Archive for Uncategorized
Schaakfragment Koos van Amerongen
Flitsen uit het zomertoernooi (2)
Namens André van der Kwartel
Koos van Amerongen heeft mij weer een aantal fragmenten uit zijn partijen in het Zomertoernooi gestuurd. Ik heb een en ander nog aangevuld met een fragment uit mijn zomerpartij tegen Steven den Hollander en een aardige slagzet uit het kampioenschap van Burkina Fasso. Vooralsnog is het woord aan Koos:
Koos van Amerongen – Arjen de Mooij
Na een boeiende opening kwam onderstaande stand op het bord. Zwart heeft zojuist 17..4-10 gespeeld. Veel alternatieven waren er niet. In dit soort standen spelen zetjes naar 2 en 49 een belangrijke rol. Na 17..11-17? had wit naar dam kunnen combineren met 18.35-30 24×35 19.33-28 22×24 20.27-21 16×27 21.31×2. Merk op dat zwart die combinatie niet heeft, ondanks dat wit 34 heeft betreden.
Wit staat in deze stand voor een belangrijke keuze. De meest voor de hang liggende zet is 18.32-28. Zwart kan dan 18..16-21! spelen. Op 19.27×16 haalt hij dan wel dam, met 19..18-23 20.29×27 24-30 21.35×24 20×49. Dus moet 22.28×17 21×32 23.37×28 11×22 24.28×17 12×21 25.26×17. Na 25..7-11 moet wit er rekening mee houden dat zwart na het slaan (26..11×22) weer met een damzetje dreigt (18-23, 24-30). Ik had geconstateerd dat wit daartegen 26.50-45 11×22 27.45-40 kon spelen. Er blijft dan een zeer scherpe stand over. Bij analyse ontdekten we dat zwart zich niet in mag laten op een aantal varianten (bijvoorbeeld 27..25-30? 28.34×25 19-23). Ik had het gevoel dat het beter moest zijn voor wit (Scan blijkt het daarmee eens) maar vertrouwde het niet en besloot na lang nadenken tot 18.50-45, met het logische vervolg 18..24-30 19.35×24 19×30 20.32-28 14-19 21.28×17 12×32 22.37×28 20-24 23.29×20 15×24. Wit staat mijns inziens dan iets fijner.
Later in de partij bereikten we deze stand. Zwart heeft er een leuk combinatie-idee in weten te vlechten. Na 45.31-26? volgt namelijk 45..17-21! 46.26×19 20-24 47.29×20 25×43 48.34×25 43×34. Standaard doch geniepig. Het blijkt nog remise te zijn. In de partij volgde 45.38-32 (zet de slagroute dicht) 11-16 46.31-26 13-19 47.42-38 en zwart offerde een schijf met 47..19-23 48.28×19 20-24 49.29×20 25×23 50.34×23 23-28 51.32×23 18×29. Bij goed spel blijkt dat nog remise te zijn. In de partij maakte zwart nog een foutje en verloor.
In plaats van 46.13-19? had hij beter het offer van Dussaut kunnen spelen: 46..16-21! 47.27×16 18-22. We dachten beiden dat wit dan na 47.28-23 22-28 48.32-27 28×19 49.42-38 goede kansen zou houden. Dat klopt, maar zwart kan in plaats van 47..22-28 sterk 47..13-18! spelen, met pardoes een winnende stand (48.23-19?). Wit moet zich dus maar inlaten op 48.16-11 22×24 49.11×22 met remise.
In de diagramstand blijkt wit een betere voortzetting dan 45.38-32 te hebben: 45.42-37! 11-16 (13-19? 38-33 W+) 46.39-33! 30×50 47.29-23 18×29 48.33×15 50×22 49.27×7, en je zou zeggen dat wit het eindspel na 49..35-40 50.7-2 13-18 51.2-7, met een schijf meer en een tweede dam op komst, wel moet kunnen winnen. André gaat het ons vast vertellen… Merk overigens op dat dit zetje (39-33, 29-23) in de diagramstand ook kan, maar dan niet meer dan remise oplevert.
[Over zo’n complex eindspel durf ik (AK) zonder uitvoerige analyse geen uitspraak te doen. Feit is wel dat Kingsrow de witte stand een waardering geeft van minder dan een kwart schijf voordeel. De eerste variant die KR geeft, geeft direct al een indruk van de problemen waar wit tegen aanloopt: (40-45), 7×23 (45-50), 15-10 (17-21). Zwart brengt de dreiging (50-11) en (17-21) in het spel. Het is niet duidelijk hoe wit die op langere termijn kan blijven ontkomen.]
In deze stand heeft zwart zojuist 19.13-18 gespeeld. Zijn strategie is om het witte centrum te omsingelen. Door de opstelling op diens linkervleugel, krijgt wit geen controle meer over veld 27.
Hij zal de omsingeling actief tegen moeten spelen. En dat doet André met 20.35-30! 2-8 (20-24?) 21.28-23 19×28 22.32×23 18×29 23.34×23, met een interessante stand. Wit houdt met twee schijven (23 en 30) het blok 5/10/14/15/20 vast. Daartegenover staat dat wit op moet passen dat schijf 23 verloren gaat. Daarnaast zijn een aantal afbraakvarianten niet in zijn voordeel, vanwege het ontbreken van (potentiële) formaties.
Het ging verder met 23..8-13 24.41-36 (verhindert 13-19) 13-18 (20-25?) 25.39-34 (na bijvoorbeeld 25.33-29 9-13 26.29-24 20×29 27.23×34 mist wit formaties) 18×29 26.34×23 9-13. Wit moet nu kiezen tussen het opgeven van de formatie 33/39/44 en het opspelen van de steunschijf 43. André besloot terecht tot 27.44-39. Zwart bracht vervolgens de dreiging 13-19 in de stand met 27..21-27. Wit kan dat pareren door de formatie 29/34/40 of 30/34/40 op te bouwen. André koos voor 28.39-34. Naast 28..13-19 verhindert dat ook 28..20-25? met een kleine combinatie. Er volgde 28..17-21 en na de ogenschijnlijk rustige opbouwzet 29.46-41 staat wit zowaar verloren. Zwart speelt namelijk 29..21-26!
Met deze zet heeft zwart een kleine doorbraakcombinatie in de stand gevlochten: 12-18, 3-8, 20-25, 15×44. Daar moet wit wat aan doen. Belangrijk is dat op 30.23-18 12×23 31.33-28 22×33! volgt, met schijfwinst en alsnog een doorbraak naar 44. Ook 30.40-35 is geen optie, omdat de voorpost met 30..13-19 verloren gaat, en na 30.43-39 3-8! gebeurt dat een of enkele zetten later.
In de partij volgde dan ook het niet onlogische 30.30-25?. Mijn originele plan was om met 30..14-19 31.23×14 20×9 gevolgd door 32..15-20 33.25×14 10×19 een sterkte aanvalsstand te krijgen, maar toen zag ik dat zwart een zesklapper uit kan halen met 30.26-31! 31.37×26 16-21! 32.26×19 20-24 33.19×30 14-20 34.25×14 10×46 Z+. Al met al een leuke, principiële partij!
Koos van Amerongen – Hans Tangelder
Na een door beiden principieel gespeelde opening zijn we in de stand na 20..1-7 terecht gekomen. Het lukt wit nu en in voorgaande zetten niet om een damcombinatie te forceren met 31-26: zwart mag dan weliswaar niet laten slaan vanwege 36-31, 47-41 en 48-42, maar kan wel goed 27-32 26×17 32×41 46×37 12×21 spelen. Ik speelde 21.34-30. Zwart staat nu klem op zijn lange vleugel. 14-19 en 18-23 zijn door kleine zetjes verhinderd, terwijl wit na 13-19 24×13 8×19 wél de forcing 31-26! tot zijn beschikking heeft.
Hans speelde verrassend 21..27-32!. Het idee van deze zet is dat wit niet naar voren mag laten slaan, vanwege een kleine doorbraakcombinatie (ook na 22.31-26). 22.47-41! 21-27!. Wederom een creatieve zet. Het idee is dat wit na de schijfwinst met 23.39-34 28×39 24.37×17 12×21 25.31×22 18×27 te veel last heeft van de zwarte schijf op 39, die naar dam dreigt te lopen. Ik zag wel wat ideetjes, maar mede door de zware witte korte vleugel geen serieuze kansen. De computer vindt een fraaie forcing naar een macro-eindspel met een schijf meer: 26.43-38 39-44* 27.38-32! 27×38 28.48-42 38×47 29.29-23 47×20 30.23-19 14×23 31.25×1 en omdat zwart na 31..23-28 32.30-25! in de problemen zit (dam halen mag niet, en 35-30 dreigt) moet maar 31.44-50 32.1×29 met kansjes voor wit.
