Bekertoernooi LDG van start

Hans Tangelder

Deze maand is het bekertoernooi van LDG weer van start gegaan met maar liefst 19 deelnemers, wat een recordaantal is, in ieder geval in recente jaren. De eerste twee spelers, die de volgende ronde wisten te bereiken zijn Joop Burgerhout en Evert Dollekamp.

Joop Burgerhout wist Peter van de Berg met een listige combinatie te verschalken.

 JoopBeker

Joop Burgerhout – Peter v/d Berg

Wit staat in de diagramstelling overwegend goed. Het grootste probleem is hoe hij het positionele voordeel kan benutten. Er werd 31. 49-44 gespeeld, waardoor alle nog mogelijk aanwezige formaties intact blijven. Als Peter 20-24 gespeeld zou hebben, lijkt er weinig aan de hand te zijn. Echter na 31. 2-8 volgde een  combinatie naar dam over maar liefst zes schijven met 32. 28-23 18×29; 33. 37-31 26×28; 34. 39-33 28×39; 35. 44×2!

Evert Dollekamp overspeelde Arjan Varkevisser positioneel, maar had in onderstaande stelling nog in de fout kunnen gaan en dan waarschijnlijk met remise genoegen moeten nemen.

 EvertDBeker

Evert Dollekamp – Arjan Varkevisser

Evert signaleerde na 45-40 het dubbeloffer 17-22, 28×26, 27-31!

EvertDBeker2

Nu zijn er nog twee mogelijkheden, die niet meteen remise of erger zijn.

Het meest kansrijke lijkt in eerste intantie 34-29.  Als zwart nu 24×42 slaat, verliest hij na 32-27, 31×22, 41-36, 42×31, 36×18. Hij kan echter ook slaan met 31×33. Dan wordt het na 29×38, 24-30, 35×24, 20×29 remise vanwege de sterke schijf op 29.

Het alternatief is 38-33 31×42, 48×37 24-30, 35×24 20×27. Het aantal schijven is weliswaar weer gelijk, maar na 41-36 15-20, 40-35 20-24, 37-31 6-11, 31×22 11-17, 22×11 16×7, 26-21 25-30, 34×25 24-29 staat er een kansrijk overmachtseindspel voor wit op het bord.

Evert speelde om dit dubbeloffer te vermijden in plaats van 45-40 41-36 en won daarna de partij moeiteloos.

In de reguliere interne competitie gaat Casper Remeijer aan kop, voor Evert Bronstring en Evert Dollekamp.

Klik hier voor de volledige tussenstand van de interne competitie.

Herman Spanjer en Wim Los

Evert Dollekamp

De 3-om-1 is een van de meest fascinerende eindspelen van het damspel. Waarom dan wel. Nou, het is een van de weinige eindspelen in het damspel waarvan algemeen bekend is dat het remise is. Er zijn honderden, zo niet duizenden eindspelen die remise zijn. Maar dat is niet bij iedereen bekend. Dus wordt er te pas en te onpas doorgespeeld tot de dood er op volgt. De 3-om-1 is zo erg remise dat het zelfs in het spel- en wedstrijdreglement van de KNDB is opgenomen. Na tien zetten (vroeger vijftien) mag de tegenstander remise opeisen. Dat het eindspel in het reglement is opgenomen is niet voor niets. Elke dammer, hoe jong danwel oud, hoe zwak of sterk, weet dat het remise is. Er hangt een zweem van onsportiviteit omheen om dit door te spelen. Of zoals Joop Burgerhout het verwoordde:

Doorspelen in een remisestelling vind ik beledigend voor de tegenstander en voor het spel. Soms kan er gespeeld worden naar een bekende winststelling van 3-om-1 en dan is dat een rechtvaardiging voor het doorspelen. Als die rechtvaardiging ontbreekt, dient de speler met drie schijven remise aan te bieden.’

Spijker op den kop.

Natuurlijk zijn er geintjes waar je op kunt spelen. Alleen niemand kent ze. Behalve Herman Spanjer. De bekende 3-om-1 doorbijter uit Groningen. Herman heeft bovendien studie gemaakt van de materie. Diepgaande studie. Prachtige dingen heeft hij gecomponeerd en in praktijk gebracht.

Net als de betreurde Ad van Tilborg, die tot het einde minimaal vijf keer achter elkaar remise aanbood in een partij (wat eigenlijk niet mag), wil ik Herman dispensatie verlenen. Hij mag doorspelen vanwege zijn ongebreidelde kennis.

Intermezzo: Herman speelde een aantal jaren voor het Drents Tiental (voorloper van de Hijken Drents Tiental Combinatie). Het verhaal geeft aan dat Herman un apart’n is, vrij naar Herman Finkers.

Comeback

Soms wens ik een ander de schone taak van teamleider. Zeventien kandidaten voor een plaatsje in het tiental. Dat moet toch genoeg zijn zou je zeggen. Echter door jubilea, ziektes en ander ongemak staan we donderdagavond op acht spelers. Overtuigingskracht en creativiteit zijn dan geboden. En die zijn het grootst als de nood het hoogst is. Met name onze voorzitter toont zich een waardig preses. Aan griep lijdende medevennoten worden van het bed gelicht en tot spelen bewogen. En koortsachtig wordt gespeurd naar in vergetelheid geraakte kandidaten. Na consult bij het bondsbureau komt namelijk aan het licht dat de uiterste aanmeldingsdatum nog niet is verstreken. Voorwaarde is dat betreffend persoon een jaar niet heeft gespeeld. Zodat een zoektocht begint naar Herman Spanjer. De oud-kampioen van Groningen wordt inderdaad gevonden en is tot onze grote vreugde bereid de leemte op te vullen. Een kwartier voor sluiting van het bondsbureau zijn de formaliteiten vervuld. De bondsdirecteur komt op de wedstrijddag de spelerskaart persoonlijk bezorgen. Hij woont toch in de buurt en is nota bene lid van tegenstander Vorden. De damwereld is klein. Het wonder is aldus geschied. Toch nog tien spelers present. En Jan Masselink heeft in zijn hartelijk welkom een dankbaar onderwerp. In zijn slotzin, waarin hij door de improvisatie even in een hopeloze verknoping dreigt te belanden, vraagt hij zich nog wel af of Spanjer het dammen wellicht is verleerd. Het antwoord komt al vroeg in de middag. In soepele stijl en in hoog tempo wordt Gerrit Wassink opgebracht. Een vijfdubbele oppositie bezegelt het lot van de Vordenaar. Een indrukwekkende prestatie, die dermate grote indruk op mij maakt dat de hoofdrolspelers de komende nacht zelfs in mijn dromen verschijnen. In een voetbalwedstrijd overigens. Na een splijtende dieptepass heeft Wassink een vrije doortocht naar het vijandelijke doel. Vooral omdat de keeper in geen voetbalvelden of wegen is te bekennen, lijkt een doelpunt onvermijdelijk. Met veel gevoel stuurt Wassink de bal richting bovenhoek. Het publiek begint al te juichen als vanuit het niets Spanjer te paard aan komt snellen. Gewapend met een bovenmaatse hockeystick weet hij het leder een dusdanige oplawaai te geven dat de bal met een sierlijke boog in het andere doel verdwijnt. Een treffender gelijkenis met deze zaterdag is nauwelijks denkbaar. Door spelersgebrek dreigt Wassink immers een reglementaire twee te krijgen en dan komt plotseling Spanjer voorbij om de bordjes te verhangen. De wedstrijdpunten blijven overigens gewoon in Vorden, dat wel.

