Archive for Uncategorized

Ter oplossing combinatieprijzen uit Brunssum deel 1

Hans Tangelder

Vandaag de eerste uit een serie van drie, met daarin als opgaves de fragmenten waarvoor in het Brunssum toernooi de combinatieprijzen werden toegekend. Vandaag de jaren 2000 tot en met 2005. Volgende weekend worden de oplossingen op deze website gepubliceerd.

Br2000

Brunssum 2000: Erno Prosman – Igor Tschatoriiski

Wit aan zet speelt 33-29! Hoe won wit na 26-31?

Br2001

Brunssum 2001: Martin van Dijk – Ron Heusdens

Als zwart hier vervolgt met 26-31, dan kan wit remise halen met 41-37 (31×42) 25-20 (14×23) 7-2 (19×30) 2×3!
Hoe won Ron na 49-32 41-36 32-16 7-2?

Br2002

Brunssum 2002: Guido Verhagen – Tjeerd Harmsma

Hoe won zwart na 40-34?

Br2003

Brunssum 2003: Martin van Dijk – Alex Boxum

Zwart heeft zojuist 14-19? gespeeld. Hoe won wit?

Br2004

Brunssum 2004: Nico Lughthart – Jan Terpstra

Stand na 43-39. Hoe strafte wit (17-21) 26×28 (9-13) 31×22 (19-24) 30×19 (13×44) af?

Br2005

Brunssum 2005: Maikal Palmans – Jan Terpstra

Hoe won wit na het zojuist gespeelde 11-16?

Anekdotes

Joop Burgerhout

ANEKDOTES

Ruud Kloosterman schreef op 13 februari jl. op Facebook het volgende: “Ik ben benieuwd naar de meest vreemde momenten die mijn dammersvrienden hebben meegemaakt. Ik vermoed dat daarmee boeken kunnen worden volgeschreven!”

Na een paar uur waren er al vele anekdotes, geschreven door tientallen damvrienden uit het hele land. Ik heb ze met plezier gelezen. Toen ikzelf ging terugblikken kwam ik uit op Gert van Zuylen die in mijn jonge jaren een grote invloed op mijn leven gehad. Hij was dammer bij RDC Rijnsburg en deed in de jaren 60 mee met de Zuid-Hollandse kampioenschappen. Over hem twee verhalen:

GERT VAN ZUYLEN

In 1969 werd ik van de HBS gestuurd. Ik was 14 jaar, had zeer en indrukwekkend lang haar en was kleurling. Een naar identiteit zoekende puber die zijn uiterste best om niet op te vallen, en daarom gevoelig was voor alles en iedereen. In het Katwijkse dorp werd ik soms gepest en ik was erg gevoelig geworden voor geluiden over huidskleur. Dan sloeg ik erop los.

Maar goed, het was 1969 en wie niet naar school ging, moest werken. Op de Rijnsburgse Damclub nam Gert van Zuylen me apart. “Wat is er loos?” en ik vertelde hem dat ik van school gestuurd was. Ik kwam de dag erna al bij Gert te werken, die een bloemenexportbedrijf aan het opzetten was. Iedere dag nam hij een half uurtje de tijd voor me. Dan was ik plots bijrijder in zijn vrachtwagen of moest ik even met hem meelopen naar de kantine om koffie te halen (twee kopjes koffie!) en dan praatte hij. “Jij moet leren om met pesten om te gaan, anders wordt het niets met jou. Ik noem jou voortaan ‘zwarte’ en dan zeg je tegen mij ‘hou je bek, dikke!'” En zo deden we …

Gert ben ik eeuwig dankbaar. Hij heeft humor in mijn leven gebracht, heeft me geleerd dat contact houden heel belangrijk is – ook met de pesters.

Hij heeft me trouwens ook veel verteld over het element van de psychologie in het damspel (zie hieronder, de damrubriek van 3 maart 1979 werd onder andere aan hem gewijd).

Gert van Zuijlen 1

(als de rubriek hierboven niet goed leesbaar is klik dan hier om die te lezen)

Een staaltje van de psychologie van het winnen liet Gert zien in een van zijn partijen tegen Wim Leeuwenburg:

COLA EN GERT VAN ZUYLEN

Gert van Zuylen speelde in de onderlinge 1970-1971 tegen Wim Leeuwenburg. Gert stond beroerd, en vroeg me met dwingende blik in de ogen om cola te halen. Hij maakte het blikje open en vroeg plots iets aan me … of ik nog wat wist waarom Napoleon zijn hand in zijn vestzak had (zoiets …!?!). Ik wist het niet en hij nam een slok cola en gierend van het lachen proestte hij de cola over het bord en over Wim Leeuwenburg. Alles kleefde en Gert stelde remise voor.

“Anders had ik verloren, Jopie …”,zei hij toen Wim Leeuwenburg thuis onder de douche stond.

Een paar weken later. Gert zou kampioen van Rijnsburg worden. Hij stond bovenaan, aartsrivaal Arie Vletter volgde hem op een punt. Een wedstrijd tegen de nummer laatst die geen schijf van een bord kon onderscheiden. Winst zou hem de titel opleveren. Gert was vrolijk en had al aan veel mensen verteld dat hij kampioen zou worden. Gerts vrouw, zijn broer, zijn zwager, heel wat vrienden en personeel van zijn bedrijf stonden met veel drank en een groot aantal hapjes klaar om te gaan feesten. RDC speelde in de Immanuelkerk en de koster schonk alleen frisdrank en bier. Hij was een aimabel persoon die het prima vond dat mensen ook zelf wat meenamen.
De partij vergde wat tijd, en de koster en de fans van Gert hadden alvast de flessen geopend. Gert ging zo nu en dan even naar hen toe, ‘nog eventjes, ’t is zo afgelopen en dan kunnen we gaan feesten’. Het werd 22 uur en het drinken was al goed begonnen, en …. toen ging de partij verloren!

Het leek wel een dodenherdenking. Niemand van zijn fans wist hoe je iemand moet troosten als ie verloren heeft. Er werd dus niets gezegd en na een half uurtje was iedereen vertrokken.

Ik weet niet waarom ik dit typ, maar ik heb jarenlang – nog steeds – kunnen schaterlachen om de contrasten.
De tweede plaats werd vermeld in de Nieuwe Leidsche Courant van 23 juni 1971.

Gert van Zuijlen 2

(als dit stukje hierboven niet goed leesbaar is klik dan hier om het te lezen)

Een greep uit mijn partijen tegen Evert Bronstring – 6

André van der Kwartel

Mijn partijen met Evert Bronstring lijken een onuitputtelijke bron van leerzame en soms spectaculaire partijfragmenten te vormen, maar de bodem van die bron komt in zicht. Deze bijdrage begint met een partij die Evert en ik in september 2010 speelden.

EA_6_1

Evert – André (16-09-2010)

Na (12-17?) speelde wit 44-40, maar mogelijk was: 34-30! (23×43), 48×39 (25×43), 44-39 (43×34), 27-22 (17×39), 38-33 (39×28), 32×5

Het volgende fragment illustreert het voor mij misschien wel meest frustrerende moment uit mijn partijen met Evert. Ik geef de opening erbij, want die is interessant genoeg.

