Archive for Uncategorized

Achterstallig verslag 1: Den Haag

André van der Kwartel

De trouwe volgers van deze website hebben nog drie verslagen te goed van de verrichtingen van respectievelijk het Tiental tegen de Damclub Den Haag, het Zestal tegen de Rijnsburgse Damclub en het Tiental tegen De Hofstad Dammers. Ik ben wat achter geraakt met de verslaglegging, maar die achterstand zal snel worden ingelopen. Als eerste het verslag van de wedstrijd van het tiental tegen de Damclub Den Haag uit de tiende ronde van de landelijke competitie. De wedstrijd eindigde in een verdienstelijke 10-10 tegen het team dat uiteindelijk op de tweede plaats zou eindigen.

Evert Dollekamp opende de score door alweer een snel behaalde schijf winst moeiteloos naar winst te schuiven. Het was een eenvoudige, maar in een bepaald opzicht toch ook verrassende schijfwinst.

FransTEver

Frans Teijn – Evert Dollekamp

Stand na de 12e zet van zwart.

37-32?? (22-28!), 32×23 (21-27), 31×22 (13-18), 22×13 (8×28), 33×22 (24×44), 43-39 (44×33), 38×29 (20-24), 29×20 (15×24). De eenzame voorpost op 22 werd vervangen door een nog eenzamere voorpost op 19 die vervolgens eenvoudig werd opgepeuzeld. Hoewel wit nog lang tegenstribbelde werd de klus binnen twee uur geklaard.

Den Haag kwam op gelijke hoogte doordat Jack van der Plas – in deze wedstrijd spelend aan het eerste bord – al vroeg in de partij op een schijf achterstand kwam.

JackNicoL

Jack van der Plas – Nico Leemberg

Stand na de 14e zet van zwart.

Wit heeft zijn stand iets te optimistisch ingericht. De schijf op 23 is lastig te verdedigen. Het beste lijkt nog 39-34 (10-14), 43-39, alhoewel dat er nogal geforceerd uitziet. In de partij speelde wit echter 49-44?? (22-27!) met een onweerlegbare dreiging. Op 37-32 volgt (11-16×27). In de partij speelde wit 39-34, waarna volgde: (26-31), 37×26 (27-32), 38×27 (20-25), 29×20 (18×49). 26-21 (25×14), 21-16. Zwart stond een schijf voor en wit kwam er niet meer aan te pas.

Na geruisloze remises van Hans Kreder en Edwin van Hofwegen mocht ik de stand op 5-5 brengen. Maar zoals wel vaker in deze competitie liet ik weer eens de winst liggen. Vermoedelijk zelfs meer dan één keer. Maar één fragment is overduidelijk.

AndreeGerard

André van der Kwartel – Gerard de Groot

Stand na de 31e zet van wit.

Hoewel… overduidelijk? In de diagramstand speelde zwart (8-12!?). Waarschijnlijk speculeerde hij op: 28-22?? (12-17), 22×31 (13-19), 24×22 (17×48) en nu kan wit de zwarte dam niet direct afpakken met 31-26 wegens de meerslag naar veld 6. Na afloop gaf mijn tegenstander aan dat wit hier winst had kunnen forceren met 40-34 en de dreiging 34-30. Dat klopt echter niet vanwege (21-26×17), waarna zwart met (3-9) de dreigende slag naar veld 8 kan neutraliseren. De computer komt echter wel degelijk met een verrassende winnende actie: 24-19!! (13×24), 37-31. Ik heb geen seconde naar dit offer gekeken. In de partij speelde ik 28-23.

Tegen het eind van de partij miste ik nogmaals de winst, maar één keer mezelf in het openbaar kritiek geven lijkt mij genoeg. Debutant Joop Burgerhout deed het aanzienlijk beter, waarbij moet worden opgemerkt dat zijn tegenstander een wel heel ernstige fout maakte.

JoopPlodder

Joop Burgerhout – Piet Lodder

Stand na de 38e zet van wit.

Na (17-21×21) is de stand gelijkwaardig, maar zwart speelde (20-24??). Natuurlijk volgde 27-22 (18×27), 32×21 (16×27), 28-23 (19×28), 30×10 en wit won snel.

Hans Tangelder bracht de volgende remise binnen en daar mocht hij zijn tegenstander dankbaar voor zijn. We komen erin als de stand voor Hans al enige tijd uitzichtloos is. Maar Hans hanteert het gezonde principe “Opgeven kan altijd nog.”

HanTRoyB

Hans Tangelder – Roy Bidesi

Stand na de 51e zet van wit.

Zwart kan hier de stand gemakkelijk in het slot gooien met (14-19), 40-34 (11-6). Maar zwart speelde direct (11-16) en dat was een slordigheidje. Wit kan nu een taaie verdediging bouwen met 27-22 (18×27 anders breekt wit door), 21×32 en de actie (25-30-34-39) blijkt onvoldoende voor de winst. Wit mist echter deze mogelijkheid: 40-34? (14-19), 27-22 (18×27), 21×32 (16-21??) [Een ernstige fout van zwart. (17-22) is eenvoudig gewonnen.] 32-28 (12-18), 45-40 [Dit had de verliezende zet moeten zijn. 44-39 geeft nog kansen op remise.] (17-22), 26×17 (22×24), 17-11 (19-23), 11-7 (18-22??) [Een moment van damblindheid? (24-30) is direct gewonnen.] 44-39 (35×33), 7-1 en remise overeengekomen.

Vervolgens verloor Harry Dekker. Harry is de laatste tijd in een wat mindere vorm. Ook in deze partij valt nauwelijks een duidelijke fout aan te geven. Hij kwam gewoon langzaam steeds slechter te staan en verloor. Als nuancering moet wel worden aangegeven dat zijn tegenstander zo’n 200 ratingpunten sterker was.

Evert Bronstring bracht de stand met een remise op 9-9, maar zijn fraaie partij had een beter lot verdiend en dat had ook gemakkelijk gekund.

EvertBBas

Evert Bronstring – Bas Baksoellah

Stand na de 51e zet van zwart.

Wit is aan zet en kan in één zet winnen: 6-1!! Ga het zelf maar na: (35-40) werkt niet. Op (12-17) volgt 1-6 of 1-12. In de partij werd gespeeld: 44-39 Nu kan zwart remise houden met (24-29) vanwege de plakmogelijkheid (29-33), maar hij speelde (12-17), 6-1 (24-30). Nu kan wit weer in één zet winnen door 1-34, maar ook dit moment wordt gemist. Gespeeld werd 42-37?, waarna verrassend volgde: (8-12), 1×3 (27-31) en remise gegeven.