Terug naar de 3-om-1 materie. Op donderdag 24 januari speelde het zestal van LDG tegen Rotterdam. Kans op het kampioenschap, het staat 5-5. Koos van Amerongen is bezig tegen een jong talentje in een 3-om-1. Koos heeft er eigenlijk helemaal geen zin in om door te spelen Al was het maar omdat hij zijn tegenstander goed kent. Er staan vijftien mensen om zijn bord. Een Kuip vol voor dambegrippen. Ik weet niet wat er allemaal in die hoofden omging, maar ik vrees vooral ‘doorspelen Koos! We kunnen kampioen worden!’ Teamleider André van der Kwartel houdt zich op de vlakte als Koos vraagt what to do (Tsjegolev). Dit na interventie van het bekende lid Evert Dollekamp, Leiden die ingrijpt als hij lucht krijgt van de situatie. Ik had het wat subtieler kunnen brengen en in wat minder krachtige bewoordingen. Maar het komt er op neer dat ik Koos vroeg hier mee op te houden.

Tussendoor: Koos en ik hebben het via mail uitgepraat zodat het mij een biertje kost.

Daarna werd de partij snel remise gegeven; mijn doel bereikt. Het hoort gewoon niet. Als je niet op normale wijze eerste kunt worden dan is dat maar jammer. Bovendien: kampioen van de onderbond, tja. Waar praten we over. Je kunt niet eens promoveren (toch?).

Ik heb zelf een traumatische ervaring met de 3-om-1. NK 1991. Ik had me geweldig verdedigd tegen Auke Scholma, een 3-om-1 was het gevolg. Tijdnood leidde tot een tragische blunder waardoor ik de partij zelfs nog verloor. Auke speelde door omdat hij nogal gefrustreerd was dat hij niet op een normale kon winnen na vier uur ernstig voordeel. Ik vind dit een grensgeval. Maar goed. Eerst kreeg ik hoofdarbiter Thom Nobbe op mijn dak, destijds de Bjorn Kuipers van het dammen. ‘Heb je dat expres gedaan Evert?’ En even later Geert van Aalten in dat onnavolgbare accent: ‘Gij bant un groete kloetzak!’ Met vaderlijke glimlach en al. Beide heren dachten dat ik Auke de punten cadeau had gedaan als zijnde noorderlingen onder elkaar.

Ik zat ook een keer aan de goede kant van het bord. Als deelnemer aan de KSH jeugdgroep eind jaren 70 speelde ik tegen een zekere Victor Galperin (Israel). 3-om-1. Doorspelen, want ik stond ondanks mijn afkomst (deelnemer op basis van woonplaats) bovenaan voor de wereldtop destijds. Wim Los, beroepsbestuurder zonder gage, kwam op hoge poten naar mij toe. ‘Een 3-om-1 speel je niet door Evert! Ik ben het hier niet mee eens!’ Snel remise gegeven natuurlijk. Wim Los had ik in mijn achterhoofd toen ik op Koos toesnelde. Ik ben het met mezelf zeer eens over deze actie. Overigens heb ik maar 1 reactie gehad achteraf. Via mail van teamleider André van der Kwartel. Verder niemand, ook niet na afloop. Ik concludeer dat ik veel medestanders had, Koos inclusief.

Feestje zestal voorbij?

André van der Kwartel

In de voorlaatste ronde van de provinciale competitie heeft het zestal van LDG onverwacht een punt laten liggen. Tegen Constant-Charlois uit Rotterdam (CCR) werd met 6-6 gelijk gespeeld. Daarmee lijkt het kampioenschap ver weg, gezien het resterende programma. LDG moet nog spelen tegen medekanshebber Rijnsburg. Damlust uit Gouda, koploper met één punt voorsprong op zowel LDG als Rijnsburg, moet nog tegen het zwakker geachte ADC uit Alphen aan den Rijn.

Terugkijkend op de wedstrijd tegen CCR hebben de Leidenaren duidelijk kansen gehad op de overwinning, maar in het meest negatieve scenario hadden zij ook tegen een nederlaag op kunnen lopen.

LDG kwam op voorsprong door een gemakkelijke overwinning van Hans Tangelder. Al na acht zetten kwam hij een schijf voor doordat zijn tegenstander een eenvoudige één-om-twee over het hoofd zag. De rest was geen probleem meer.

Harry Dekker bracht met een remise de stand op 3-1. Hij maakte het daarbij zijn tegenstander wel iets te gemakkelijk.

CHarry

Ramdew Jahani – Harry Dekker

Stand na de 45e zet van zwart.

Wit had met 33-28xx27 de stand gelijk kunnen houden, maar speelde: 38-32!?. Zwart reageerde met (16-21!?), waarna de partij snel remise liep. [36-31 (18-22), 31-26 (23-29), enz.] Veel sterker voor zwart zou zijn geweest: (11-17!). Wit mag nu niet veld 34 bezetten wegens een dam naar 49. Op 43-38 volgt (17-21) met de sterke dreiging (21-27) dat ook volgt na 36-31 (18-22), 31-26. Het lijkt erop dat zwart in dit soort varianten veel sterker, zo niet gewonnen staat. Blijft over voor wit: 36-31, maar dan kan volgen: (23-28), 32×21 (16×36). Het is nog niet duidelijk gewonnen, maar de kansen zijn zeker aan zwart. Een voorbeeld: 33-28 (36-41), 28-22 (41-47), 22-17 (47-29), 17-11 (29×45), 39-33 en nu wordt het subtiel. (45-1), 33-29 (1×48), 11-7 (24-29 de enige!) wint voor zwart. Direct 11-6 spelen verliest ook na (19-23). Maar hoe loopt het als wit eerst 33-28 speelt? (1-6) geeft dan remise na 11-7 (6×48), 7-1. Hoe moet zwart verder? Voer voor eindspelliefhebbers.

Helaas was ik er zelf schuldig aan dat Constant-Charlois de stand op 3-3 bracht. Een overbelaste en kansloos opgestelde korte vleugel zorgde ervoor dat mijn tegenstander de partij zonder enige moeite naar winst kon schuiven.

De drie overige partijen werden alle drie remise, maar die partijen hadden ook allemaal in een beslissing kunnen eindigen.

De eerste remise werd binnen gebracht door Steven den Hollander. Hij haalde weer eens een aardige slagzet uit:

CSteven1

Memhet Yoney – Steven den Hollander

Stand na de 18e zet van wit.