1.32-28 16-21 2.31-26 11-16 3.37-32 18-22 4.41-37 7-11 5.46-41 1-7 6.34-29 20-25 7.40-34 14-20 8.44-40 10-14 9.50-44 4-10 10.29-23 21-27 11.32×21 16×27

EA_6_2

André – Evert (16-02-2012)

Het partijenbestand van Turbo Dambase geeft aan dat deze stelling 34 keer is voorgekomen. De meest fantastische voortzetting die ik heb gezien is: 36-31 (27×36), 38-32 (25-30), 34×25. Dat is voer voor de echte dammers. Ik zag hier een slagzet schitteren die ik er graag in wilde houden. 35-30! Deze zet is overigens meerdere keren in deze stand gespeeld. Evert dacht tamelijk lang na en zijn hand bewoog zich naar de schijf op 11. Op dat moment heb ik mijzelf ongetwijfeld verraden of er was sprake van een telepathische band. Op zich niet zo vreemd als je zo veel uur tegenover elkaar hebt gezeten. Evert aarzelde, trok zijn hand terug en speelde (20-24). Nadat ik 40-35 had gespeeld, vertelde ik tegen een toeschouwer dat mij zojuist een prachtige slagzet was onthouden. Evert vroeg of ik dat zeker wist, waaruit ik afleidde dat Evert de dreiging inderdaad niet gezien had. Na (11-16?) zou zijn gevolgd: 36-31! (27×36), 23-18 (12×32), 38×18 (13×22), 37-31 (36×27), 30-24 (20×38), 43×1!! Vooral het heen en weer gooien van de zwarte schijf op 27 is een aardig detail. Overigens is de slagzet helaas geen nieuwe vondst. Eric van Dusseldorp presenteerde hem een tijd later toevallig in een van zijn krantenrubrieken. Ik weet niet meer uit welke partij die kwam. In ieder geval was die partijstelling heel anders.

Toeval bestaat niet tenzij dat toevallig wel zo is. Terwijl ik werk aan deze bijdrage aan de website glijdt het nieuwste exemplaar van het blad ‘Hoofdlijn’ door mijn brievenbus (Januari 2021, nummer 243) met daarin het slot van een reeks verslagen van het Belgisch kampioenschap 2019. Op bladzijde 12 tref ik de volgende opening aan:

Yves Vandeberg – Hein de Cokere

1.32-28 16-21 2.31-26 11-16 3.34-29 7-11 4.36-31 1-7 5.40-34 18-22 6.34-30

die resulteert in de volgende stand:

EA_6_3

Zoals terecht bij het commentaar wordt aangegeven, een opening die zwart de mogelijkheid geeft tot grote ruilen, maar 34-30 is ook een aardige lokzet. De zwartspeler trapte erin: (21-27??), 29-23! (27×36), 23-18 (12×32), 38×18 (13×22), 37-31 (36×27), 30-24 (20×38), 43×1.+

Terug naar mijn partijen tegen Evert.

Ongeveer een jaar later verraste Evert mij met een schijfwinst in de opening die ogenschijnlijk volkomen kansloos was, maar wel degelijk succesvol bleek te zijn. De manier waarop zonder aarzeling de schijfwinst nam, gaf mij het idee dat hij dat eerder op het bord had gehad. Achteraf is de enige reden dat ik deze partij verloor de onderschatting dat het met die tijdelijke schijf achterstand wel goed zou komen. Ik geef hieronder de gehele partij weer.

1.33-29 17-21 2.39-33 21-26 3.44-39 11-17 4.50-44 6-11 5.32-28 17-21 6.38-32 20-24 7.29×20 15×24 8.31-27 10-15 9.43-38 18-23 10.49-43 5-10 11.27-22 12-17. Om dit moment gaat het. Evert neemt zonder veel tijd te investeren een schijfwinst. En zeg nu zelf: die ziet er toch volstrekt kansloos uit? 12.33-29 24×33 13.38×18 19-24 Misschien had ik hier degelijker (15-20) kunnen spelen, maar nog steeds maakte ik mij geen zorgen. 14.42-38 15-20 15.47-42 13-19 16.38-33 10-15

EA_6_4

Evert – André (04-04-2013)

17.36-31!? Evert overschat zijn positie. Nodig was 43-38. (8-12) is dan verhinderd door 34-30, 22-18 en 28-23.

17…8-12? Maar op mijn beurt neem ik mijn kansen niet optimaal waar. Met (1-6) zou ik de uitval van Evert weerlegd hebben. Er dreigt vernietigend (7-12) en (24-30) of (24-29) en het dichtzetten van veld 38 lost dat probleem niet op. Blijft over 31-27 maar dan beschikt zwart over: 18. …. 7-12 19.18×7 8-12 20.7×18 24-30 21.35×13 14-19 22.13×24 20×36

18.31-27 Evert mist hier het eerder aangegeven zetje met 34-30 enz. 18…12×23 19.43-38 2-8 20.33-29 24×33 21.38×18 8-12?? Na (8-13) had het nog een heel verhaal kunnen worden, maar nu komt er snel een eind aan de partij. 22.18-13 19×8 23.22-18 12×23 24.28×10 en opgegeven.

In 2014 lukte het mij weer eens om van Evert te winnen. Nadat ik eerder in de partij het gewonnen eindspel had verprutst was op de 60e zet de volgende stand ontstaan (zwart aan zet):

EA_6_5

André – Evert (06-03-2014)

Evert speelde hier (28-32), 38×27 (24-29), 34×23 (17-22), maar na 18-4 (22×31), 4×36 gaf zwart op. In de diagramstand is echter een verrassende remise te vinden voor zwart: (6-11!). Wit zit in zetdwang, want 34-30 wordt weerlegd met (28-32!), 38×27?? (17-22!). Wit heeft dus niet veel anders dan 18-1, waarna zwart remise maakt door (24-30), 34×25 (28-33), 38×29 (35-40).

Evert is – onder veel meer – beroemd geworden door zijn randspel. Niet te verwarren met flankspel. Hij kon schijven op een subtiele manier de rand inschuiven, zodat de tegenstander een vorstelijk ogend centrum werd gelaten, waarvan enkele zetten later bleek dat die stand zo goed als verloren was. Ergens in de jaren tachtig moest Evert ooit een wedstrijd spelen tegen Erno Prosman. Hij had toen nog geen auto en bovendien had hij Jannes van der Wal op bezoek. Ik was wel bereid om hen naar het toenmalige clublokaal van Samen Sterk in Hazerswoude te rijden. Op een gegeven moment riep Evert door de speelzaal naar Jannes: “Jannes, ik ben nu het centrum helemaal kwijt.” Ik wist direct hoe laat het was. Erno zou die partij kansloos verliezen. Ik denk dat dit ook de partij was waar Evert Dollekamp in zijn vorige bijdrage aan de website naar verwees.

Nu ik toch bij de recente bijdrage van Evert Dollekamp ben beland: Ook ik ben vaak bij Evert Bronstring in de Prinsenstraat op visite geweest. Eén keer heb ik het mogen meemaken dat Jannes van der Wal en Hans Jansen er ook waren. Het was een merkwaardige ervaring. Evert en ik zaten aan een tafel, Jannes en Hans zaten met een dambord op de grond. Ik zal nooit het vervreemdende effect vergeten om te kijken naar twee jonge mensen die samen zitten de giebelen om grapjes, waarvan jij als toeschouwer niet eens begreep dat er een grap was, laat staan wat de grap was. Evert begreep het kennelijk wel, want die giebelde regelmatig mee.

In onderstaand fragment staat één van de mechanismen weergegeven waarmee Evert een krachtig ogend centrum toch op de knieën kon krijgen.

EA_6_6

André – Evert (16-10-2014)

Ik speelde hier 42-38!? Waar 33-29 was aangewezen. Tot mijn verbazing reageerde Evert met (13-19×9). Deze zet past zeker niet bij Evert in zijn hoogtijdagen, maar op latere leeftijd speelde hij overzichtelijker. De winstzet voor zwart is hier (20-24!). 34-29 verliest een schijf door (13-18), 29×20 (18×29), 33×24 (30×19). Toen ik Evert hierop wees, reageerde hij met: “Stom. Ik heb met dat mechanisme tientallen wedstrijden gewonnen.”