Ik zag dit niet en speelde 23.31-26?. Die zet verdient een vraagteken, omdat zwart nu een combinatie kan nemen met 23..16-21 24.26×17 22×11 25.28×26 14-19 26.37×28 18-23 27.29×18 13×44 28.24×13 9×18 (de beste), al is de stand na 29.43-39 44×33 30.49-43 nog alles behalve duidelijk: wit heeft wat ideeën om schijf 33 aan te vallen, maar als die mislukken komt zwart sterk op het centrum te staan. Ik onderkende dit zetje te laat.
Gelukkig had Hans het niet gezien en speelde hij 24..12-17?, een zet die om meerdere redenen een vraagteken verdient. Ten eerste omdat wit direct een combinatie kan nemen met 25.43-38! 32×23 26.48-42 28×39 27.24-20 (de beste manier) 15×24 28.30×18 22×33 29.49-43 39×48 30.37-31 48×37 31.41×1 en op het gedwongen 31..18-22 de zwarte voorpost neutraliseert met 32..1-6 22-28* 33.25-20 14×25 34.35-30 25×34 35.40×38 W+. Dat had ik dan weer niet gezien. En ten tweede omdat wit positioneel kan winnen met 25.37-31!, wat ik speelde. Zwart loopt op twee vleugels vast.
Er volgde 25..7-12 (wit dreigde met een damzetje) 26.40-34 16-21 27.48-42, zie diagram. Merk op dat 26..2-7 zwart niet had geholpen om tot 17-21×21 te komen, omdat wit na 27.48-42 17-21? wéér naar dam combineert. Die zet helpt ook niet om 18-23×23 voor te bereiden. Er zijn fantastische varianten mogelijk. Ik beperk me tot wat ik de fraaiste (computer)variant vindt: 26..2-7 27.48-42 18-23 28.29×18 12×23 29.24-19!! 13×24 30.30×19 9-13 31.43-38!! 13×24 32.25-20! 14×25 33.35-30! 32×43 34.39×48! 24×35 35.48-43 28×37 36.41×1. Het is leuk om na te gaan wat er gebeurt als zwart op enig moment anders slaat.
Zwart heeft hier geen goed plan meer. Op het in de partij gespeelde 27..14-19? volgde de dam met 28.41-37 32×41 29.36×47 27×36 30.47-41 36×38 31.43×3 W+. Op wachten met 27..2-7 had ik het subtiele 28.43-38! 32×43 29.39×48 28×39 30.34×43 gepland, en omdat 14-19 en 18-23 verhinderd zijn, moet zwart (op den duur) een schijf offeren. Blijft over 27..13-19 28.24×13 8×19 waarop wit met 29.30-24 19×30 30.35×24 reageert. Op 30..9-13 volgt dan de 1-om-2 met 24-20, maar wel pas nadat wit een schijfje heeft bijgegeven met 31.41-37 32×41 32.36×37 27×36. Op alle andere normale zetten wint het plan 42-38, gevolgd door 41-37×37 eenvoudig. En ook op het creatieve 30..14-19 31.24×13 9-14 is dat voldoende, bijvoorbeeld 32.42-38 13×9 33.41-37 32×41 34.46×37 9-13 35.45-40 2-8 (2-7?) 36.40-35 13-18 37.34-30 8-13 38.30-24 13-19 39.24×13 18×9 40.38-32 27×38 41.43×23 9-13 42.25-20! 14×25 43.37-32 W+.
Al met al een geweldige partij, waarin ik de punten won, en Hans mijn lof.
Toegift (1)
Op de avond waarop ik in de eerste ronde tegen Koos had gespeeld, mocht ik vervolgens aantreden tegen Steven den Hollander (wit). Twee zware tegenstanders op één avond was wat te veel voor mij. Ik ging in de kortst mogelijke tijd van het bord af. Toch valt er nog wel iets aardigs over die partij te schrijven.
Ik miste hier de eenvoudige damzet (18-22), (28-33), (14-20), (19×50), waarna de zwarte openingsproblemen wel zijn opgelost. Gegrepen in een soort tunnelvisie speelde ik hier min of meer à tempo: (17-22), 36-31 (11-17), 41-36 (17-22??), 26×17 (22×11?) en gaf na 32-27 direct op. Na deze zwakke prestatie voelde ik mij moreel verplicht om te zeggen dat ik in plaats van terug te ruilen beter op een mooi zetje had kunnen spelen. Dat moest ik even laten zien. In plaats van (17-22) speelde ik dus: (6-11) en Steven was zo vriendelijk om in het zetje te lopen: 46-41?
(19-24), 29×20 (28-33), 39×19 (13×24), 20×29 (14-20), 15×24 (22-27), 31×13 (8×50). Zwart mag blij zijn, als hij het hierna nog remise houdt, maar toch… een verrassend zetje blijft een lust voor het oog.
Toegift (2)
Als tweede toegift nog een aardig fragment uit het kampioenschap van Burkina Fasso. Ik weet niet meer of de stand precies klopt en vraag mij niet wie de spelers waren, maar het gaat om de volgende afwikkeling:
De laatste zet van wit was 36-31 en misschien had dat zwart moeten waarschuwen: (14-19?), 37-32! (26×46), 28-23!! (46×35), 23×5 (35×19), 5×6.
Kroegdammen Leiden 4 september!
1 | Jan Groenendijk & Jitse Slump | 3057 |
2 | Martijn van IJzendoorn & Koos van Amerongen | 2867 |
3 | Stefan Stolwijk & Mark Deurloo | 2708 |
4 | Gerlof Kolk & Taeke Kooistra | 2701 |
5 | Martijn de Leeuw & Thijs van den Broek | 2700 |
6 | Rik Verboon & Thijs Verboon | 2634 |
7 | Friso Fennema & Laura Timmerman | 2573 |
8 | Simon Harmsma & Emre Hageman | 2548 |
9 | Michel Stempher & Tom Swelsen | 2546 |
10 | Marcel Monteba & Gerben van Steenbergen | 2537 |
11 | Foeke Tiemensma & Nick de la Fonteyne | 2449 |
12 | Jan van der Star & Marco de Leeuw | 2444 |
13 | Machiel Weistra & Robert-Jan van Steenbergen | 2416 |
14 | Marc Bremer & Eric Hogewoning | 2415 |
15 | Evert Dollekamp & Hans Kreder | 2333 |
16 | Ivo de Jong & Maarten van Leenen | 2303 |
17 | Joop Burgerhout & André van der Kwartel | 2272 |
18 | Wouter Sosef & Floris Tol | 2251 |
19 | Ron Tielrooij & Fabian Snijder | 2236 |
20 | Martijn van Gortel & Dieter van Gortel | 2231 |
21 | Jan-Pieter Drost & Frank Zwerver | 2182 |
22 | Jan van de Veen & Michiel Luijten | 2168 |
23 | Jan Ongolesono & Lucien Farzan | 2078 |
24 | Steven den Hollander & Eelco Kuipers | 2000 |
25 | Rick Hakvoort & Bas de Boer | 1951 |
26 | Peter Schipper & Frans Elzenga | 1934 |
27 | Marcel Kosters & Frank Hagebeek | 1913 |
28 | Arjen de Mooij & Marco de Mooij | 1789 |
29 | Gé Berbee & John Bruin | 1755 |
30 | Villyvian van Tiel & Peter van der Sloot | 1725 |
31 | Micha van Tol & Anton Kwestroo | 1710 |
32 | Matthijs Broek & Ronald Wisse | 1709 |
33 | Simon Rompa & Kees Osté | 1657 |
34 | Quirinius van Dorp & Robert Straver | 1621 |
35 | Alex Zwanenburg & Glenn Hardenberg | 1600 |
36 | Eric van ’t Hof & Daan Binnendijk | 1478 |
37 | Jack van der Plas & Erik Rooijakkers | 1461 |
38 | Fred Slingerland & Gert-Michiel de Niet | 1400 |
39 | Wim Zwinkels & Coenraad Spaans | 1357 |
40 | Teun de Kluyver & Menno van Delft | 1038 |
41 | Dennis Driebergen & Justin Driebergen | 900 |
42 | Cato de Zoeten & Isa Zwinkels | 900 |
Open Sneldamkampioenschap van Leiden!
Op donderdag 8 september organiseert het Leids Damgenootschap weer het jaarlijkse Open Sneldamkampioenschap van Leiden.
