en deugd’ van de Chinese filosoof Lao Zi. Beide ontdekkingen passen hem als een jas.

Dat geldt ook zijn studie biologie, waarvoor hij definitief naar Groningen verkast. Zijn kamer aan de Visserstraat wordt een ontmoetingsplek voor oude en nieuwe vrienden, die de bedachtzame, gastvrije en behulpzame Hielke op handen dragen. Hij studeert als eerste af in de milieukunde en neemt en passant studiemaat Franciscus op sleeptouw. Zijn lesbevoegdheid loopt hij echter mis, nadat hij de docent aanspreekt op diens vreemde visie op didactiek. Dan maar geen leraar biologie.

Sleutel

Binnen de damsport heeft hij zijn sporen dan al verdiend. Ook daar weet hij het beter dan wie ook en levert er een complete leergang bij. Resultaat van een jarenlang proces van oefenen, onderzoeken, doorgronden en opschrijven. Hielke begrijpt dat wie de essentie van het spel snapt, ook de sleutel voor de juiste uitleg in handen heeft.

Die sleutel vindt hij door niet de kennis maar het denken zelf als startpunt te nemen. Het simpele principe komt in diverse producties terug, van de spectaculaire AVRO damcursus uit 1983 rond de match Van der Wal – Wiersma tot zijn ingetogen meesterwerkje ‘De Flankaanval’. Alleen wie een doel heeft kan plannen maken, houdt hij de lezers in navolging van Confucius voor, presenteert een serie winnende posities (het doel) en zet hen vervolgens op het spoor van de zettenreeks er naar toe (het plan).

Alles in heldere taal en luchtige vermaningen. Zoals: ,,Probeer zelf maar een paar varianten uit. Meteen naspelen van de uitwerking is zinloos. Laat ik het niet merken!”

Hielke2

Hielke Hylkema in 1983

Het dammen is echter geen vetpot. Hij zoekt een nieuwe uitdaging, vaart mee met een bevriende binnenschipper en volgt een stoomcursus ICT. Zo vindt hij eindelijk een baan bij landbouwhogeschool Van Hall en levert vakwerk met uitgekiende programma’s. Toch gaat het mis. Perfectionisme, hekel aan formaliteiten en behoefte aan eigen regie leiden tot grote stress. Voorjaar 1995 kapt hij ermee, neemt ontslag en wandelt in zuidelijke richting de stad uit.

Kostbare bagage

Het dagboekje dat hij onderweg bijhoudt en later uitwerkt in een kostelijk reisverslag begint zo: ‘ – Waar ga je heen? Dit was de meest gestelde vraag de afgelopen weken. – Naar het zuiden … – Ja, maar waar ga je naar toe in het zuiden? – Eerst naar Zuidlaren en daarna zie ik wel verder.’ Een goede reiziger weet immers niet waar hij heen gaat, haalt Hielke de wijsgeer Lin Yutan aan. De wijsheid heeft ook nog een tweede deel. ‘… een uitstekende reiziger weet bovendien niet waar hij vandaan komt. Dat is hogeschool reizen – zover ben ik nog lang niet.’

Hielke3

‘Een goede reiziger weet niet waar hij heen gaat’.

Uiteindelijk loopt hij naar de Middellandse Zee, vergezeld van zijn gedachten, zijn rugzak en zijn meest kostbare bagage: Tai Ji. Een goede fee heeft het me geleerd, schrijft hij, doelend op de lerares die hem een jaar tevoren de eerste beginselen van de Chinese bewegingskunst heeft 5 bijgebracht. Elke dag doet hij op een rustig plekje onverstoorbaar zijn oefeningen, soms verbaasd gadegeslagen door passanten. Zijn verslag bevat boeiende passages over de invloed van de Romeinen en het christendom, voorzien van een subtiele relativering. Zoals ook in zijn met milde zelfspot beschreven verlegenheid in het contact met vrouwen

Keerpunt

De wandeling is een keerpunt in zijn leven, met zijn Tao-boekje als gids en Tai Ji als vaste routine. Net als bij dammen volgen jaren van oefening en studie, waarbij zijn kennis van de Chinese taal en geneeskunst van pas komt. Als hij eenmaal snapt hoe het werkt, is het ordenen, herschikken en beschrijven van de bewegingen Hielke wel toevertrouwd.

Tien jaar na de eerste kennismaking gaat hij zelf lesgeven. Heel praktisch, geduldig en met humor demonstreert en begeleidt hij de bewegingen, alles met eigen lesmateriaal. Jarenlang oefenen Tai Ji adepten onder zijn leiding op de heuvel in het Noorderplantsoen en ook voorbijgangers kunnen gratis een lesje krijgen. Hielke wordt veel gevraagd voor workshops en demonstraties, die hij onder het motto ‘eerlijk delen’ samen met zijn collega-docenten verzorgt. Het samenwerken en verbinden is simpelweg deel van zijn systeem.

Sociale antenne

Die sociale antenne staat ook de 40 jaar in zijn huurwoning aan de Jacob Catsstraat steeds op ‘stand-by’. Maar het liefst vertoeft Hielke op de Piccardthof. Wie daar zijn van elke luxe gespeende tuinhuisje binnenstapt, waant zich in het boek ‘Walden’ van Henry Thoreau. Tegelijk leeft hij zich uit als vrijwilliger, variërend van bestuurlijke bemoeienis tot het maken van een website en een bomenroute. Daar ontmoet hij ook vriendin Ilkje, met wie hij vanaf 2011 een ‘droomhuisje’ aan het water deelt.

Het stekje wordt een ontmoetingsplek voor familie en vrienden. En als weer eens iemand vraagt welk deel van zijn tocht hij nou het mooist vond, dan antwoordt hij: ,,De Hoornse Dijk bij Groningen vond ik wel mooi; mooi is namelijk een kwestie van hoe je kijkt.”

,,Mmmét Hielke.”

De begroeting was het afgelopen jaar hetzelfde als altijd. Maar het duurde wel steeds langer voor Hielke opnam. Wie hem kende wist dat hij zich dan vanuit zijn stoel naar zijn telefoon sleepte, zich concentrerend op de gevleugelde woorden, die ook nu opgewekt moesten klinken. Alsof er niets aan de hand was. Maar er was wel wat aan de hand. Hielke had ALS.

Het was afzien die laatste maanden, maar hij hield met hulp van familie en vrienden zelf de regie, zoals hij dat zijn leven lang gedaan had.

Wat blijft is de herinnering aan een man, die anderen veel gegeven heeft door in bijna alle omstandigheden zichzelf te zijn.

Misschien kwam de typering van studievriend Franciscus nog wel het dichtste in de buurt: „Hij wandelde door Groningen als een Chinese wijsgeer”. Hielke zelf zou dat overdreven vinden. Hij was immers: gewoon Hielke.

BOEK

In 2019 heeft Corien Bennink van het reisverslag van de wandeling uit 1995 een eboek en een papieren boek gemaakt, inclusief een Engelse vertaling. Het boek van 550 pagina’s is verkrijgbaar in een aantal boekhandels en via internet. Titel Groningen-Montpellier. Een wandeling langs kanalen en rivieren. Auteur Hielke Hylkema ISBN Paperback 9789 4641 86 000 E-book 9789 4641 86 017 Prijs Paperback € 37,50; E-book € 10,–

Hielke4

De derde ronde….

… van de competitie verliep iets beter dan de tweede ronde. Het achttal verloor met grote cijfers van het derde team van DES Lunteren (5-11), maar het zestal speelde verrassend gelijk tegen Den Haag. Een impressie van de interessantste momenten uit deze ronde.

Achttal

Jack van der Plas leverde als eerste twee punten in. Ondanks mijn eerdere waarschuwingen in deze rubriek, beging Jack een belangrijke positionele blunder:

derde1

Jack van der Plas – Jaap Heij  

Stand na de 21e zet van zwart. 

49-44??? (17-22), 28×17 (11×31), 36×27 (23-29!). Natuurlijk. De witte korte vleugel wordt lamgelegd. Jack kwam er niet meer aan te pas.  

Vervolgens speelde Hans Kreder remise. Voor de oppervlakkige toeschouwer stond Hans huizenhoog gewonnen, maar in werkelijkheid mocht hij blij zijn met een punt weg te komen.

derde2

Michel Hendriksen jr. – Hans Kreder  

Stand na de 30e zet van wit. 

