Archive for Uncategorized

Jack van der Plas – Joop Burgerhout

Een bijdrage uit de zomercompetitie van Joop Burgerhout!

Joop belde mij zaterdagochtend op om te vertellen dat er enkele fraaie mogelijkheden waren in zijn partij tegen Jack van der Plas, vanuit de zomercompetitie. Veel kwam er echter niet terecht van het telefoongesprek, aangezien mijn “broertjes” de telefoon overnamen, en er een amusante conversatie ontstond. Joop was zo aardig om de volgende fragmenten door te sturen voor op de website. Hierbij hemzelf aan het woord:

JackJoop

Dit is de stand na 22. 46-41. De volgende variant werd berekend: 22. … 4-9; 23. 36-31 1-7; 24. 41-36 en er is een leuk combinatief standje ontstaan.

JackJoop2

Op 24. … 11-16 zou volgen 25. 27-22 18×29; 26. 34×23 19×28; 27. 39-34 30×39; 28. 44×2. En op 24. … 19-23 volgt 25. 33-28 en dan is sluiten met 25. … 14-19 niet goed wegens de Haarlemmer; en sluiten met 25. … 13-19 is niet juist wegens 26. 39-33 30×39; 27. 27-22 18×29; 28. 44×4 (deze variant werd thuis ontdekt).

JackJoop3

Enige zetten later werd een combinatie gemist: Na 25. 48-42 was een mooie combinatie mogelijk. De computer zag het direct! 25. … 23-28; 26. 32×23 17-21; 27. 26×17 12×32; 28. 23×3 13-18; 29. 37×28 18-22; 30. 28×17 9-13; 31. 15×33 30×46. Een fraai geheel!

EVERT BRONSTRING: NK 1976

Geschreven door André van der Kwartel. Dank!

In 1975 speelde Evert niet mee in de finale van het NK, hoewel hij in dat jaar in zijn halve finale groep als eerste was geëindigd. Ik weet niet wat de reden van zijn afwezigheid was, maar informatie hierover is welkom. In ieder geval verklaart dit waarom Evert altijd zei dat hij vijftien keer de finale van het NK had bereikt en in TurboDambase “maar” veertien deelnames van hem aan het NK zijn opgenomen. Hoe dan ook, Evert was er bij de finale van het NK 1976 weer wel bij. Hij werd vijfde van de twaalf deelnemers.

In de eerste ronde mocht Evert aantreden tegen Frans Hermelink. Het werd remise, maar hij had die partij wel drie keer kunnen winnen. Kijk mee en verbaas je met mij over de fouten die beide spelers maakten.

F. Hermelink – E. Bronstring

E_1976_1

Stand na de 35e zet van wit.

Het is duidelijk dat zwart het beste van het spel heeft. In feite ligt de schijfwinst voor het oprapen. Spelverloop: (24-29), 37-32?? [Wit gaat een schijf verliezen, maar had beter 43-38 kunnen spelen.] (29×18???) [Ongelooflijk: beide spelers overzien het toch niet zo moeilijke (29×40), 35×44 (12-18), 23×21 (16×40). Maar het wordt nog erger.] 39-33 (2-8), 43-38 (17-22), 28×17 (12×21), 32-28 (1-7), 31-26?? (18-22???) [Voor de tweede keer overzien beide spelers een eenvoudige combinatie: (8-13), 26×17 (7-12), 17×19 (14×43).]

Dit fragment speelt zich af in een tijd waarin vijftig zetten in twee uur moesten worden gespeeld. Tijdnood was een veel voorkomend verschijnsel. Maar hier ging het om de fase tussen de 35e en 41e zet.

In de tweede ronde speelde Evert tegen Johan Capelle. Ook in deze partij miste Evert een kansrijke – mogelijk winnende – voortzetting.

J. Capelle – E. Bronstring

E_1976_2

Stand na de 36e zet van zwart.

In de stand van het diagram moet wit onverwijld de verdediging op zijn lange vleugel organiseren: 48-43 (17-22), 29-24 (22×31), 36×27 (6-11), 33-28 (11-17), 43-38 en wit is precies op tijd. In de partij werd 29-24 gespeeld. Zwart reageerde met (4-10), maar had op zijn beurt onmiddellijk actie moeten nemen met (6-11). Er dreigt dan (13-19) en wit kan een doorslaande aanval op zijn lange vleugel niet meer verhinderen. Bijvoorbeeld: 24-20 (17-22), 20-15A (22×31), 36×27 (11-17).

A) of 36-31 (22-28).

Na een gelijkwaardige remise tegen Hans Jansen in de derde ronde, speelde Evert in de vierde ronde tegen Harm Wiersma. Het werd vanuit de Keller-opening een fraaie aanvalspartij van Evert, maar helaas liet hij in het eindspel zijn tegenstander ontsnappen.

H. Wiersma – E. Bronstring

E_1976_3

Stand na de 61e zet van wit.

Ik geef eerst het partijverloop: (13-19?), 17-12 (9-13), 12-7 (23-28), 7-2 (28-32) en nu volgde verrassend: 2-16 (32-37), 20-14! (19×10), 16-27 en remise overeengekomen.

In de diagramstand had zwart naar winst kunnen spelen met (23-28!). Dit voorkomt 20-14×14 wegens (13-19). Overigens werkt (23-29) ook uitstekend. In beide gevallen neemt zwart de lange lijn in bezit en de rest is een kwestie van techniek.

In de vijfde ronde kwam Evert goed weg met remise tegen Pieter Bergsma. Dat overkwam hem ook in de zesde ronde tegen Ad van Tilborg, maar in die partij was duidelijker aan te geven waar de winst werd gemist.

A. van Tilborg – E. Bronstring

E_1976_4

Stand na de 40e zet van zwart.