Maurits Meijer sloot de wedstrijd af met een remise die na een merkwaardige partij tot stand kwam. Maurits kwam vroeg in de partij een schijf achter, won deze terug ten koste van een kwetsbare voorpost. Die ging ook weer verloren, maar inmiddels had Maurits zo veel compensatie gekregen dat zijn tegenstander de gewonnen schijf maar weer terug offerde en er alsnog remise overeen werd gekomen. Een partij met een verhaal, maar niet echt opwindende momenten.

Casper Remeijer naar finale Nederlands Kampioenschap

Hans Tangelder

Begin dit jaar zijn de halve finales van het kampioenschap van Nederland weer van start gegaan met deelname van de LDG-leden Steven den Hollander en Casper Remeijer in groep D met als favorieten op basis van rating Hein Meijer en Ben Provoost.

Voor Steven den Hollander verliepen de halve finales minder succesvol. Hij begon weliswaar met twee overwinningen, maar volgde dat op de tweede speeldag op met twee nederlagen. Met twee goede remises op speeldag drie staat hij met nog één ronde te gaan op 6 punten uit 6 wedstrijden en kan hij zich niet meer plaatsen voor de finale. Casper Remeijer bekroonde zijn halvefinaledebuut met plaatsing voor de finale. Hij behaalde een fraaie score van 10 punten na zes wedstrijden en is daarmee zeker van een eerste of tweede plaats, die allebei recht geven op deelname aan de finale. Hein Meijer kan Casper in de laatste ronde nog wel passeren op de ranglijst, maar Ben Provoost niet meer, omdat hij maar liefst 5 remises speelde en slechts 1 overwinning boekte.

Remeijer

Casper Remeijer in actie tijdens de nationale competitie, rechts vooraan. (foto website Frits Luteijn)

In de eerste ronde tegen Waldo Aliar haalde Casper Remeijer een combinatie uit, maar die was niet heel moeilijk.

KasperAliar

Casper Remeijer – Waldo Aliar

In deze stelling blunderde Waldo Aliar met 14-19?, 23×14, 20×9 Met de simpele dam 28-23, 17×19; 39-34, 30×28; 32×3 haalde Casper de winst binnen.

Tegen Jan Lammers speelde Casper in de tweede ronde een spannende partij, waarbij hij een mooie omsingeling met winst bekroonde. Op toernnooibase gaf Casper de volgende mogelijkheid aan.

Casper Lammers

Jan Lammers – Casper Remeijer

Hier hoopte Casper op 34-30 25×34 39×30? om daarna fraai toe te slaan met 21-27; 32×21 17×26; 28×17 19×50; 30×10 11×22;10-5 4-10; 5×25 26-31; 36×18 12×34; 25×39 50×41.

In de derde ronde had Casper tegen Steven den Hollander ook een mooie partij met een flankaanvalomsingeling, waarbij hij aan het einde met combinatieve dreigingen winnend voordeel afdwong. Tegen Hein Meijer behaalde Casper in de vierde ronde een degelijke remise. De partij in ronde vijf tegen Ben Provoost was fraai en goed gespeeld door Casper met remise als resultaat. In die partij zaten ook prachtige combinatieve mogelijkheden:

CasperProvoost

Ben Provoost – Casper Remeijer

Hier mag 29-33 niet vanwege 39. 16-11 06×17; (anders slaan is praktisch hetzelfde) 37-32 28×37; 31×42 22×31; 26×37 17×26; 34-30 24×44; 50×17 w+1. Casper speelde daarom 6-11, maar hij had met 10-14 ook de volgende combinatie kunnen meenemen:  … 10-14; 37-32 28×37; 31×42 22×31; 36×27? 12-17; 21×12 23-28; 34×32 13-19; 12×23 19×48.

In ronde zes speelde Casper tegen Frank Teer een korte en explosieve partij. Frank Teer speelde de opening niet goed en verloor al snel een schijf.

Met de plaatsing voor het NK treedt Casper nu het illuster gezelschap van Leidse NK finalisten: Wim Huisman, Jan van Leeuwen, Cees Varkevisser, Evert Bronstring en Evert Dollekamp.

Evert Bronstring Grand Maître National

Evert Dollekamp

Toen jij me belde met geweldig leuk nieuws dacht ik: dat kan maar twee dingen betekenen. Of het had te maken met mijn grootmeestertitel of dat mijn boekje af is.’ Allebei! Dat eerste geeft maar aan dat dit Evert inderdaad jarenlang heeft achtervolgd.

Verroest!’, om met Evert te spreken. Ik las mijn stukjes nog eens door en dacht: mailtje aan de KNDB! Zou het nu niet een geweldig leuk idee zijn Evert tot GMN te benoemen? En hem die 1/6 grootmeesterpunt kwijt te schelden? Al was het maar omdat Evert Bronstring nog steeds een geweldige naam heeft in de damwereld.

Binnen twee weken kreeg ik bericht van de wedstrijdcommissie. En wat blijkt: er is in het verleden een rekenfoutje gemaakt. Men heeft een en ander nog eens nagerekend. Evert heeft niet 25/6 maar 3¼ grootmeesterpunt! En is dus al sinds 28 april 1984, na die prachtige NK-overwinning op Johan Bastiaannet, Grand Maître National! Toen ik het KNDB-mailtje las was ik verontwaardigd (rekenfoutje…) en blij tegelijk.

De verontwaardiging werd al snel overvleugeld door een ongelooflijk goed humeur. Juichend liep ik door de binnenstad van Leiden. Zo krijgen al die nederlagen tegen Evert als het ware een diepere betekenis. Even later liep ik Nico Dijkshoorn tegen het lijf. En het was ook nog mijn eerste werkdag in de WW. Wat een topdag! En ik heb plotseling alsnog met terugwerkende kracht een dierbare herinnering aan mijn twee dramatische NK-optredens. Want ik stond erbij en keek ernaar toen Evert zijn beslissende punten vergaarde.