Zwart staat slecht. (6-11) en (12-17) zijn verhinderd. Hij doet er het beste aan om een schijf achterstand te accepteren met (14-19), 33-29 (19×30), 29-23, enz. Zwart heeft dan nog enige compensatie. In de partij werd gespeeld: (14-20??), 32-28? (20×29), 33×24 (22×33), 38×29. Hiermee mist wit de winst. Na (14-20) had wit moeten spelen: 33-29! Met het volgende plausibele verloop: (3-9), 49-43 (9-14), 44-40 (6-11), 39-33 en hier moet zwart wel (25-30) offeren, want anders loopt het snel mis voor hem.  

Vervolgens ontdekte Peter van den Berg de kracht van enkele eenvoudige omsingelingszetten. 

  derde3

Henk Timmer – Peter van den Berg  

Stand na de 36e zet van wit. 

Om de stand min of meer gelijk te houden was (6-11) aangewezen met als plausibel verloop: 48-43 (11-17), 27-21×21 (17-22), 21-16 (12-17). Het ziet er een beetje eng uit, maar zwart hoeft zich geen zorgen te maken. De doorbraakactie met 26-21 en 16-11 bijvoorbeeld strandt op (23-29). 

Het partijverloop was: (14-20?), 33-29 (20-24×24) [Beter was (12-17), maar daarna is 30-24 vrijwel dodelijk.] 39-33 (12-17), 34-29 (23×25), 27-21 (16×27), 32×14 en opgegeven. Zie de kracht van de witte formaties!  

In de partij van invaller Dick den Ouden werd het evenwicht nooit serieus verbroken, met remise als logisch resultaat. Vervolgens verloor Maurits Meijer die in een wel heel eenvoudig zetje liep. 

derde4

Maurits Meijer – Robbert Westerink  

Stand na de 30e zet van zwart. 

30-24?? (22-28), 31×33 (13-19), 24×13 (12-18), 13×22 (17×48). Wit haalde deze dam nog wel van het bord met 37-31, 38-32 en 26-21, maar het is daarna nooit meer wat geworden.   

Joop Burgerhout bezorgde met een remise de tegenstander het negende en dus winnende punt. De laatste verliespartij van LDG kwam op naam van Harry Dekker. Hij beging een positionele fout, die eigenlijk afgestraft had moeten worden, maar zijn tegenstander beging op zijn beurt een slordigheid. Helaas miste Harry de hem geboden ontsnapping. Die eeuwige tijdnood ook…. 

derde5

Jaap van Hierden Sr. – Harry Dekker  

Stand na de 40e zet van wit. 

(18-23?), 34-30! (15-20), 30-24!? [Dit wint een schijf, maar geeft zwart de kans om te ontsnappen. Beter was daarom: 27-22!] (20×29), 33×24 (19×30), 35×24 (11-17?) Dit is het moment waarop zwart nog een redding achter de hand heeft: (12-18!), 28×19 (16-21), 27×17 (18-23), 19×28 (26-31), 37×26 (8-12), 7×18 (13×42). Dit zou voldoende moeten zijn voor remise. Overigens verloor zwart kort na (11-17) door tijdsoverschrijding.  

Ik mocht de spreekwoordelijke eer redden na een partij waar ik niet erg tevreden over was, maar die verrassend soepel won. Al had tot op het laatst remise nog de uitslag kunnen zijn. 

derde6

Chris Versteegen – André van der Kwartel  

Stand na de 54e zet van wit. 

De gemakkelijkste manier om hier te winnen is (24-29), gevolgd door (23-28). In een vlaag van verstandsverbijstering vergreep ik mij echter aan (11-16??). In een eindspel is het prettig om schijven aan de randen te hebben, maar niet als die een potentiële vangstelling vormen. Volgens KR is de stand plotsklaps remise na 39-34! Er dreigt 34-30, 49-44 en 31-27. Dat volgt ook na (24-19), maar dan voorafgegaan door 14-9. Haalt zwart zijn dam terug naar 47 dan volgt 34-30 en de remise komt snel in zicht voor wit. Gelukkig overzag mijn tegenstander deze mogelijkheid. Hij speelde 31-27?? En daarmee was alles weer in orde: (24-47), 49-43 (23-28) en winst. 

Zestal 

Vijf dagen na de wedstrijd van het achttal speelde het provinciale zestal tegen de damclub Den Haag. Tegen deze sterke ploeg werd met 6-6 gelijk gespeeld. Heel verrassend, daar de drie sterkste spelers van LDG niet meespeelden.  

Jack van der Plas opende de score met een niet moeilijke, maar wel spectaculaire afwikkeling.

derde7

Bas Baksoellah – Jack van der Plas  

Stand na de 25e zet van zwart. 

Niets aan de hand na 41-36, maar wel na het gespeelde 43-39?? (29-33), 38×29 (26-21), 37×17 (16-21), 27×7 (18×36), 29×18 (13×2). Enkele zetten later gaf wit op.  

LDG kwam op 4-0 door een prachtige overwinning van Rudi van Velzen. 

derde8

Rudi van Velzen – Frans van Eenennaam  

Stand na de 31e zet van wit. 

Spelverloop: (9-14!?), 24-19!! (13×24), 32-28!! Zwart heeft geen enkel weerwoord. Hij speelde nog (24-30), maar gaf na 35×24 op.  

Uit de overige vier partijen hoefden nog maar drie punten te komen, maar dat streven werd door een misser van mij al direct een stuk moeilijker gemaakt. 

derde9

André van der Kwartel – Pertap Malahé  

Stand na de 39e zet van zwart. 

Een leerzaam moment. Na 27-22 vindt KR de stand gelijkwaardig. Na de – voor mij – meer voor de hand liggende (en gespeelde) zet 42-37?? is de stand voor wit vrijwel verloren. Zwart moet daarvoor dan wel (8-13!) spelen. Hij speelde echter (17-21) en daarmee was de stand weer gelijkwaardig. Het is leerzaam om na (8-13) wat variantjes te spelen. Wit komt heel snel steeds slechter te staan. 

Vanuit de diagramstand was het spelverloop: 42-37? (17-21?), 40-34 (4-10), 39-33 (8-12). Deze zet verraste mij totaal. Ik hield alleen rekening met (13-18) of (10-15), waarbij ik voor deze laatste zet de punten al telde. Maar na de tekstzet zag ik in tijdnood de afwikkeling 27-22 (24-30), 35×13 (12-18), 28×19 (18×40) schitteren. Ik was bang dat die afwikkeling tot een slecht eindspel zou leiden en speelde min of meer in paniek: 35-30?? (24×35), 33-29 en kon na (12-17) enz. opgeven. De afwikkeling die ik ontweek, had snel tot remise geleid.  

Vervolgens speelde Harry Dekker knap remise tegen Jan Kok. Maar hij miste onderweg wel een mogelijke winstkans. 

derde10

Jan Kok – Harry Dekker  

Stand na de 41e zet van wit. 

In de partij speelde zwart (13-18) en het liep soepel remise. Zwart had zichzelf winstkansen kunnen scheppen met (21-26!). Het vervelende van dit zetje is dat het voor de hand liggende 32-28 is verhinderd door: (26×37), 42×31 (14-19) met schijfwinst. Wit heeft dus niet veel beter dan 42-37 en zit na (12-18) met een lastige stelling opgescheept. Een redelijk plausibel verloop is dan: 38-33 (18-23), 27-22 (14-19), 24-20 (23-29×30). Wit krijgt het moeilijk.  

Joop Burgerhout speelde knap remise tegen Jeroen Kos, waardoor het bereiken van dat ene gewenste zevende punt geheel op de schouders van Maurits Meijer kwam te liggen. Maurits kwam in een nadelig eindspel terecht en verdedigde zich bekwaam. Helaas miste hij het moment waarop hij de kroon op zijn verdedigende werk kon zetten. 

derde11

Gerard de Groot – Maurits Meijer  

Stand na de 61e zet van wit. 

Het is een complex eindspel dat voor iedere dammer een stevige uitdaging zal vormen. 

Ik laat eerst het partijverloop zien, want de manier waarop wit wint is toch wel erg mooi. 

(36-4?), 33-28 (4-31), 7-2 (31-48), 2×35 (48-43), 35-19 (43×21), 19×5. Nu blijkt dat beide witte schijven beschermd zijn: op (21-17) volgt 28-22 en op (21-12) volgt 23-18 en 25-20. 