Wit speelde hier 28-22? En na (20-25) enz. liep de stand remise. Dat is wel te begrijpen omdat na deze ruil de schijvenverhouding op beide vleugels in evenwicht is. Wit had een gewonnen stand kunnen verkrijgen door: 44-39 (20-25), 39×30 (25×34), 21-17! En zwart doet niets tegen de doorbraak 27-22 en 17-12.

Wit kan in de diagramstand niet onmiddellijk 21-17 spelen, want dan kan zwart antwoorden met (1-7). Er dreigt (7-11) en 17-12 wordt weerlegd door (10-14), 12×1 (6-11), 1×23 (29×18), 40×29 (24×31) 26×37 en zwart houdt zelfs een nog wat betere stelling over.

Na een gestroomlijnde overwinning op Anton van de Meerendonk in de zevende ronde volgde in de achtste ronde een fraaie overwinning op Cees Varkevisser. De onderstaande stand is beroemd geworden:

C. Varkevisser – E. Bronstring

E_1976_5

Stand na de 23e zet van zwart.

27-21?? (16×27), 31×22 (13-18!!), 22×13 (10-15!!). Door de ongelukkige opstelling van zijn korte vleugel kan de witspeler niets uitrichten tegen (3-9) met schijfwinst voor zwart.

Twee overwinningen op rij, maar zoals zo vaak in de carrière van Evert volgde er weer een schlemielige verliespartij. En het maakt niet uit dat dat tegen Rob Clerc gebeurde.

E. Bronstring – R. Clerc

E_1976_6

Stand na de 13e zet van zwart.

37-31?? En opgegeven. Er zou gevolgd zijn: (24-30), 35×24 (13-19), 24×4 (14-20), 4×22 (17×46).

In de tiende ronde verloor Evert van Jeroen Goudt in een partij waarin Evert lange tijd het beste van het spel had, maar dat niet kon vasthouden. Het voordeel sloeg om en Evert verloor kansloos. In de elfde ronde speelde Evert remise tegen Jan de Ruiter in een partij waarover geen bijzonderheden te melden zijn.

Toegift

Ik wil nog even terugkomen op de vorige – zoals gebruikelijk weer zeer lezenswaardige – bijdrage van Evert Dollekamp. Over de onderstaande stand schrijft hij over Herman van Westerloo: “Na liefst zeven uur spelen grijpt hij zijn kans en verliest alsnog een pot-remise stelling.” Ik wil natuurlijk een prachtige anekdote niet verstieren, maar Kingsrow geeft toch echt aan dat deze stand pot-verloren is voor wit. Sterker nog: het eindspel stond al veertien zetten eerder verloren voor wit.

H. van Westerloo – P. Hoopman

E_1976_7

Na 17-8?? Volgde (36-41), enz.

Vanuit de diagramstand is de strategie voor zwart duidelijk. Hij wint eerst de schijf op 20 en vervolgens brengt hij zorgvuldig schijf 26 naar 46. Met drie dammen op het bord is de winst relatief eenvoudig.

Koos van Amerongen aan de leiding in zomercompetitie LDG

Hans Tangelder

Na de eerste 6 ronden van de zomercompetitie is de stand

Stand zomercompetitie 1707

Koos van Amerongen gaat in het algemene klassement aan de leiding, in het ratingklassement tot en met 1150 staat Dick den Ouden op de eerste plaats, en hij staat ook eerste in het ratingklassement tot en met 1000, gevolgd Peter van de Berg op de tweede plaats.

Naast de prijzen voor het algemene klassement en de rating klassementen wordt er gespeeld om de middenmoter prijs, de prijs voor de grootste opwaartse rating overwinning en de prijs voor het mooiste fragment.

In deze stand zijn Rudi van Velzen en Edwin van Hofwegen niet opgenomen in de ranglijst omdat ze maar 1 wedstrijd gespeeld hebben. De middenmoter is dus nu Arjen de Mooij met 5 spelers voor hem in de ranglijst en 5 spelers achter hem in de ranglijst. De middenmoter prijs zal aan het eind van het toernooi worden toegekend, aan de hand van de definitieve ranglijst, waarin spelers worden opgenomen die tenminste 5 wedstrijden hebben gespeeld.

Tot nu toe is de grootse opwaartse rating overwinning geboekt door Gé Berbee in zijn partij tegen Dick den Ouden met 27 opwaartse ratingpunten.

Het eerste fragment ingezonden voor de prijs voor het mooiste fragment is de verrassende afwikkeling waarmee Hans Tangelder Maurits Meijer wist te verschalken

MMHT

Maurits Meijer – Hans Tangelder: Stelling na 22. 43-38.

Na 22. 17-22 dacht Maurits een winnende doorbraak te nemen met 32-28, 23×43, 49×38, 21×43, 42-38, 43×32, 37×6. Maar na 23.32-28? sloeg zwart 21×43! En na 24.28×6 (meerslag) 2-7 25.49×38 15-20 26.24×15 25-30 27.34×25 23×32 28.37×28 26-31 29.36×27 7-11 30.6×17 12×23 had zwart een fraaie stelling, die hij in winst wist om te zetten.

Herman van Westerloo

Evert Dollekamp

Na vijf ronden WK ben ik er mee opgehouden. Best wel interessante partijen zaten er tussen. Maar als alles remise wordt, dan is er natuurlijk geen reet aan. Uiteraard volg ik wie kampioen gaat worden vanwege mijn historische (clubver)band met Roel Boomstra en Wouter Sipma, maar voor mij is de lol er al weer vanaf. Beter is het de vrouwen te volgen. Elke ronde bloed aan de paal en de winstpartijen vliegen je om de de oren. Dat is mede te danken aan de Amerikaanse deelneemster Lublyana Turiy, die na tien ronden elke partij tot nu toe gestroomlijnd weet te verliezen, zodat een familiaire band met Don Kandane en de Oostenrijkse meester Feldl (zonnebril!) mag worden verondersteld.