Een belangrijk detail is dat met (20-24) ook de zet 28-22 uit de stand wordt gehaald. Dat betekent dat wit al na een paar zetten in temponood komt en wel verplicht is om 34-29 te spelen.

Een ander voorbeeld van precies hetzelfde mechanisme had zich vijf jaar later kunnen voordoen in een partij tussen Evert en mij. Tijdens een analyse kwam de volgende variant naar voren:

EA_6_7

André – Evert (11-04-2019, analyse)

Als wit hier 32-28? speelt, kan dit mechanisme actief worden: (20-24), 29×20 (18×29), 34×23 (15×24), 27-22 (13-18), 22×13 (3-9), 13-8 (2×13), 23-19 (30-34!)

Ik wilde hiermee mijn terugblik op mijn partijen met Evert Bronstring afsluiten. Er is nog materiaal genoeg voor méér, maar het is ook weer tijd voor iets anders. Om daar alvast een voorzet voor te geven: Hans Tangelder heeft op deze site kortgeleden aandacht gegeven aan de valluikslag. Dat deed mij terugdenken aan een analyse die ik ooit heb gemaakt van een partij tussen Fred Ong en Sam van der Kwartel. Zie het volgende diagram:

EA_6_8

Fred Ong – Sam van der Kwartel

Zwart speelde hier (24-29), enz. De Partij liep later remise. Ik liep op dat moment langs het bord en dacht: “Waarom geen (24-30!)?” Het blijkt, dat zwart dan gewonnen staat en er komen allerlei aardige slagzetjes in de stand. Het gaat mij nu echter om één in het bijzonder: 33-29? (19-24!), 29×20* (15×24), 28×19 (24-29), 34×23 (13×24), 22×13 (8×28), 32×23 (21×34), 40×20 (25×14) en zwart wint een schijf. Een valluikslag midden op het bord!

Dit fragment komt nog uit de tijd dat analyseren handwerk was. Voor deze bijdrage voerde ik de stand in de computer in. Ik werd prompt verrast met: (23-29!), 34×14 (3-9), 14×3 (24-29), 33×24 (18-23), 28×19 (12-17), 3×12 (17×28), 32×23 (21×34), 40×29 (11-17), 12×21 (16×47), 19×8 (2×13). Voor wat het waard is. Omdat ik de gevolgen van (24-30) wilde onderzoeken, heb ik niet naar dit soort mogelijkheden gekeken.

Oplossing coup Georgiev

Hans Tangelder

Hier vindt u de oplossing van de opgave van vorige week.

Coup georgiev

Coupe Georgiev, zwart wint

Oplossing: Zwart slaat fantastisch toe met 12-18! 23×12 03-09 12×03 13-19! 24×04 20-24! 29×09 25-30 34×25 10-14! 09×20 15×24 04×27 21×45! 03×21 16×47!

Het Groot Varianten Boek

Evert Dollekamp

‘Kijk, daar ligt ie. Bovenop de piano.’

Vlak voor zijn zoveelste verjaardag verdween Evert Bronstring 14 januari 2021 uit het leven. Het was een kroniek van een aangekondigde dood. Toen ik de onheilstijding van zijn terminale ziekte via Maurits Meijer ontving, belde ik met de Grootmeester. Of ik nog even langs kon komen. Dat mocht. Bepakt met een aantal exemplaren nog ongeopende bierblikken toog ik eind december naar de Oude Herengracht. De deur werd mij geopend. ‘Waar ben je?’, vroeg ik. ‘Hier’, antwoordde de Leidse Goeroe op zijn onnavolgbare wijze. In een achterkamertje verscholen achter zijn computer verwonderde hij zich over de onnavolgbaarheden van het digitale tijdperk. Ik hielp hem bij het afronden van een betaling. Afronden van zovele dingen waar hij mee bezig was. Evert was vastbesloten: ‘Voor mij geen sterfbed!’ Hij leek opgelucht. We dronken op zijn naderend afscheid. Hij was opmerkelijk vrolijk. Verklaarde dat zijn beslissing vaststond. Nog zes maanden te gaan. Ja, ja. Als het aan hem lag niet. Het was mij snel duidelijk dat dit de laatste maal was dat ik Evert in levende lijve zou zien. Euthanasie zou het worden, en wat hem betrof zou dat niet te lang meer duren. Hij bracht na een toast naar voren dat hem bekend was dat velen gingen twijfelen op het moment suprême. Dat zou hem niet gebeuren! Ik kon het niet laten Evert op te merken dat het mij zou benieuwen of hij zich aan die ‘afspraak’ zou houden. ‘Laat ik het niet merken Evert!’,  liet ik mij ontvallen. Hij verslikte zich bijna in zijn bier. Maar zou juist dat nu niet een mooiere dood zijn geweest? Want je moet je eens voorstellen. Als je hebt laten weten dat je om ondraaglijk lijden te voorkomen er tijdig uit te stappen, dan is eens het moment daar. Je hebt de euthanasieprik geregeld, er is iemand bij (Evert’s jongste broer in dit geval) om je in die laatste momenten bij te staan. Je weet dat je doodgaat … Twijfel is dan iets wat snel toeslaat. Bij Evert niet. Dat is een ongelofelijke uiting van moed. Eigenlijk zoals hij altijd gedamd heeft. Onverschrokken en daarnaast zonder aanziens des persoons. Van des persoons en van des gedams nu volgend een paar stukjes uit het miniboekje ‘Verroest’, tot stand gekomen omdat hij het verdiende. Evert Bronstring, Nationaal Grootmeester  Dammen. Ik heb van de man gehouden. Nog even dit. Bij die laatste ontmoeting vroeg ik Evert of ik nog wat voor hem kon doen. Dat kon. Het Groot Varianten Boek en een wiskundeboek over de wereld der vlakke meetkunde met aantekeningen van de Grootmeester zelf. Een mooie bestemming was Evert een lief ding waard. Ik heb Evert na wat breinroeren twee namen aan de hand gedaan. Wouter Sipma en Johan Capelle werden zodoende eigenaar van cultureel erfgoed. Aan mij de taak een en ander te regelen. De betrokkenen waren blij verrast en vooral vereerd. Evert liet mij in een enkel email-woord weten (André van der Kwartel zal het herkennen): ‘Dank’ Het was mijn laatste contact.

Hier speelt zich het hele leven af

Zaterdag 23 juni 2018, het is twaalf uur. Ramses Shaffy zou zeggen vijf uur, maar dit even terzijde. Ik heb bij Evert thuis aan de Oude Herengracht afgesproken voor een heus interview. Evert heb ik beloofd niets voor te bereiden. Daar houd ik mij aan, maar onbewust gaan er toch wat onderwerpen door je hoofd. Onderweg op de fiets schiet mij een aardige binnenkomer te binnen. Denkend aan de eerste vraag van Mies Bouwman aan Jannes van der Wal in dat tenenkrommende interview uit 1982, ga ik vragen: ‘Evert, hoe oud ben je?’