Op naar Evert aan de Oude Herengracht. Het is mij een grote eer hem de blijde boodschap over te brengen. Evert reageert op de hem zo bekende wijze. En pakt het rekenapparaat, bestaande uit pen en papier, bij de hand. En komt erachter dat die 25/6 eigenlijk 211/12 moet zijn. Dit zonder die 1/3 van het NK 1984. Werkelijk weergaloos werkt hij met breuken. En bemerkt dat die 31/4 juist is. Evert Bronstring is Grand Maître National! Hij is blij. Geen wroeging richting de KNDB. Die blijkbaar ook al niet kan tellen. ‘Ik heb hier ongelooflijk veel recht op!’ Met tranen in de ogen neem ik afscheid.

Bekertoernooi LDG van start

Hans Tangelder

Deze maand is het bekertoernooi van LDG weer van start gegaan met maar liefst 19 deelnemers, wat een recordaantal is, in ieder geval in recente jaren. De eerste twee spelers, die de volgende ronde wisten te bereiken zijn Joop Burgerhout en Evert Dollekamp.

Joop Burgerhout wist Peter van de Berg met een listige combinatie te verschalken.

 JoopBeker

Joop Burgerhout – Peter v/d Berg

Wit staat in de diagramstelling overwegend goed. Het grootste probleem is hoe hij het positionele voordeel kan benutten. Er werd 31. 49-44 gespeeld, waardoor alle nog mogelijk aanwezige formaties intact blijven. Als Peter 20-24 gespeeld zou hebben, lijkt er weinig aan de hand te zijn. Echter na 31. 2-8 volgde een  combinatie naar dam over maar liefst zes schijven met 32. 28-23 18×29; 33. 37-31 26×28; 34. 39-33 28×39; 35. 44×2!

Evert Dollekamp overspeelde Arjan Varkevisser positioneel, maar had in onderstaande stelling nog in de fout kunnen gaan en dan waarschijnlijk met remise genoegen moeten nemen.

 EvertDBeker

Evert Dollekamp – Arjan Varkevisser

Evert signaleerde na 45-40 het dubbeloffer 17-22, 28×26, 27-31!

EvertDBeker2

Nu zijn er nog twee mogelijkheden, die niet meteen remise of erger zijn.

Het meest kansrijke lijkt in eerste intantie 34-29.  Als zwart nu 24×42 slaat, verliest hij na 32-27, 31×22, 41-36, 42×31, 36×18. Hij kan echter ook slaan met 31×33. Dan wordt het na 29×38, 24-30, 35×24, 20×29 remise vanwege de sterke schijf op 29.

Het alternatief is 38-33 31×42, 48×37 24-30, 35×24 20×27. Het aantal schijven is weliswaar weer gelijk, maar na 41-36 15-20, 40-35 20-24, 37-31 6-11, 31×22 11-17, 22×11 16×7, 26-21 25-30, 34×25 24-29 staat er een kansrijk overmachtseindspel voor wit op het bord.

Evert speelde om dit dubbeloffer te vermijden in plaats van 45-40 41-36 en won daarna de partij moeiteloos.

In de reguliere interne competitie gaat Casper Remeijer aan kop, voor Evert Bronstring en Evert Dollekamp.

Klik hier voor de volledige tussenstand van de interne competitie.

Herman Spanjer en Wim Los

Evert Dollekamp

De 3-om-1 is een van de meest fascinerende eindspelen van het damspel. Waarom dan wel. Nou, het is een van de weinige eindspelen in het damspel waarvan algemeen bekend is dat het remise is. Er zijn honderden, zo niet duizenden eindspelen die remise zijn. Maar dat is niet bij iedereen bekend. Dus wordt er te pas en te onpas doorgespeeld tot de dood er op volgt. De 3-om-1 is zo erg remise dat het zelfs in het spel- en wedstrijdreglement van de KNDB is opgenomen. Na tien zetten (vroeger vijftien) mag de tegenstander remise opeisen. Dat het eindspel in het reglement is opgenomen is niet voor niets. Elke dammer, hoe jong danwel oud, hoe zwak of sterk, weet dat het remise is. Er hangt een zweem van onsportiviteit omheen om dit door te spelen. Of zoals Joop Burgerhout het verwoordde:

Doorspelen in een remisestelling vind ik beledigend voor de tegenstander en voor het spel. Soms kan er gespeeld worden naar een bekende winststelling van 3-om-1 en dan is dat een rechtvaardiging voor het doorspelen. Als die rechtvaardiging ontbreekt, dient de speler met drie schijven remise aan te bieden.’

Spijker op den kop.

Natuurlijk zijn er geintjes waar je op kunt spelen. Alleen niemand kent ze. Behalve Herman Spanjer. De bekende 3-om-1 doorbijter uit Groningen. Herman heeft bovendien studie gemaakt van de materie. Diepgaande studie. Prachtige dingen heeft hij gecomponeerd en in praktijk gebracht.

Net als de betreurde Ad van Tilborg, die tot het einde minimaal vijf keer achter elkaar remise aanbood in een partij (wat eigenlijk niet mag), wil ik Herman dispensatie verlenen. Hij mag doorspelen vanwege zijn ongebreidelde kennis.

Intermezzo: Herman speelde een aantal jaren voor het Drents Tiental (voorloper van de Hijken Drents Tiental Combinatie). Het verhaal geeft aan dat Herman un apart’n is, vrij naar Herman Finkers.