De diagramstand geeft het moment weer waarop zwart nog remise kan maken en er zit een zekere logica achter de gewenste zet: (36-22!). Wit heeft niet veel anders dan 32-28 (22-31). De witte schijven staan nu midden op het bord ongelukkiger opgesteld. De zwarte schijven aanvallen wordt voor wit vrijwel onmogelijk zonder dat ook witte schijven van het bord gaan. 

DEZ Reeuwijk tegen Leids Damgenootschap 2

Een verslag van Eric van ’t Hof

Reeuwijk, vrijdagavond 29 oktober 2021

Al weer de derde ronde van ons schaakvriendendamteam in de derde klasse van de ZHDB-competitie. Tegen het jeugdteam uit Reeuwijk behaalden we de maximale score van 8 punten uit 4 partijen.

Ik neem de partijen even door in omgekeerde bordvolgorde.

Op bord 4 speelde Daan Binnendijk met de witte stukken tegen Indy Schouten. In mijn ooghoek zag ik hier al vrij vlot een witte schijf op het derde veld belanden.

Deze dam kon nog wel ten koste van vijf schijven worden afgenomen, maar een hele zware partij werd dit niet voor onze wethouder.

Zelf mocht ik een bord hoger met zwart aantreden tegen Willem Slappendel die, voor een jongen van zijn leeftijd, mij goed partij gaf.

In onderstaande stelling crëerde hij echter met 46-41? een zwakte die hem later zou opbreken.

reeuwijk1

Gaan we verder met de partij Eelco Kuipers tegen Jesse Schouten. Onze witspeler hoefde in deze partij slechts een afwachtende houding aan te nemen, welke rol hem op het lijf is geschreven.

In onderstaande stelling werd besloten tot (21-27?) die na de dubbele ruil voor wit een 1-om-2 in de stelling bracht die door Eelco niet werd gemist.

Even later in de partij gebeurde nogmaals iets soortgelijks zodat de door sommigen als MF (in een andere denksport) aangeduide speler de winst vlot kon noteren.

reeuwijk2

Blijft over de kraker op bord 1. Onderstaande grafiek van Kingsrow laat zien dat er hier zich een drama heeft afgespeeld.

reeuwijk3

Quirinius van Dorp bond voor de derde maal in zijn damcarrièrre de strijd aan met Maaike de Bruin. Bij de eerste twee confrontaties had Q in het stof moeten bijten.

Maar hij was er op gebrand ook voor de derde maal op het hoogste bord plaats te nemen. Wij hebben getracht hem hiervan te weerhouden, doch hij was onvermurwbaar.

Ook nu dreigde voor hem wederom de bittere nederlaag, nadat hij het onzalige (17-22?) uit zijn vingers had gekregen. Zie onderstaande stelling.

reeuwijk4

Maaike de Bruin liet zich deze opgelegde schijfwinst natuurlijk niet ontgaan, waardoor Q verder voor een verloren zaak leek te strijden.

Hij rechtte echter de rug en bleef doorschuiven, wanhopig opzoek naar complicaties.

reeuwijk5

In bovenstaande stelling kan wit de meerderheid aan de linkerzijde van het bord benutten door bijvoorbeeld de zet 32-27 etc. waarna het voor zwart een zéér hachelijke zaak wordt.

De witspeler besloot echter met 33-28 de stelling klassiek te maken, een onverstandige keuze naar het oordeel van Kingsrow.

Q kreeg hierdoor weer kleine rommelkansen en rommelde zich zelfs naar een gelijkwaardige stelling waarin het de witspeelster was die de remise moest zien te vinden.

Het keerpunt van de partij is hieronder te zien.

reeuwijk6

Met 22-18 behoort wit hier door te lopen naar dam, maar de Reeuwijkse speelde onder druk van grote tijdnood per ongeluk 22-17? waarna Q met 50-45 opeens een winststelling in handen had.

reeuwijk7

De tweede ronde….

Geschreven door André van der Kwartel!

… van de competitie is teleurstellend verlopen voor LDG. Het achttal verloor in de landelijke competitie met grote cijfers (12-4) van Damcombinatie Zaanstreek. Het zestal verloor in de provinciale competitie met 7-5 van het eerste team van Damlust uit Gouda. Dat laatste mag overigens worden gezien als een goede prestatie, gegeven het gemiddelde ratingverschil tussen beide teams. 

 

Het achttal 

Er valt niets af te dingen op de overwinning van Damcombinatie Zaanstreek. LDG kwam op een 6-0 achterstand, waarna door LDG niet meer dan een viertal remises bijeen konden

ldg1

Joop Burgerhout – Losseni Savané  

Stand na de 23e zet van zwart. 

Joop had hier een zetje uit kunnen halen middels: 37-32 (31-36), 35-30 (25×34), 43-39 (34×43), 26-21 (16×27), 32×21 (43×32), 21-17 (12×21), 23×3 (14×34), 3×26. Het is de vraag of dit gewonnen is voor wit. Kingsrow (KR) geeft na (31-36) de voorkeur aan 40-34. Hoe dan ook, in de partij werd 40-34 gespeeld, waarna een prachtige slagzet had kunnen volgen: (25-30!!), 34x25A (14-20), 25×14 (16-21), 26×28 (11-16), 37×26 (18-22), 28×17 (12×21), 26×17 (8-12), 17×8 (3×24), 29×20 (10×46!!). 

A): Als wit anders slaat is de slagzet iets eenvoudiger: 35×24 (22-28), 33×13 (16-21), 26×17 (11×22), 37×26 (22-28), 23×32 (14×23), 29×18 (8×46). 

In de partij had Joop nog geruime tijd het beste van het spel, maar raakte in een complexe stand het spoor bijster en verloor.  

Ik was zelf verantwoordelijk voor de 4-0 achterstand. In een tot dat moment spannende partij werd ik volledig verrast door een damzet. 

worden geschraapt. Joop Burgerhout moest als eerste zijn tegenstander feliciteren. In zijn partij deed zich een inmiddels wereldberoemd fragment voor. 

 

ldg2

André van der Kwartel – Ruud Holkamp  

Stand na de 21e zet van zwart. 

De witte stand is hier al dubieus geworden, maar ik had nog niets in de gaten: 44-40?? (13-19!), 24×13 (17-21!!), 26×19 (12-17!), 13×22 (17×46). Ik was totaal verrast, heb nog een tijdje tegen zitten stribbelen, maar uiteindelijk won mijn tegenstander met een fraaie zesklapper. 

Dat de diagramstand voor wit al niet meer klopt blijkt wel uit het  feit dat KR adviseert om 41-36 te spelen en daarmee dezelfde damzet (maar nu naar 48) toe te laten. De dam kan dan met gelijk spel worden afgenomen.  

Nadat Peter van den Berg had verloren door een eenvoudige drie-om-drie naar dam toe te laten, bracht Maurits Meijer het eerste punt voor LDG binnen. Van deze partij zijn geen bijzondere momenten te vermelden. Dat geldt niet voor de partij van Hans Tangelder die het tweede punt voor LDG wist te scoren. Hij heeft aantoonbaar verloren gestaan, maar greep wel zijn kans toen zijn tegenstander een onnauwkeurigheid beging. 

ldg3

Paul Teer – Hans Tangelder  

Stand na de 42e zet van zwart. 

Zwart staat hier al een schijf achter en wit had zijn voordeel moeten consolideren met 29-23! De zwarte druk op de lange vleugel ziet er misschien gevaarlijk uit, maar zwart komt er niet doorheen. Misschien overschatte de witspeler zwarts kansen, want hij speelde: 32-28!? En ontdekte dat hij na (22-27) met een probleem zat. Op iedere ‘passieve’ zet volgt (27-31), 37-32 met na bezetting van veld 23 (9-14) en wit komt nergens meer. Dus werd in de partij gespeeld: 38-32 (27×38), 33×42 (15-20), 24×4 (13×44). Hier komt een tweede nadeel van zet 32-28 naar voren: in veel varianten na 29-23 kan wit op dit moment 4×50 slaan, maar in de partijvariant staat schijf 28 in de weg. Wit slaat 4×16 en na (44-50) wint zwart een schijf terug en liep de partij remise. 

Hans Kreder bracht na een degelijke partij een punt voor LDG binnen. Zo ook deed Jack van der Plas, maar hij had niet over geluk te klagen. 

ldg4

Jack van der Plas – Joop Wind  

Stand na de 39e zet van zwart. 