31-26? Achteraf zei Yoney dat hij de damzet wel had gezien: (21-27), 32×21 (12-18), 21×1 (15-20!!) Of had Yoney alleen naar (14-20) gekeken? 1×10 (15×49), 28×17 (5×14). Een spannende dam voor twee stukken. In de partij bleek de damzet niet voldoende voor de winst. Er werden al snel door beide partijen fouten gemaakt. Spelverloop: 41-37 (25-30!?) [Beter is (14-19), 39-34 (49-35)] 33-29!? Ook niet de sterkste. Beter was eerst 17-11 en dan pas 33-29.

Uiteindelijk werd de dam voor gelijkspel afgenomen.

Later in de partij bracht Steven zichzelf nog onnodig in moeilijkheden.

CSteven2

Memhet Yoney – Steven den Hollander

Stand na de 46e zet van wit.

Met (10-14) had zwart de stand gemakkelijk remise gehouden. Bijvoorbeeld: 38-33 (18-22), 28-23 (22-28), 33×11 (16×7).

In de partij werd gespeeld (18-22?), 28-23 (22-27), [De tweede zwakke zet. (10-15) geeft meer verdediging.] 23-19 (13-18), 24-20 (10-15), 29-24? [Gelukkig speelt wit het ook niet op zijn sterkst. 20-14 was kansrijker geweest. De partij liep nu snel remise.]

De tweede remise werd door Casper Remeijer bevochten, maar hij heeft op enig moment aantoonbaar verloren gestaan. Dat moment werd vooraf gegaan door een aardige forcing:

CCasper

Casper Remeijer – Bas Messemaker

Stand na de 45e zet van wit.

(12-18), 22-17 (18-22), 17-12 (24-30), 35×24 (19×30), 28×17 (13-18), 12×23 (30-34), 39×30 (25×45), 33-28 (45-50), 28-22 (16-21), 22-18 (50×11), 18-13?? (21-27??) Beide spelers overzien dat (11-33) op slag uit is dank zij de schijf op 13.

Casper wist het nadelige vier om twee eindspel dat uiteindelijk op het bord kwam op thematische wijze remise te houden.

De laatste remise kwam op naam van Koos van Amerongen. In en rond zijn partij deden zich nogal wat emoties voor. We beginnen na de 39e zet van zwart.

ZKoos

Koos van Amerongen – Marlon Mangroe

30-25? [Wit overziet een dreiging. Degelijk zou zijn geweest: 48-42 (23-29), 30-25 (19-23), enz.] (3-8?) [Gelukkig ziet zwart ook niet welke dreiging hij in de stand had kunnen brengen: (2-7!). Verhindert 48-42 door (22-27), (7-11), (18-22) en (23×43). Wit is dus wel verplicht tot 45-40, waarmee zwart de stand gelijk zou hebben gehouden.] 48-42 (23-29?) [ Meer verdediging geeft (8-13), 33-28 (22×33), 38×20 (19-24), enz.] 45-40??? [Wat gebeurt er allemaal? Wit overziet het eenvoudige 32-27 (22×31), 35-30 (24×35), 33×22 met vrije doorloop naar dam.]

In het eindspel liet Van Amerongen nogmaals de winst liggen.

ZKoos2

Koos van Amerongen – Marlon Mangroe

Stand na de 59e zet van zwart.

De stand is al zettenlang gewonnen voor zwart, maar hier pakt wit de verkeerde zet. 50-39? Winst zou zijn geweest: 50-33!. Er zijn nu vele varianten te spelen, waarvan één lang voorbeeld: (29-34), 33-50 (23-29), 50-22 (1-7), 22-50 (7-11), 6-1 (11×22), 50×6 (45-50), 1-23 (29×18), 38-33.

Voor de ongelovigen: de computer geeft de diagramstand als waardering van de witte stand aan 9.99 en dat betekent: winst in alle varianten.

Uiteindelijk kwam er een één-om-drie eindspel op het bord, waarin Koos nog enige tijd bleef doorspelen. In mijn ogen een terechte ultieme poging om alsnog de winst voor LDG te behalen en daarmee uitzicht op het kampioenschap te behouden. Het mocht niet baten.

Derde winst tiental

André van der Kwartel

Het tiental van LDG heeft in de negende ronde van de Nationale Competitie zijn derde overwinning geboekt. Daarmee heeft het team het na een zwak seizoen nu in eigen hand om de nacompetitie voor degradatie/promotie te ontlopen. Het tweede team van Zaanstreek werd met 14-6 verslagen in een wedstrijd die wemelde van de al dan niet gemiste blunders. Spanningen vanwege het belang van de wedstrijd voor beide teams of gewoon een matig spelniveau? Laten we het uit piëteit met alle betrokkenen maar op het eerste houden…..

Ik mocht de score voor LDG openen. Een enkeling vond dat ik geluk had gehad, maar als ik bereken dat er geen damzet dreigt en mijn tegenstander moet proefondervindelijk ervaren dat dat ook echt zo is, is er dan sprake van geluk?

ZAndree

André van der Kwartel – Sijmen Hansen

Stand na de 18e zet van wit.

Zoals wel vaker had ik toegewerkt naar een stand van buigen of barsten. Al had ik wel ruim van tevoren berekend dat er na mijn volgende zet – voor zover ik kon zien – geen dam naar 50 in zou zitten. 34-29 (2-7), 29×20 (14×34), 39×30. Mijn tegenstander ging nu à tempo verder met (19-23), 28×19 (13×24), 30×19 en ontdekte hier dat er geen witte schijf meer staat op 29. Ware dat wel zo geweest dan had fraai kunnen volgen: (8-13), 19×8 (18-23), 29×18 (22×2), 31×22 (17×50). Leuk gezien, maar helaas. Het aardige is dat zwart op het moment van opgeven wel degelijk een damzet kan uitvoeren, maar die is wel heel erg kostbaar. Die damzet had ik dan weer niet van tevoren gezien. Waarom zou ik ook?

Totaal onverwacht scoorde Zaanstreek 2 tegen. Maurits Meijer wilde een voor de hand liggende zet spelen en vergat even de zetcontrole. Het was op slag uit.

ZMaurits

Maurits Meijer – Piet Smit

Stand na de 32e zet van wit.

(7-12). Naar eigen zeggen speelde zwart deze zet omdat hij speculeerde op wits volgende zet: 36-31?? (14-19), 25×23 (12-17), 23×21 (16×49) en wit gaf op.

Evert Dollekamp speelt gebruikelijk veertig goede zetten en biedt dan remise aan. Maar deze keer had hij al vóór de veertigste zet een schijf gewonnen. Wat nu te doen? Evert ging op de 41e zet manmoedig met dit dilemma om: hij speelde door en won. De schijfwinst kwam als volgt tot stand:

ZEvert

Victor Voskuil – Evert Dollekamp

Stand na de 33e zet van wit.

Op weg naar een nieuwe remise speelde Evert hier (19-23!). Maar wit weigerde mee te werken. In plaats van 44-40 speelde wit 29-24?? Nu zou (23-29), 24-20 een degelijke route naar remise zijn geweest, maar Evert besluit hier anders: (25-30), 24-20 (14×25), 35×24 (23-29) en de schijf winst was binnen.