Evert is mij voor en opent met: ‘het is nog een beetje vroeg…’ waarop ik zeg: ‘alleen als jij ook meedoet!’ Een tweetal halve liters sieren even later de keukentafel. Een tafel die deel uit maakt van een jaren-zestig interieur. Evert mag dan in de damsport (nog steeds!) een vernieuwer zijn, qua meubilair heeft de tijd stilgestaan. Ik meen zelfs de salontafel, een onverwoestbare eiken zeshoek, te herkennen van de Prinsenstraat, waar hij tot 1995 woonde met zijn toenmalige aanstaande ex-genote Wobien. Dezelfde die ooit aan Evert vroeg: ’En? Hoe is het gegaan vandaag?’ ‘Het is goed gegaan Wobien. Ik heb vandaag omsingeld!’

Een sober interieur. De laatste aankoop is al tijden verjaard. Evert hangt, noodgedwongen, het adagium aan van Gerard Reve: ‘Waarom zouden we in hemelsnaam willen veranderen. De werkelijkheid is zo al erg genoeg!’ Dat geldt niet voor Everts drang te blijven zoeken naar de waarheid in het damspel. ‘Ik heb een paar dingetjes voorbereid’ klinkt het. En het dambord komt ter keukentafel. De tafel waarover Evert zegt: ‘hier speelt zich het hele leven af.’ Ik schrijf deze mooie uitspraak op en waarschuw Evert: ‘pas op Evert, alles wat je zegt wordt tegen je gebruikt!’

Evert zet een stelling op uit de partij Prosman – Bronstring, kampioenschap van Midden-Holland 1996. De nummer één gaat naar de halve finales. Evert wint en wordt met Erno gedeeld eerste. Omdat Evert regerend kampioen is, valt Erno buiten de boot. Het vervolg mag bekend worden verondersteld. Prosman kreeg een keuzeplaats voor de halve finales, werd eerste in zijn groep en vervolgens kampioen van Nederland.

Het is inmiddels twee uur geweest. Evert heeft een andere afspraak. Maar goed ook. Na drie biertjes, rustend op een licht ontbijt, begin ik al aardig aangeschoten te worden. En de biertjes zijn inmiddels niet koud meer, zodat ze hard aankomen. Ik spreek met Evert af dat tijdens de vervolgafspraak geen dambord op tafel komt. Als interviewer moet je toch de regie mogen bepalen, verdimme (Willem van Hanegem).

Deze oude man is mijn leermeester

De breuk 2⅚ is volgens Evert een pijnlijk verhaal. ‘In mijn laatste NK in 1984 speelde ik in de slotronde tegen Bastiaannet. Bij winst dacht ik de grootmeestertitel binnen te hebben. Want volgens mij stond ik op 2¾ en bij winst op Bas zou ik die 3 punten eindelijk hebben behaald. Maar Douwe de Jong had een lijstje waarop stond dat ik er maar 2½ had. Zodoende kwam ik dus net tekort. Na 1984 heb ik mij niet meer weten te plaatsen voor het NK, dus nadien is die breuk mij m’n hele leven lang blijven achtervolgen.’

Snel over dan maar naar een ander onderwerp. Nadat Evert met genoegen mijn bierkeuze van de Lidl heeft goedgekeurd, schieten hem in dit verband een tweetal anekdotes te binnen. ‘We speelden eens om het kampioenschap van de DMH in Hazerswoude. Voor de laatste rondes moest worden uitgeweken naar het denksportcentrum. Het verstrekken van bier was in eigen beheer. Micha van Tol had een probleem. Wat voor bier er nu moest komen. Natuurlijk droeg ik onmiddellijk De Koninck aan. Micha stond wat vreemd te kijken en vroeg aan Louis de Frankrijker of dat nu zomaar kon. Louis twijfelde geen moment en gaf aan dat ik uiteraard bevoegd was. Richard Meijer moest daar erg om lachen.’

De andere anekdote speelt in Rusland, waar Evert twee maal deelnemer was aan een internationaal toernooi: Soechoemie 1966 en Batoemie 1967. ‘Dat waren fantastisch georganiseerde toernooien. In dat eerste toernooi deed ik mee samen met Wim de Jong en Wim van der Sluis. Echte feestnummers… We spraken af dat wie in het toernooi van een Rus zou winnen, getrakteerd zou worden op een fles wodka. Maar De Jong en Van der Sluis verloren alles, echt alles van die Russen. Ik won echter een partij in de Bonnard van hoe heette die ook weer … Jeltsin, het lijkt er in ieder geval wel wat op. Dat leverde me een fles op.’ Een fraaie overwinning. En de combinatie wodka-Jeltsin mag er trouwens ook wezen. ‘In Batoemie was ik degene die tegen de niet-Russen het beste scoorde, dat leverde een beker op. Ik won onder andere van Ton Sijbrands, die het toernooi won. Maar ik ging er dus met die andere prijs vandoor.’

‘Met Wim de Jong had ik een bijzondere relatie. Het is niet zo dat we bij elkaar over de vloer kwamen, ik ben precies één keer bij hem thuis geweest in Haarlem. Het bijzondere was dat we allebei werkten in Rotterdam. Ik als leraar en De Jong als boekhoudkundig administrateur. Elke ochtend in de trein. Dat was nog in de tijd dat er restauratiewagens bestonden. Wim stapte dan in Haarlem op de trein en hield dan een plaatsje voor me vrij. Zo konden we het traject Leiden-Rotterdam onder het genot van een potje dam afleggen.’

Evert had een intensieve band met oud-wereldkampioen Jannes van der Wal. ‘Jannes kwam vaak na een NK of Suikertoernooi een paar dagen in Leiden logeren. En ik ben ook een keer bij hem in Friesland langs geweest. “Deze oude man is mijn leermeester!” zei hij dan. Later toen hij voor Dordrecht speelde kwam hij na de wedstrijd bij mij langs. Er moest dan ook een verslag voor het Parool geschreven worden. Jannes bezorgde het stukje op zondag hoogstpersoonlijk op de redactie in Rotterdam. Vandaar ging hij naar huis.’

‘Na zijn wereldtitel in 1982 was Jannes volledig de weg kwijt. Al vrij snel daarna moest hij worden opgenomen. Wat vrijwel niemand weet is dat het bij mij thuis in Leiden uit de hand is gelopen. Toen ik een keer thuiskwam van mijn werk, stond de voordeur wagenwijd open. Bleek te zijn geforceerd door de politie; Jannes was geheel uit zijn plaat gegaan. Later is Jannes naar Groningen gebracht waar ik hem ook heb opgezocht. Hij beklaagde zich over de piano die daar stond. Deze miste de lage C en die had hij nodig voor het ten uitvoer brengen van Für Elise. “Kijk, daar ligt ie. Bovenop de piano.” Later heeft Frits van Vloten voor Jannes na zijn inzinking nog een optreden geregeld in Dordrecht.’

‘Wat ik nog even wil opmerken is dat Hans Jansen wel eens met Jannes meekwam na het NK. In die tijd werkte ik nog en was mijn vrouw Wobien alleen thuis aan dat duo overgeleverd. Die wist daar echter wel raad mee. Wobien gaf dan het groot variantenboek en had er geen omkijken meer naar.’

Over de toekomst van het dammen is Evert somber gestemd. Die mening is sinds 1999 nauwelijks veranderd. Niet alleen de manier van spelen die veel spelers er op nahouden: vernielen van half-open klassiek en de Keller, het met wit vroeg bezetten van 30 en 27 (met zwart 21 en 24) en anderszins spelen op afbraak. Ook de stand van zaken aangaande de damclubs. Zo is in regio Zuid-Holland de kaalslag al lang en breed ingezet. Slechts een enkeling houdt het hoofd boven water en timmert aan de weg. Zoals DC Den Haag, waar Evert op de dinsdagavond zijn wekelijkse treinreis aan wijdt. ‘Er wordt daar nog eens een keer wat georganiseerd. Veel jeugd en ze weten dat ook vast te houden. Gerard de Groot is daar de grote animator. Met een website en eens in de drie weken een papieren versie met daarin wetenswaardigheden over van alles en nog wat. Helaas zijn zulke actieve verenigingen schaars. Uiteindelijk gaan ze aan hun eigen succes ten onder. Want over een aantal jaren is er geen club meer over om tegen te spelen.’