Zelfs het aspirantenkampioenschap van Nederland is beter te pruimen. Soms vijf winstpartijen op tien deelnemers! Omdat ik aan het eerste NK in 1974 heb deelgenomen (als gedeeld tweede geëindigd voor onder andere Tjeerd Harmsma, vader van) volg ik de aspirantjes al jaren op de voet. Het is leuk om sommige talentjes te zien spelen en te zien groeien. Hoewel het jammer is dat sommigen al snel geleerd wordt snel naar 30, 27 danwel 21, 24 te ruilen nog voor er een half uur gespeeld is. De regering zou hier moeten ingrijpen.

Dood of de gladiolen is aan de hedendaagse jeugd helaas niet meer besteed. Om een partij te winnen moet je tegenwoordig bloed aan de palen! Gelukkig hebben we dan altijd Herman van Westerloo nog. Ik heb hem werkelijk waar nog nooit op een saaie partijtje kunnen betrappen.

Compromisloos spel. Dat is Herman van Westerloo ten voeten uit. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er jaloers op ben. Tegen Jan en alleman spannende standen. Hoe krijg je het voor elkaar. Verpletterende overwinningen gaan gepaard met de meest verschrikkelijke nederlagen (familie van Hans Tangelder?). Ik denk dat Herman veel plezier beleeft aan zijn partijen, meer dan ik in ieder geval. In een antiek verleden hebben Herman en ik vele malen tegen elkaar gespeeld. Vreemd genoeg werd het altijd remise, want aan de partijen was dit niet af te zien.

Ooit schreef ik het luchtige Groeten uit de Provence, met Herman als onvermijdelijk onderwerp:

Aan mijn broerste broer: De Telegraph en De Galibier beklommen met fiets! (achterin). Wat is dat hoog ja!

Aan mijn bourgondische broer: Als ze mij eten brengen, zeggen ze steeds dat het goede apetiet is. Toch smaakt het steeds weer anders.

Aan mevrouw Dollekamp: Vanwege de spijsvertering zit ik nu lekker te ruften achter de tent. En nu schijnen mijn buren morgen te vertrekken.

Aan Gerard: Als je hier wilt kamperen, moet je soms wild kamperen. Plotseling vraag je jezelf dan af of hier nog beren voorkomen. Geen oog dicht gedaan.

Aan Harrie Spaling: Gelukkig ben ik mijn dambordje vergeten. Want wie tijdens de vakantie traint, is het hele seizoen moe.

Aan Rini Wagtmans: Ook zo’n last van je voeten gehad toen je destijds in den afzink door de remmen ging?

Aan Herman van Westerloo: Bij een onherbergzaam landschap moet ik altijd aan jouw standen denken.

Aan Erik Breukink: Je moet maar zo denken: er zijn ook nog mensen die er zelfs moeite mee hebben met een auto de Galibier op te komen.

Aan kandidaat-sponsor Kips: Moet er nu iemand met worstvingers aan het eerste bord?

Dit even terzijde.

In 1974 was Herman behalve deelnemer aan het NK de (mede)auteur van het toernooiboek wat over het kampioenschap werd geschreven. Verslagen, interviews, een zeer leesbaar boek. Het bewijst maar dat Herman ook goed met de pen is, gelukkig ook regelmatig een scherpe pen. Want er is te weinig reuring in de zogenaamde damwereld.

Naast dit boek leeft Herman zich uit in zijn magazine Hoofdlijn, de opvolger van De Brouwerij, ook van zijn hand. Er zijn vele periodieken verschenen in de loop der jaren, maar Herman is een van de weinigen die het nog steeds vol weet te houden. Rijk wordt hij er natuurlijk niet van, zodat het te meer bewonderenswaardig is dat hij Hoofdlijn weet vol te houden. Overigens geen blad voor mij, teveel techniek naar mijn smaak. Maar er zijn vast velen die dit wel weten te waarderen.

Niet zo lang geleden had ik Herman aan de telefoon. Of ik zijn recensie destijds van het zondags moe-boek mocht overnemen in het komend meesterwerk ‘En nu zet je die dam aan de kant, ik wil er langs!!’ Het mocht:

Boekbespreking

Hoofdlijn nummer 148 – 17 augustus 2010

Herman van Westerloo

Tijdens het onlangs in Den Haag georganiseerde toernooi ontwaarde ik Evert Dollekamp onder de toeschouwers. Ik had hem lang niet meer gezien en stelde het wel op prijs hem weer eens te ontmoeten. Het door hem onlangs gepubliceerde boekje ‘Wie door de week traint is ‘s zondags moe’ kwam ter sprake en hij gaf mij een exemplaar zonder de eis te stellen dat ik het in Hoofdlijn zou bespreken.

Het boekje (iets meer dan 200 pagina’s) las makkelijk en bevatte heel veel door Evert al eerder geschreven stukjes, waarvan veel voor zijn huidige club Hijken DTC. Vaak met veel humor geschreven, althans ik heb veel gelachen, en kort – niet meer dan twee pagina’s per stukje en vaak minder.

Veel gebeurtenissen in de damwereld die hij tegenkwam of ondervond werden besproken en daaronder natuurlijk ook belangrijke onderwerpen: de Pyramide van Drenth, de Delftse Telling, Evert Bronstring en Harrie Spaling. De laatstgenoemde persoon ken ik niet, maar aan hem schijnt de titel van het boek te zijn toegeschreven.

Voor mij het boek werd overhandigd vertrouwde Evert mij toe dat ik zonder problemen al het technisch nieuws uit boek zou mogen overnemen voor Hoofdlijn. Toen ik het boek gelezen had kwam ik tot de ontdekking dat er geen technisch nieuws in te vinden was. Ik was eerst teleurgesteld maar later begreep ik dat er in de tekst hier en daar wel naar technisch nieuws verwezen werd en ik besloot daar dan gebruik te maken in deze boekbespreking.