Op die avond worden meerdere korte dampartijen gespeeld. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat iedere deelnemer zo veel mogelijk speelt tegen spelers van ongeveer gelijke sterkte.
Dus ook mensen die alleen maar thuis zo af en toe een potje dammen, kunnen meedoen zonder de angst ‘toch maar alles te zullen verliezen’. Iedereen is van harte welkom.
Van tevoren aanmelden is niet nodig. U wordt wel gevraagd om uiterlijk 19.45 uur aanwezig te zijn, zodat de dampartijen om 20.00 uur kunnen beginnen. De prijsuitreiking van het zomerdamtoernooi zal na de afsluiting van het sneldamkampioenschap rond 22.30 uur plaatsvinden.
Het adres luidt: Leids Denksportcentrum, Robijnstraat 4, Leiden
Bekerfinale 2022
Namens André van der Kwartel
Op 27 juli jl. werd de finale gespeeld van de jaarlijkse bekerwedstrijd van het Leids Damgenootschap. De finalisten waren Steven den Hollander en Hans Kreder. Gezien de ratings van beide spelers had Hans voldoende aan remise om de beker in ontvangst te mogen nemen. Het mocht niet zo zijn. Hans, spelend met wit, kwam ogenschijnlijk iets lastiger uit de opening. Misschien kwam dat doordat hij niet opende met het gebruikelijke 34-29, maar zijn tegenstander verraste met 33-29. Steven liet zich er niet door afleiden. Volgens Kingsrow wordt tot aan de dertigste zet het evenwicht in de partij niet verbroken, maar dan overschat Hans zijn verdedigende mogelijkheden en gaat het snel van kwaad tot erger. Enkele zetten later staat hij feitelijk al verloren, al duurde het nog tot de 51e zet voordat Steven de buit definitief binnen had. Hieronder de notatie van de bekerfinale, inclusief de kanttekeningen die Kingsrow bij deze partij plaatst.
Hans Kreder – Steven den Hollander
LDG Bekerfinale, 27-07-2022
1.33-29 20-25 2.32-28 17-21 3.39-33 21-26 4.44-39 16-21 5.50-44 11-16 6.37-32 26×37 7.42×31 21-26 8.47-42 26×37 9.42×31 19-23 10.28×19 14×23 11.48-42
SdH: Hierbij heb ik precies een opening op het bord die ik graag tegen Hans zou willen. Hiermee geef ik wel wat tempi cadeau, maar behoud zwart een mooiere verdeling van mijn schijven. Ook dwing ik Hans hiermee om met aanvallende zetten te komen. Zo is het gespeelde 48-42 een zware keuze, gebruikelijker is het opspelen van 35, waardoor er voor wit een moeizame aanval op het bord komt, wat goede kansen geeft aan de omsingelaar (persoonlijke mening).
15-20 SdH: Een belangrijke tussenzet, vind ikzelf. Hierdoor is 12. 33-28 wat minder aantrekkelijk, aangezien ik dan doodleuk 13-19 speel. Deze bewuste opsluiting zal niet lang blijven staan, en dan hoopt zwart de vluchten te plukken van de opening. Hans gaf na de partij aan dit niet te zien zitten. 12.42-37 6-11 13.32-28 23×32 14.37×28 10-15 15.29-24 20×29 16.33×24 11-17 17.39-33 17-22 18.28×17 12×21 19.44-39 7-12 20.34-30 25×34 21.40×29 1-7
SdH: De partij heeft een wat open karakter, en is moeilijk voor beide spelers. Nog steeds heeft wit meer tempi, en heeft zwart de schijven beter gepositioneerd. Wel moet zwart goed opletten dat de stand niet opens veel dunner wordt, aangezien hij de partij moet winnen. Vanaf dit moment gaan er meer complicaties in de stelling komen. Hans gaf aan verrast te zijn door de volgende zwarte zet.
22.31-26 21-27 23.41-37 5-10 24.37-31 7-11 25.31×22 18×27 26.38-32 27×38 27.43×32 10-14 28.35-30 11-17
SdH: In bovenstaand diagram hoopte ik erop dat Hans nietvermoedend aan zou schuiven met 29. 46-41? Dan zou ik groot positioneel voordeel kunnen behalen door 14-20, en wit staat zo goed als verloren! De clou is dat 30. 30-25 dan verhinderd is door 13-19 31. 25×23 15-20 32. 24×15 04-10 33.15×13 08×46! Dit een bekend combinatieprincipe wat ik wel eens in diverse Keller varianten heb gezien.Helaas had Hans daar geen trek in.
29.30-25 12-18 30.49-43 17-22
31.43-38?
[ Volgens Kingsrow zou na: 31.32-27 22×31 32.26×37 16-21 33.37-32 18-23 34.29×18 13×22 35.43-38 8-13 de stand nog in evenwicht zijn. Nu schiet zijn waardering van -0.02 naar -0.70 ]
31…22-27 32.32×21 16×27
Misschien heeft Hans gedacht dat hij op dit moment sterk 33-28 kon spelen, maar die zet is verhinderd door (15-20), (18-23), (9-14) en (13×44)
33.24-20 15×24 34.29×20 18-22 35.46-41 2-7 36.41-37 7-11
Het laatste moment waarop wit zich taaier had kunnen verdedigen.
37.45-40?
[ Kingsrow geeft als versterking aan: 37.33-29 13-19 38.39-33 8-12 39.45-40 3-8 40.37-32 11-16 41.32×21 16×27]
37…13-18 38.40-34 18-23 39.34-30 8-13 40.39-34 23-28 41.37-31 28×39 42.34×43 13-18
[ Kingsrow: 42…11-17 43.43-39 13-18 44.39-33 18-23 45.33-29 23×34 46.30×39 3-8 47.39-33 (-+ (-1.21);-0.84) ]
43.38-33 18-23 44.33-29
[ Kingsrow: 44.26-21 27×16 45.31-27 22×31 46.36×27 11-17 47.43-38 3-8 48.38-32 8-12 (-+ (-0.66);-1.11) ]
44…23×34 45.30×39 14-19 [ Kingsrow: 45…11-17 46.43-38 3-8 47.39-33 8-12 48.33-29 12-18 49.29-24 18-23 50.20-15 (-+ (-1.11);-0.56) ]
46.39-34
[ Kingsrow: 46.39-33 19-23 47.20-14 9×20 48.25×14 11-17 49.43-39 23-28 50.33-29 27-32 (-+ (-0.56);-1.09) ]
46…11-17 47.34-29
[ Kingsrow: 47.43-38 3-8 48.34-29 8-13 49.38-33 27-32 50.20-15 9-14 51.29-24 19×30 (-+ (-1.13);-4.60) ]
47…27-32 48.29-24
[Kingsrow: 48.20-15 9-14 49.43-39 22-28 50.25-20 14×25 51.29-23 19-24 52.31-27 32×21 (-+ (-3.80);-9.99) ]
48…19×30 49.25×34 22-28 50.34-29 9-14 51.20×9 3×14
Hans gaf op.
FRAGMENTEN UIT HET ZOMERTOERNOOI
Vanaf 13 juli tot en met 31 augustus wordt bij het Leids Damgenootschap een zomertoernooi georganiseerd. Op die clubavonden spelen de deelnemers één of twee partijen van ongeveer anderhalf uur. Dit toernooi is voor iedereen gratis toegankelijk. Op 31 augustus wordt de uiteindelijke ranglijst opgesteld.
Koos van Amerongen stuurde mij een aantal fragmenten uit zijn partijen. Dank daarvoor. Tegen de overige deelnemers zou ik willen zeggen: “Goed voorbeeld doet goed volgen!”
Vanaf hier laat ik Koos zelf aan het woord:
Een fragment van mijn partij tegen voormalig winnaar Marc Bremer uit de eerste ronde.
Het was überhaupt een boeiende partij, waarin ik een enigszins speculatieve omsingelingsstrategie hanteerde, wat uiteindelijk resulteerde in een gunstig klassiekje.
In deze stand heeft Marc zojuist 40..17-21 gespeeld, waarop ik reageerde met 41.37-31. Het idee van die zet is om met 31-26 controle te pakken over de linkervleugel, óf zwart op te zadelen met twee extra tempi. Het wordt gerechtvaardigd doordat 41..21-26 verhinderd is middels een kleine combinatie: 42.48-42 26×48 43.30-25 48×30 44.35×15 W+. Er volgde het logische 41..20-24 42.31-26 en nu moet zwart kiezen. Het werd 42..12-17 en na 43.38-33 17-22? (3-9-14 geeft meer verweer) 44.28×17 21×12 heeft wit een winnend offer: 45.32-28! 23×21 46.26×8 13×2 47.34-29 en na 47..3-9 48.29×20 ging zwart in reeds tamelijk uitzichtloze positie door de vlag. Na afloop bekeken we de gevolgen van 46..3×12.