Na 31-26 zou de stand in evenwicht zijn. Wit speelde echter 44-40?? en geeft daarmee zwart de mogelijkheid om winnend voordeel te bereiken. Zwart speelde (8-13??) en overzag daarmee (17-21!) Dreigt met (21-26) en 31-26 is verhinderd wegens (24-29) en (29-34). KR kiest in arren moede maar voor 28-22 (8-13), 22-17 maar het is duidelijk dat wit geen enkele compensatie heeft voor de schijf achterstand.  

Ten slotte verloor ook onze onvolprezen teamleider Harry Dekker. In een complex remise-eindspel maakte hij een fout die hem twee schijven kostte en uiteindelijk de partij. Dat moment laat ik aan de geïnteresseerde lezer over. (Zie op toernooibase, de 59e zet van zwart.) Leerzamer is een eerder moment in de partij, waarin Harry remise had kunnen afdwingen. 

ldg5

 

Ruud Groot – Harry Dekker 

 

Stand na de 45e zet van wit. 

Harry speelde hier (6-11), maar het is duidelijk dat de witspeler toespeelt naar de afwikkeling met 37-31 enz. Zwart had daarop kunnen anticiperen met: (9-13!). Als wit nu afwikkelt, volgt: 37-31 (26×37), 32×41 (23×32), 38×27 (14-20), 25×23 (13-18), 30×19 (18×49) en de remise is verzekerd. Ook als wit van deze afwikkeling afziet met 43-39 houdt zwart gemakkelijk remise. Zelfs als zwart alsnog (6-11) speelt, want ook na 33-29 (24×31), 30-24 (19×30), 28×6 is het remise. 

 

Het zestal 

Twee dagen na deze nederlaag mocht het zestal in de provinciale competitie aantreden tegen het eerste team van Damlust uit Gouda. Gezien het verschil in niveau werd rekening gehouden met een grote nederlaag, maar aan het eind van de avond stond de stand 7-5 in het voordeel van Damlust op het scorebord, hetgeen voor de Leidenaren mocht worden gezien als een eervolle nederlaag, al hadden we over geluk niet te klagen.  

Dat begon al met de overwinning van Steven den Hollander die een reglementaire overwinning boekte. Zijn tegenstander verloor door tijdsoverschrijding. Een groot deel van de (zeer complexe) partij had hij groot voordeel gehad en ook op het moment dat hij door zijn vlag ging, stond hij nog veel beter. Maar de klok is onverbiddelijk.  

Erno Prosman bracht de partijen op gelijke hoogte. Deze keer was Maurits Meijer zijn slachtoffer. Er valt niets spectaculairs uit deze partij te melden. Het is fraai om te zien hoe de waardering van KR voor de stand van Prosman geleidelijk toeneemt naar het definitieve 9.99: in alle varianten verloren.  

Ook bij Hans Tangelder kon je in de analyse van KR zo’n continue trend naar verlies waarnemen, maar voordat die trend definitief inzette, overzag Hans een aardige remise-afwikkeling. 

ldg6

Hans Tangelder – André Venema  

Stand na de 34e zet van zwart. 

Hans koos hier voor 38-33 en 37-32, maar had spectaculair remise kunnen maken door: 21-17!! (12×34), 26-21 (16×27), 31×33 (29×38), 40×29. Wit staat een schijf voor, maar na (19-24×24) heeft zwart voldoende compensatie.  

Jack van der Plas speelde na een gedurfde partij-opzet verdienstelijk remise tegen Arie de Bruijn. Op één moment miste deze laatste een waarschijnlijk winnende voortzetting. 

 

ldg7

Jack van der Plas – Arie de Brijn  

Stand na de 17e zet van wit. 

Na het slappe (11-17×7) werd het voor zwart nooit meer wat in de partij. KR geeft aan dat zwart bijna zekere winstkansen krijgt na: (24-30), 35×24 (20×40), 45×34 (12-17!). 39-33 en 38-33 zijn nu verhinderd. Wit gaat een zware strijd tegemoet.  

Zoals zo vaak dit seizoen speelde ik een goede partij, maar ging het in een laat stadium van de partij in tijdnood mis. 

ldg8

Henk van Klaveren – André van der Kwartel  

Stand na de 40e zet van wit. 

(8-13!?) nog niet de verliezende zet, maar (18-23) is degelijker. Ik dacht echter dat ik met de partijzet 34-29 verhinderde… 34-29! Toch. (18-23), 29×18! (13×31), 32-27 (31×22), 28×6. In tijdnood heb ik dit naslagje totaal gemist. Ik probeerde nog (19-23) en ook Erno Prosman zag niet direct wat het probleem was: 25-20? (23-28!), 33×22 (16-21), 20×29 (21-27), 22×31 (26×48) = . 

Overigens was de stand na 34-29 volgens KR nog steeds remise wegens: (26-31), 27×36 (16-21), 29×20 (15×24) en ondanks een schijf voorsprong wint wit dit niet meer.  

Het was aan Joop Burgerhout te danken dat een eervolle eindstand op het scorebord kwam. Hij dwong zijn tegenstander met een bord vol schijven een schijf te offeren en gaf dat voordeel niet meer uit handen. 

ldg9

Joop Burgerhout – Erik Hoogendoorn  

Stand na de 19e zet van wit. 

Hier besloot zwart een schijf te offeren met (25-30). Het is duidelijk dat zwart in grote problemen zit. Ik zou liever (12-17) hebben gespeeld met bijvoorbeeld 44-39 (18-22), 29×18 (20-24). Ook dat lijkt uiteindelijk niet goed te gaan, maar er staat in ieder geval een aardige knokpartij op het bord waar ook wit de nodige energie in moet steken. 

Leids Damgenootschap – Damlust 2

Geschreven door André van der Kwartel

Het Leids Damgenootschap speelt met een zestal in de provinciale hoofdklasse van de ZHDB. In de eerste competitieronde werd gespeeld tegen het tweede team van Damlust uit Gouda. Het werd een verrassend gelijkspel: 6-6. Van tevoren zou ik als teamleider voor deze uitslag getekend hebben. Maar achteraf houd ik er een dubbel gevoel aan over. Gezien het spelverloop had een kleine overwinning voor LDG zonder meer tot de mogelijkheden behoord, maar als ik kijk hoeveel geluk LDG heeft gehad, mogen we absoluut niet klagen.

We beginnen met de partij van Steven den Hollander. Naar eigen zeggen gaf hij zijn tegenstander maar liefst drie keer de mogelijkheid een winnende combinatie uit te voeren. Kingsrow signaleert er maar twee, maar toch….. De partij eindigde in remise.

Het eerste moment deed zich voor op de 22e zet van wit.

Damlust1

Alex Bitter – Steven den Hollander 

Wit speelde hier 37-31 en miste daarmee de volgende afwikkeling: 34-30 (25×34), 39×19 (13×24), 27-22 (18×27), 35-30 (24×35), 29-24 (20×18), 37-31 (26×37), 42×4. 

Kort na dit moment miste wit een tweede winst. Het spelverloop vanuit de diagramstand was: 37-31 (26×37), 42×31 (11-17), 48-42 (6-11), 42-37 (17-22), 27-21 (11-17), 21-16?? Hiermee mist wit zijn tweede winstkans. Hij had moeten spelen: 38-32 (17×26), 34-30 (25×34), 39×19 (13×24), 32-28! Het beste voor zwart lijkt nu nog: (7-11), 28×6 (20-25), 29×20 (18×49), maar na 6-1 (15×24), 1×29 lijkt zwart kansloos. 

 Het tweede gelukje kwam op naam van Koos van Amerongen. Na afloop gaf hij aan dat zijn tegenstander kennelijk niet veel zin had om op winst te spelen. Ik interpreteerde die uitspraak als een commentaar op een weinig inspirerende partij, tot ik de stand zag waarin remise overeen was gekomen….  

Damlust2

Koos van Amerongen – Arie de Bruijn 

 Stand na de 36e zet van zwart. 

Met 33-28 had wit de stand nog gelijk gehouden, maar na het gespeelde 41-37? Taxeert Kingsrow de witte stand alsof wit een volle schijf achter staat. En dat klopt ook wel. Na (15-20!) heeft wit geen goede zet meer. Twee kleine variantjes als voorbeeld: 

  1. A)30-25 (24-30), 25×12 (30×28), 32×23 (21×41), 12×21 (16×27).
  2. B) 34-29 (18-23), 29×18 (13×31), 37×26 (20-25).

De beste zet van wit is het lelijke 37-31, maar gespeeld werd: 33-28? (18-22), 27×18 (13×33), 38×29 (24×33), 43-38 en hier werd remise overeengekomen?? Zwart is inderdaad niet geïnteresseerd in winst, want hoe zou wit zich nog moeten redden na: (17-22), 38×29 (22-27)?   