Comeback

Soms wens ik een ander de schone taak van teamleider. Zeventien kandidaten voor een plaatsje in het tiental. Dat moet toch genoeg zijn zou je zeggen. Echter door jubilea, ziektes en ander ongemak staan we donderdagavond op acht spelers. Overtuigingskracht en creativiteit zijn dan geboden. En die zijn het grootst als de nood het hoogst is. Met name onze voorzitter toont zich een waardig preses. Aan griep lijdende medevennoten worden van het bed gelicht en tot spelen bewogen. En koortsachtig wordt gespeurd naar in vergetelheid geraakte kandidaten. Na consult bij het bondsbureau komt namelijk aan het licht dat de uiterste aanmeldingsdatum nog niet is verstreken. Voorwaarde is dat betreffend persoon een jaar niet heeft gespeeld. Zodat een zoektocht begint naar Herman Spanjer. De oud-kampioen van Groningen wordt inderdaad gevonden en is tot onze grote vreugde bereid de leemte op te vullen. Een kwartier voor sluiting van het bondsbureau zijn de formaliteiten vervuld. De bondsdirecteur komt op de wedstrijddag de spelerskaart persoonlijk bezorgen. Hij woont toch in de buurt en is nota bene lid van tegenstander Vorden. De damwereld is klein. Het wonder is aldus geschied. Toch nog tien spelers present. En Jan Masselink heeft in zijn hartelijk welkom een dankbaar onderwerp. In zijn slotzin, waarin hij door de improvisatie even in een hopeloze verknoping dreigt te belanden, vraagt hij zich nog wel af of Spanjer het dammen wellicht is verleerd. Het antwoord komt al vroeg in de middag. In soepele stijl en in hoog tempo wordt Gerrit Wassink opgebracht. Een vijfdubbele oppositie bezegelt het lot van de Vordenaar. Een indrukwekkende prestatie, die dermate grote indruk op mij maakt dat de hoofdrolspelers de komende nacht zelfs in mijn dromen verschijnen. In een voetbalwedstrijd overigens. Na een splijtende dieptepass heeft Wassink een vrije doortocht naar het vijandelijke doel. Vooral omdat de keeper in geen voetbalvelden of wegen is te bekennen, lijkt een doelpunt onvermijdelijk. Met veel gevoel stuurt Wassink de bal richting bovenhoek. Het publiek begint al te juichen als vanuit het niets Spanjer te paard aan komt snellen. Gewapend met een bovenmaatse hockeystick weet hij het leder een dusdanige oplawaai te geven dat de bal met een sierlijke boog in het andere doel verdwijnt. Een treffender gelijkenis met deze zaterdag is nauwelijks denkbaar. Door spelersgebrek dreigt Wassink immers een reglementaire twee te krijgen en dan komt plotseling Spanjer voorbij om de bordjes te verhangen. De wedstrijdpunten blijven overigens gewoon in Vorden, dat wel.

Terug naar de 3-om-1 materie. Op donderdag 24 januari speelde het zestal van LDG tegen Rotterdam. Kans op het kampioenschap, het staat 5-5. Koos van Amerongen is bezig tegen een jong talentje in een 3-om-1. Koos heeft er eigenlijk helemaal geen zin in om door te spelen Al was het maar omdat hij zijn tegenstander goed kent. Er staan vijftien mensen om zijn bord. Een Kuip vol voor dambegrippen. Ik weet niet wat er allemaal in die hoofden omging, maar ik vrees vooral ‘doorspelen Koos! We kunnen kampioen worden!’ Teamleider André van der Kwartel houdt zich op de vlakte als Koos vraagt what to do (Tsjegolev). Dit na interventie van het bekende lid Evert Dollekamp, Leiden die ingrijpt als hij lucht krijgt van de situatie. Ik had het wat subtieler kunnen brengen en in wat minder krachtige bewoordingen. Maar het komt er op neer dat ik Koos vroeg hier mee op te houden.

Tussendoor: Koos en ik hebben het via mail uitgepraat zodat het mij een biertje kost.

Daarna werd de partij snel remise gegeven; mijn doel bereikt. Het hoort gewoon niet. Als je niet op normale wijze eerste kunt worden dan is dat maar jammer. Bovendien: kampioen van de onderbond, tja. Waar praten we over. Je kunt niet eens promoveren (toch?).

Ik heb zelf een traumatische ervaring met de 3-om-1. NK 1991. Ik had me geweldig verdedigd tegen Auke Scholma, een 3-om-1 was het gevolg. Tijdnood leidde tot een tragische blunder waardoor ik de partij zelfs nog verloor. Auke speelde door omdat hij nogal gefrustreerd was dat hij niet op een normale kon winnen na vier uur ernstig voordeel. Ik vind dit een grensgeval. Maar goed. Eerst kreeg ik hoofdarbiter Thom Nobbe op mijn dak, destijds de Bjorn Kuipers van het dammen. ‘Heb je dat expres gedaan Evert?’ En even later Geert van Aalten in dat onnavolgbare accent: ‘Gij bant un groete kloetzak!’ Met vaderlijke glimlach en al. Beide heren dachten dat ik Auke de punten cadeau had gedaan als zijnde noorderlingen onder elkaar.

Ik zat ook een keer aan de goede kant van het bord. Als deelnemer aan de KSH jeugdgroep eind jaren 70 speelde ik tegen een zekere Victor Galperin (Israel). 3-om-1. Doorspelen, want ik stond ondanks mijn afkomst (deelnemer op basis van woonplaats) bovenaan voor de wereldtop destijds. Wim Los, beroepsbestuurder zonder gage, kwam op hoge poten naar mij toe. ‘Een 3-om-1 speel je niet door Evert! Ik ben het hier niet mee eens!’ Snel remise gegeven natuurlijk. Wim Los had ik in mijn achterhoofd toen ik op Koos toesnelde. Ik ben het met mezelf zeer eens over deze actie. Overigens heb ik maar 1 reactie gehad achteraf. Via mail van teamleider André van der Kwartel. Verder niemand, ook niet na afloop. Ik concludeer dat ik veel medestanders had, Koos inclusief.

Feestje zestal voorbij?

André van der Kwartel

In de voorlaatste ronde van de provinciale competitie heeft het zestal van LDG onverwacht een punt laten liggen. Tegen Constant-Charlois uit Rotterdam (CCR) werd met 6-6 gelijk gespeeld. Daarmee lijkt het kampioenschap ver weg, gezien het resterende programma. LDG moet nog spelen tegen medekanshebber Rijnsburg. Damlust uit Gouda, koploper met één punt voorsprong op zowel LDG als Rijnsburg, moet nog tegen het zwakker geachte ADC uit Alphen aan den Rijn.

Terugkijkend op de wedstrijd tegen CCR hebben de Leidenaren duidelijk kansen gehad op de overwinning, maar in het meest negatieve scenario hadden zij ook tegen een nederlaag op kunnen lopen.

LDG kwam op voorsprong door een gemakkelijke overwinning van Hans Tangelder. Al na acht zetten kwam hij een schijf voor doordat zijn tegenstander een eenvoudige één-om-twee over het hoofd zag. De rest was geen probleem meer.

Harry Dekker bracht met een remise de stand op 3-1. Hij maakte het daarbij zijn tegenstander wel iets te gemakkelijk.

CHarry

Ramdew Jahani – Harry Dekker

Stand na de 45e zet van zwart.