LDG kwam op een 2-6 voorsprong door een overwinning van Jack van der Plas, al deed hij daar iets langer over dan nodig:

ZJack

Martin Berends – Jack van der Plas

Stand na de 34e zet van wit.

Zwart forceert een schijf winst: (15-20!), 30-25 [Na 43-39 had zwart ook ten minste een schijf gewonnen door (19-24) met als fraaiste afwikkeling: 30×19 (13×24), 28×30 (20-24), 30×19 (8-13), 19×17 (11×44)] (12-18?) [Zwart mist de winst: (13-18), 25×14 (19×10), 28×19 (8-13), 19×17 (11×33)] 25×14 (19×10), 28×19 (13×24). De stand is weer gelijk, maar wit wil méér: 32-28?? en gaf op na (18-22!).

Edwin van Hofwegen bracht met een gelijkwaardige remise de stand op 3-7 voor LDG, waarna Hans Tangelder de voorsprong verder uitbreidde. Zijn tegenstander ging pas heel laat in de fout.

ZHansT

Bart van Geel – Hans Tangelder

Stand na de 47e zet van zwart. 43-39?? (23-29) en wit gaf op. Er valt voor wit weinig meer om voor te vechten. In de diagramstand had 27-21 nog verdediging gegeven.

Het elfde en winnende punt werd ingebracht door Peter van den Berg. Dat zijn tegenstander onderweg een zetje miste en vele zetten lang beter, zo niet gewonnen, heeft gestaan, mag de pret niet drukken. Het gaat er per slot van rekening niet om wie de eerste fout maakt, maar wie de laatste.

ZPeter1

Peter van den Berg – Mohammed Aliem Wagid Hosain

Stand na de 18e zet van zwart.

30-24?? (19×30), 25×34 (15-20??) Beide spelers overzien dat zwart een schijf kan winnen met (27-32), (17-21) en (11×24).

Maar het kwam allemaal nog goed voor Peter:

ZPeter2

Peter van den Berg – Mohammed Aliem Wagid Hosain

Stand na de 37e zet van wit.

(17-21!?) [Zwart voorziet de witte actie niet. Veel sterker is (9-14).] 37-31! [Dank zij de kettingstelling heeft zwart vermoedelijk voldoende compensatie om 31-26 te overleven. Maar hij overziet de afwikkeling niet.] (21-26??), 45-40 (26×28), 33×22 (24×33). Pas hier zag zwart wat hem boven het hoofd hing: 39×8 (3×12), 22×4 en hij gaf op.

Evert Bronstring speelde remise in een partij waarin hij er werkelijk alles aan deed om tot winst te komen. Hij trof echter een degelijke en stugge tegenstander die uitsluitend in remise was geïnteresseerd. En dat lukte.

Ook Harry Dekker speelde remise in een partij waarin beide spelers duidelijk er niet op uit waren om tot scherp spel te komen. Een voorbeeldpartij voor het cliché dat “het evenwicht nergens werd verbroken”.

Dat kan bepaald niet worden gezegd van de partij van Hans Kreder, die met een remise de eindstand op 6-14 bracht. Ik denk dat Hans een of ander record heeft gebroken in het missen van winnende kansen. De computer geeft maar liefst negen momenten aan waarop Hans het (veel) beter had kunnen doen. Al die kansen die hij kreeg waren onder meer te danken aan het feit dat Hans de wedstrijd begon met meer dan een uur tijdsvoorsprong op de klok. Zijn tegenstander “wist niet dat hij moest dammen”.

In het middenspel had Hans al meerdere keren winst kunnen forceren en laten lopen, maar in de overgang naar het eindspel was hij een schijf vóór gekomen. We volgen de partij vanaf de 58e zet van wit.

ZHansK

Hans Kreder – Remmert Sijm

25-20? [Waarom offeren voor een doorbraak als je aan de andere kant gratis door kunt lopen? Sterker is 16-11 met bijvoorbeeld: (22-27), 11-6 en nu is (27-31) verhinderd door23-18! (31×24) 18×7]

(14×25), 15-10 (25-30), 10-5 (30-35), 29-24?? [Wit mist hier het eenvoudige 37-31 (26×37), 38-32 (37×19), 5×25 met winst.]

(22-27), 16-11 (13-18) [Zwart kon zich beter verdedigen met (12-18), (13-18), (9-14) en (27-31). Nu had het uit moeten zijn.]

23-19?? [ Wit mist hier: de zetten 11-6, 6-1 en het is uit.]

(27-31), 37-32? [ Veel beter is: 19-13 (31×33), 13×4, maar het is al niet meer te voorkomen dat ook zwart op dam komt.]

(31-36), 11-6 [Hier mist wit zijn laatste kleine kans om nog te winnen. Dat had misschien nog mogelijk geweest na 32-28, maar het wordt een moeizaam verhaal. Enkele zetten later werd remise overeengekomen.]

Veertig Zetten

Evert Dollekamp

Evert Dollekamp speelde zoals gebruikelijk veertig goede zetten en bood vervolgens remise aan.’

Kent U die uitdrukking?

In een niet zo antiek verleden is besloten dat een dampartij minimaal veertig zetten moet duren. Niemand weet waarom. Nou ja, ik weet het wel natuurlijk. Om te bevorderen dat het publiek in groten getale naar het dammen komt kijken heeft men bedacht dat dit een goede maatregel zou zijn. Een vreemde vaststelling. Want kijk nu toch eens aan. Partijen die zich daar voor lenen vorderen op tenenkrommende wijze. Eigenlijk is het al na zeg veertien zetten afgelopen en dan moeten we er nog zesentwintig. Alsof dat leuk is om naar te kijken. Mensen komen nooit meer terug!

Hoe is dat allemaal ontstaan? Het zou me niet verbazen als de kiem al werd gelegd tijdens de match Sijbrands – Andreiko. Vanwege wederzijds respect, vooral van laatstgenoemde, eindigden vele van de twintig partijen al voor ze goed en wel waren begonnen. Daarnaast nam de kennis van het spel een grote vlucht. Niet voor ons eenvoudige ploeteraars, maar vooral voor de grootmeesters onder ons. Waardoor grootmeesters elkaar onderling niets meer wilden laten bewijzen. Tenminste, in 90% van de gevallen. Gevolg: gortdroog geruil.

Hoewel, doe het maar eens na. In vervlogen tijden probeerde ik eens Gerard Jansen na te doen. De ene nul na de andere. Waarbij gezegd moet worden dat Gerard (nog steeds) constructief ruilt. Dit even terzijde.

Heel af en toe zit ik wel eens op toernooibase. Maar als ik een partij zie staan tussen laten we zeggen Baljakin en Virny uit de nationale competitie en daar staat een eentje achter (als eerste uit) met remise als resultaat, dan weet ik al genoeg. Overslaan. Zelf weet ik wel raad met die belachelijke regel. Als er na bijvoorbeeld dertig zetten niets meer aan is, dan bied ik gewoon remise aan. Dan maar 0 – 0, zijnde de sanctie. ‘Ja? Dus?’ (Klaas Dijkhoff).