Na 47.34-29 heeft zwart dan nog een meerslagfinesse tot zijn beschikking: 47..19-23!? 48.30×17 23×34. In de analyse kwamen we tot de conclusie dat zwart na 49.48-43 18-22! 50.17×28 16-21 remise maakt. Zwart mag weliswaar niet naar 41 lopen vanwege de variant 51.28-23 21-27 52.23-19 (ook 33-29 wint niet, de witte schijven staan te los [A]) 27-32 53.19-14 32-37 54.14-10 37-41? 55.10-4! 41-46* 56.4-18! 46-32 57.18×40! 32×49 58.40-44 Z+, maar na 54.37-42 kan wit niet winnen. Hoe moet het dan wel? Door 49.48-42! Zwart komt dan na 49..18-23 50.17-12 23-29 51.33×24 34-39 weliswaar nog op dam, maar het resterende 4-om-2 eindspel lijkt verloren te gaan.[B]
Opmerkingen André:
Koos en Marc hadden tijdens hun analyses natuurlijk niet Kingsrow ter beschikking. Ik heb dat tijdens het schrijven van deze stukjes wel en dan moet ik helaas twee kanttekeningen maken:
[A]: Deze conclusie van Koos is te algemeen. Volgens Kingsrow is de stand na 33-29 wel degelijk gewonnen. KR geeft dan als hoofdvariant aan: (27-32), 29×40 (32-37), 23-18 (37-42), 18-12 (42-47), 12-7 en de schijf op 40 is niet aan te vallen.
[B]: Ook deze conclusie is volgens KR niet correct. Belangrijk verschil: KR speelt niet (23-29), maar (23-28), 33×22 (34-39) en verklaart dit tot remise. (Die je er achter het bord nog maar uit moet zien te halen. Maar dat is een ander verhaal.)
Enkele fragmenten uit de ronde van 27 juli
Het eerste fragment is uit mijn partij tegen Jack van der Plas (wit).
In deze stand heb ik zojuist 20..8-13 gespeeld. Wit kan op allerlei manieren reageren. Een logisch plan is om het zwarte Chizhov-kanon te omklemmen, via 29 of 30, met 39 of 40. Na 21.39-34? volgt evenwel verrassend 17-21! 22.26×17 18-23. Laten slaan verliest een schijf, ook na 23.27-21 of 27-22 (vanwege 24..24-30), en sluiten met 23.38-32 verliest door een bomzet: 23..24-30 24.35×24 19×39 25.28×17 39×46 Z+.
In de partij volgde 21.40-34. De vraag is dan altijd wat de actie 21..24-30 22.35×24 20×40 23.45×34 14-20 24.25×23 18×40 25.39-34 40×29 26.33×24 waard is. Mijn conclusie was dat het zwart geen kansen biedt: door de witte schijf op 49 heeft wit ruim voldoende verdediging. Ik ging (speculatief) verder met 21..4-9. Dat biedt na het gespeelde 22.34-30 goede kansen aan wit. Uiteindelijk brak Jack de stand open en wist ik hem in het late middenspel nog te verschalken. Het slot is wel aardig.
Wit heeft zojuist 44.35-30 gespeeld. Zwart heeft nu meerdere ideeën. Na 44..31-37 45.41×32 23-28 46.32×23 18×38 kan wit direct remise maken met 47.39-33. Andere ideeën zijn 23-28 en 23-29. Beiden blijken te winnen. Ik koos met nog 2 seconden op de klok voor 44..23-29. De clue is dat wit na 45.33-28 29×20 46.25×14 13-19 47.14×23 18×29 door een soort van vijfvoudige oppositie verliest: 48.28-22 4-9! (ook 29-34 blijkt te winnen, al moet dat enigszins nauwkeurig) 49.30-25 9-14 Z+. Jack had dit gezien en koos voor het beste plan: 45.25-20 29×38 46.39-33 38×29 47.24×33 maar kon verlies niet meer voorkomen.
De partij tegen Evert Dollekamp was veel te complex (en leuk) om in een paar diagrammen te vatten. Toch twee leuke momenten:
Hier gooide ik met 11.32-27 20-25 12.39-34!? de knuppel in het hoenderhok. Zoals wel vaker geldt dan: gewoon normaal blijven doen. Met centrale, goede zetten deed Evert dat.
Even later volgde op 26..5-10 de verrassende zet 27.49-43!, maar meer dan een verrassing was het niet. Evert vervolgde koeltjes met 27..10-15 (23-29?) en bleef beter staan. Het werd uiteindelijk remise.
Evert Bronstring: NK 1982
Namens André van der Kwartel
De trouwe volgers van mijn bijdragen aan deze website herinneren zich wellicht dat ik de stille tijd na de competitie 2020-2021 heb gevuld met een serie artikelen over de wederwaardigheden van Evert Bronstring in zijn veertien(!) finales van het Nederlands Kampioenschap. De serie was gekomen tot 1980 en daarmee nog niet afgerond. Er zouden nog drie jaren volgen. In de huidige competitieloze periode ga ik verder met eerstvolgende jaar van Everts deelname: 1982.
In dat jaar kende het Nationaal Kampioenschap twaalf deelnemers. Evert werd zesde met elf punten uit elf wedstrijden. Eenzelfde aantal punten als Ron Heusdens, maar met een lagere SB-score. Evert begon het toernooi tegen diezelfde Ron Heusdens. Omdat deze laatste een gewonnen stelling slordig afwerkte, mocht Evert blij zijn dat hij met remise wegkwam.
In de tweede ronde speelde Evert tegen Hans Vermin en ook in die partij had hij alle geluk van de wereld. In een gewonnen stelling koos Vermin voor een ogenschijnlijk voor de hand liggende, maar foutieve ruil.
Hans Vermin – Evert Bronstring
Stand na de 41e zet van zwart.
Wit wint hier vrij gemakkelijk met de ruil 27-21×21. Hij speelde echter 27-22 (18×27), 31×22 en werd ongetwijfeld onaangenaam verrast door: (12-18!). Daar sta je met jouw mooie stand. Wit heeft niet beter dan 32-27 en na (8-12!) moest wit zelfs nog remise maken met 28-23 (17×19), 33-28 (24×31), 25×15 (31-37), 15-10. Zeven zetten later werd remise overeengekomen.
In de derde ronde was het geluk van Evert over. Na een prachtige partij tegen Jannes van der Wal (zeker de moeite waard om na te spelen!) was Evert in een nadelig eindspel terecht gekomen, dat ogenschijnlijk verloren was, maar volgens Kingsrow remise. Evert miste echter de remise die dan ook moeilijk te vinden was.
Evert Bronstring – Jannes van der Wal
Stand na de 52e zet van zwart.
Partijverloop: 37-41 (12-17), 41-36 (18-4), 36-41 (26-31), 28-23 (17-22), 41-47 (31-37) en wit gaf op.
In de diagramstand geeft KR aan dat de stand na 37-42 remise is. Uit een paar snelle variantjes tegen KR blijkt dat de strategie van wit moet zijn om de witte schijf verder naar voren te krijgen en daarvoor is het nodig om de witte dam naar de zwarte damlijn te brengen. Ter illustratie: 37-42 (12-17), 42-15. Zwart heeft nu twee keuzen: met zijn dam naar veld vier gaan of met zijn schijven te spelen. Twee voorbeeldjes:
A) (18-4), 28-23 (26-31), 15-42 (31-36), 42-37 en hoe moet zwart verder?
B) (26-31), 15-4 (18-27), 28-23 remise
Het verraderlijke van dit eindspel is volgens mij, dat het onnatuurlijk aanvoelt om de lange lijn te verlaten. Meestal is dat immers juist de belangrijke verdedigingslinie, maar in dit geval dus niet.
Vanaf de vierde ronde kwam Evert weer beter in vorm. Hij speelde remise tegen Frits Luteijn, maar had die partij eigenlijk moeten winnen.
Frits Luteijn – Evert Bronstring
Stand na de 27e zet van wit.
Evert speelde hier (19-24), 29×20 (14-19) en de stand bleef min of meer gelijkwaardig.
KR adviseert (12-18!) en accepteert met 40-34 een schijf achterstand. Het is leerzaam naar het alternatief te kijken. Omdat 32-27 direct een schijf verliest heeft wit niet beter dan: 32-28 (18×27), 28-23A (19×28), 33×31. Niets aan de hand zou je oppervlakkig gezien zeggen, maar: (14-19!).