In het stukje Drama in Zwolle werd een partij van mij, gespeeld voor de Halve Finale van het Kampioenschap van Nederland op zijn juiste waarde geschat. Evert aan het woord: ‘(…) Onbetwist hoogtepunt van de slotronde is echter het optreden van Herman van Westerloo. Bij remise tegen Peter Hoopman is plaatsing een feit, maar Van Westerloo’s behandeling van een houdbaar eindspel geeft aan dat hij een gang naar de NK-slachtbank toch liever aan zich voorbij laat gaan. Na liefst zeven uur spelen grijpt hij zijn kans en verliest alsnog een pot-remise stelling.’

Deze conclusie is wel juist en ik moet toegeven (ik heb dat nog niet eerder gedaan) dat ik afgezien heb van deelname aan het KvN na twintig jaar. Ik heb deelgenomen in 1974 en nu was het 1994. De term ‘twintig jaar later’ is al zo vaak gebruikt (Alexander Dumas, Erich Maria Remarque – ik noem er maar een paar), dat ik daar maar van afzag. Veertig jaar lijkt mij wel de moeite waard; dat wordt dan 2014 …

Omdat de partij nogal lang duurde (97 zetten in 7 uur en 40 minuten) werd deze in verschillende damrubrieken besproken. Twee bijzondere momenten werden er uitgelicht:

VanWesterloo1

Herman van Westerloo – Peter Hoopman.

Dit was de partijstand na 28. 42-37. Peter vervolgde met 28…11-16? Schijfwinst zou er zijn na 28…20-25! Mijn plan was (als ik het mij goed herinner) te vervolgen met 24-19, 25×34, 29×40, 18×29, 33×24 en bood dan een eenvoudige winst aan door 27-31, 36×18, 8-13, 19×8, 2×31. Toen mijn tegenstander dus anders speelde heb ik urenlang met de gedachte moeten worstelen toch maar op remise te moeten spelen (met als afschuwelijk gevolg weer aan te moeten treden in het kampioenschap van Nederland) of alsnog te verliezen. Na lang nadenken nam ik het besluit te verliezen in de stand 

VanWesterloo2

Ik vervolgde met 97 17-8 en gaf triomfantelijk op na 97…36-41. Opgelucht kon ik weer verder …

Evert Bronstring: NK 1974

André van der Kwartel

Na een korte onderbreking vervolg ik mijn reeks over de prestaties van Evert Bronstring in de Nederlandse Kampioenschappen. In het NK van 1974 deden twaalf spelers mee. Evert eindigde met zeven punten op de elfde plaats, maar daarbij moet worden aangetekend dat hij de laatste drie rondes reglementair verloor. Als ik het goed heb, moest hij wegens gezondheidsredenen het toernooi voortijdig verlaten.

E_1974_1

W. van der Sluis – E. Bronstring

Stand na de 36e zet van wit.

Evert mist hier een schijfwinst. Hij speelde (3-9), waarna wit licht in het voordeel kwam, maar met (13-18) had zwart schijfwinst afgedwongen. 28-22 is immers verhinderd door (27-31) en (10-14). Wit kan dus niets doen tegen (18-23) met schijfwinst.

Enkele zetten later overzag Evert weer een winnende voortzetting:

E_1974_2

W. van der Sluis – E. Bronstring

Stand na de 41e zet van wit.

Eerst het spectaculaire spelverloop: (26-31A), 37×17 (36-41), 32×21 (41-46), 24-20 (46×19), 21-16B (8-12C), 17×8 (19-35), 8×10 (35×5). 16-11 (25×14), 6-1. Drie zetten later werd tot remise besloten.

C) Kansrijker was (19-28). 16-11 is dan verhinderd door (8-12). Kingsrow adviseert dan ook 38-32 (28×48), 29-24 met voordeel voor zwart.

B) Wit mist hier een spectaculaire remise: 29-23! (19×15), 42-38 (15×42), 47×38. Zwart is net te laat om de witte schijven op zijn korte vleugel af te stoppen.

A) Zwart wisselt ten onrechte de zetten om. Winst was geweest: (36-41!), 47×36 (26-31), 37×17 (27-31), 36×27 (13-19), 24×13 (8×48).

In de tweede ronde speelde Evert tegen Herman van Westerloo. Na een boeiende partij werd het remise en daarmee mocht Evert het meest tevreden zijn.

E_1974_3

E. Bronstring – H. van Westerloo

Stand na de 48e zet van zwart.

42-37?? (28-33??). Beide spelers overzien: (28-32!), 38×27 (18-23), 27×18 (14-20), 25×14 (19×10), 30×28 (12×41), enz.

In de derde ronde speelde Evert tegen Jeroen Goudt. Evert verloor doordat hij een verrassend zetje over het hoofd zag.

E_1974_4

J. Goudt – E. Bronstring

Stand na de 35e zet van zwart.

22-18 (13×22), 28×17. Aangewezen is (7-12×12), maar: (16-21??), 17-12 (7×18), 32-27 (21×41), 36×47 (26×37), 38-32 (37×28), 33×4.

Na een gelijkwaardige remise tegen Sjoerd Visser moest Evert in de vijfde ronde aantreden tegen Frank Drost. Het werd een partij met wisselende kansen, waarbij Evert uiteindelijk aan het langste eind trok.

E_1974_5

E. Bronstring – F. Drost

Stand na de 40e zet van wit.

Wit staat slecht maar met (10-15?) laat zwart hem ontsnappen. Het lijkt erop dat wit na (18-22×12) kansloos ten onder gaat. Bijvoorbeeld: 42-37 (12-18), 32-27 (10-15), 37-32 (18-23). Nu volgt op 27-22 (17-21) en wit komt in temponood. Dus 41-36 (8-13), 36-31 (13-18), 31-26 (18-22×12) en wit staat zeer slecht. Speel maar een paar variantjes uit.

In de partij ging het vanuit de diagramstand: (10-15), 42-37 (17-21), 41-36 (8-13), 28-22 (15-20), 33-28.

E_1974_6

E. Bronstring – F. Drost

Stand na de 44e zet van wit.