Een derde gelukje deed zich voor in de partij van Rudi van Velzen. Op de 21e zet beging hij een ernstige positionele blunder:

Damlust3

Henk Meester – Rudi van Velzen 

Zwart kwam hier op het onzalige idee om (2-7??) te spelen. Wit had zwarts korte vleugel nu met 28-22 volledig lam kunnen leggen. Op (12-17) volgt immers altijd 32-28 met dam. En wit heeft op zijn korte vleugel genoeg tempi om die (12-17) af te dwingen. Er moet natuurlijk nog wel zorgvuldig worden gespeeld! Overigens miste wit deze zet. Hij speelde 41-36. 

Een paar zetten later liep wit zelfs nog in een niet al te moeilijk slagzetje. 

  Damlust4

Henk Meester – Rudi van Velzen 

 Stand na de 24e zet van zwart. 

43-39? (19-24), 30×28 (26-31), 37×17 (11×44), 34×23 (44-50) en zwart won later de partij. 

 Voor deze rubrieken laat ik Kingsrow zoeken naar momenten waarop de waardering van de stand sterk verandert. Maar mogelijkheden in de partij die wel zijn gezien, maar zich niet daadwerkelijk hebben voorgedaan worden natuurlijk niet door Kingsrow gesignaleerd. Daarom ben ik heel blij als spelers zelf die mogelijkheden bij mij aangeven. Dat heeft Hans Tangelder deze keer gedaan. Ik laat zijn waarneming graag zien. 

Damlust5

Hans Tangelder – Bouke Bruinsma 

 Stand na de 26e zet van zwart. 

Hans overwoog om 48-42 te spelen, maar zag op tijd dat die zet verhinderd is door (9-14!). Zwart brengt met deze zet een dubbele dreiging in het spel: 

  1. A) (24-29) of (14-20) en (16×47).
  2. B) (17-22), 28×17 (24-29),34×12 (13-18), 12×23 (19×46)

Hans besloot 31-26 te spelen. 

Later in de partij wist Hans alsnog winnend voordeel te bereiken. 

Damlust6

Hans Tangelder – Bouke Bruinsma  

Stand na de 43e zet van wit. 

Wit heeft met zijn laatste zet, 28-22, zwart in ernstige problemen gebracht. De reactie van zwart ligt voor de hand: (27-31), 37×26 (18×27) maar nu volgde 40-34! En omdat (24-30) verhinderd is wegens 25-20 gaat zwart een schijf verliezen en later de partij. 

In de diagramstelling had zwart nog remise in handen met de verrassende zet (12-17!). Wit wil natuurlijk niet naar 11 slaan, dus: 22×31 (17-22!), 31-26 (22-28), 33×22 (18×27). Zwart heeft nu meer dan voldoende compensatie voor zijn schijf achterstand.  

Daarmee was de stand op 6-2 gekomen en met nog twee partijen te gaan was er nog maar één punt nodig voor de overwinning, maar helaas: beide partijen gingen verloren. De eerste nederlaag kwam op mijn naam. Ik maak wel vaker de fout om een gekozen partijopzet te ver door te voeren en dat overkwam mij nu ook. Het gevolg was dat ik in de onderstaande diagramstand totaal verloren sta. 

Damlust7

André van der Kwartel – Jeroen de Bruijn 

 Stand na de 36e zet van wit. 

Na (20-25) kan ik waarschijnlijk de schijfjes in de doos stoppen, maar mijn tegenstander speelde (11-17??). Dat zijn die kleine kansjes waar je in een slechte stand nog op hoopt: 36-31! (27×36), 47-41 (36×47), 43-38 (47×33), 29×38 (20×29), 34×21.  

 Die stand had ik natuurlijk remise moeten houden. Na enige voorbereidende zetten op de korte vleugel en doorbraak naar dam was de volgende stand ontstaan: 

Damlust8

André van der Kwartel – Jeroen de Bruijn 

 Stand na de 49e zet van zwart. 

Ik zat al geruime tijd in tijdnood en wilde hier 2-7??? spelen. Ik zag net op tijd dat die zet was weerlegd door (23-29!). In paniek speelde ik hier 35-30? Zes zetten later had ik verloren. In vroeger tijden, toen je na de vijftigste zet weer een uur bedenktijd had, had ik deze stand natuurlijk remise gehouden, maar met steeds één minuutje bedenktijd redde ik het niet. 

In de diagramstand had ik overigens het beste 38-33 kunnen spelen. 

 Ten slotte wist ook Joop Burgerhout zijn partij niet te redden. Een partij die op zichzelf een analyse waard is, alleen al vanwege de vele wisselende kansen. Maar over de gehele linie zat Joop steeds aan de verkeerde kant van de score en verloor hij terecht.

Wie ie wie?

Van Joop Burgerhout ontving ik onderstaande foto, en bijbehorende krantenknipsels. Zijn er leden die deze oud-leden herkennen? Een persoon is al getraceerd, namelijk voorzitter Laterveer.

DCL 1952
Bram vd Putte, Piet Olivier, Fer Laterveer (de broer van de voorzitter) en nog wat mensen zijn voor mij bekende namen.

Enige herinneringen aan deze mensen:

HET KNAAPJE

Bram van der Putten was een aardige man, hij was jeugdwedstrijdleider van de LDDB (de Leidse Districtsdambond). In 1969/1970 was ik een knaapje van 14, 15 jaar, en ik kon een beetje dammen. Ik was behoorlijk gepikeerd dat een jongen van de HBS geselecteerd was voor het LDDB-jeugdteam. Waarom was niet aan mij gedacht? Een aangetekende brief naar Van der Putte, handgeschreven met volzinnen dat ik voornemens zou zijn een rechtszaak te beginnen, de pers te benaderen – wat denken ze wel? Het talent van Katwijk en Rijnsburg – en eindigend met de fraaie woorden: Hopend dat een minnelijke schikking tot de mogelijkheden behoort, tekent met gevoelens van de meeste hoogachting, in de hoop dat een rechtszaak vermeden kan worden …
De dag erna werd ik gebeld door Van der Putten, en die deelde me mee dat ik aan het eerste bord mag zitten, en dat hij blij was met mijn brief, omdat ook wat reserves bedankt hadden.
Een buitengewoon aardige man! Ik zat naast hem toen we naar Monster reden voor de jeugdwedstrijden. “Jij wil graag dammen, Joop. Dat zit je bij mij aan het goede adres!”
Een geweldige pedagoog.

DE NATTE HAND
Gert van Zuijlen jr., ooit Rijnsburgs kampioen, won van Van der Putten die erg netjes was. Van Zuijlen zag hem naar het toilet gaan, ging achter hem aan, deed zijn broek open en waste daarna zijn handen. Toen Van der Putten uit het toilet kwam, gaf Gert hem een net gewassen hand. “Sorry, soms plas ik ernaast” om in de partij met deze hand langdurig boven een schijf te hangen.
Gert won, en Van der Putten was blij verlost te zijn van zoveel smerigheid.

EEN KUNST APART

Piet Olivier heb ik meegemaakt bij een algemene ledenvergadering van de LDDB. Ik zat erbij, omdat daarna wat gedamd zou worden. Naast mij zat Jan Schoneveld, de geweldige voorzitter van de Katwijksche Damclub, en achter mij Piet Olivier.
De kunst om in weinig woorden iets te verduidelijken is genade. Het tegenovergestelde om in heel veel woorden niets te zeggen is een kunst apart. Ik zat tussen deze twee heren ingeklemd.
“We zullen moeten trachten. En proberen. Alsmede een poging te ondernemen. De jeugd. En de jongeren. En dan doel ik niet alleen op hen. Die de leeftijd van 12 nog bereikt hebben. Maar ook op hen die de leeftijd wel bereikt hebben. Te bewegen. Althans gelet op hun leeftijd. Ook de ouders. En de scholen. En dan doel ik op de leerkrachten. Tevens op de Onderwijzers. Ook van het Vrouwelijk geslacht …”
Dat was Jan Schoneveld.
Piet Olivier gebruikte vooral woorden die alleen in kruiswoordraadsels voorkwamen.
Van dammen kwam niets terecht.
Hoofdpijn hield ik over aan deze bijeenkomst.