Wit had met 33-28xx27 de stand gelijk kunnen houden, maar speelde: 38-32!?. Zwart reageerde met (16-21!?), waarna de partij snel remise liep. [36-31 (18-22), 31-26 (23-29), enz.] Veel sterker voor zwart zou zijn geweest: (11-17!). Wit mag nu niet veld 34 bezetten wegens een dam naar 49. Op 43-38 volgt (17-21) met de sterke dreiging (21-27) dat ook volgt na 36-31 (18-22), 31-26. Het lijkt erop dat zwart in dit soort varianten veel sterker, zo niet gewonnen staat. Blijft over voor wit: 36-31, maar dan kan volgen: (23-28), 32×21 (16×36). Het is nog niet duidelijk gewonnen, maar de kansen zijn zeker aan zwart. Een voorbeeld: 33-28 (36-41), 28-22 (41-47), 22-17 (47-29), 17-11 (29×45), 39-33 en nu wordt het subtiel. (45-1), 33-29 (1×48), 11-7 (24-29 de enige!) wint voor zwart. Direct 11-6 spelen verliest ook na (19-23). Maar hoe loopt het als wit eerst 33-28 speelt? (1-6) geeft dan remise na 11-7 (6×48), 7-1. Hoe moet zwart verder? Voer voor eindspelliefhebbers.

Helaas was ik er zelf schuldig aan dat Constant-Charlois de stand op 3-3 bracht. Een overbelaste en kansloos opgestelde korte vleugel zorgde ervoor dat mijn tegenstander de partij zonder enige moeite naar winst kon schuiven.

De drie overige partijen werden alle drie remise, maar die partijen hadden ook allemaal in een beslissing kunnen eindigen.

De eerste remise werd binnen gebracht door Steven den Hollander. Hij haalde weer eens een aardige slagzet uit:

CSteven1

Memhet Yoney – Steven den Hollander

Stand na de 18e zet van wit.

31-26? Achteraf zei Yoney dat hij de damzet wel had gezien: (21-27), 32×21 (12-18), 21×1 (15-20!!) Of had Yoney alleen naar (14-20) gekeken? 1×10 (15×49), 28×17 (5×14). Een spannende dam voor twee stukken. In de partij bleek de damzet niet voldoende voor de winst. Er werden al snel door beide partijen fouten gemaakt. Spelverloop: 41-37 (25-30!?) [Beter is (14-19), 39-34 (49-35)] 33-29!? Ook niet de sterkste. Beter was eerst 17-11 en dan pas 33-29.

Uiteindelijk werd de dam voor gelijkspel afgenomen.

Later in de partij bracht Steven zichzelf nog onnodig in moeilijkheden.

CSteven2

Memhet Yoney – Steven den Hollander

Stand na de 46e zet van wit.

Met (10-14) had zwart de stand gemakkelijk remise gehouden. Bijvoorbeeld: 38-33 (18-22), 28-23 (22-28), 33×11 (16×7).

In de partij werd gespeeld (18-22?), 28-23 (22-27), [De tweede zwakke zet. (10-15) geeft meer verdediging.] 23-19 (13-18), 24-20 (10-15), 29-24? [Gelukkig speelt wit het ook niet op zijn sterkst. 20-14 was kansrijker geweest. De partij liep nu snel remise.]

De tweede remise werd door Casper Remeijer bevochten, maar hij heeft op enig moment aantoonbaar verloren gestaan. Dat moment werd vooraf gegaan door een aardige forcing:

CCasper

Casper Remeijer – Bas Messemaker

Stand na de 45e zet van wit.

(12-18), 22-17 (18-22), 17-12 (24-30), 35×24 (19×30), 28×17 (13-18), 12×23 (30-34), 39×30 (25×45), 33-28 (45-50), 28-22 (16-21), 22-18 (50×11), 18-13?? (21-27??) Beide spelers overzien dat (11-33) op slag uit is dank zij de schijf op 13.

Casper wist het nadelige vier om twee eindspel dat uiteindelijk op het bord kwam op thematische wijze remise te houden.

De laatste remise kwam op naam van Koos van Amerongen. In en rond zijn partij deden zich nogal wat emoties voor. We beginnen na de 39e zet van zwart.

ZKoos

Koos van Amerongen – Marlon Mangroe

30-25? [Wit overziet een dreiging. Degelijk zou zijn geweest: 48-42 (23-29), 30-25 (19-23), enz.] (3-8?) [Gelukkig ziet zwart ook niet welke dreiging hij in de stand had kunnen brengen: (2-7!). Verhindert 48-42 door (22-27), (7-11), (18-22) en (23×43). Wit is dus wel verplicht tot 45-40, waarmee zwart de stand gelijk zou hebben gehouden.] 48-42 (23-29?) [ Meer verdediging geeft (8-13), 33-28 (22×33), 38×20 (19-24), enz.] 45-40??? [Wat gebeurt er allemaal? Wit overziet het eenvoudige 32-27 (22×31), 35-30 (24×35), 33×22 met vrije doorloop naar dam.]

In het eindspel liet Van Amerongen nogmaals de winst liggen.

ZKoos2

Koos van Amerongen – Marlon Mangroe

Stand na de 59e zet van zwart.

De stand is al zettenlang gewonnen voor zwart, maar hier pakt wit de verkeerde zet. 50-39? Winst zou zijn geweest: 50-33!. Er zijn nu vele varianten te spelen, waarvan één lang voorbeeld: (29-34), 33-50 (23-29), 50-22 (1-7), 22-50 (7-11), 6-1 (11×22), 50×6 (45-50), 1-23 (29×18), 38-33.

Voor de ongelovigen: de computer geeft de diagramstand als waardering van de witte stand aan 9.99 en dat betekent: winst in alle varianten.

Uiteindelijk kwam er een één-om-drie eindspel op het bord, waarin Koos nog enige tijd bleef doorspelen. In mijn ogen een terechte ultieme poging om alsnog de winst voor LDG te behalen en daarmee uitzicht op het kampioenschap te behouden. Het mocht niet baten.

Derde winst tiental

André van der Kwartel

Het tiental van LDG heeft in de negende ronde van de Nationale Competitie zijn derde overwinning geboekt. Daarmee heeft het team het na een zwak seizoen nu in eigen hand om de nacompetitie voor degradatie/promotie te ontlopen. Het tweede team van Zaanstreek werd met 14-6 verslagen in een wedstrijd die wemelde van de al dan niet gemiste blunders. Spanningen vanwege het belang van de wedstrijd voor beide teams of gewoon een matig spelniveau? Laten we het uit piëteit met alle betrokkenen maar op het eerste houden…..