 Grand Maître National

‘Toen jij me belde met geweldig leuk nieuws dacht ik: dat kan maar twee dingen betekenen. Of het had te maken met mijn grootmeestertitel of dat mijn boekje af is.’ Allebei! Dat eerste geeft maar aan dat dit Evert inderdaad jarenlang heeft achtervolgd.

‘Verroest!’, om met Evert te spreken. Ik dacht: mailtje aan de KNDB! Zou het nu niet een geweldig leuk idee zijn Evert tot GMN te benoemen? En hem die 1/6 grootmeesterpunt kwijt te schelden? Al was het maar omdat Evert Bronstring nog steeds een geweldige naam heeft in de damwereld.

Binnen twee weken kreeg ik bericht van de wedstrijdcommissie. En wat blijkt: er is in het verleden een rekenfoutje gemaakt. Men heeft een en ander nog eens nagerekend. Evert heeft niet 2⅚ maar 3¼ grootmeesterpunt! En is dus al sinds 28 april 1984, na die prachtige NK-overwinning op Johan Bastiaannet, Grand Maître National! Dus Douwe de Jong had destijds ongelijk. Toen ik het KNDB-mailtje las was ik verontwaardigd (rekenfoutje…) en blij tegelijk.

De verontwaardiging werd al snel overvleugeld door een ongelooflijk goed humeur. Juichend liep ik door de binnenstad van Leiden. Zo krijgen al die nederlagen tegen Evert als het ware een diepere betekenis. Even later liep ik Nico Dijkshoorn tegen het lijf. En het was ook nog mijn eerste werkdag in de WW. Wat een topdag! En ik heb plotseling alsnog met terugwerkende kracht een dierbare herinnering aan mijn twee dramatische NK-optredens. Want ik stond erbij en keek ernaar toen Evert zijn beslissende punten vergaarde.

Op naar Evert aan de Oude Herengracht. Het is mij een grote eer hem de blijde boodschap over te brengen. Evert reageert op de hem zo bekende wijze. En pakt het rekenapparaat, bestaande uit pen en papier, bij de hand. En komt erachter dat die 2⅚ eigenlijk 2 11/12 moet zijn. Dit zonder die 1/3 van het NK 1984. Werkelijk weergaloos werkt hij met breuken. En bemerkt dat die 3¼ juist is. Evert Bronstring is Grand Maître National! Hij is blij. Geen wroeging richting de KNDB. Die blijkbaar ook al niet kan tellen. ‘Ik heb hier ongelooflijk veel recht op!’ Met tranen in de ogen neem ik afscheid.

Huldiging

‘Te laat’ sprak Evert toen alles al geregeld was, met oorkonde en al (overigens in dank aanvaard). Stond ik daar met aangekondige eregast Rob Clerc en mijn voorbereide toespraak:

Verroest ! (en andere uitspraken)

> Wat niet terug kan, moet naar voren

> Het is goed gegaan Wobien, ik heb vandaag omsingeld

> Dit eindspel is wetenschappelijk gezien remise

> Uit ideologische overwegingen heb ik zijn rechtervleugel vastgezet

> Uiteraard was ik bevoegd De Koninck aan te bevelen

> Ik heb hier ongelooflijk veel recht op

Ik kende Evert al langer, maar het NK ‘82 is mijn vroegste herinnering. De eerste ronde was al in volle gang toen Evert binnenkwam met de woorden: ’Ik zat vanaf Beilen achter een boerenkar.’ Het is 37 jaar later als aan mij de eer is Evert mede te delen dat hij is benoemd tot Grand Maître National. En vraag hem later op de middag wat hij eigenlijk vindt van mijn spel.

Het is vragen om een oorwassing. Evert neemt geen blad voor de mond als dat zo uitkomt. ‘Je hebt geen visie, je spel heeft geen diepgang en je speelt vaak zonder plan. Het lijkt wel of je helemaal niet over je zetten nadenkt!’

Het is alsof ik mijn oude pianolerares hoor spreken. ‘Het klinkt wel aardig meneer Dollekamp. Maar het is natuurlijk geen muziek.’ Om even later op te merken: ‘Het is een heel mooi stuk … maar niet als U het speelt.’

Evert heeft gelijk. Ik doe maar wat. Onlangs nog geprobeerd Hans Jansen na te doen. Marco de Leeuw zorgde er voor dat ik mooi op tijd weer thuis was.

Auke Scholma zat dit jaar schuin tegenover Rob Clerc: ‘Het lucht erg op, als je daar niet tegen hoeft.’ Ik herken hetzelfde op de clubavond van LDG. Als ik maar niet tegen Evert Den Eerste moet. Vanwege de bescheiden bezetting qua aantal leden speel ik zo’n drie, vier keer per jaar tegen Evert. Niet tot mijn genoegen.

‘We liggen niet wakker van een paar tempi achterstand’, klinkt het vrolijk. Om mij vervolgens in een klassiekje op te rollen. November vorig jaar was het weer verschrikkelijk raak. Ik heb twee maanden de clubavond gemeden.

Wat ik maar zeggen wil: Evert kan het nog steeds. Met terugwerkende kracht 35 jaar Grootmeester. Het geeft al die nederlagen tegen hem een diepere betekenis.

Vroeger won ik nog wel eens van hem. Dat kwam vooral omdat ik hem niet begreep. Toppunt was wel die klassieke stand waarin ik dacht verloren te staan. Ik was werkelijk stomverbaasd toen Evert opgaf. Natuurlijk had hij gelijk.

Om met Siep Buurke te spreken: ‘Zijn dood is een voorbeeld voor ons allen!’

Breaking news: WK match Boomstra Georgiev wordt alsnog gespeeld in het najaar

Hans Tangelder

Onder andere bij RTV Drenthe is te lezen dat de WK match tussen Georgiev en Boomstra, die vorige maand was afgeblazen vanwege Corona, nu gepland is voor het najaar.

Dan wordt er gespeeld om de wereldtitel voor de periode 1 februari tot het einde van het komende WK, dat op de kalender staat in juni 2021 in Tallinn. Beide spelers hebben ingestemd met dit creatieve voorstel van de FMJD.

De match zal worden gespeeld op de High Tech Campus in Eindhoven. Neem alvast een kijkje op de website van de WK match.

Als voorproefje ter oplossing de Coup Georgiev.

Coup georgiev

Zwart speelt en wint.

Volgend weekend wordt op deze website de oplossing gepubliceerd.

Limburgse lekkernijen: de Valluikslag

Limburgse vla

Hans Tangelder

Deze week heb ik niets liggen voor de website. Vandaar ben ik wat gaan grasduinen op het Internet. Op het het Limburgs damforum, kwam ik enkele fraaie fragmenten van Bert Verton van de Maastrichtse damclub MDC tegen, die ik hier opnieuw onder de aandacht wil brengen. Daarom geef ik nu het woord aan Bert Verton:

Bert Verton, Limburgs damforum, 2006

Eens in de zoveel jaar zit ik – wat betreft het dammen – in een dip. Ongeïnspireerd geschuif en slechte resultaten kenmerken zo’n fase, waarin ik mij serieus afvraag of die houtjes nog wel een rol in mijn leven moeten blijven spelen. Ik weet niet of andere dammers dat ook wel eens hebben, mij is het in ieder geval een keer of drie overkomen dat ik bewust wat afstand tot het damspel heb genomen. In al deze gevallen ben ik er telkens op dezelfde manier bovenop gekomen, namelijk met een ooit als jeugdspeler gewonnen damboekje van Raman “combineren op het dambord”, meer specifiek diagram 12 op bladzijde 45.