Laterveer werd in 1970 lid van de Rijnsburgse Damclub. Ook al weer zo’n aardige man. Hij won van Arie Vletter, meermalen Rijnsburgs kampioen. Ik bemoeide me met de partijanalyse. Laterveer was aardig en complimenteerde me met mijn vier zetten diepe inzicht. En Vletter was niet zo aardig. Hij had verloren. “Houd jij je snuit nu maar dicht, jochie”.

Waarom ik dit onthouden heb?
Aardige mensen maken indruk.
Veel woorden kennelijk ook.

NLC 24-9-1952 Leidse Courant 24-9-1952 LD 23-9-52

LEIDS DAMGENOOTSCHAP – 020_2

Door André van der Kwartel (voor zijn computer crashte)

Het Leids Damgenootschap komt met een achttal uit in de Eerste Klasse B van de landelijke competitie. LDG won zijn eerste ronde wedstrijd verrassend van het tweede team van 020 uit Amstelveen. Weinig mensen zouden de uitslag 11-5 van te voren hebben durven voorspellen.

Hans Tangelder opende aan bord 1 de score met een snelle remise tegen Wiebo Drost. Bij het naspelen van deze partij kreeg ik de indruk dat beide spelers groot ontzag voor elkaar hadden en complicaties uit de weg wilden gaan.

Hans Kreder zette met een eenvoudige damzet LDG op een 3-1 voorsprong.

0201

Hans Kreder – Thijmen Stobbe 

 Stand na de 37e zet van wit. 

Zwart staat al slecht, maar de poging om de witte schijf op 23 weg te krijgen is direct verliezend: (2-7??), 28-22 (19×17), 37-31 (26×37), 38-32 (37×28), 33×2. Zwart liet zich de rest niet meer bewijzen. 

 Ik mocht zelf de stand op 5-1 brengen. Dat ging gepaard met een enorme psychische druk. Ik speelde namelijk de onvoltooide van Bronstring. Ik kon het gevoel maar niet van mij af zetten dat de grootmeester met opgetrokken wenkbrauwen over mijn schouder mee keek. Ter onderbouwing van mijn gevoelens een citaat uit de bijlage van Evert Bronstring bij het boek “Damsport in Leiden”: 

“(…) zie ik ook clubgenoten bezig met mijn specialiteiten. Vooral het laatste spoedt mij tot het schrijven van deze artikelen, want het hanteren van specialistische principes vereist wel enige zorgvuldigheid. Te dikwijls nog springen mij de tranen van ellende in de ogen, wanneer ik de clubgenoten bezig zie met abominabele omsingelingen.” 

Hoe dan ook, mijn aanpak van de onvoltooide hekstelling had geleid tot de volgende stelling: 

0202

Huub Kroes – André van der Kwartel 

Stand na de 14e zet van zwart. 

In de partij keek ik naar twee varianten: 42-37 (10-15), 48-42 (21-26) en naar 29-23. Ik was blij dat ik die beslissing niet hoefde te nemen. [Overigens geeft Kingsrow na lang rekenen de voorkeur aan: 29-23 (11-17), 42-37 (13-18), enz. met licht voordeel voor zwart.] Ook mijn tegenstander vond het een moeilijke beslissing, want hij besteedde misschien wel dertig minuten aan zijn volgende zet. En die luidde: 31-26??? Na (12-18), 26×17 (11×31), 36×27 (18-23), 29×18 (13×31) stond ik een schijf voor.  

020 verkleinde de achterstand tot twee punten doordat Maurits verloor van Jan Pieter Drost. In het middenspel overzag de voorzitter van LDG een kleine, maar toch wel verrassende combinatie. 

0203

Maurits Meijer – Jan Pieter Drost 

 

Stand na de 21e zet van zwart. 

Na 40-34 zou wit niet veel te vrezen hebben, maar hij speelde: 41-37? (24-29!), 33×24 (22×33). Het verrassingselement zit erin dat hoe wit ook slaat, er altijd een slagje na volgt. In de partij koos wit voor: 38×29 (27-31), 36×27 (18-22), 27×18 (12×45). Heel even leek wit zich nog te redden: 44-40 (45×34), 39×30 (35×24), 49-44. Wit lijkt zijn schijf terug te winnen, want op (34-40) volgt de plakker 26-21. Maar zwart vindt nog een verdediging: (4-10!), 44-39. Wit heeft niet veel anders. (10-15), 39×30 (14-20), 24-19 (20-25), 30-24 (25-30) en met de onweerlegbare dreiging (9-13) kwam zwart definitief op schijfwinst. 

Teamleider Harry Dekker bracht met een remise de stand op 6-4 in het voordeel van de Leidenaren. Ondanks een door zijn tegenstander zwak gespeelde opening, geeft Kingsrow nergens een mogelijke verbetering in de partij aan. 

Quirinius van Dorp bracht de stand op 7-5. Een opmerkelijke prestatie omdat Quirinius pas twee dagen eerder was gevraagd om mee te spelen in plaats van Joop Burgerhout. Het werd een degelijke remise waarin zich één verrassend moment voordeed waarop Quirinius in grote, zo niet onoverkomelijke, problemen had kunnen komen. 

0204

Pauk Lohuis – Quirinius van Dorp 

Stand na de 36e zet van wit. 

Het spelverloop was (20-25), 43-39 (12-17), enz. Ik vraag mij af wie zou zien dat wit in dit zetverloop een winstkans mist. Na (20-25) had wit 27-21!! moeten spelen. Zwart zit in grote problemen. Op (11-17) volgt 42-37, 28-22, 32×21, 34-30. Op (11-16) volgt 28-22! (16×27), 32×21 (18×16), 34-30. (15-20) is positioneel zelfmoord. Dus blijft over: (12-17), 21×12 (18×7), 28-22 en zwart gaat een schijf verliezen. 

Jack van der Plas bracht de stand op 9-5 en stelde daarmee de overwinning veilig. Op de 47e zet liet zijn tegenstander de laatste kans op remise liggen. Maar het ging dan ook om een verrassend offer. 

0205

Jack van der Plas – Frank Zwerver 

Stand na de 47e zet van wit. 

Na het gespeelde (3-8?) is de stand verloren voor zwart. In de partij ging het heel snel: 30-24 (10-14), 24-19! (14-20), 21-16 (23×14), 16-11 en de rest was niet moeilijk meer. 

In de diagramstand had zwart nog remise kunnen maken met (15-20!). Als zwart (20-25) kan spelen, is het voordeel van wit eigenlijk verdwenen, dus lijkt de sterkste zet van wit: 30-25, maar dan volgt verrassend: (20-24), 29×20 (10-14), 20×9 (3×14). Zwart staat een schijf achter, maar heeft meer dan genoeg compensatie om de partij bij goed spel remise te houden. 

Rudi van Velzen bracht de einstand op 11-5, maar bij die overwinning vallen nog wel enkele kanttekeningen te plaatsen. 

0206

Herman Hebbink – Rudi van Velzen 

Stand na de 41e zet van zwart. 

45-40?? (11-17??) [Beide spelers overzien (18-23!), 27×20 (15×44) met winst voor zwart. Maar het kan nog fraaier.] 30-24 (17-21???), 48-42??? [Beide spelers overzien: 38-33 (21×32), 24-20 (15×24), 33-29 (24×33), 43-38 (32×43), 48×10!] Vier missers in twee zetten! 

Maar het geluk van Rudi was in deze partij nog niet op: 

0207

Herman Hebbink – Rudi van Velzen 

Stand na de 59e zet van zwart. 

27-21??? Wit mocht geen dam halen op veld 4 vanwege (17-21), maar er is geen enkel bezwaar tegen damhalen op veld 5. (17-21) werkt nu niet, omdat zwart na 26×17 zelf moet slaan en wit daarna met bijvoorbeeld 32-28 remise maakt. Ook helpt het zwart niet om eerst (16-21), 27×16 (17-21) te spelen, omdat wit ook dan 26×17 slaat. Na de partijzet ging het eindspel snel verloren. 

Naaldwijk 2 – LDG Leiden 2

Door Quirinius van Dorp

De externe damcompetitie is weer begonnen. De denksport in teamverband, waarbij het delen van leed en succes op een doordeweekse avond kan worden gecombineerd. Waarbij niet alleen de eigen blunders maar ook die van tegenstanders op andere borden kunnen worden ervaren. Wanneer een teamgenoot een sterke tegenstander te slim af is beleef je daar zelf ook een klein succesmomentje door. En met 4 borden in de wedstrijd valt er zo doorgaans voldoende te genieten, om het eventuele eigen struikelen te compenseren.