Het witte blokje op 31-36-37-41 staat vastgenageld. Bijvoorbeeld: 38-32 (11-17), 39-33 (17-22). Wit komt er niet meer uit.
A) Wit kan er ook voor kiezen om nog even te wachten met het terugwinnen van zijn schijf met bijvoorbeeld 40-34. Dan volgt echter (13-18) en na het gedwongen 28-23 volgt (18-22), waarna wit weer met een onspeelbare lange vleugel zit.
Ook goede spelers lopen wel eens in eenvoudige zetjes, zoals Bauke Bies in de vijfde ronde tegen Evert bewees:
Evert Bronstring – Bauke Bies
(6-11??), 15-10 (4×15), 25-20 (15×33), 39×6. Het duurde nog 32 zetten voordat de winst voor wit binnen was.
In de zesde ronde volgde een remise tegen John van der Borst waarover KR geen enkele opmerking maakt. In de zevende ronde volgde remise tegen Ben Smeenk na een partij met wisselende kansen. In de achtste ronde volgde de traditionele verliespartij tegen Rob Clerc. Evert werd vanuit de opening min of meer overspeeld. In de negende ronde won Evert na een spannende partij van Jos Stokkel. Evert heeft grote delen van die partij aantoonbaar veel slechter gestaan. Onderstaand fragment ter illustratie:
Jos Stokkel – Evert Bronstring
Stand na de 33e zet van zwart.
Wit speelde hier 29-23?? waarna zwart met (25-30) de stand weer ongeveer gelijk maakte.
Mogelijk was echter: 15-10!! (14x5A), 26-21 (17×37), 43-38 (32×43), 41×3. A): als zwart slaat (4×15) volgt: 39-33 (28×48), 41-37 (32×41), 46×37 (48×30), 35×4.
Later in de partij kwam Stokkel weer gewonnen te staan, maar speelde hij de stand niet goed uit. In de eindstand is de stand min of meer gelijkwaardig, maar de notatie stopt ineens vóór de vijftigste zet. Waarschijnlijk heeft Evert dus op de klok gewonnen.
Na een probleemloze remise tegen Ruud Palmer in de tiende ronde, speelde Evert in de laatste ronde tegen Hans Jansen. Over een partij tussen die twee spelers valt altijd wel iets te melden. In dit geval een eindspelfragment waarin vrijwel iedere zet het verschil maakt tussen remise en verlies. Voer voor de liefhebbers.
Hans Janssen – Evert Bronstring
Stand na de 61e zet van wit.
Een moeilijk eindspel na een moeilijke partij. Dat verklaart wellicht de volgende twee zetten:
(1-29??), 27-22??
[ Zwart en wit missen beide het eenvoudige 28-33!]
(29-1)
[Zwart kan het wit lastiger maken met (29-12) met de dreiging (12-3) en 26-31)]
28-50
[Alweer niet de sterkste. Beter was 28-39 met de dreiging 22-18]
(2-7)
[Ook hier had zwart het wit lastiger kunnen maken met (2-8!). Dreigt (8-13) en als de witte dam wegloopt met bijvoorbeeld 4-15, dan volgt (8-13) en (2-18). ]
22-17 (21×12), 50-6 (12-18), 4×36 (7-12), 36-13 (1-7), 13-2 (7-1), 6-50??
[Met zijn laatste zet geeft wit definitief de winst uit handen. Wit had moeten spelen: 2-13! (1-7), 6-44! (7-1), 44-50!), (12-17), 50×6 (1-7), 13-36 en dit eindspel is gewonnen voor wit, alhoewel dat nog wel enige kennis en techniek vraagt. De partij liep remise na:]
(12-18), 32-28 (18-22), 28×17 (16-21), 2-11 (21×12), en vier zetten later remise gegeven
Kloksimultaan Casper Remeijer
Namens André van der Kwartel
Ter gelegenheid van zijn afscheid van het Leids Damgenootschap gaf Casper Remeijer op 9 juni een kloksimultaan tegen dertien leden van LDG. Omdat halverwege de avond ook Peter van den Berg nog kwam kijken, waren er maar liefst vijftien personen aanwezig. De sfeer van een ouderwetse clubavond riep nostalgische gevoelens op. Alleen de blauwe walm van sigarettenrook ontbrak nog.
Het speeltempo bedroeg vijftig zetten in anderhalf uur en daarna vijftien minuten om de partij af te ronden. Het leidde aan veel borden tot behoorlijke tijdnoodsituaties. Ook voor de simultaangever. Zes keer winst, vijf remises en twee verliespartijen stonden aan het eind van de avond op het scorebord. Een score van 65 procent voor de simultaangever. In deze bijdrage doe ik in het kort verslag van deze boeiende wedstrijd. Ik volg de partijen in alfabetische volgorde van de tegenstanders en geef uit iedere partij een opvallend moment, voor zover aanwezig…..
Koos van Amerongen speelde, zoals mocht worden verwacht, een gelijkwaardige partij tegen Casper. Kingsrow signaleert één moment waarop Casper niet de beste zet speelt, maar Koos reageert ook niet optimaal
Wit speelde hier 37-31!? Zwart reageerde met (8-13), maar sterker was (23-29) waarmee zwart wat meer ruimte op het bord claimt. Om die reden had wit op zijn beurt beter 39-34 kunnen spelen. De partij eindigde in een vreedzame remise.
Joop Burgerhout bracht een uiterst complexe partij op het bord, waar Casper zonder aarzelen op in ging. Misschien niet heel verstandig voor een simultaangever, maar – zoals Casper zelf aangaf – hij deed het voor de lol en niet voor een of andere recordpoging. Het werd een partij met een wederzijdse opsluiting van de korte vleugel. Uitermate moeilijk om te berekenen. Uiteindelijk trok Joop aan het kortste eind. De definitieve kentering in de partij deed zich voor op de 34e zet.
Joop speelde hier (19-24×24?), waarna volgde: 34-29 (12-18), 35-30 (25×23), 28×30 (18-23), 30-25 en zwart gaf op.
In de diagramstand had zwart mogelijk nog remise in handen met: (13-18), 43-39 (18-23), 33-29, enz. Maar reken alle complicaties achter het bord maar eens uit.
Quirinius van Dorp hield de partij dertig zetten lang in evenwicht, maar toen kwam de volgende stand op het bord:
(25-30??), 27-21! En opgegeven. Er zou nog gevolgd zijn: (26×17), 28-22 (17×28), 32×34.
Eric van ’t Hof haalde een stunt uit door te winnen van Casper. Hij was de enige speler die de witte schijven hanteerde. Misschien werd de simultaangever hierdoor wat in verwarring gebracht.
Casper speelde hier (12-18??) en zal toch verrast hebben opgekeken van het antwoord 28-22!
Wit brengt met deze zet een dubbele dreiging in het spel: 27-21 (26×28), 32×1 én 35-30 (24×35), 25-20 (14×25), 27-21 (26×28), 32×5. Zwart kan niet beide dreigingen tegelijkertijd weerleggen. Hij speelde (19-23) en er volgde: 35-30, 33-29, 27-21, 32×1. Zwart worstelde nog dertien zetten verder, maar verloor kansloos.
Edwin van Hofwegen kwam met Casper remise overeen. Een zorgvuldig gekozen formulering, omdat Casper totaal gewonnen stond, maar met nog maar acht seconden op de klok nog vijf zetten moest spelen. Voor een simultaanspeler vrijwel zeker onhaalbaar.
Edwin had een groot deel van de partij onder grote druk gestaan, maar vlak voor de remise was Casper bijna al zijn voordeel kwijt geraakt
In deze stand staat Casper na 27-22 huizenhoog gewonnen. Hij speelde echter 38-33? en gaf zwart daarmee de gelegenheid tot (12-17), waarmee de remise voor zwart ineens weer in zicht kwam. Bijvoorbeeld: 33-28 (17-22), 28×17 (21×12). In plaats van (12-17) speelde zwart (7-11??), waarmee hij weer verloren stond. Op dat moment werd remise overeengekomen.
Ook Steven den Hollander wist van Casper te winnen. Een opvallend moment in deze partij was dat, waarop Steven een slagzet miste. Het gaat om de volgende stand:
Steven speelde hier (14-20!?), maar had hier de volgende afwikkeling kunnen nemen: (14-19), 23×14 (27-32), 38×27 (18-23), 27×16 (4-9), 29×18 (9×47), 18×9 (3×14). In de commentaren werd dit gezien als een gemiste kans, maar volgens KR is de remisemarge nog steeds niet overschreden. Lijkt ook wel plausibel: Een dam met vijf schijven tegen acht schijven die ook nog allerlei vangstellingen kunnen formeren is waarschijnlijk te veel gevraagd.