LL1

Wit speelt en wint. Met een valluikslag. Een Coup de la Trappe, waarbij Coup op z’n Frans als “Koe” uitgesproken dient te worden, zoals wijlen Jan Bom mij nadrukkelijk geleerd heeft. Dat onoverzichtelijke gebuitel van de schijven gevolgd door die gaten creërende rondslag heeft mij altijd tot de verbeelding gesproken. Onvoorstelbaar dat wit dat massieve zwarte blok op diens rechtervleugel compleet oprolt. Deze combinatie heeft voor mij alles in zich wat het dammen zo mooi maakt.
Oplossing: 28-22 (17×28) 26×17 (11×22) 33-29 (24×33) 30-24 (20×40) 35-30 (25×34) 44×35 (33×44) 49×20 (15×24) 32×5.

Helaas ben ik in mijn eigen wedstrijdpraktijk nog nooit een valluikslag tegengekomen. Ik ken ook geen partijen van Limburgse dammers waar de Coup de la Trappe daadwerkelijk werd uitgevoerd. Wel herinner ik mij nog goed onderstaand diagram.

LL2

De stand is afkomstig uit een wedstrijd MDC – DIOS en de witte schijven behoorden toe aan Jo ten Haaf. Zoals altijd had Andy Damen de partijen door Truus laten analyseren en op de eerstvolgende clubavond werd de stelling op het bord gezet. Alle aanwezige MDC-ers probeerden tevergeefs de door Jo gemiste combinatie te vinden totdat Pieter Haas het lokaal binnenstapte, deze keek slechts luttele seconden naar de stand en voerde toen – tot grote bewondering van zijn clubgenoten – in één keer de valluikslag uit. Jammer dat we deze sympatieke wereldreiziger en heel goede dammer niet meer in onze damzalen tegenkomen.
Oplossing: 26-21 (17×26) 37-31 (26×28) 34-30 (23×34) 30-24 (19×30) 35×24 (20×29) 39×30 (28×39) 43×3.

LL3
Stephen Lenselink – Eddy Budé

Hetzelfde mechanisme zien we in bovenstaande stand uit een wedstrijd Cema/De Vaste Zet 2 – Raes DC Maastricht. Eddy had hier op listige wijze een valluikslag in de stand gevlochten. Indien wit zou hebben vervolgd met 34-29? was de combinatie mogelijk geweest. Stephen speelde echter een andere zet.
Oplossing: 34-29? (14-20) 25×23 (17-21) 28×17 (21-27) 32×21 (16×27) 31×22 (12×21) 23×12 (8×50).

Waarschijnlijk komt de Coup de la Trappe het meest voor in de korte vleugel opsluiting. Ik heb eens in Turbo Dambase gezocht en kwam daar de volgende stand tegen.

LL4
D. de Voogd – W. Okrogelnik

In een nationale competitiewedstrijd (1999) had Willy hier de mogelijkheid om het uit te maken met een in dit soort standen karakteristieke valluikslag. Helaas miste zwart deze kans, maar gelukkig won hij de partij later toch nog.
Oplossing: (23-29) 34×23 (25×34) 40×29 (20-25) 29×20 (25-30) 35×24 (14×25) 23×14 (9×49).

Een greep uit mijn partijen tegen Evert Bronstring – 5

André van der Kwartel

Alvorens ik verder ga met een nieuwe greep fragmenten uit mijn partijen met Evert Bronstring, wil ik eerst iets schrijven over deze serie publicaties als zodanig.

Omdat het Leids Damgenootschap gedurende lange tijd niet als damvereniging bij elkaar kan komen, begon ik mij zorgen te maken over de gevolgen die dit zou kunnen hebben voor LDG als geheel. Niet voor niets kennen wij in Nederland het spreekwoord “Uit het oog, uit het hart”. Vrijwel de enige verbindende schakel tussen de leden van LDG is op dit moment onze website. Maar dat werkt alleen als die vanuit de leden wordt gevoed en actief door de leden wordt gevolgd. Vanuit die gedachte besloot ik met enige regelmaat stukjes ter plaatsing aan te bieden aan onze voortreffelijke webmaster Hans Tangelder. Na enig wikken en wegen besloot ik de partijen tussen Evert Bronstring en mij als rode draad voor mijn bijdragen te nemen.

Evert vond dat prima. Sterker nog: hij suggereerde om onze partij van 10 september 2020 in de reeks op te nemen, naar aanleiding van onze analyses over de vraag of Evert in die partij al dan niet gewonnen had gestaan. (Zie de eerste aflevering van de reeks.) Nooit had ik kunnen bevroeden dat dat ook onze laatste partij zou worden.

Op de laatste clubavond van 2020 kwam Evert ons clublokaal binnen met de mededeling “Mijn dagen zijn geteld.” Na een kort moment van onbegrip mijnerzijds werd snel duidelijk dat dit Everts manier was om ons het slechtst mogelijk nieuws te brengen: Evert bleek terminaal ziek.

Ik was in die periode bezig met de tweede aflevering in de reeks te schrijven, maar nu had ik het daar erg moeilijk mee. Hoewel het doel van de reeks niet was veranderd, veranderde de zwaarte ervan ingrijpend. Van een licht ironisch anekdotische terugblik naar iets wat op een In Memoriam zou kunnen gaan lijken. Dat wilde ik absoluut niet. Naar eigen zeggen had Evert nog een half jaar te leven en de verleden tijd waarin ik mijn stukjes schreef kreeg in de nieuwe context een heel andere lading. Ik wist niet goed wat te doen en legde uiteindelijk per e-mail mijn worsteling aan Evert zelf voor. Zo’n relatie hadden wij. Evert reageerde met één woord: “Doorgaan.”

En daarom ben ik met deze reeks doorgegaan, mede in de verwachting dat Evert nog maandenlang zou kunnen meelezen, misschien zelfs nog commentaren zou geven. Ineens is ook dat perspectief verdwenen. En weer heb ik het er moeilijk mee. Maar ik houd mij aan de laatste instructie van Evert: “Doorgaan.”

EA_5_1

Evert – André (09-01-2003)

Ik had zojuist met (23-28) ingeruild en ik kan mij levendig voorstellen dat Evert er genoegen mee nam om 27-22 te spelen, waarna ik direct kon opgeven. Puur voor de aardigheid vermeld ik hier de fraaie afwikkeling die door de computer in deze stand werd gevonden: 30-25 (21×32), 29-24 (12×21), 43-38 (32×43), 24-20 (15×24), 34-30 (43×34), 40×9 (3×14), 37-31 (26×37), 41×3.

EA_5_2

Evert – André (18-11-2004)

44-40? (24-30!), 40×29 (19-23), 29×9 (6-11), 35×24 (20×38), 32×43 (8-13), 9×18 (12×41).

EA_5_3

André – Evert (18-05-2006)

Sinds kort beschik ik over Turbo Dambase 10, waarin naast Flits ook de analyseprogramma’s Kingsrow en Scan zijn opgenomen. Het is grappig om te zien hoe verschillend de diverse programma’s een stand evalueren. In deze stand zou volgens Flits wit na 35-30 heel licht voordeel hebben, maar Kingsrow geeft na deze zet licht nadeel. Helaas speelde ik 45-40, waarna wit volgens beide programma’s groot nadeel heeft. Maar zwart profiteerde niet. Gespeeld werd (9-13!?) maar mogelijk was: (19-24), 29×20 (9-13), 20×9 (27-32), 38×27 (16-21), 27×16 (23-29), 34×32 (25-30), 35×24 (22-28), 33×22 (18×49), 9×18 (49×44).