Met de coronavaccinatiegesprekken als vaste prik bij elke ontmoeting, zo werden wij in de Hooge Hasta te Naaldwijk ook als eerste verwelkomd door een pompje desinfecterend goed. Nee, niet de tap, maar een heuse spray om de handjes te reinigen. Een heuse spray, en echt zeer heuse SPRAY. Mijn stortdouche thuis vol open draaien komt in de buurt. Ik ben meteen naar de toiletten doorgelopen om mijn handen te wassen. Maar het was duidelijk dat de versoepelingen van 25 september van de coronamaatregelen te Naaldwijk zeker niet tot het vergeten van de dreiging van ons maatschappijontwrichtende virus hadden geleid. De wedstrijdborden waren netjes op gepaste afstand in 2 keurige rijen op afzonderlijke tafeltjes opgesteld. 1 rij voor het 1e van Naaldwijk. En op de 2e rij de kraker Naaldwijk 2 – LDG Leiden 2. Zuiver op rating bekeken was Naaldwijk 2 favoriet met gemiddeld 80 ratingpunten meer per bord.

Na de ontsmetting kwamen we zoals wij schakers het in de damwereld inmiddels gewend zijn snel in gesprek met de dammers van Naaldwijk. We werden zeer welkom ontvangen en kregen direct koffie van wie later mijn tegenstander zou zijn. Dat dit een truc was om ons te paaien werd vlak voor ik de klok indrukte nogmaals benadrukt. Ook het vriendelijke aanbieden van de ene ruil na de andere beloofde weliswaar een gezellige geven-en-nemen avond te worden, waar ik gezien de ratingongelijkheid als teamspeler weinig bezwaar tegen had. Even kijken wat er verder gebeurt op de andere borden voordat ik een remisebod plaats.

Op bord twee zag ik Eelco Kuipers tegen een ambitieus vroege hekstelling spelen. Achteraf hoorde ik dat hij zich weinig zorgen maakte omdat de lange vleugel nog vol schijven zat en er van die hekstelling dan niet zo veel dreiging uit gaat. Eelco schoof rusting op in het centrum maar koos er plotseling toch voor om zelf een vroege halve hek in te nemen. Of dit verstandig is laat ik graag aan de lezer over die ongetwijfeld meer kijk heeft op het spel. Ik zie de reacties op dit bericht op de site sowieso graag tegemoet. Ik zelf heb ervaren dat doorstomen naar het centrum vaak meer kansen biedt. Ik vermoed dat Eelco dat enkele zetten later ook zo zag en de halve hek werd z.s.m. verbroken met een laffe terugruil, vermoedelijk met een EUR 5,- boete als gevolg. Ik geef toe dat het witte spel er wel zeer overzichtelijk van werd en vervolgens werd er zet na zet een klein voordeeltje uitgebouwd tot het moment dat tegenstander Maarten de bepalende blunder beging. 15-20. Hoe maakte Eelco hier korte metten mee?

Naamloos1

Op bord 2 speelde Eric van ’t Hof met zwart tegen Danny van der Voort. Na wat onschuldige ruiltjes van het voorste kanonnenvoer wist Eric toch een klassieke opstelling in te nemen. Zijn tegenstander hield nog iets meer flexibiliteit en wist daar bovendien een sterk klaverblad als verlengde van een olympische formatie neer te zetten. De gevaren hiervan werden door Eric, toch bij uitstek onze theoreticus, om onverklaarbare redenen volkomen onderschat. Of dit kwam door het ten tonele verschijnen van onze groupie Robert, of omdat hij werd opgesteld tegen iemand op wij hij zich nou eens niet tot in het verre eindspel had voorbereid, doet er niet toe. De blunder had niet alleen op het bord maar ook in het hoofd desastreuse gevolgen. Plechtig werd een terugkeer naar het schaken aangekondigd. Eric, als mij dit bij het schaken zou overkomen zou het 10x pijnlijker zijn. Met dammen kunnen wij deze zetjes voorlopig nog even missen, maar dat duurt niet lang meer. Deze wijsheid ging die bewuste avond aan Eric verloren. Mij werd als verslaggever toch opgedragen hier de woorden van Eric in te voegen: “Eric speelde slechter dan toen hij begon met dammen en overweegt weer te gaan schaken.” Volgende partij zit jij er gewoon weer tussen Eric!  

Ziet u hoe de jonge Danny deze partij fraai besliste? Bonuspunten voor het als eerste vermelden van de naam van dit zetje. 

Naamloos2

Omdat het een teamwedstrijd betrof speelde Eric nog lang door en hij wist zelfs listig een doorbraak te forceren. Het mocht niet baten, het stellingsoordeel en het sterke spel van Danny, die ons voor de zekerheid met pen altijd nog even het denkbeeldige zettenverloop op het bord liet volgen, waren onverbiddelijk. De eerste 0 van dit seizoen zou moeten worden geïncasseerd. 

Omdat het mij goed verging aan bord 1 en Eelco al 2 punten had verdiend besloot Wim tot een tactisch remiseaanbod, terwijl hij zelf het remiseaanbod van tegenstander enkele zetten eerder nog dapper had afgeslagen. Ditmaal werd het bod aangenomen. Iets wat in de schaakwereld echt ondenkbaar is. Als remise leidt tot teamverlies, wordt dit in een sterk vriendenteam niet eens overwogen. Wij waren er blij mee, ook omdat in de damwereld remise natuurlijk een vol punt oplevert! Wim, als je de volgende wedstrijd wat memorabele momenten invoegt, kan de auteur van dat verslag wellicht ook een partijfragment toevoegen. Ditmaal gaat dat net als het groeien van gras en het smelten van de vaccinatieweerstand in het felle licht van de coronapas aan dit verslag voorbij. 

Rest mij nog mijn eigen partij te verslaan. Als laatste, hoewel ik dacht ik als eerste gewonnen stond. Zoals vermeld werd er door mijn met wit spelende tegenstander lustig op los geruild elke schijf die niet geruild kon worden werd aan de rand verstopt. Ik kon moeiteloos een flankaanval opzetten maar wist daarna natuurlijk in het geheel niet meer wat ik moest doen. Krampachtig en onhandig probeerde ik wat nietsnuttige schuifzetjes op de lange vleugel te spelen, in de hoop nergens in te trappen en ondertussen bepaalde ontwikkelingszetten van mijn snel spelende tegenstander te voorkomen. In plaats van schijf 28 onder vuur te gaan nemen, ik wilde het wel maar ik zag gewoon niet hoe ik dat veilig moest gaan doen, ruilde ik die naar voren af in de hoop een sterk centrum te kunnen bouwen. Dit lukte aardig en opeens zag ik dat er inmiddels kansen op een dammetje verschenen. Zo’n hangende schijf op je tweede rij, dat is toch het eerste wat ik als schaker bij dammen heb afgeleerd. Ziet u hoe ik hier de partij besliste? 

Naamloos3

Met dank aan de gastvrijheid van de leden van damclub Naaldwijk en aan de geduldige barman die ons tot de corona-avondklok bij de analyse met drank en een gezellig babbeltje bediende.

Naamloos4

Gerrit Boom

Een nieuwe bijdrage uit de koker van Evert Dollekamp!

Omdat ik per ongeluk André heb ingehaald en reageerde op zijn Bronstring NK’76 voordat het geplaatst was (heeft niemand gemerkt denk ik) hierbij een extra stukje. Nederland heeft veel memorabele dampersonen en één daarvan is onge-twijfeld Gerrit Boom. Als ik goed geteld heb zeven maal deelnemer aan het NK. En ook zelfs een WK, in 1978. Weliswaar kwam hij de voorronde toen niet door, maar hij mocht toch maar wel mooi eventjes meedoen. Dat is niet iedereen ge-geven. Gerrit is (nog steeds) een mooie, attractieve speler. Hij slaagt er steeds maar weer in interessante standen op het bord te krijgen, waarbij hij een grote voorliefde heeft voor de opgedrongen randschijf. Voor de tegenstander of voor hemzelf, dat maakt hem allemaal niet zo veel uit.