Hans Kreder speelde zoals gebruikelijk een degelijke partij, waar KR geen enkele kanttekening bij plaatst. Een gelijkwaardige remise.
Eelco Kuipers hield de partij 48 zetten in evenwicht, maar overzag in een remise-eindspel een eenvoudig combinatie.
(45-50??), 38-33 (50×28), 31-26 (22×31), 4×33 (31-37), 33×6. De zwarte schijf op 37 kan niet doorlopen. Zwart gaf op.
Jammer, want in de diagramstand had zwart remise kunnen behalen met (17-21), 4-10 [Wat anders?] (21×32), 10×46 (8-13), 31-26 [Alweer: wat anders?] (16-21), 26×28. Nu lijkt mij dat direct (45-50) remise is, maar in de hoofdvariant speelt KR eerst nog (18-22) en daarna pas (45-50). Het nut hiervan ontgaat mij.
Zelf speelde ik een mooie consequente partij vanuit de half-open klassieke opening 31-27 (17-21), 33-28 (19-23×23). Het kantelpunt in de partij deed zich voor op de 30e en 31e zet.
(3-9!) Zo’n zet vereist toch wel enige moed. Zwart wil 34-29 blijven verhinderen, waarmee wit voor een moeilijke keuze wordt gesteld. [Op 34-29×39 volgt (24-29) en (26-31)] Wit antwoordde met 46-41? [Beter was 48-43 (23-29×29), 43-39.] Nu had zwart eigenlijk groot voordeel moeten behalen. (12-17??) [Stom. Tijdnood. Van tevoren had ik gekeken naar (23-29×29), hetgeen inderdaad de aangewezen zet is. Nu kwam ik duidelijk slechter te staan, verloor een schijf en overzag tot overmaat van ramp ook nog eens dat ik die schijf gemakkelijk had kunnen terugwinnen. Wat is het toch een heerlijke sport.
Jack van der Plas speelde de langste partij van de avond. Dat beeld wordt wat vertekend door het feit dat hij vanaf de 41e zet verloren stond, maar de overgave nog 44(!) zetten wist te rekken. Was dat doorspelen onterecht of onsportief? Nou, nee. Op de 50e zet miste Jack een remisegaatje en op de 62e zet weer één. Die laatste laat ik hieronder zien. Vooral ook, omdat die toch wel verrassend is.
“Straal gewonnen voor wit” zou je toch zeggen, maar Casper speelde 27-21?, waarna de stand remise is. Gelukkig voor Casper speelde zwart (33-39?), waarna de winst voor wit weer binnen handbereik is. Na 27-21 had (33-38-42), 47×38 (36-41) zwart de remise bezorgd. Het komt wat onwaarschijnlijk over, omdat wit in deze spelgang twee vrije zetten heeft om zijn schijven in veiligheid te brengen. Maar dat lukt dus nooit. Zijn schijven staan te kwetsbaar en zwart zal er altijd minstens één kunnen oppeuzelen.
Hans Tangelder speelde remise, maar Casper heeft onderweg wel de winst gemist. Een fragment uit deze partij.
Hans speelde hier (9-13), maar signaleerde later de volgende fraaie mogelijkheid: (27-32), 31-27? (32×41), 27×7 (14-20!!), 25×3 (41-47), 3×21 (47×35!). Een fraaie afwikkeling, maar wit is natuurlijk niet verplicht om 31-27 te spelen. Na het nuchtere 43-39 heeft wit nog voldoende verdediging.
Vanuit de diagramstand werd gespeeld: (9-13), 24-20 (14-19), 29-24 (19×30), 25×34 (13-19?) [Beter is (28-32), 37×28 (26×37), enz.] 34-30?? Maar hiermee mist Casper de winnende voortzetting: 34-29! Een paar voorbeelden:
A) (19-24), 20-14 (24×33), 15-10 (4×15), 14-9 +
B) (11-16), 43-38 (28-32), 37×28 (22×24), 31×11 (16×7), 202×9 +1
C) (28-32), 37×28 (22×24), 20×29 (26×37), 42×22 (17×28), 29-23 +1
Hein van Winkel speelde een degelijke partij die het verdiend had in remise te eindigen, maar in een ogenschijnlijk lastig eindspel overzag hij een eenvoudige remise.
Hein speelde (20-24??) en verloor. De eenvoudige remise is het dappere (49-40!). Met de vierdelijnsregel in gedachten is duidelijk dat de damvangst met 31-27 remise is. Als wit wegloopt met 23-19 speelt zwart (40-35).
Wim Zwinkels speelde een degelijke remise, waar KingsRow geen enkele kanttekening bij plaatst
Zomercompetitie Leids DamGenootschap 2022
Ook deze zomer organiseert het Leids DamGenootschap een zomercompetitie. Deze competitie op de woensdagavonden is voor iedereen toegankelijk. We spelen in een ontspannen zomersfeer twee partijen op een avond.
Voor wie? Iedereen die de spelregels kent.
Waar? Denksportcentrum Leiden. Robijnstraat 4.
Wanneer? Iedere woensdag vanaf woensdag 13 juli t/m woensdag 31 augustus.
Hoe laat? De eerste ronde begint om 20:00 de tweede ronde begint rond 21:45.
Wat is het speeltempo? 20 min. + 25 seconden per zet.
Wat kost het? Deelname is gratis.
Hoe meld ik me aan? Er is een vrije inloop, je hoeft je niet aan te melden. Als je zorgt dat je er voor aanvang van een ronde bent, wordt je ingedeeld.
Om toch iets van een competitie-element te hebben, wordt er een moyennesysteem gebruikt waarbij de eigenmoyenne twee keer zo zwaar telt als de tegenmoyenne. Deelnemers moeten minstens vijf partijen hebben gespeeld om voor de eindzege in aanmerking te komen.
Er zijn ook enkele prijsjes beschikbaar voor:
§ De winnaar voor de zomercompetitie
§ De winnaar van het ratingklassement t/m 1150, mits geen winnaar zomercompetitie (prijs schuift door).
§ De winnaar van het ratingklassement t/m 1000, mits geen winnaar zomercompetitie (prijs schuift door).
§ De grootste opwaartse rating overwinning, mits geen winnaar zomercompetitie of winnaar rating klassement (prijs schuift door).
§ Het mooiste fragment
§ De middenmoter, wordt toegekend aan degene die evenveel spelers voor zich duldt als achter zich houdt in de definitieve ranglijst. Als dat voor niemand het geval is kijken we naar het geringste verschil tussen het aantal spelers voor iemand en het aantal spelers na iemand. Spelers die al een rating klassement of de grootse opwaartse rating prijs gewonnen hebben komen niet in aanmerking voor deze prijs (prijs schuift door).
Paastoernooi 2022
André van der Kwartel
Op donderdag 14 april organiseerde LDG weer zijn traditionele paasdamwedstrijd. Een avondje sneldammen en aan het eind van de avond gaat iedereen met een prijsje naar huis. In het verre verleden waren deze prijzen dozen met eieren van verschillende omvang (de dozen, niet de eieren), maar tegenwoordig wordt er creatiever met de prijzenkeuze omgegaan. Deze keer werd gestreden om diverse flessen wijn en luxe broden.
Om acht uur bleken er 13 belangstellenden te zijn. Een ongeluksgetal voor een wedstrijdleider die door het ontbreken van een laptop geen toernooi kan organiseren op basis van het Zwitsers systeem. Een halve competitie van twaalf rondes is te veel voor één avond (iedere ronde kost in totaal al gauw een klein half uur) en spelen in twee groepen van zes en zeven spelers geeft een ongelijk aantal speelrondes. In goed overleg werd besloten dat uw verslaggever als non-playing wedstrijdleider zou fungeren, waardoor er twee groepen van zes spelers konden worden gevormd. Hieronder de samenstelling van de groepen en de volgorde van de eindstand per groep:
Groep A:
1. Joop Burgerhout 9 uit 5
2. Evert Dollekamp 8
3. Edwin van Hofwegen 6
4. Quirinius van Dorp 4
5. Harry Dekker 3
6. Eric van ’t Hof 2
Groep B:
1. Koos van Amerongen 9 uit 5
2. Hans Kreder 8
3. Hans Tangelder 7
4. Peter van den Berg 4
5. Robert Straver 2
6. Viggo van Hofwegen 0
De oplettende lezer zal het zijn opgevallen dat in beide groepen de naam “van Hofwegen” voorkomt. Inderdaad: Viggo is de achtjarige zoon van… Hij had aan zijn vader gevraagd of hij mee mocht. Hij haalde nul punten, maar speelde dapper alle vijf rondes mee. En verbaasde iedereen door tegen Hans Kreder een dam te offeren om een nieuwe dam te kunnen halen.