(3-9!?A) Er staat nu een spectaculaire stand op het bord, waarin de zwartspeler misschien al twee punten heeft geteld. Op 36-31 volgt (21-26) en wit verliest, maar ik denk dat Evert dieper heeft gekeken: 22-17! (21×12), 37-31 (16-21B), 27×16 (12-17), 16-11! (17×6), 31-26 (6-11?C), 32-27 en 18 zetten later had wit de buit binnen.

A) Met (21-26), 22-17 en nu pas (3-9) zou zwart de stand gelijk hebben gehouden.

B) (29-33) helpt zwart ook niet. Bijvoorbeeld: 28×39 (12-17) 39-33 en zwart heeft nog steeds grote problemen.

C) Zwart had zich hier wellicht nog kunnen verdedigen met (29-34) en (23-29), maar het blijft een moeizaam verhaal.

In de zesde ronde moest Evert tegen Harm Wiersma. Het was hem bijna weer gelukt om remise te spelen, maar in het eindspel greep Evert in een remisestand mis.

E_1974_7

H. Wiersma – E. Bronstring

Stand na de 58e zet van wit.

(22-27?), 32×21 (16×27), 34-29! (33×24), 46-14. Zwart gaf op. Met 27 op 31 zou deze stand remise zijn wegens (24-29), 44-39 (29-33), 39×28 (36-41). Maar met de schijf op 27 werkt dat mechanisme niet omdat (36-41) wordt beantwoord met 28-22.

In de diagramstand had zwart remise kunnen maken door (16-21) en (22-27). Na 32-28 (33×22) voorkomt wit niet meer dat zwart twee schijven offert en de lange lijn oversteekt.

In de zevende ronde verloor Evert kansloos van Frans Hermelink. Maar Evert compenseerde dat verlies door in de achtste – en zoals later bleek zijn laatste – ronde te winnen van Jan de Ruiter.

E_1974_8

E. Bronstring – J. de Ruiter

Stand na de 45e zet van wit.

Zwart speelde (19-23), 37-31 (11-16), 31-27×27 en werd weggespeeld.

Zwart heeft zijn stand misschien wat overschat. Kingsrow adviseert in de diagramstand (9-14). 37-31 wordt nu weerlegd met (18-23!). Kingsrow gaat daarom verder met 39-33 (18-23), 33-29 (23-28×28) en zwart lijkt zich te redden.

Zomercompetitie LDG van start

Hans Tangelder

Woensdagavond 30 juni is de zomercompetitie weer van start gegaan. Richard Meijer gaat aan kop na het winnen van zijn eerste twee partijen.

Nieuwe deelnemers zijn welkom iedere woensdag tot en met woensdag 18 augustus. Iedere avond spelen we twee rondes, maar je kunt er ook voor kiezen om een ronde mee te spelen. De eerste ronde begint om 20:00 de tweede ronde begint rond 21:45.

Er is vrije inloop, je hoeft je niet aan te melden. Als je zorgt dat je er voor aanvang van een ronde bent word je ingedeeld.

Er zijn ook enkele prijsjes beschikbaar voor:

  • De winnaar voor de zomercompetitie
  • De winnaar van het ratingklassement t/m 1150, mits geen winnaar zomercompetitie (prijs schuift door).
  • De winnaar van het ratingklassement t/m 1000, mits geen winnaar zomercompetitie (prijs schuift door).
  • De grootste opwaartse rating overwinning, mits geen winnaar zomercompetitie of winnaar rating klassement (prijs schuift door).
  • Het mooiste fragment
  • De middenmoter, wordt toegekend aan degene die evenveel spelers voor zich duldt als achter zich houdt in de definitieve ranglijst. Als dat voor niemand het geval is kijken we naar het geringste verschil tussen het aantal spelers voor iemand en het aantal spelers na iemand. Spelers die al een rating klassement of de grootse opwaartse rating prijs gewonnen hebben komen niet in aanmerking voor deze prijs (prijs schuift door).

De uitslagen van de eerste speelavond zijn:

Ronde 1 30-06-2021:

Gé Berbee (952) – Dick den Ouden (979) 2-0
Koos van Amerongen (1327) – Maurits Meijer (1114) 2-0
Hans Tangelder (1159) – Richard Meijer (1287) 0-2

Ronde 2 30-06-2021:

Steven den Hollander (1290) – Koos van Amerongen 1-1
Arjen de Mooij (1289) – Edwin van Hofwegen (1195) 2-0
Dick den Ouden – Maurits Meijer 1-1
Richard Meijer – Gé Berbee 2-0

                                      

WK journaal vanaf 28 juni!

Eric van ’t Hof

Op maandag 28 juni 2021 zal in Tallinn het startsein worden gegeven voor het wereldkampioenschap dammen. Veertig topdammers uit bijna 20 landen zullen in 18 ronden het gevecht om de hoogste titel aangaan. Regerend wereldkampioen Georgiev zal er naar streven zijn titel te prolongeren, waarbij hij onder meer oud-wereldkampioenen Boomstra, Schwarzman en Valneris tot zijn concurrenten mag rekenen. Het deelnemersveld is bijzonder sterk met de andere de Nederlanders grootmeesters Groenendijk, Van IJzendoorn, Slump en mogelijk Sipma (die eerste reserve is) en daarnaast ook veel Afrikaanse grootmeesters als Samb en Ndjofang.

Vanuit Nederland zal er iedere speelavond omstreeks 19.00 s ’avonds (uiteraard buiten de tijden van het Nederlands Elftal!) een journaal worden gepresenteerd door de dammeesters Rick Hakvoort en Steven den Hollander. Dit journaal zal dagelijks tussen de 30 minuten en 1 uur gaan duren, en daarbij kunnen kijkers ook vragen stellen via de chatfunctionaliteit. In het weekend en eventueel ook vrijdagen overwegen Rick en Steven zelfs de gehele dag streamen. Een goede impressie over de inhoud van een uitzending geven de video’s op het Youtube-kanaal van Rick, te bekijken op

https://www.youtube.com/channel/UCSxo4HypzJ5q8k-szv3pbEQ

De kijkers naar deze uitzending vormden een mooie mix van dammers, schakers en niet-dammers, zoals de activiteit in de chat laat zien.