Wat is dat toch een ontzettende flauwekul, die veertig-zettenregel. Heeft de dambond geen betere dingen te doen? Het enige leuke is de reactie van de tegenstander als je te vroeg remise aanbiedt. ‘Maar, maar … ‘ Ik heb het nu vier keer aan de hand gehad. De enige die er intrapte was vorig jaar een speler van Zaandam. Maar die bleek bij navraag de regel niet te kennen. De arbiter ook niet. Ik moest aandringen op een 0 – 0 vermelding op het wedstrijdformulier.

De onvoltooide heks-telling

Evert Dollekamp

De achtste competitieronde kwam De Variant uit Oudenbosch bij ons op bezoek. Een leuke middag, want we wonnen met 12-8. Mijn tegenstander Martin de Wolf had een paar boekjes bij zich met als titel weet ik niet meer, want dan moet ik twee trappen af en daar heb ik nu net even geen zin in. Iets van ‘De Variant, Dammen in Slow Motion’, zoiets. Afgelopen zondag in de sauna eindelijk het boek uit de tas gehaald en gaan lezen. BTW: als je 12 jaar geleden in de sauna bent geweest en dat was ook het laatste weegmoment, dan is een lichte schrik je deel: 17 kilo er bij. Dit terzijde. Ik lezen. Wat een prachtig boek! Niet zo prachtig dan/als ‘Wie door de week traint is ’s zondags moe’, want echte kunst is niet te evenaren laat staan te overtreffen.

Het boek bevat interviews met Jan en alleman waaronder Ton Sijbrands. Helaas staan er ook partijen, fragmenten en analyses in, maar je kunt niet alles hebben. Het is toch vooral tekst. Goed, vlot geschreven met opvallend weinig schrijf- en stijlfouten. Sterker nog: ik ben er tot nu toe, een inleiding en twee interviews ver, slechts 1 tegengekomen. En daarover twijfel ik.

Uno momento dado (Cruijff) wordt namelijk gesproken over de zogenaamde onvoltooide heks-telling. Heeft men het hier over het Bronstring Systeem? Het systeem wat in mijn vijfde miniboekje ‘Evert Bronstring … Verroest !’ zal worden geïntroduceerd als het Bronstring Systeem? Ik betwijfel het. Want het Bronstring Systeem is nog niemand bekend. Om de eenvoudige reden dat het qua naamgeving nog niet is geïntroduceerd. Zodat het hierbij toch is gebeurd.

Als de onvoltooide heks-telling dan toch geen (woord-afbreek) fout is, hoe moeten wij dit dan duiden? Zoals bekend mag worden verondersteld werden in de Middeleeuwen heksen opgespoord en na vaststelling van heks zijn, naar de brandstapel gevoerd en ritueel verbrand. De gedachte was dat met deze aardige gewoonte een ultiem bewijs werd geleverd. Verbrandde de vermeende heks inderdaad, dan kreeg de rechter op zijn kop: het was helemaal geen heks. Verbrandde de heks niet als zijnde een heks, dan werd de heksenjacht ingezet. Gevallen als laatstgenoemd zijn uit de historie helaas niet bekend.

Van de heksenadministratie werd destijds serieus werk gemaakt. Alle vermeende heksen werden zorgvuldig geteld, maar altijd vielen er wel heksen buiten de boot. Ziedaar de onvoltooide heks-telling. Helaas heb ik in het Variant-boek geen verband kunnen vinden naar deze grappige folklore uit lang vervlogen tijden. Ik gok aldus op onvoltooide hek-stelling. Wel jammer eigenlijk.

Mocht je zijn vergeten het boek te kopen, ga naar de website van De Variant. Krijg je geen spijt van. Om de prijs van 15 Euro hoef je het niet te laten.

Zo, en dan nu twee trappen af voor een versnapering uit de koelkast. Wat ben ik toch grappig.

Feestje zestal duurt voort

André van der Kwartel

Met nog twee ronden te spelen staat het zestal van het Leids Damgenootschap nog steeds gedeeld eerste in de Provinciale Hoofdklasse. In de zevende ronde werd medekoploper Van Stigt Thans verslagen. Van Stigt Thans was verzwakt doordat twee van hun spelers niet meespeelden in verband met deelname aan de Halve Finales van Nederland, die de volgende dag zouden worden verspeeld. Het pikante was dat hetzelfde gold voor twee spelers van LDG (Casper Remeijer en Steven den Hollander), maar zij vonden het geen enkel bezwaar om voor het zestal van LDG uit te komen.

Het zestal kwam op achterstand door een raadselachtige nederlaag van Hans Tangelder.

VHans

Hans Tangelder – Ton Burgerhout

Stand na de 35e zet van zwart.

Zwart dreigt met (13-19) een schijf te winnen. Wit kan dat vóór zijn door 23-19 en 33-28 te spelen. Maar Hans was van mening dat deze ruil slechter voor hem was en deed dus maar 23-18?? Na (22-28), 18×20 (22×37) kwam hij een schijf achter. Daarna verdedigde hij zich zwak. Enig verweer krijgt wit nog met 47-41 (15×24), 41×32. Maar Hans koos voor: 38-33 (15×24), 40-35 (17-22), 34-30 (22-28!), 33×22 (24-29), 30-25 (3-9) en gaf op.

Frank Eektimmerman speelde remise. Dat had hij mede te danken aan het feit dat zijn tegenstander een kansrijke voortzetting miste.

VFrankNew

Hans Lansbergen – Frank Eektimmerman

Stand na de 34e zet van wit.

Het spelverloop was (17-21?), 43-38? (13-19), 39-33×44 waarna de partij naar remise kabbelde.

Zwart had in de diagramstand (30-35) moeten spelen. 37-31 leidt voor wit dan tot niets wegens: (35×22), 27×9 (24-29), 34×23 (12-18), 23×21 (16×36) met gelijk spel. Maar na (17-21) laat wit ook een kans liggen. 40-35 geeft zeer kansrijk spel. In feite taxeert de computer de stand op de waarde van een schijf winst voor wit.

Harry Dekker bracht met zijn remise de stand op 4-2 voor Van Stigt Thans. Over de wijze waarop dat ging valt nog wel iets aardigs te vermelden.

VHarryD

Harry Dekker – Gerrit van Mastrigt

Stand na de 45e zet van wit.

Spelverloop: (21-26), 27-21 (16×47), 45-40 (23×32), 39-33 (47×29), 34×3 (32-38), [Door de aanwezigheid van een schijf op 9 wint (32-37) niet.] 3-20 (38-42), 20×47 (19-24) en zeven zetten later remise gegeven.

In de diagramstand komt de computer met de suggestie (15-20) met het volgende aardige verloop: 36-31 (21-26), 35-30 (26×48), 27-21 (16×38), 30-25 (23×32), 25×3. De computer verklaart de stand tot remise en het is inderdaad onduidelijk hoe zwart nog vier stukken op het bord weet te houden. Voer voor liefhebbers van complexe eindspelen.