Maar na vijf rondes was het al over tienen en Vader van Hofwegen vond het welletjes. Bedtijd.
Na het vertrek van vader en zoon Van Hofwegen bestond de finaleronde uit de volgende partijen, waarin respectievelijk werd gespeeld om de eerste/tweede plaats, de derde/vierde, enz.
Joop Burgerhout – Koos van Amerongen 0-2
Evert Dollekamp – Hans Kreder 0-2
Quirinius van Dorp – Hans Tangelder 1-1
Harry Dekker – Peter van den Berg 0-2
Eric van ’t Hof – Robert Straver 0-2
Na de remisepartij werd een barrage gespeeld, die door Hans Tangelder werd gewonnen, waarmee hij de vijfde plaats bereikte.
Volgens goede traditie was het weer een geslaagde avond, die volgend jaar een ruimere deelname verdient. In ieder geval zal Viggo er dan weer bij zijn. Hij vond het heel leuk en heeft tegen zijn vader gezegd dat hij graag mee wil doen als er weer een toernooi is.
*****************************************************
Het was een gedenkwaardige avond
Evert Dollekamp
Ik dam nog maar bij twee gelegenheden. Als het regent en als het niet regent. Als het pasen is en als het kerst is, bedoel ik. Witte donderdag was het weer eens zover. Ik overzag het deelnemersveld. Dat zag er goed uit! Allemaal zwakke spelers. En Richard Meijer was er (dus) ook niet bij. Tegen Richard heb ik een dramatische score, dat komt nooit meer goed. Hij past naadloos in het rijtje ellendelingen van wie vaak verlies. Het rijtje noemt overigens als eerste Siep Buurke, met wie ik na een jarenlange controverse vriendjes ben op Facebook. Maar goed ook, want Siep vervangt binnenkort Johan Haijtink als hoofd-re-dacteur van bondsblaadje Het Damspel. Als vaste columnist krijg ik rechtstreeks met hem te maken.
Even tussendoor: na veertig jaar IT kan ik nog steeds slecht overweg met inter-net, epjes en technische foefjes. Mijn zoon Wouter had een tijdje geleden een leuk spelletje op zijn telefoon. Dat wilde ik ook wel. 196 landnamen en dan moest je zo snel mogelijk een land aantikken als een landnaam in tekst verscheen. Duidelijker kan ik het niet formuleren. Ik kreeg een linkje en ging aan de slag. Moest van alles invullen, waaronder telefoonnummer en emailadres. Ik doet dat braaf. En plotseling zat ik op Facebook! Ik kon het er niet meer af krijgen, zodat ik uit ballorigheid maar vriendjes gemaakt heb. Plotseling: pling! Berichtje van Siep. Ik heb toen een historisch besluit genomen en drukte op de vriendjes-akkoord knop. Sindsdien zijn Siep en ik dus vriendjes, zodat ik onze komende samenwerking met vertrouwen tegemoet zie.
Terug naar het strijdperk. Zwei Grupm van zes gevolgd door kruisfinales. Ik zat in een groep met in opkomende volgorde Eric, Q, Joop, Edwin en Vergeten (sorry old chap). Voorafgaand aan de Vergeten overwinning (!) drie moeizame remises. Eric liet me bijten in beton en liet daarmee zien dat dammen helemaal niet moeilijk is. Of juist wel, want ik kreeg geen schijn van kans op winst, als iemand begrijpt wat ik bedoel. Gelukkig beheers ik het volgende speltype als geen ander. Mijn Remise-aanbod werd in dank aanvaard in een stand waarin Eric nog volop kansen had.
Over naar Q. Heel anders dan de zich voorzichtig voortkabbelende partij met Eric was er al snel sprake van vuurwerk. Dat kwam met name omdat ik het nodig vond een Van Leeuwen Systeem op de mat te leggen. Hierbij het advies: doe dit nooit, je neemt het risico op de meeste verschrikkelijke manieren te verliezen, zoals Van Leeuwen zelf het ooit eens uitdrukte. Q was niet onder de indruk en nam een solide positie in. Toen hij mij dwong zelf de opsluiting te verbreken ging hij nog steeds aan de leiding. Deze keer stond ik praktisch verloren toen ik ook nu mijn Remise-aanbod lanceerde. Aangenomen. Eric en Q.: als je tegenstander remise aanbiedt is de kans dat hij (veel) minder staat zeker aanwezig. En zeker als hij drager is van de titel Maitre National (gnuif).
Toen ik voor de derde ronde Joop zag zitten, klaarde mijn humeur aanzienlijk op. ‘Eindelijk een zwakke!’ riep ik uit. Deze onvoorzichte uitspraak kwam mij bijna duur te staan. Weliswaar speelde ik een goede potje, maar na een combinatie naar dam voor een schijf, bleken de resten goed voor Joop te zijn. Na damafname sloeg hij zelfs mijn Remise-aanbod af! Wat zullen we nou krijgen! Gelukkig zag Joop van verdere winstpogingen af en bood even later zelf remise aan. Zodat hij in het rijtje Eric, Q en Joop past.
De vierde remise was tegen Edwin. Maar dat was een partij die eigenlijk al na een zet of twintig voorbij was. Remise overeengekomen. We hadden zoveel tijd over dat we in de resterende tijd nog een spelletje speelden. En dat werd, zonder de anderen tekort te doen, de mooiste partij van de avond. Partie Bonnard met vijandelijk aanval over 28. Mooie verrassende slagzet. Mijn prachtige (nogmaals gnuif) stand kwam niet tot winst omdat wedstrijdleider Andre uitriep: ‘Het is tijd voor de volgende ronde!’ Andre wist al dat onze toernooipartij al remise was geworden. Heb ik nota bene zelf laten weten. Ik heb ook altijd wat.
Van de laatste poulepartij tegen de Vergeten Tegenstander ben ik de partij ook Vergeten. Best wel zorgwekkend. Of was ik dummy …
Kruisfinales. Het is slordig dat ik niet weet wie het tornooi gewonnen heeft, wel dat in de finale Hans Tangelder tegen Koos speelde. Hans Kreder speelde tegen mij om de derde plek. Ik speel graag tegen Hans, maar voor het resultaat hoef ik het niet te doen. Hans speelt een degelijke partij en weet dat ook in het snel-dammen vol te houden. Deze keer liet hij zien een fijne strategie in huis te heb-ben in het voeren van een halve-hekstelling. Mij restte slechts een paar keer achterlopen. Toen Hans die laatste keer niet opving maar een hele andere deed, schrok ik. Dat moest wel een zetje zijn. En ja hoor. Een sierlijke vijfklapper ru-ineerde mijn stelling. Ik speelde nog wel even door maar zag in dat deze keer mijn tegenstander niet in een Remise-aanbod zou trappen. Bovendien stond Hans niet alleen een schijf voor, ook had hij een dijk van een stand.
Tot slot: vroeger had je bij de Asser Damclub voorzitter H.J. Borger (niemand heeft ooit zijn voornaam geweten). Een aspirant lid moest altijd tegen hem. Borger beet vervolgens met voorbedachte rade in het stof. Ik heb het niet gezien of gehoord, maar volgens mij heeft Vigo van Hofwegen geen enkel punt gehaald. Is er nu niemand op het idee gekomen hem een keertje te laten winnen?
Schakers kunnen dammen!
Verslag van de wedstrijd LDG 2 – DOS Delft 2, gespeeld 6 april 2022.
Door Quirinius van Dorp
Het tweede team van het Leids Damgenootschap heeft op 6 april 2022 in de zevende ronde van de derde klasse van de provinciale competitie de kampioenschapsdoelstelling behaald. De zevende ronde? Inderdaad, de 10-rondige competitie werd in het seizoen 2021-2022 chaotischer dan ooit. Vanwege door Coronabesmettingen genoodzaakte uitgestelde duels en het ondanks de door Naaldwijk overtuigend getroffen voorzorgsmaatregelen (zie mijn verslag van de wedstrijd van 27 september 2021, Naaldwijk 2 – LDG 2) vroegtijdig terugtrekken door hun 2e team, werd onze competitie onnavolgbaar spannend. Ons uitstekende resultaat tegen Naaldwijk, in de basisopstelling het op papier sterkste team van onze competitie, zou dus voor niets zijn geweest.