Ik mocht de score voor LDG openen. Een enkeling vond dat ik geluk had gehad, maar als ik bereken dat er geen damzet dreigt en mijn tegenstander moet proefondervindelijk ervaren dat dat ook echt zo is, is er dan sprake van geluk?

ZAndree

André van der Kwartel – Sijmen Hansen

Stand na de 18e zet van wit.

Zoals wel vaker had ik toegewerkt naar een stand van buigen of barsten. Al had ik wel ruim van tevoren berekend dat er na mijn volgende zet – voor zover ik kon zien – geen dam naar 50 in zou zitten. 34-29 (2-7), 29×20 (14×34), 39×30. Mijn tegenstander ging nu à tempo verder met (19-23), 28×19 (13×24), 30×19 en ontdekte hier dat er geen witte schijf meer staat op 29. Ware dat wel zo geweest dan had fraai kunnen volgen: (8-13), 19×8 (18-23), 29×18 (22×2), 31×22 (17×50). Leuk gezien, maar helaas. Het aardige is dat zwart op het moment van opgeven wel degelijk een damzet kan uitvoeren, maar die is wel heel erg kostbaar. Die damzet had ik dan weer niet van tevoren gezien. Waarom zou ik ook?

Totaal onverwacht scoorde Zaanstreek 2 tegen. Maurits Meijer wilde een voor de hand liggende zet spelen en vergat even de zetcontrole. Het was op slag uit.

ZMaurits

Maurits Meijer – Piet Smit

Stand na de 32e zet van wit.

(7-12). Naar eigen zeggen speelde zwart deze zet omdat hij speculeerde op wits volgende zet: 36-31?? (14-19), 25×23 (12-17), 23×21 (16×49) en wit gaf op.

Evert Dollekamp speelt gebruikelijk veertig goede zetten en biedt dan remise aan. Maar deze keer had hij al vóór de veertigste zet een schijf gewonnen. Wat nu te doen? Evert ging op de 41e zet manmoedig met dit dilemma om: hij speelde door en won. De schijfwinst kwam als volgt tot stand:

ZEvert

Victor Voskuil – Evert Dollekamp

Stand na de 33e zet van wit.

Op weg naar een nieuwe remise speelde Evert hier (19-23!). Maar wit weigerde mee te werken. In plaats van 44-40 speelde wit 29-24?? Nu zou (23-29), 24-20 een degelijke route naar remise zijn geweest, maar Evert besluit hier anders: (25-30), 24-20 (14×25), 35×24 (23-29) en de schijf winst was binnen.

LDG kwam op een 2-6 voorsprong door een overwinning van Jack van der Plas, al deed hij daar iets langer over dan nodig:

ZJack

Martin Berends – Jack van der Plas

Stand na de 34e zet van wit.

Zwart forceert een schijf winst: (15-20!), 30-25 [Na 43-39 had zwart ook ten minste een schijf gewonnen door (19-24) met als fraaiste afwikkeling: 30×19 (13×24), 28×30 (20-24), 30×19 (8-13), 19×17 (11×44)] (12-18?) [Zwart mist de winst: (13-18), 25×14 (19×10), 28×19 (8-13), 19×17 (11×33)] 25×14 (19×10), 28×19 (13×24). De stand is weer gelijk, maar wit wil méér: 32-28?? en gaf op na (18-22!).

Edwin van Hofwegen bracht met een gelijkwaardige remise de stand op 3-7 voor LDG, waarna Hans Tangelder de voorsprong verder uitbreidde. Zijn tegenstander ging pas heel laat in de fout.

ZHansT

Bart van Geel – Hans Tangelder

Stand na de 47e zet van zwart. 43-39?? (23-29) en wit gaf op. Er valt voor wit weinig meer om voor te vechten. In de diagramstand had 27-21 nog verdediging gegeven.

Het elfde en winnende punt werd ingebracht door Peter van den Berg. Dat zijn tegenstander onderweg een zetje miste en vele zetten lang beter, zo niet gewonnen, heeft gestaan, mag de pret niet drukken. Het gaat er per slot van rekening niet om wie de eerste fout maakt, maar wie de laatste.

ZPeter1

Peter van den Berg – Mohammed Aliem Wagid Hosain

Stand na de 18e zet van zwart.

30-24?? (19×30), 25×34 (15-20??) Beide spelers overzien dat zwart een schijf kan winnen met (27-32), (17-21) en (11×24).

Maar het kwam allemaal nog goed voor Peter:

ZPeter2

Peter van den Berg – Mohammed Aliem Wagid Hosain

Stand na de 37e zet van wit.

(17-21!?) [Zwart voorziet de witte actie niet. Veel sterker is (9-14).] 37-31! [Dank zij de kettingstelling heeft zwart vermoedelijk voldoende compensatie om 31-26 te overleven. Maar hij overziet de afwikkeling niet.] (21-26??), 45-40 (26×28), 33×22 (24×33). Pas hier zag zwart wat hem boven het hoofd hing: 39×8 (3×12), 22×4 en hij gaf op.

Evert Bronstring speelde remise in een partij waarin hij er werkelijk alles aan deed om tot winst te komen. Hij trof echter een degelijke en stugge tegenstander die uitsluitend in remise was geïnteresseerd. En dat lukte.

Ook Harry Dekker speelde remise in een partij waarin beide spelers duidelijk er niet op uit waren om tot scherp spel te komen. Een voorbeeldpartij voor het cliché dat “het evenwicht nergens werd verbroken”.

Dat kan bepaald niet worden gezegd van de partij van Hans Kreder, die met een remise de eindstand op 6-14 bracht. Ik denk dat Hans een of ander record heeft gebroken in het missen van winnende kansen. De computer geeft maar liefst negen momenten aan waarop Hans het (veel) beter had kunnen doen. Al die kansen die hij kreeg waren onder meer te danken aan het feit dat Hans de wedstrijd begon met meer dan een uur tijdsvoorsprong op de klok. Zijn tegenstander “wist niet dat hij moest dammen”.

In het middenspel had Hans al meerdere keren winst kunnen forceren en laten lopen, maar in de overgang naar het eindspel was hij een schijf vóór gekomen. We volgen de partij vanaf de 58e zet van wit.