EA_5_4

André – Evert (18-05-2006)

In dezelfde partij miste Evert voor de tweede keer een aardige slagzet. Zwart speelde hier (14-19!?), maar mogelijk was: (4-10), 15×4 (28-32), 37×28 (13-19), 24×13 (18×9), 4×27 (25-30), 34×25 (17-21), 26×17 (12×45).

De lezer zal zo’n partij wellicht als een foutenfestival betitelen maar een jaar later lieten Evert en ik zien dat het erger kan. Ik merk hierbij op dat deze partijen van twee kanten als een foutenfestival kunnen worden beschouwd. Toevallig is het Evert die in deze fragmenten slagzetten heeft gemist, maar natuurlijk moet worden geconstateerd dat ik deze slagzetten evenzeer heb gemist.

EA_5_5

Evert – André (20-09-2007)

Wit speelde hier 27-21×21, maar had winst kunnen forceren met 28-23! De hoofdvariant gaat dan als volgt: (18x29A), 32-28! (12-18BC), 39-34 (30×48), 40-34 (48×22), 34×21 (16×27), 28×6

A) (19×28), 33×22 (17×28), 32×23 (18×29), 38-33 (29×49), 40-34 (49×21), 26×10.

B) (30-34), 39×30 (25×34), 38-32 (29×49), 40×20 (14×25), 28-22 (17×28), 32×3 (49×21), 26×19.

C) (14-20), 38-32 (29×49), 28-22 enz.

EA_5_6

Evert – André (20-09-2007)

We zijn in dezelfde partij elf zetten verder. Wit staat inmiddels huizenhoog gewonnen, maar zwart gaat er terecht van uit dat opgeven altijd later nog kan: (23-28?!) en – op dit moment – met succes: wit speelde 21-17 maar had op slag kunnen winnen door: 22-18 (13×22), 38-32! [Ik vermoed dat Evert dit tussenzetje heeft overzien.] (28×37), 33-29 (24×44), 35×4 (44×35), 4×15.

Na deze gemiste winst had zwart zich van de remise kunnen verzekeren met (9-14), maar ik speelde (19-23) en gaf wit daarmee de gelegenheid om zijn voordeel vast te houden met 39-34. Na (9-14) was deze zet niet mogelijk geweest.

Zwart bleef zich in een steeds nadeliger wordende stand verdedigen, waarmee op de 60e zet de volgende stand op het bord kwam:

EA_5_7

Evert – André (20-09-2007)

Zwart kan hier met (9-13) de verdediging voortzetten, maar dacht remise te kunnen forceren met (19-2!?). De bluf werkte: 11-6?? (18-22) en remise gegeven vanwege het vervolg (24-30).

Wit had echter wel degelijk kunnen winnen door: 39-30! (2×16) en nu wint zowel 30×22! als 30×4. In beide gevallen is zwart niet in staat de witte schijf op 44 aan te vallen. Er blijft dus een gewonnen vier-om-één over. (Merk trouwens op dat 30×27 (16×40), 45×34 niet wint.)

Oplossingen combinaties in de Roozenburg aanval deel 4

Hans Tangelder

Diagram 37: 16-21, 17-21, 23-28, 18-23, 20×29, 12-17, 13×35.
Diagram 38: 16-21, 2×13, 26-31, 13-19, 17×46.
Diagram 39: 10-14, 15×4, 26-31, 4-10, 13-19, 17×50.
Diagram 40: 13-19, 17×28, (33×22), 8-13, 11-17, 13×35.
Diagram 41: 25-30, 23×45, (14-10), 18-23, 17-22, 12×10.
Diagram 42: 7-11, 26-31, 15-20, 13×24, (4×22 meerslag), 17×50.
Diagram 43: 18-22, 11-17, 13×31, 20×29, 16-21, 26-31, 25-30, 15-20, 8×50.
Diagram 44: (33-28), 14-19, (27-22), 13×33, (24×4), 26-31, 22×31, 21-26, 26×46.
Diagram 45: 14-19, (40-35), 19×30, 16-21, 25-30, 23×32, 15-20, 13-19, 18×36
Diagram 46: 23-28, 18-23, 13×44, 20×29, 25-30, 15-20, 4-10, 8×46.
Diagram 47: 16-21, 22-27, 18×27, (29×18), 20×40, 9-14, 25-30, 13-19, 12-18, 8×46.
Diagram 48: 1.33-28 14-19 2.27-22 19×30 3.28×19 13×33 4.22×11 6×17 5.38×29 20-24 6.29×20 25×14 7.34×25 14-20 8.25×3 12-18 9.3×21 16×47

In memoriam Evert Bronstring

EVERT BRONSTRING (1943 – 2021)

Evert is niet meer.
Het nieuws dat Evert niet lang meer te leven had, sloeg medio december 2020 verpletterend toe. Nog zes maanden, zo schreef onze voorzitter, zouden hem nog resten. Een maand zou het worden. Een dag na het bericht van zijn ziekte, mailde ik aan Evert dat we op zeker moment allemaal in het eindspel van ons leven terecht komen. De link naar het damspel was uiteraard snel gelegd, maar de stijlfiguur van metafoor doet zo vaak afbreuk aan de diepte van de mens. Hij is immers veel meer dan dat. En Evert was veel meer dan een vergelijking met het platte spel met de damschijven. Ik eindigde trouwens mijn bericht met ‘beste en lieve Evert”. Het adjectief ‘lieve’ veronderstelt een warme band, waarvan ik wel, maar Evert waarschijnlijk geen benul van had. Evert was mij namelijk in al die jaren dierbaar geworden. In vriendschappen is dat normaal, er worden verhalen verteld over en weer en dan ontmoet je elkaar ergens op een dieper niveau. Evert werd ontmoet in het damspel, althans door mij. Ik vraag me af of hij ooit beseft heeft dat iemand als ik heel veel levenslessen heb gehaald uit dammen, maar bovenal heb gekregen van de dammer, Evert Bronstring!
Dat wil ik uitleggen in dit In Memoriam.