Omdat we op 15 februari 2022 in ronde 9 nog met 8-0 hadden gewonnen van Alphen werden we op 10 maart 2022 in ronde 4 (kunt u het nog volgen?) pijnlijk verrast door een op revanche beluste tegenstander. Ik nam in die wedstrijd de honneurs als teamleider waar omdat onze captain voetbal belangrijker vond dan ons kampioenschap. Ik grapte bij de introductie en verwelkoming van onze tegenstander nog dat de 8-0 afstraffing van 15 februari vast nog achter in het hoofd spookte. Letterlijk niets bleek minder waar. Het werd een verdiende nederlaag, waarmee Alphen de koppositie overnam (met 1 wedstrijd meer gespeeld). Het was dus aan ons om de resterende wedstrijden te winnen. Dan zouden we op bordpunten de titel pakken. Gezien het programma dat Alphen nog restte gingen we ervan uit dat zij een goede kans maakten om de rest namelijk zelf ook te winnen.
6 april 2022, parkeren voor vergunninghouders. De barman, de heer Keultjes waar ik al twee keer eerder tegen had gespeeld, waarschuwde ons net op tijd dat er flink gecontroleerd wordt rondom het clubhuis. Nadat we toch de auto’s maar in de parkeergarage aan de overkant hadden geparkeerd konden we met de kampioenswedstrijd beginnen. Alphen had inderdaad eerder die week van een versterkt Scheveningen weten te winnen, dus slechts de volle winst was voor ons voldoende voor de titel.
Als eerste was Wim Zwinkels op bord 4 klaar. Hij trof invaller Mees van den Bosch. Ik laat Wim zelf aan het woord:
“Mijn sympathieke tegenstander had twee jaar niet gespeeld en was nog wat
roestig. In deze stelling was hij 16…4-10 van plan maar zag daar van
af door het zetje 17. 27-22 18×27 18. 38-33 27×29 19.47-41 23×32 20.
34×5 (een combinatie die ik zelf nog niet gespot had!) en speelde daarom
zonder verder zetcontrole snel 9-14. Na 17. 27-22 18×27 18. 34-30 25×34
19. 40×20 15×24 volgde ook nog de 1-om-2 met 20. 37-31. Voor het team
ging hij nog even door maar op zet 28 streek hij de vlag en stonden de
eerste twee bordpunten voor LDG op het scorebord.”
Ondertussen ging het uitstekend bij Eric van ’t Hof tegen mijn naamgenote Quirine van der Salm. Quirine had op zet 9 al een gat op 47 laten vallen en dit zou haar uiteindelijk noodlottig worden. Eelco Kuipers had het aanzienlijk zwaarder tegen de Delftse kopman Cees van Atten. Eerder dit seizoen hadden de twee al remise gespeeld dus vandaag zou de beslissende partij zijn. Ik zag niet direct winst of verlieskansen, maar wel een moeilijke stelling waarin zwart de overhand leek te krijgen. Of Eelco genoeg had om remise te maken was mij niet duidelijk, maar we hadden nog wel ergens een punt nodig voor de titel.
Ik speelde voor de derde keer in mijn damcarrière tegen onze barman van die avond, Amand Keultjes. Eerder dit seizoen verloor ik tegen Delft van Jan Eekhout, dus het beviel me met het oog op onze titelaspiraties wel dat ik niet weer tegen Jan werd opgesteld. Hoewel ik graag nog een keer revanche neem natuurlijk.
Onze eerdere partijen waren leuk en avontuurlijk. Ditmaal speelde Amand wel erg opvallend op de ruil. Telkens als ik kracht in het centrum opbouwde werd dit weggeruild, maar omdat Amand ondertussen ook veel naar de rand schoof had ik wel vertrouwen in mijn kansen om minimaal een remise te verzekeren. Amand ontwikkelde alleen zijn korte vleugel. Het was duidelijk dat hij vanuit die hoek wilde spelen. Ik had onlangs nog een mooi artikel van Gantwarg gelezen over zijn Ice&Byte theorie. Of ik het helemaal begrijp weet ik niet, maar het inspireerde me wel tot een strijdplan dat uiteindelijk de winst opleverde. Mijn schijf 15 zou ik zsm ontwikkelen om daar ice achter te laten voor Amand en diens op mijn lange vleugel gerichte pijlen. Er was daar niets meer om aan te vallen maar toch bleven de schijven die kant op komen. Wit had nog wel een schijf op 36 waar ik dus Byte had, dus terwijl ik mijn centrum verstevigde vond ik ook nog wat tempi om op 26 te komen en het 36 moeilijk te maken. Toen het Amand was gelukt om op 26 een klaverblaadje tegen mijn lange vleugel te bouwen, werd daarachter dus niets meer vastgezet en had deze formatie eigenlijk geen functie. Geheel in lijn met wit’s speelstijl die avond werd de formatie weer achteruitruilend afgebroken en bleven er twee vastgezette randschijven over. Toen ik op zet 34 eindelijk mijn klaverblaadje tegen wit’s langevleugel completeerde speelde wit direct de verliezende blunder, 35 31-27?.
Wit hoopte vermoedelijk op een blunder van zwart (13-18) waarna wit een dam haalt maar zwart met 3 schijven voor de dam waarschijnlijk nog voldoende compensatie heeft.
Of misschien wilde wit een klassieke stelling innemen met 36. 33-28, maar de kracht van de zwarte formatie 26-21-16 blijkt ook uit de variant 35. 33-28 14-20 36. 25×14 9×20 37. 31-27 20-25 want zelfs dan kan wit niet naar voren ruilen vanwege 38. 37-31? 26×37 39. 42×31 21-26! En wit mist zijn verdediger op 47.
Na de partijzet ging het nog een keer fout, waarschijnlijk door berusting … 24-29! 36. 33×24 19×30 37. 35×24 (hier zou 37. 25×34 23-28 38. 32×23 21×43 39. 34-29! 43×34 40. 29×40 de schade hebben beperkt (zie diagram 3). De stand is gelijk maar ik dacht hier veilig schijf 23 te kunnen winnen. Ik had alleen nog niet bedacht hoe ik dat ging doen.
In de partij sloeg wit naar voren en hoopte nog een doorbraak te kunnen forceren. Dit liet ik toe omdat de dam uiteindelijk eenvoudig gewonnen kon worden waarna wit de strijd staakte.
4 punten! Alleen nog een remise van Eric of Eelco nodig.
Ik laat Eric aan het woord, daar hij als derde klaar was:
“De stand in de competitie zorgde voor enige spanning bij mij en ik was matig uit de opening gekomen. Op twee momenten in de partij zag ik net op tijd dat ik een schijf dreigde te verliezen. Dit had ik nog wel kunnen afwenden, maar mijn positie was mij hierdoor toch niet geheel naar wens. Na de zet 36-31 echter ontstond de stelling in diagram 4 waaruit de geur van een damzet opsteeg. Ik speelde (20-24) en waar ik op hoopte gebeurde ook, namelijk 34-30?. Na de ruil vervolgde ik met (24-29), (13-18), (21,27), en (16×47) hetgeen voldoende was voor een gemakkelijke winst.”
Hiermee was ons doel bereikt. Kampioen van de derde klasse!
Eelco was nog aan het zwoegen om een punt want zoals gewoonlijk, ook bij het schaken, is het ragfijne veldenspel van onze captain geijkt op het behalen van een piepklein voordeeltje in het verre eindspel. Tegen de verwachting van menig toeschouwer in kwam dat voordeel pardoes op zet 47, typisch, toen zwart als eerste zijn kroonschijf speelde (3-9).
Opeens heeft zwart problemen na 37-31! Cees had 17-21 moeten spelen om op tijd naar 26 te kunnen. In de diagramstand is 37-31 sterk vanwege de directe dreiging 33-28 en 17-21 is te laat. Zwart moet dus wel 27-32 spelen en kan dan niet verder komen aan die kant. Op zowel 16-21 als 17-21 volgt natuurlijk 31-27. Scan vindt het allemaal uiteindelijk wel meevallen, dus misschien hadden de heren gewoon meer gezien dan ik.
De partijen zijn na te spelen op: https://toernooibase.kndb.nl/
Provinciale Clubcompetitie ZHDB 2021/2022, 3e klasse, ronde 7.
Namens LDG 2 (Eelco Kuipers, Eric van ’t hof, Wim Zwinkels, Daan Binnendijk en Quirinius van Dorp) bedanken we het Leids Damgenootschap en de andere gastvrije damclubs die onze overstap naar de damwereld mogelijk maakten en dit jaar bijdroegen aan onze titel.