ZHansK

Hans Kreder – Remmert Sijm

25-20? [Waarom offeren voor een doorbraak als je aan de andere kant gratis door kunt lopen? Sterker is 16-11 met bijvoorbeeld: (22-27), 11-6 en nu is (27-31) verhinderd door23-18! (31×24) 18×7]

(14×25), 15-10 (25-30), 10-5 (30-35), 29-24?? [Wit mist hier het eenvoudige 37-31 (26×37), 38-32 (37×19), 5×25 met winst.]

(22-27), 16-11 (13-18) [Zwart kon zich beter verdedigen met (12-18), (13-18), (9-14) en (27-31). Nu had het uit moeten zijn.]

23-19?? [ Wit mist hier: de zetten 11-6, 6-1 en het is uit.]

(27-31), 37-32? [ Veel beter is: 19-13 (31×33), 13×4, maar het is al niet meer te voorkomen dat ook zwart op dam komt.]

(31-36), 11-6 [Hier mist wit zijn laatste kleine kans om nog te winnen. Dat had misschien nog mogelijk geweest na 32-28, maar het wordt een moeizaam verhaal. Enkele zetten later werd remise overeengekomen.]

Veertig Zetten

Evert Dollekamp

Evert Dollekamp speelde zoals gebruikelijk veertig goede zetten en bood vervolgens remise aan.’

Kent U die uitdrukking?

In een niet zo antiek verleden is besloten dat een dampartij minimaal veertig zetten moet duren. Niemand weet waarom. Nou ja, ik weet het wel natuurlijk. Om te bevorderen dat het publiek in groten getale naar het dammen komt kijken heeft men bedacht dat dit een goede maatregel zou zijn. Een vreemde vaststelling. Want kijk nu toch eens aan. Partijen die zich daar voor lenen vorderen op tenenkrommende wijze. Eigenlijk is het al na zeg veertien zetten afgelopen en dan moeten we er nog zesentwintig. Alsof dat leuk is om naar te kijken. Mensen komen nooit meer terug!

Hoe is dat allemaal ontstaan? Het zou me niet verbazen als de kiem al werd gelegd tijdens de match Sijbrands – Andreiko. Vanwege wederzijds respect, vooral van laatstgenoemde, eindigden vele van de twintig partijen al voor ze goed en wel waren begonnen. Daarnaast nam de kennis van het spel een grote vlucht. Niet voor ons eenvoudige ploeteraars, maar vooral voor de grootmeesters onder ons. Waardoor grootmeesters elkaar onderling niets meer wilden laten bewijzen. Tenminste, in 90% van de gevallen. Gevolg: gortdroog geruil.

Hoewel, doe het maar eens na. In vervlogen tijden probeerde ik eens Gerard Jansen na te doen. De ene nul na de andere. Waarbij gezegd moet worden dat Gerard (nog steeds) constructief ruilt. Dit even terzijde.

Heel af en toe zit ik wel eens op toernooibase. Maar als ik een partij zie staan tussen laten we zeggen Baljakin en Virny uit de nationale competitie en daar staat een eentje achter (als eerste uit) met remise als resultaat, dan weet ik al genoeg. Overslaan. Zelf weet ik wel raad met die belachelijke regel. Als er na bijvoorbeeld dertig zetten niets meer aan is, dan bied ik gewoon remise aan. Dan maar 0 – 0, zijnde de sanctie. ‘Ja? Dus?’ (Klaas Dijkhoff).

Wat is dat toch een ontzettende flauwekul, die veertig-zettenregel. Heeft de dambond geen betere dingen te doen? Het enige leuke is de reactie van de tegenstander als je te vroeg remise aanbiedt. ‘Maar, maar … ‘ Ik heb het nu vier keer aan de hand gehad. De enige die er intrapte was vorig jaar een speler van Zaandam. Maar die bleek bij navraag de regel niet te kennen. De arbiter ook niet. Ik moest aandringen op een 0 – 0 vermelding op het wedstrijdformulier.

De onvoltooide heks-telling

Evert Dollekamp

De achtste competitieronde kwam De Variant uit Oudenbosch bij ons op bezoek. Een leuke middag, want we wonnen met 12-8. Mijn tegenstander Martin de Wolf had een paar boekjes bij zich met als titel weet ik niet meer, want dan moet ik twee trappen af en daar heb ik nu net even geen zin in. Iets van ‘De Variant, Dammen in Slow Motion’, zoiets. Afgelopen zondag in de sauna eindelijk het boek uit de tas gehaald en gaan lezen. BTW: als je 12 jaar geleden in de sauna bent geweest en dat was ook het laatste weegmoment, dan is een lichte schrik je deel: 17 kilo er bij. Dit terzijde. Ik lezen. Wat een prachtig boek! Niet zo prachtig dan/als ‘Wie door de week traint is ’s zondags moe’, want echte kunst is niet te evenaren laat staan te overtreffen.

Het boek bevat interviews met Jan en alleman waaronder Ton Sijbrands. Helaas staan er ook partijen, fragmenten en analyses in, maar je kunt niet alles hebben. Het is toch vooral tekst. Goed, vlot geschreven met opvallend weinig schrijf- en stijlfouten. Sterker nog: ik ben er tot nu toe, een inleiding en twee interviews ver, slechts 1 tegengekomen. En daarover twijfel ik.

Uno momento dado (Cruijff) wordt namelijk gesproken over de zogenaamde onvoltooide heks-telling. Heeft men het hier over het Bronstring Systeem? Het systeem wat in mijn vijfde miniboekje ‘Evert Bronstring … Verroest !’ zal worden geïntroduceerd als het Bronstring Systeem? Ik betwijfel het. Want het Bronstring Systeem is nog niemand bekend. Om de eenvoudige reden dat het qua naamgeving nog niet is geïntroduceerd. Zodat het hierbij toch is gebeurd.

Als de onvoltooide heks-telling dan toch geen (woord-afbreek) fout is, hoe moeten wij dit dan duiden? Zoals bekend mag worden verondersteld werden in de Middeleeuwen heksen opgespoord en na vaststelling van heks zijn, naar de brandstapel gevoerd en ritueel verbrand. De gedachte was dat met deze aardige gewoonte een ultiem bewijs werd geleverd. Verbrandde de vermeende heks inderdaad, dan kreeg de rechter op zijn kop: het was helemaal geen heks. Verbrandde de heks niet als zijnde een heks, dan werd de heksenjacht ingezet. Gevallen als laatstgenoemd zijn uit de historie helaas niet bekend.