DE OPENING

Evert heeft nog net de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Haarlem 1943. Zijn oom was kampioen dammen en van hem leerde hij het spel. Na de HBS ging hij in Leiden wiskunde studeren, maar werd eerst speler van Constant, een Rotterdamse damclub. Na een jaar werd Evert lid van de Leidse Damvereniging. De secretaris van LDV had uit Rotterdam te horen gekregen dat hij een goede speler zou zijn voor het derde team, mits hij niet aan een van de bovenste borden zou worden gezet. Evert won daarop het kampioenschap van Leiden en werd binnen een jaar beschouwd als een van de grootste talenten binnen de toenmalige damwereld.
Er verschijnen interviews met Evert in de locale bladen. Die interviews zijn anders. Topsporters hebben het over hun prestaties en hun kansen op successen, bij Evert gaan vrijwel alle interviews over dat wat sterker is dan de mens, namelijk het spel zelf. Johan Cruijff kan aanbeden worden als de man met de vele kampioenschappen, maar Rudy van Dantzig zag de balletdanser. Evert sprak over het spel als het sacrale gebeuren dat eerbied verdient door het rituele in de diepte te benaderen, en wie dat niet deed werd nagenoeg van heiligschennis beschuldigd. “Het spel is om te spelen en juist dit doen ze niet (…) Het moet allemaal te precies volgens het boekje gaan en variaties worden vermeden (…) Het spel is voor mij om te spelen”, zei Evert in 1962. Hij hield van dammen en hij zou van dat met liefde gevulde geloof nimmer afvallen. In Evert zagen vrijwel alle dammers het heilige vuur. Niemand minder dan Ton Sijbrands wijdde in 1999 een trilogie aan hem in de onvolprezen rubriek in de Volkskrant, maar tot een werkelijke erkenning kwam het in dat woordje woordje: De Hogepriester! De damrubriek van de Volkskrant van 19 juli 2014 mag wat mij betreft ingelijst worden.
In de opening wordt het spelbeeld bepaald.
Het zijn de jaren 1962 – 1971. Evert haalt zijn kandidaatsexamen wiskunde in 1965, pas zes jaar later heeft hij zijn doctoraal. Vanaf dat moment wordt hij in de damrubrieken “de Leidse wiskundige, drs. E.P. Bronstring”, genoemd. Hij wordt leraar wiskunde op een middelbare school. Later leze we dat hij ook filosoof wordt genoemd. Waarschijnlijk heeft Evert aan de Centrale Interfaculteit het doctoraal ‘analytische filosofie’ er extra bij gedaan. Het zijn nog de jaren van de grote studiebeurzen en de eeuwige studenten. Evert heeft er tien jaar over gedaan. Dat valt wel mee.
Wat is er gebeurd in deze periode?
In 1968 is Evert woordvoerder namens een internationale groep studenten die de Derde Wereldweek organiseert. De NESBIC (Nationaal Students Bureau of International Cooperation) staat bekend als erg links, en de sympathieën gaan uit naar projecten die tegen Amerika en voor het communisme zijn. Er is een behoorlijke aanvaring met de professoren in Leiden die iedere medewerking ontzeggen, maar de wereldberoemde Zweedse wetenschapper, Gunnar Myrdal, weet men te strikken. Everts aandeel is aanzienlijk daarin.
Standpunt bepalen en dan verder gaan, complicaties niet schuwen en niet het compromis aangaan, omwille van een betere wereld. Dat is Evert tijdens 1968, het jaar dat bekend zou komen te staan als dat van de studentenrevoluties.
In dammen gaat het Evert om het spelbeeld bepalen, zelf de complicaties opzoeken en de tegenstander prangend erop wijzen dat het doordringen van de schoonheid en de diepte van het spel het ultieme doel is van dammen.

De opening zit erop.
Het spelbeeld is bepaald.
Evert is vanaf 1964 continu finalist bij de Nederlandse kampioenschappen; hij wordt gevreesd door grootmeesters; hij heeft een aantal legendarische partijen op zijn naam staan, waarvan die tegen tweevoudig wereldkampioen, Tjsegolew, furore maakt; en hij wordt gevraagd voor vrijwel ieder internationaal invitatietoernooi.
De opening zit er inderdaad op.

HET MIDDENSPEL

De enorme denker, Evert Bronstring, herbergt een merkwaardige tegenstelling die in de jaren na 1971 steeds helderder lijkt te worden. Zijn gedachten gaan alle kanten op, in de dampartijen komt hij met de meest fascinerende strategieën, zoals de totale omsingeling, en de opgedrongen kortevleugelopsluiting (waarbij het blokje 34, 39, 40, 44, 50 opgesloten mag worden) gelardeerd wordt met combinatoire noviteiten. Maar … hij zal Leiden niet verlaten, hoewel hij een seizoen bij het Haagse RDG speelt om dan weer terug te keren naar zijn Leidse Damvereniging. Dat honkvaste heeft hij gemeen met heel veel filosofen. In de rust komen nu eenmaal creaties tot stand.

Hij krijgt getalenteerde leerlingen, de Zwitserse grootmeester Hans Vermin, is er een van, maar de grootste is ongetwijfeld Jannes van der Wal. In creativiteit doet deze wereldkampioen uit 1982 niet voor Evert onder, maar er is een ander, veel groter verschil en dat is de humor. Om Jannes moesten mensen lachen. Jannes kon alleen Jannes zijn, hij was Jannes en werd gezien als een clown en besefte dat vaak niet. Evert had humor en zelfspot, hij kon relativeren, daarom ook reflecteren en dus naar anderen kijken.
Ooit interviewde ik Evert en vroeg hem naar het meest memorabele moment in zijn dammersbestaan. Die vraag had ik eerder gesteld aan sporters en dan kwamen er prijzen en heldenverhalen, waarbij de held de geïnterviewde was. Evert vertelde evenwel over de fabuleuze combinatie die Wim de Jong tegen Herman van Silfhout in het Kampioenschap van Nederland 1962 uitvoerde. Evert was daarbij en hij vond de reactie van Van Silfhout zo intens, dat hij dat het mooiste vond dat hij ooit had meegemaakt: ‘de handen van Van Silfhout gingen omhoog en hij kon alleen maar stamelen: dat heb ik niet gezien, dat heb ik echt niet gezien …’.
Dit tekent voor mij Evert Bronstring in het middenspel. Hij kon genieten van dat wat onbegrijpelijk was, ook al was dat niet in zijn eigen partij gebeurt.

Maatschappelijk is Evert actief in het Leidse club- en buurthuiswerk, hij is woordvoerder van acties, geeft wiskundelessen en hij is stabiel als dammer.
Het aantal interviews in kranten neemt af. In 1986 is hij somber over de toekomst van het clubdammen, alles wordt naar remise gehakt, verzucht hij. Dat de clubs steeds minder leden hebben, wijt hij aan de remises, maar dat het gaat om maatschappelijke ontwikkelingen is bij hem niet hoorbaar.

HET EINDSPEL

De overgang van midden- naar eindspel behoort tot de cruciale etappes. Tijdnood, gebrek aan concentratie, vermoeidheid en overmoed zijn elementen die opgeld doen. Evert krijgt rondom 2005 pensioen, hij is dan al lang geen finalist meer in de nationale kampioenschappen. In de Ere- en Hoofdklasse blijft hij een geducht tegenstander, hij doet menigeen versteld staan van zijn parate kennis van het spel. Trouw bezoekt hij de clubavonden, en hij is dan al jaren secretaris van het bestuur.
Dit deel is een spel met weinig schijven. De rechtgeaarde dammer weet dat iedere zet verschil kan maken tussen winst en remise, tussen remise en verlies. De buitenstaander ziet slechts een bord met een luttel aantal schijven, de spelers zien de dynamiek en kennen de diepte.
De laatste keer dat ik Evert in actie zag was in zijn partij tegen Van Westerloo. Hij overzag een zetje en gaf Van Westerloo een hand. Er zat verdriet in Everts ogen. Van Westerloo had ook verdriet: ik wil zo nooit spelen en winnen, en zeker niet tegen Evert, hoorde ik hem zeggen.
De laatste keer dat we als club van hem hoorden waren over zijn damboeken die hij aan de club gaf, en aan de mededelingen die hij aan onze voorzitter gaf.
Hij nam afscheid in stijl.
Het eindspel is met weinig schijven.
In stijl worden de schijven opgeborgen.
Op naar de volgende wedstrijd.
Evert, ik ben een gelovig mens. Van jou weet ik dat niet.
Of er gedamd wordt in hogere sferen, dat is mij niet bekend.
Ik ben je dankbaar dat ik de sferen van de hemel in jouw partijen heb mogen zien.
Ik ben je ook dankbaar voor wie je bent: Grootmeester bij de gratie van Verwondering!

Joop Burgerhout