Een dergelijk speltype biedt de garantie voor een aangename dammiddag / avond. Iets waarvan ik zelf al jaren geleden afscheid heb moeten nemen. Dat ligt natuurlijk ook vooral aan mijzelf. Het is een tweespalt. Als de tegenstander bin-nen zeven zetten naar 21 en 24 heeft geruild wil ik al weer naar huis. Maar als mij een partie Bonnard of erger wordt voorgeschoteld raak ik volledig van de kook en wil ik ook naar huis. Het resultaat is dat ik niet naar huis ga maar gewoon thuis blijf. Tenslotte heb je op toernooibase al genoeg om je over op te winden, daar hoef je echt niet voor naar het denksportcentrum. Met het grote voordeel dat je toernooibase gewoon uit kunt zetten en wat leuks kunt gaan doen. Een stukje over Gerrit Boom schrijven bijvoorbeeld.

Gerrit, een buitengewoon aardige vent, ken ik al heel lang, hoewel het al weer een tijdje geleden is dat we elkaar ontmoet hebben. Het is niet dat we een soort vriendschapsband hebben, maar als we elkaar treffen bij wedstrijden, is het altijd ouwe jongens krentenbrood. Mannen hebben dat onderling sowieso. Heb je el-kaar jaren niet gezien en dan sla je elkaar vrolijk op de schouders. ‘Hoe is het ouwe reus?’ En je gaat gezellig een biertje drinken op een verantwoord terras.

Gerrit ben ik in ieder geval vijf keer tegen gekomen, omdat we vijf keer tegen elkaar hebben gespeeld. Een paar keer Halve Finales en de laatste keer tijdens een interland Overijssel – Drenthe aan het zogenaamde eerste bord, wat natuur-lijk niets zegt. Ik had er in al die jaren de wind flink onder bij Gerrit. Voorafgaand aan de interland won ik altijd van hem, vier potjes in totaal. De twee die ik mij herinner speelden zich af tijdens een Halve Finale (hekstelling en even later op-gegeven) en tijdens een Vos-toernooi in Arnhem.

Voor de onwetenden onder ons: het Vos-toernooi werd jarenlang als eendags toernooi gespeeld tussen de tientallen van de provincies. Door loting werd be-paald tegen wie je speelde. Bijvoorbeeld bord 3 van Friesland tegen bord 3 van Utrecht, bord 7 van Limburg tegen bord 7 van Gelderland enzoverder enzovoort. Een mooi concept. Ik lootte die ene keer tegen Gerrit. Die juist zijn eigen Boom-variant ter wereld had gebracht. Iets met een variatie op de Keller of zo, waar ik ook toen al niets van afwist. Toen ik na 25 zetten zijn eigen variant had gekraakt, kwam toevallig Harm Wiersma langs. Ik zal zijn sardonische glimlach niet snel vergeten (arme Gerrit). Na nog een paar zetten gaf Gerrit op.

Voor andere onwetenden: ik speel graag een hekstelling tegen. Vooral in de sa-menstelling zonder schijven op 45 en 40 cq 6 en 11. Dat geeft de tegenspeler

van de hekstelling bijzondere extra mogelijkheden die ik aan geïnteresseerden graag nog eens wil uitleggen. Gerrit vloog in die HF-partij al snel in een damzetje vanwege mijn ‘schone’ korte vleugel. De dam kon hij nog wel afnemen tegen een gelijk aantal stenen, maar moest vanwege een ontbrekend centrum in het afspel toch zijn meerdere erkennen. Ik weet niet hoe vaak ik hekstellingen heb tegen-gespeeld. Ik weet wel dat ik er bijna altijd goed uit kwam. Niet altijd met winst (zoals tegen Kees Thijssen bijvoorbeeld), maar toch wel heel vaak een partij met voordeel, om met Pieter Bergsma te spreken. Bijna Vadim Virny te pakken.

Toch ook een verliespartij. Zijn naam weet ik niet meer, het was zo’n jong afge-traind gastje dat mij na de partij enthousiast wilde uitleggen wat ik allemaal niet goed gedaan had. Sommige mensen moeten ze hun rating afpakken! Nog beter: die hele rating afschaffen. En ook die MF titel trouwens, die kun je bij wijze van spreken zo bij AH in de bonus halen. En de Fischer terugdraaien. Het damspel bij wet verbieden, ook een goed idee.

Dit allemaal even terzijde. Rustig aan maar Evert. Neem mij maar niet serieus, als dat al ooit gebeurd is. Ik ben nu tenslotte toch helemaal gestopt met het wedstrijdspel. Een groot genoegen, ik kan het iedereen aanbevelen. Hoewel ik dan over een jaar of wat niet veel meer te schrijven zou hebben, dat ook wel weer. Want van heel veel dingen heb ik geen verstand.

Het Vos toernooi historisch journaal

Ook Hoogeveen 2021 was voor mij weer een heel erg leuk toernooi om niet aan mee te doen. Maar dat verhindert mij niet af en toe wat partijtjes na te spelen. Zoals van Hans van der Laan. Hans was in zijn gloriedagen één van de toppers van de Asser Damclub en het vervolg het Drents Tiental. Dan spreken we over eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Hans speelt nog steeds een behoorlijke partij, Steven den Hollander heeft het gemerkt. Ontzag voor de tegenstander heeft Hans gelukkig (nog steeds) niet. Speelt zijn eigen spel. Vroeger, toen ik Harrie Spaling nog niet kende, trainden wij op varianten en zo. Wat gebeurt? Damdag in Arnhem. Het Vos systeem, waarbij een speler van de ene provincie loot tegen iemand van een andere provincie.

Anton Schotanus – Hans van der Laan

Na ongeveer 15 zetten komt Hans naar mij toe. ‘Mag ik die ene variant spelen?’ De variant die we geheim zouden houden. ‘Doen!’ sprak ik. Met een legendari-sche overwinning voor Hans tot gevolg.

Ik kan me nog goed herinneren dat tijdens die partij diverse (top)spelers zich verdrongen rond het bord van Hans en Anton. Het was nog in de tijd dat Drenthe (behalve Otto Drenth natuurlijk) als het onderdeurtje binnen de damwereld gold. ‘Zo, spelen ze daar nu ook al scherpe varianten? Moet je kijken!’ Dat soort werk. Gelukkig speelden ook grootheden als Harm Wiersma en Auke Scholma aan zulke massakampem nog gewoon mee. Zodat ook zij zich aan een ontketende Hans van der Laan konden vergapen.

Uit het ’s zondags moe boek:

Krentenbrood en spelen

Tot meest opvallende verschijning ontpopt zich in deze ronde de persoon van Hans van der Laan. En dan doel ik met name op het door hem vertoonde spel. Een krentenbroodpartij zonder weerga. Op een manier zoals hij door de jaren heen de tegenstander schrik probeert aan te jagen. Soms per ongeluk, maar de voorbeelden zijn te talrijk om van toeval te spreken. De tijden dat Hans zijn tegenstander voor de partij vriendelijk vroeg welke openingszet hij moest spelen zijn weliswaar voorbij, een originele partijopzet kan hem nog steeds niet ontzegd worden. Tegen Warffum is Hans in ieder geval weer eens ouderwets op dreef. Na de mislukte opening tegen Westerhaar, waarin hem al kort na de opening een al niet minder karakteristiek ‘niet gezien’ overkomt, is het deze keer vuurwerk. De decorwisselingen zijn talrijk. Zeker tegen het einde van de partij die een wel heel bijzonder slot kent. Het slotmotief, waarin de witte schijf op 47 dood en verderf zaait en in zijn eentje twee vijandelijke schijven en een dam neutraliseert, is weliswaar overbekend, in de praktijk komt het bijna nooit voor. Zodat het aardig is dat de tegenstander tot de laatste zet doorspeelt, want het is leuk om naar te kijken. Zo leuk, dat het Hans een applaus van de omstanders oplevert, ook al een zeldzaamheid. Inlijsten maar!

Tot slot: Gerrit Boom

De interlandpartij was onze vijfde en laatste ontmoeting. Voorafgaand was de onderlinge stand 8-0 in mijn voordeel. Iedereen heeft zijn eigen angstgegner, want Gerrit is natuurlijk veel beter dan ik. Ik was zo onvoorzichtig Gerrit voor-afgaand aan die laatste partij te vragen: ‘Wanneer ga je nu eens eindelijk een puntje tegen mijn halen Gerrit?’ Waarop Gerrit de onsterfelijke woorden sprak: ‘Hoezo? Hebben we al eens eerder tegen elkaar gespeeld dan?’

Een prachtige relativering: remise.