Ook zullen Steven en Rick op zondag 27 juni om 13.00 uur live een voorbeschouwing geven op het WK. Hierbij zullen zij de sterke punten van enkele deelnemers highlighten, de formule van het toernooi, en de voorspellingen doen.

Het doel van dit journaal is om het WK daarmee een groter bereik te geven met name buiten de damwereld. In de toekomst van de damsport zullen dergelijke livestreams steeds belangrijker worden, zoals we ook in de schaakwereld kunnen zien. Rick en Steven willen het dammen hiermee goed op de kaart zetten. Hun kracht bestaat uit het enthousiasme, de snelheid en de wisseling tussen humor en varianten. De Veronica Inside van het dammen, bij wijze van spreken!

Deze dagelijkse live uitzendingen zullen worden verzorgd via het bekend medium Twitch, afwisselend op de kanalen van Steven en Rick:

https://www.twitch.tv/stevendenhollander

https://www.twitch.tv/rickhakvoort

Kijkers kunnen desgewenst gratis en eenvoudig een Twitch account aanmaken, zodat ze ook tijdens uitzending vragen kunnen stellen aan Rick en Steven. En door beide accounts te volgen krijgen jullie ook automatisch een bericht binnen zodra nieuwe uitzendingen starten. Wij rekenen op een warme belangstelling vanuit de damgemeenschap en ook daarbuiten. Omdat dammen een internationale denksport is, zullen de shows van Rick en Steven voor het eerste gedeelte in het Engels zijn, maar het tweede deel in het Nederlands, met name bij besprekingen van de Nederlandse deelnemers.

Foto: Verassing en verbazing bij Rick Hakvoort en Steven den Hollander bij de analyse van de laatste ronde van het Nederlands Kampioenschap!

Fragmenten uit mijn onderlinge partijen

André van der Kwartel

Ter afwisseling met mijn bijdragen over de NK’s van Evert Bronstring wil ik deze keer enkele fragmenten laten zien uit mijn afgelopen twee onderlinge wedstrijden. Ik mocht de eerste de beste avond na onze verplichte lockdown aantreden tegen Steven den Hollander in het kader van de kwartfinale van onze jaarlijkse bekerwedstrijd. Gezien het enorme ratingverschil begon Steven met de opdracht in één wedstrijd te winnen.

AK_1

André – Steven

Stand na de 20e zet van wit.
Een degelijke voortzetting voor zwart is hier: (20-25), (25-30) en (14×25). Zwart negeerde deze mogelijkheid en speelde (2-8!?). Nu miste ik een uitgelezen mogelijkheid om ruim voordeel te behalen. (Ter herinnering: Ik had aan remise genoeg om de volgende ronde van de bekerwedstrijd te halen.) Ik speelde 45-40, maar veel beter was: 29-23 (18×29), 35-30 (24×35), 33×15. De kracht van deze voortzetting is dat (12-18) nu verhinderd is door 44-40 (35×33), 28×39 (17×28), 32×1. Daarom zou de volgende fraaie variant nu op het bord kunnen komen: (19-24), 27-21 (24-30), 39-33 (14-19), 33-29 (4-10), 15×4 (9-14), 4×18 (12×34), 21×1 (34-39), 44×33 (30-34), 1×40 (35×44), 45-40 (44×35), 48-43. Wit staat twee schijven voor. (35-40) is verhinderd door 37-31 (26×39), 33×35. Laten we zeggen: remise.

De partij ontwikkelde zich gelijk op, maar op de 39e zet maakte zwart een fatale fout.

AK_2

André – Steven

Wit dreigt met 27-21. De meest verstandige keus voor zwart was nu (7-12×1), met na 22-17 een zekere remise voor wit. De enige zet voor zwart is (1-7), waarna de afwikkeling 17-12, 27-22×1 wit van remise verzekert. Zwart moest echter winnen en koos daarom voor (8-12??). Als wit nu 41-36! speelt is de stand vrijwel uit, maar ook wit is niet meer optimaal scherp: 38-33!? Zwart speelde (26-31?) en gaf een zet later op. Maar hij had nog remise in handen met (14-20!). Op het gedwongen 30-25 had namelijk kunnen volgen: (26-31), 37×26 (12-17), 25×14 (19×10), 28×8 (17×46), 8-2 met remise.

Op 3 juni mocht ik aantreden tegen Hans Tangelder. In de nogal beperkte onderlinge competitie 2020-2021 stond ik op de eerste plaats en Hans op de tweede. (Afgezien van de score die Evert Bronstring in de eerste fase van deze onderlinge competitie had neergezet.) Met een beetje toegeeflijke fantasie ging die partij dus om de koppositie. Met nog meer toegeeflijke fantasie maakte deze partij dat affiche waar. Ik presenteer een paar leuke fragmenten.

AK_3

André – Hans Tangelder

Stand na de 13e zet van wit.
(10-15?) Door deze zet krijgt zwart te maken met een nogal geforceerde spelgang: 28-23! (19×28), 32×23. Wit dreigt met 23-19 een schijf te winnen. Zwart had nu het best (4-10) kunnen spelen, maar koos voor: (13-19), 38-32 (19×28), 32×23. De situatie is voor zwart nog lastiger geworden. Er dreigt weer een schijf winst voor wit. Het verrassende is dat zwart die dreiging niet kan weerleggen met (8-13) of (9-13). Op beide zetten volgt immers 23-19. Om schijfverlies te voorkomen moet zwart dus kiezen tussen (21-27) en (22-27). Hij koos voor (21-27), maar Kingsrow geeft de voorkeur aan (22-27).