Na deze beide remises kwam de scoringsmachine van LDG goed op gang. Achtereenvolgens wonnen Steven den Hollander, Koos van Amerongen en Casper Remeijer hun partijen, waarmee zij de eindstand op 4-8 in het voordeel van LDG brachten.

VSteven

Guido van den Berg – Steven den Hollander

Stand na de 33e zet van zwart.

Wit lijkt moeilijk te staan. Op bijvoorbeeld 30-25? volgt (19-23) en (21-26). Maar met de zet 47-41 lijkt niets mis te zijn. Wit gaat echter tot een drieste actie over: 28-22 (7-11), 31-26 (12-17), 30-25 (17×48), 25×3 (48×25), 26×17 (11×31). Je moet maar zin hebben in zo’n complex eindspel, maar wit gaat al snel in de fout: 38-33 (6-11), 33-28?? (11-17), 3×20 (25×14) en wit gaf op.

Koos van Amerongen kreeg de overwinning in de schoot geworpen. Zijn tegenstander meende een winnende damzet te nemen, maar overzag dat Koos op twee manieren twee schijven kon slaan. Koos besloot niet mee te werken aan de vileine bedoelingen van zijn tegenstander.

Casper Remeijer moest heel wat harder werken om de overwinning binnen te halen.

VCasper1

Geert Prinsen – Casper Remeijer

Een tactisch leerzaam moment deed zich voor op de 40e zet van zwart. Zwart staat een schijf voor maar geeft met 1-7!? veel van zijn voordeel weg. [Beter was om direct (25-30) te spelen. 39-33 en 50-44 faalt vanwege de schijf op 27.] Wit kan nu namelijk 50-44-40 spelen, waarmee hij met vier schijven het vijftal zwarte schijven op zijn korte vleugel totaal vastlegt [(25-30?), 39-33!]. Een aardige voorbeeldvariant na 50-44 is: (8-13), 44-40 (7-12), 27-22 (13-19), 40-34 (29×40), 45×34 en zwart zal moeten afhaken. In de partij speelde wit na (1-7), 43-38.

Casper werkte uiteindelijk het eindspel degelijk af:

VKasper2

Geert Prinsen – Casper Remeijer

Stand na de 49e zet van wit.

(35-40), 38-33 (25-30), 33-28 (40-44!), 50×39 (45-50!) Wit heeft geen tempo. 39-34 (30×39), 27-21 (26×17), 22×11 (50-45), 11-6 (45-1), 28-23 (1×45), 6-1 (15-20) en wit gaf (eindelijk) op. Overigens wint zwart de slotstand ook zonder de schijf op 15: (39-44), 1-6 (44-50), 6-1 (50-6).

WK stukkie

Evert Dollekamp

Een Elementaire Fout

Na twee dagen RTV Drenthe is mij duidelijk geworden waar het grote verschil zat tussen beide combattanten. In pak of niet in pak, dat is de kwestie. Roel is behalve twee koppen groter het toonbeeld van een grootmeester. Hij ziet er perfect uit in zijn (maat?)pak. Kijk, aan die twee koppen kan Schwartzman natuurlijk niets doen. Hoewel, met plateauzolen en een Prlwytzkofsky-schoorsteenhoed kun je een heel eind komen. Maar alle gekheid op een stokje: het gaat natuurlijk om het pak.

Roel heeft al vaker laten zien dat hij in pak vleugels krijgt. In zijn vorige match had tegenstander Jan Groenendijk dat goed in de gaten en bestreed Roel met gelijke wapens. Bovendien heeft Jan rood haar. Jammer voor hem was het krachtverschil veel te groot. Schwartzman was beter opgewassen maar kwam er toch niet aan te pas. Had nu toch een pak aangetrokken! En niet een versleten spijkerbroek en smoezelig overhemd. Met korte mouwen, ook dat nog. Het is wel winter ja!

Hoewel dat laatste geen indruk gemaakt zal hebben. In Moskou vriest het een graad of 25. Maar ondanks deze elementaire fout was Schwartzman een waardig verliezer. Na de ontknoping kreeg de verslaggever van RTV Drenthe geen kans een vraag te stellen. Schwartzman gaf alle credits aan Boomstra en complimenteerde hem met zijn bijna foutloze spel. En zei dat hij zelfs niet teleurgesteld kon zijn. Waarna hij zich grappend afvroeg of Boomstra misschien aan de doping had gezeten.

BTW – Even dacht ik dat Schwartzman (nu al vele malen zonder tikfout opgeschreven!) twee weken lang hetzelfde overhemd aanhad. Maar gelukkig: hij heeft meerdere dampatroonachtige patroontjes meegenomen uit Rusland. Maar! Zou dat geen gemiste kans zijn geweest? Roel speelde weliswaar met oordopjes, maar niet met neusdopjes! Twee weken dezelfde kleren aan, vooral ondergoed … ik zou het proberen!! Hoewel je dan ook in je eigen stank zit natuurlijk. Maar daar heb je dan weer neusdopjes voor!  Ik ga mij nu inschrijven voor de voorronde WK 2021!!

Wereldkampioen !

Een meeslepende match. Te hooggespannen verwachtingen. Botsende speelstijlen zou garant staan voor spektakel. Ieder weldenkend mens weet dat de zaken niet zo eenvoudig liggen. Zo is een botsende speelstijl alleen botsend als beide spelers geen ontzag hebben voor de ander. Anders gezegd: Schwartzman laat Boomstra aanvallen en Boomstra laat Schwartzman omsingelen. Het was in meerdere partijen spelbreker. En dan nog het fenomeen herstelremises. Met name Schwartzman laste hier en daar een extra rustdag in. Na die langzame verliespartij bijvoorbeeld, logisch. Maar ook na een benauwde remise, verrassend maar eigenlijk ook wel logisch. En ongetwijfeld zal het zijn voorgekomen dat een speler in de opening Verrast werd. Dan maar verder met de voet op de rem, iets wat ze in Huissen heel erg goed kunnen overigens.

Hoe ouder ik word, hoe minder verstand ik heb van het spel. Maar ik spreek geen wartaal als ik zeg dat Roel Boomstra de match overtuigend en zeer verdiend heeft gewonnen. Kan ik me geen buil aan vallen, want Schwartzman zei het zelf ook al. Alle facetten van het spel heeft hij onder de knie. Aanval, verdedigen, klassiek, opening,  middenspel, eindspel ….. zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. De enige speler die door de week traint en ’s zondags niet moe is. Zonder enige twijfel een terechte wereldkampioen. Ik voorspel dat hij het zestal van Harm Wiersma voorbijgaat. Ondanks de moordende concurrentie. Hoewel die in de tijd van Wiersma ook niet mals was (Koeperman, Sijbrands, Andreiko, Gantwarg, Tsjegolev, Korenjevski, Smith, Don Kandane, enz enz).

Van de moeder een gebreide sjaal. Van de koning een telefoontje. Het was een gedenkwaardige zondag. Ik heb in ieder geval een leuke dag gehad.  Samen met een volle zaal. En 666 internetbezoekers. Dat laatste zal vooral Hans Jansen goed doen, die 666 bedoel ik.