Van de heksenadministratie werd destijds serieus werk gemaakt. Alle vermeende heksen werden zorgvuldig geteld, maar altijd vielen er wel heksen buiten de boot. Ziedaar de onvoltooide heks-telling. Helaas heb ik in het Variant-boek geen verband kunnen vinden naar deze grappige folklore uit lang vervlogen tijden. Ik gok aldus op onvoltooide hek-stelling. Wel jammer eigenlijk.

Mocht je zijn vergeten het boek te kopen, ga naar de website van De Variant. Krijg je geen spijt van. Om de prijs van 15 Euro hoef je het niet te laten.

Zo, en dan nu twee trappen af voor een versnapering uit de koelkast. Wat ben ik toch grappig.

Feestje zestal duurt voort

André van der Kwartel

Met nog twee ronden te spelen staat het zestal van het Leids Damgenootschap nog steeds gedeeld eerste in de Provinciale Hoofdklasse. In de zevende ronde werd medekoploper Van Stigt Thans verslagen. Van Stigt Thans was verzwakt doordat twee van hun spelers niet meespeelden in verband met deelname aan de Halve Finales van Nederland, die de volgende dag zouden worden verspeeld. Het pikante was dat hetzelfde gold voor twee spelers van LDG (Casper Remeijer en Steven den Hollander), maar zij vonden het geen enkel bezwaar om voor het zestal van LDG uit te komen.

Het zestal kwam op achterstand door een raadselachtige nederlaag van Hans Tangelder.

VHans

Hans Tangelder – Ton Burgerhout

Stand na de 35e zet van zwart.

Zwart dreigt met (13-19) een schijf te winnen. Wit kan dat vóór zijn door 23-19 en 33-28 te spelen. Maar Hans was van mening dat deze ruil slechter voor hem was en deed dus maar 23-18?? Na (22-28), 18×20 (22×37) kwam hij een schijf achter. Daarna verdedigde hij zich zwak. Enig verweer krijgt wit nog met 47-41 (15×24), 41×32. Maar Hans koos voor: 38-33 (15×24), 40-35 (17-22), 34-30 (22-28!), 33×22 (24-29), 30-25 (3-9) en gaf op.

Frank Eektimmerman speelde remise. Dat had hij mede te danken aan het feit dat zijn tegenstander een kansrijke voortzetting miste.

VFrankNew

Hans Lansbergen – Frank Eektimmerman

Stand na de 34e zet van wit.

Het spelverloop was (17-21?), 43-38? (13-19), 39-33×44 waarna de partij naar remise kabbelde.

Zwart had in de diagramstand (30-35) moeten spelen. 37-31 leidt voor wit dan tot niets wegens: (35×22), 27×9 (24-29), 34×23 (12-18), 23×21 (16×36) met gelijk spel. Maar na (17-21) laat wit ook een kans liggen. 40-35 geeft zeer kansrijk spel. In feite taxeert de computer de stand op de waarde van een schijf winst voor wit.

Harry Dekker bracht met zijn remise de stand op 4-2 voor Van Stigt Thans. Over de wijze waarop dat ging valt nog wel iets aardigs te vermelden.

VHarryD

Harry Dekker – Gerrit van Mastrigt

Stand na de 45e zet van wit.

Spelverloop: (21-26), 27-21 (16×47), 45-40 (23×32), 39-33 (47×29), 34×3 (32-38), [Door de aanwezigheid van een schijf op 9 wint (32-37) niet.] 3-20 (38-42), 20×47 (19-24) en zeven zetten later remise gegeven.

In de diagramstand komt de computer met de suggestie (15-20) met het volgende aardige verloop: 36-31 (21-26), 35-30 (26×48), 27-21 (16×38), 30-25 (23×32), 25×3. De computer verklaart de stand tot remise en het is inderdaad onduidelijk hoe zwart nog vier stukken op het bord weet te houden. Voer voor liefhebbers van complexe eindspelen.

Na deze beide remises kwam de scoringsmachine van LDG goed op gang. Achtereenvolgens wonnen Steven den Hollander, Koos van Amerongen en Casper Remeijer hun partijen, waarmee zij de eindstand op 4-8 in het voordeel van LDG brachten.

VSteven

Guido van den Berg – Steven den Hollander

Stand na de 33e zet van zwart.

Wit lijkt moeilijk te staan. Op bijvoorbeeld 30-25? volgt (19-23) en (21-26). Maar met de zet 47-41 lijkt niets mis te zijn. Wit gaat echter tot een drieste actie over: 28-22 (7-11), 31-26 (12-17), 30-25 (17×48), 25×3 (48×25), 26×17 (11×31). Je moet maar zin hebben in zo’n complex eindspel, maar wit gaat al snel in de fout: 38-33 (6-11), 33-28?? (11-17), 3×20 (25×14) en wit gaf op.

Koos van Amerongen kreeg de overwinning in de schoot geworpen. Zijn tegenstander meende een winnende damzet te nemen, maar overzag dat Koos op twee manieren twee schijven kon slaan. Koos besloot niet mee te werken aan de vileine bedoelingen van zijn tegenstander.

Casper Remeijer moest heel wat harder werken om de overwinning binnen te halen.

VCasper1

Geert Prinsen – Casper Remeijer

Een tactisch leerzaam moment deed zich voor op de 40e zet van zwart. Zwart staat een schijf voor maar geeft met 1-7!? veel van zijn voordeel weg. [Beter was om direct (25-30) te spelen. 39-33 en 50-44 faalt vanwege de schijf op 27.] Wit kan nu namelijk 50-44-40 spelen, waarmee hij met vier schijven het vijftal zwarte schijven op zijn korte vleugel totaal vastlegt [(25-30?), 39-33!]. Een aardige voorbeeldvariant na 50-44 is: (8-13), 44-40 (7-12), 27-22 (13-19), 40-34 (29×40), 45×34 en zwart zal moeten afhaken. In de partij speelde wit na (1-7), 43-38.

Casper werkte uiteindelijk het eindspel degelijk af:

VKasper2

Geert Prinsen – Casper Remeijer

Stand na de 49e zet van wit.

(35-40), 38-33 (25-30), 33-28 (40-44!), 50×39 (45-50!) Wit heeft geen tempo. 39-34 (30×39), 27-21 (26×17), 22×11 (50-45), 11-6 (45-1), 28-23 (1×45), 6-1 (15-20) en wit gaf (eindelijk) op. Overigens wint zwart de slotstand ook zonder de schijf op 15: (39-44), 1-6 (44-50), 6-1 (50-6).