AK_4

Stand na de 21e zet van zwart.

Zwart heeft zojuist de witte schijf op 23 weg geruild. Er dreigt (27-32). Van tevoren had ik gedacht aan de zet 29-24, maar gelukkig voerde ik dit keer wel op tijd de benodigde zetcontrole uit: 29-24?? (27-32!), 37×28 (22×33), 39×28 (21-27), 31×22 (13-18), 22×13 (8×37).
Het leek mij verstandiger om 42-38 te spelen.

AK_5

Stand na de 27e zet van zwart.

37-32!? Een zwakke zet van mijn kant omdat Hans nu de kans krijgt de stand weer gelijk te trekken. In de partij speelde hij (8-13?), maar beter was (19-23). Het probleem voor wit is dat het gewenste 34-29×29 wordt beantwoord met (20-24), 29×20 (9-13), 20×18 (22×13), 31×22 (17×37), 26×17 (11×22). Kingsrow suggereert daarom na (19-23) het offer 32-28 te spelen. In de diagramstand had wit 33-29 moeten spelen en behoudt dan zijn voordeel.

AK_6

Stand na de 33e zet van zwart.

Vóór de ruil 38-32×32 en (11-16) keek ik serieus naar 31-27×27 in de diagramstand. Maar dat zou niet goed zijn gegaan. Ik heb echter veel beter: 32-27! (21×23), 29×27, Verhindert (13-18) wegens 35-30 en 27-21. Spelverloop: (6-11), 49-43 (1-6) 45-40 (4-9??). De beslissende fout van zwart. Met (4-10) was hij nog binnen de remisegrenzen gebleven. 34-29 (17-22?), 27×18 (11×22). Zwart staat al slecht, maar met (17-21) enz. had hij zich taaier kunnen verdedigen. 31-27 (22×31), 36×27 (9-13). 40-34 (13-18). Tijd voor een laatste diagram, want er komt een mooie slotzet aan:

AK_7

26-21! Hans bestudeerde de overblijvende stand een minuut of vijf en gaf op. Let nog even op het aardige (19-23), 34-30 (23×34), 30×10 (34-40), 43-38 (40×49), 10-5.

Zomercompetitie Leids Damgenootschap 2021

Ook deze zomer organiseert het Leids DamGenootschap een zomercompetitie. Deze competitie op de woensdagavonden is voor iedereen toegankelijk. We spelen in een ontspannen zomersfeer twee partijen op een avond. Uiteraard is de bar open.
Wie?
Iedereen die de spelregels kent en de coronamaatregelen in acht neemt is welkom.
Waar?
Denksportcentrum Leiden. Robijnstraat 4.
Wanneer?
Iedere woensdag vanaf woensdag 30 juni t/m woensdag 18 augustus.
Hoe laat?
De eerste ronde begint om 20:00 de tweede ronde begint rond 21:45.
Wat is het speeltempo?
20 min. + 25 seconden per zet.
Wat kost het?
Deelname is gratis.
Hoe meld ik me aan?
Er is een vrije inloop, je hoeft je niet aan te melden. Als je zorgt dat je er voor aanvang van een ronde bent word je ingedeeld.

Om toch iets van een competitie-element te hebben, wordt er een moyennesysteem gebruikt waarbij de eigenmoyenne twee keer zo zwaar telt als de tegenmoyenne. Deelnemers moeten minstens vijf partijen hebben gespeeld om voor de eindzege in aanmerking te komen.

Swami Nikhilananda

Evert Dollekamp

Van de vaderlandse damtoppers moeten wij Nikhila als een van de normaalsten beschouwen. Maar ja, nu heeft hij zich weer zo’n rare naam laten aanmeten. Als aanhanger van de Baghwan loopt hij heden ten dage (waarschijnlijk) nog steeds rond in een oranje jurk. Toevallig had ik hem niet zo lang geleden aan de telefoon om te vragen of ik zijn recensie over het zondags moe-boek mocht overnemen in het komende meesterwerk ‘En nu zet je die dam aan de kant, ik wil er langs!!’. Dat mocht.

Ik leerde Nikhila kennen toen hij bondstrainer was van de nationale jeugd. Ik moet bekennen dat ik daar jarenlang aan heb meegedaan. Toen wist ik nog niet beter. Op een doordeweekse zaterdag een paar keer per jaar naar Arnhem om daar over het damspel van gedachten te wisselen. Nikhila had in mijn herinnering aanstekelijke trainingsmodellen, ik denk er wel nog eens aan terug nadat ik zwaar getafeld heb. Zelfs weet ik nog dat ik een analyse van een klassieke stand, zijnde een opdracht, vol trots naar zijn adres op de Gildenburg 211 in Deventer heb opgestuurd. Waarschijnlijk was ik destijds net zo bedreven in analyseren als nu, want antwoord heb ik nooit gehad.

Eén maal heb ik tegen Nikhila gespeeld, voor de clubcompetitie ergens in de jaren tachtig. Het gaf mij een merkwaardig gevoel. Als iemand je jarenlang heeft proberen uit te leggen hoe het spel gespeeld moet worden, ga je zo’n wedstrijd toch wat ongemakkelijk in. Ik tenminste wel. Ik werd dan ook in een luchtig partijtje vakkundig van het bord gezet.

Voorafgaand aan die partij kuierden de spelers van het drents Tiental ontspannen door het winkelcentrum van Assen richting speellokaal. Een vrolijk muziekje begeleidde onze tocht, zodat op de wijs van La Bamba een loflied werd geboren op Sami Nikhilananda.