Tweede winst tiental

André van der Kwartel

Het tiental van het Leids Damgenootschap heeft zijn tweede overwinning van dit seizoen behaald. De tegenstander was damclub De Variant uit het Brabantse Oudenbosch Bij aanvang van de wedstrijd stonden beide teams met twee punten op de met het tweede team van Zaanstreek gedeelde laatste plaats. De wedstrijd had dan ook alle kenmerken van een degradatieduel. Veel spanning, veel fouten, onverwachte wendingen en uiteindelijk het verlossende winnende elfde punt. Dat werd binnen gebracht door Hans Kolfoort. Hans was op het laatste moment ingevallen voor uw verslaggever die met wat grieperige klachten liever de rol van arbiter op zich nam.

Het leek een moeilijke middag te worden voor LDG toen Peter van den Berg al na één uur spelen zijn partij moest opgeven. Gezien de eenvoud van maar liefst drie blunders in één partij moeten we er maar van uitgaan dat Peter zijn dag niet had. Maar ook zijn tegenstander was niet helemaal bij de les.

VPeter

Peter van den Berg – Franklin Denissen

Stand na de 9e zet van zwart.
De eerste blunder van Peter: 50-44?? (11-16??). Beide spelers overzien: (21-27), 32×21 (12-18), 21×23 (7-12), 28×17 (19×50). Spelverloop: 37-31 (21-27), 32×21 (16×27), 42-37 (6-11), 44-39 (13-18), 39-34?? Dit is de tweede blunder van Peter en nu werd hij wel opgemerkt: (27-32), 38×27 (19-24), 30×19 (14×21). Peter speelde met een schijf minder nog door, maar beging acht zetten later weer een blunder. Daarmee had hij het wel gezien.

Hans Tangelder bracht de partijen weer op gelijke hoogte. In zijn partij deed zich een discutabel fragment voor.

VHansT

Hans Tangelder – Daniella de Vos

Stand na de 23e zet van wit.
Na (8-12!?) stond Hans voor de vraag of hij de volgende afwikkeling moest nemen: 27-22 (18×27), 38-33 (27×29), 48-43 (23×32), 34×23 (19×28), 30×26. Wit lijkt een schijf te gaan winnen, maar lukt dat ook? En zo ja, heeft zwart dan niet veel compensatie? Een mogelijk vervolg is: (7-11), 42-38 (3-8), 38×27 (8-12), 41-36 (9-13), enz. De schijfwinst is binnen, maar het lijkt nog lang geen gelopen race en Hans besloot dan ook van deze actie af te zien. Hij kreeg snel gelijk. Het spelverloop na (8-12) was: 41-37 (7-11), 46-41 (2-8), 41-36 (23-29??), 34×23 (18×29). Een ietwat onbegrijpelijke actie van de zwartspeelster. Ze staat iets beter, maar vreesde wellicht een aanval op de lange vleugel. Nu hoefde Hans alleen nog maar een aantal afwachtende zetten te spelen en de schijfwinst annex doorbraak naar veld 10 kwam er vanzelf uit.

Evert Dollekamp speelde zoals gebruikelijk veertig goede zetten en bood daarna remise aan. Ook Evert Bronstring speelde remise, maar over zijn partij vallen wel enkele interessante opmerkingen te plaatsen. Ik wil beginnen met de teleurstellende afloop:

VEvertB3

Evert Bronstring – Hans Bomgaars

Stand na de 50e zet van zwart.
Ik stond erbij en telde alvast de twee punten: 45-40 (23-29), 34×14 (20×9), 40-34 (25-30!!), 34×25 (9-14). Ongelooflijk. Zwart staat twee schijven achter en het is potremise. Evert probeerde nog 26-21, maar de partij liep snel remise.

De computer geeft twee momenten in de partij aan, waarop Evert het ogenschijnlijk beter had kunnen doen, zonder dat er nu gelijk een overtuigende winstvariant op het bord komt. Het eerste moment komt na de 42e zet van zwart:

VEvertB2

Evert Bronstring – Hans Bomgaars

Evert koos hier voor de ruil 32-28×27, maar de computer adviseert 32-27. Ook dan volgt er een vastloopvariant, waarin zwart moet offeren, maar wit meer kansen lijkt te hebben. Bijvoorbeeld:
(6-11), 31-26 (11-17), 38-32 (7-12), 36-31 (12-18), 43-38 (17-22), 45-40 (8-12), 26-21 (25-30), enz. Ondanks de schijf voorsprong waardeert de computer de stand slechts op 0.40 wat in computertaal betekent dat de witte stand beter is, maar de uitslag nog niet duidelijk.

Op dezelfde manier geeft de computer nog een mogelijke verscherping van de strijd aan na de 48e zet van zwart:

VEvertB3

Evert Bronstring – Hans Bomgaars

Evert speelde hier 36-31, maar de computer suggereert: 34-29! (25-30), 27-22 (18×27), 38-32 (27×38), 33×42 (24×22), 35×15. Maar ook na deze afwikkeling geeft de computer duidelijk maar geen doorslaggevend voordeel voor wit aan.

Maurits zette met een eenvoudig zetje LDG op voorsprong:

VMaurits

Maurits Meijer – Mark de Wolf

Stand na 14e zet van zwart.
30-24 (20×29), 33×24. Op dit moment stond ik bij het bord van Maurits en maakte mij een klein beetje zorgen over (14-20), 39-33 (20×29), 33×24?? (22-27!), maar natuurlijk had Maurits dat wel gezien. In de partij speelde zwart (6-11??) waarna volgde 24-20, 34-29, 39×6. Maurits moest nog zorgvuldig spelen, maar speelde de partij degelijk naar winst.

De spanning nam weer toe toen De Variant gelijk kwam door een nederlaag van Jack van der Plas. De partij werd uiteindelijk uitgemaakt door een aardig zetje, maar ik wil ook het moment laten zien, waarop Jack zichzelf nodeloos in onoverkomelijke problemen bracht.

VJack

Mark Klaassen – Jack van der Plas

Stand na de 26e zet van wit.
Ik had deze stand gezien en verwachtte zonder meer de zetten (24-29) en (22-28). Wie schetst mijn afgrijzen toen ik terugkwam bij het bord en bleek dat de zetten (7-11) en 32-27 waren gespeeld? Een perfect economische hekstelling voor wit zonder dat zwart ook maar enige tegenkans lijkt te hebben. Waarmee niet gezegd is dat wit wel even gemakkelijk zal winnen, maar zwart zal nooit tot kansrijk spel kunnen komen.

De partij werd door wit met een eenvoudige slagzet uitgemaakt:

VJack2

Mark Klaassen – Jack van der Plas

Stand na de 44e zet van wit.
(14-20), 26-21 (17×26), 37-32 (26×28), 38-33 (22×31), 33×15.