La Swami

Oh Swami Nikhilananda
Oh Swami Nikhilananda
Waarom die ruil
Waarom ik huil
Waarom ik huil

 Tja, zei Nikhila ik weet niet
 Iedereen doet het zodat ik
 Er niet meer zo over nadenk
 Lijkt op spelbederf

 Jarenlang was hij mijn trainer
 Leerde mij trucjes, klassiekjes
 Moest plots zelf tegen hem spelen
 Assen VanderVeen

Het was een akelig treffen
Met het zweet in de bilnaad
Ging ik er op
Geen ene kans
Oh wat een flop

 Ik ben nu ouder en wijzer
 Denk soms zelfs dat je moet trainen
 Als je verliest van de bondscoach
 Komt dat heel hard aan

 Had ik dan toch maar geoefend
 Was het misschien wat geworden
 Sorry Harrie Spaling
 Keeper VAKO 4

Oh Swami Nikhilananda
Oh Swami Nikhilananda
Je wordt bedankt
Je wordt bedankt
Je wordt bedankt

Swa-mi Ni-khi-la-nan-da

Tot slot de recensie die Nikhila schreef over het zondags moe-boek. Ik was er destijds heel tevreden mee.

Het axioma van doelman Harrie Spaling

Het Parool – 18 september 2010

Nikhila

In de jaren zeventig maakte Evert Dollekamp langdurig deel uit van de nationale jeugdselectie. Ik fungeerde in die jaren als trainer van de bond en kende hem als een leergierige deelnemer, maar wellicht heeft hij zijn gebrek aan trainingsijver goed weten te verhullen. Dollekamp publiceerde onlangs een hilarisch damboek met de titel ‘Wie door de week traint is ‘s zondags moe’. Een boekje (ruim 200 pagina’s) met smakelijke verhalen, waarin bekende en minder bekende gebeurtenissen in de damwereld worden beschreven. Steeds kort en krachtig en altijd met een flinke dosis humor. ‘De rode draad in dit boek is het advies in de sport vooral niet te veel te oefenen’ aldus Dollekamp. ‘De legendarische uitspraak van Harrie Spaling heeft in dit verband vele volgelingen gekregen’.

Natuurlijk passeert het Deense voetbalelftal de revue, dat in 1992 (als invaller) de Europese titel veroverde, nadat de spelers van de Zuid-Europese stranden waren geplukt. Ook een toevallig gesprekje met de moeder van Marleen Veldhuis in de trein, die toevertrouwde dat haar dochter toch vooral niet teveel moest trainen. Alle bekende namen in de damwereld komen langs, maar wie is in ‘s hemelsnaam Harrie Spaling? Dollekamp geeft uitleg van zijn eigen voetbalverleden. ‘Na een blauwe maandag in het tweede elftal vind ik als afzwaaiend jeugdvoetballer mijn bestemming in het legendarische VAKO 4. Waarmee ik impliciet afscheid neem van een mooie carrière. Want het vierde elftal heeft zo zijn eigen spelbenadering. Bezoeken van trainingsavonden is in ieder geval een doodzonde. Hoon word je deel en een basisplaats kun je wel vergeten.‘

Het elftal wordt gevormd door een bonte verzameling levensgenieters. Spaling is de doelman van dit vrolijke gezelschap. ‘De tegenstander, volgepropt met ambitieuze en overtrainde jeugdspelers, staat met 2-1 achter. Rond de middellijn verovert de spits de bal en gaat in volle vaart op Harrie af. Gearriveerd bij het strafschopgebied trapt de ongelukkige echter in de grond en gaat onderuit. Harrie, die de ontwikkelingen rustig heeft afgewacht, raapt eenvoudig de bal op en spreekt de onsterfelijke woorden: ‘Ja, ja mien jong. Wie door de week traint is ’s zondags moe!’ Het wordt uiteindelijk 4-1 en met weer een concurrent minder is de kiem gelegd voor de titel.’

Met de damcarrière van Dollekamp is overigens niets mis. In 1974 pakte hij als vijftienjarige zilver op het NK voor aspiranten en ontwikkelt zich daarna tot prominent speler van het Drents Tiental, het huidige Hijken DTC. Hij veroverde de meestertitel en reikte in 1984 en 1991 tot de finale van het NK. Na deze onbetwiste hoogtepunten (mijn moeder weet wel beter – red) kreeg zijn aangeboren luiheid kennelijk de overhand (dat klopt dan wel weer – red). Natuurlijk scoorde hij punten voor het Drents Tiental, maar als teamleider viel hij vooral op door zijn spraakmakende voor- en nabeschouwingen.

Ik vind ook mezelf terug en het boek, waarin gelukkig geen plek voor de techniek is ingeruimd. ‘Hoe is het met de komende tegenstander?’ is de vraag van de zelfbenoemde sportpsycholoog Spaling. ‘TDV heeft de bondstrainer in hun midden!’ zeg ik triomfantelijk. Harrie valt bijna van de stoel van het lachen. ‘Nee maar! Wat een poppenkast! Een bondstrainer. Dat is bijna ongeneeslijk! En alle teamgenoten aangestoken natuurlijk. Zelfs in jullie toestand hoeven jullie niet bang te zijn. Even twee weken onthouding en jullie winnen!’

Hijken DTC doet na twee keer brons opnieuw een gooi naar het podium. Vandaag is de aftrap van de bondscompetitie, waarin Huissen (titelverdediger), Schiedam en Westerhaar de belangrijkste concurrenten zijn. Voor de spelers met gebrek aan trainingsijver nog een hoopgevende passage uit het boek van Dollekamp:

Laat ik nog maar een keer uitleggen waarom de zienswijze van de in Zuidlaren woonachtige oud-keeper van VAKO 4 nog zo gek niet is. Hoe talrijk zijn niet de spelers die niet op eigen kracht een dampartij kunnen volbrengen. Met openingsvarianten en andere theoretische bagage proberen zij zich staande te houden. Nadenken is er niet meer bij. Of om met Hein Donner te spreken: ‘Ze weten veel, die jonge spelers van tegenwoordig. Meer dan wij wisten. Maar wij moesten dan ook denken, omdat wij niet zoveel wisten.’ De kern van de zaak is hiermee geraakt. Juist door niet zoveel te weten, worden spelers vanaf de eerste zet gedwongen om na te denken.’