LDG kwam al snel weer op voorsprong door een overwinning van Edwin van Hofwegen. De partij werd beslist met een verrassende damzet:

VHansKr

Martin Nederlof – Edwin van Hofwegen

Stand na de 27e zet van zwart.
Wit heeft te maken met een dubbele dreiging. De ene dreiging is (24-30) en (18-22). Wit haalt die damzet eruit, maar dan treedt de tweede dreiging in werking: 43-38? (24-30), 35×24 (16-21), 27×16 (17-21), 16×27 (23-28), 33×13 (8×50).

Hans Kreder vergrootte de voorsprong naar 10-6 in het voordeel van LDG. Maar daarvoor mocht hij zijn tegenstander wel dankbaar zijn. Ongetwijfeld de spectaculairste partij van de middag.

VHansKr2

Hans Kreder – Jan Kerkhofs

Stand na de 18e zet van zwart.
Na een complexe ruil vanuit de opening (waarbij Hans niet de beste keuze had gemaakt) was deze stand op het bord verschenen. Zwart dreigt met (12-17) een onweerlegbare damzet in het spel te brengen. Wit kan die dreiging uitschakelen met 39-33. Na (12-17) volgt dan het aardige 22-18, 28-22 en 35×4. Wit zag de dreiging echter niet aankomen en speelde 34-30? (12-17!). Zwart dreigt nu na (16-21), (26-31) en (19-24) met een damzet naar 46 of 48. Ik had de indruk dat Hans pas na enige tijd deze dreiging in de gaten kreeg. Na opnieuw lang nadenken speelde hij 39-34. Ook zijn tegenstander gaf aan dat die zet de beste was. Waaruit maar weer eens bleek dat de wedstrijd in opperbeste stemming verliep. Overigens hadden beide spelers het fout. De beste zet voor wit was 30-25 geweest, omdat wit dan na de damzet de dam voor gelijkspel afpakt. Voor de zwartspeler was de witte zet echter aanleiding om de damzet niet onmiddellijk uit te voeren. Kennelijk verkeerde hij in de veranderstelling dat die damdreiging niet wegliep. De dam naar 46 had echter wel genomen moeten worden (2-8??), 30-25 (20-24??) Nog steeds had de dam genomen kunnen worden, al was hij nu niet meer winnend geweest. Maar zwart heeft nog groter onheil over zich afgeroepen: 27-21 (16×18), 28-22 (18×27), 31×1 (15-20), 1×29 (24×33), 38×29 en wit stond een schijf voor.

Invaller Hans Kolfoort bracht het elfde punt binnen. Dat zag er allemaal riskant uit, maar nadat Hans veel tijd had gestoken in het doorrekenen van een nadelige stand, speelde hij deze achter elkaar naar remise toe. Het gaat om het volgende fragment:

VHansKo

Jan de Wolf – Hans Kolfoort

Stand na de 49e zet van wit.
Hans kan de stand met (18-23) gemakkelijk remise houden, maar hij maakt het zichzelf moeilijk: (20-25!?), 34-29! (19-23), 29×20 (25×14), 44-40 (11-16), 40-35 (12-17) Het is wit gelukt een doorloop naar dam te creëren, maar het is te laat: 37-31 (26×28), 33×13 (14-19), 13×24 (17-21), 27-22 (21-26) en de stand liep na nog vijf zetten remise.

Teamleider Harry Dekker bracht de eindstand op 12-8. Maar ook dat punt kwam door enige slordigheden moeizaam tot stand.

VHarry

Piet Nieuwenhuijzen – Harry Dekker

Stand na de 47e zet van wit.
Met (9-13) houdt zwart gemakkelijk remise, maar zwart speelde (9-14?). Wit had nu groot, zo niet winnend voordeel kunnen verkrijgen door: 28-23! (24-30), 33-29 (14-20), 44-40. Omdat (30-35) wordt weerlegd door 39-33 en 34-30 moet zwart wel zijn toevlucht nemen tot een noodsprong: (22-28), 23×32 (17-21), 16×27 (30-35) en wit krijgt een kansrijk eindspel met 29-24 (35×33), 24×15. Gelukkig voor Harry miste de witspeler deze mogelijkheid. In de partij werd gespeeld: 34-29 (24-30), 29-24 (30×19), 28-23 (19×28), 31-27 (22×31), 33×2 (31-37), 16-11 (12-17), 11×22 (37-42) en de stand liep snel remise.

Verslag Europees Kampioenschap

De laatste bijdrage aan de website in 2018 is van Koos van Amerongen, kersvers lid van LDG, over zijn deelname aan het EK 2018 in Moskou.

16-22 december, Moskou, Rusland

In de Russische hoofdstad Moskou vond van 16 tot 22 december het Europees Kampioenschap dammen plaats. Een bijzonder zwaar toernooi, niet alleen gezien het sterke deelnemersveld (zo waren op Schwarzman na bijna alle Russische toppers aanwezig), maar ook gezien het razende tempo waarin het toernooi werd afgewerkt: 9 rondes in 6 dagen (waarvan 4 rondes binnen 48 uur); als kers op de taart volgde aansluitend op de laatste ronde ook nog het EK Superblitz.

In de eerste ronde trof ik in de Let Guntis Valneris meteen een voormalig winnaar die ook dit keer weer tot de kanshebbers behoorde. Ik besloot er vol voor te gaan. Het werd een interessante partij met scherp flankspel. In het middenspel zag ik een thematische offervariant opdoemen, die ik als winnend voor mij taxeerde. Ik was dan ook verrast dat Guntis, die bekend staat als fantastisch rekenaar, deze variant toch inzette (zie diagram). Natuurlijk bleek hij het aan het juiste eind te hebben, stond ik ineens kritiek en mocht ik blij zijn dat het nog remise was. (1-1)

Koos1

Guntis Valneris – Koos van Amerongen, 1e ronde, z.a.z.

Hier volgde: 34..13-19 35.24×13 18×9 36.26-21 (het thematische offer) 27×16 37.37-32 20-24 38.29×20 15×24 39.31-27 22×31 40.36×27 en ik dacht Guntis te pakken te hebben met 9-13!? 41.23-19* 14×23 42.28×30 en 42..12-18! omdat zwart de witte schijf op 27 dreigt te winnen en 43.33-28 verhindert is. Ik besefte me pas na 43.48-42! dat 17-22 verhindert is. Gelukkig is het dus nog remise.

Als `beloning’ voor deze prestatie kreeg ik veelvoudig Nederlands Kampioen Alexander Baljakin in de middagronde voor de kiezen. Natuurlijk ook een kanshebber. Ik ging er weer vol in, maar door gebrek aan kennis in een openingsvariant kwam ik snel in het nadeel. Het was aan Baljakin wel toevertrouwd om dat om te zetten naar winst. Jammer, maar weer wat geleerd! (0-2)

Tot zover de wereldtop. Tijd voor de mede-recreanten. Allereerst de sympathieke Duitse veteraan Raphaël Zdoroviak. Ik kwam goed uit de opening en kon op behoorlijk terreinvoordeel buigen. Zdoroviak probeerde zijn weg naar de remise te ruilen, maar maakte in de cruciale fase een beslissende fout. Er zaten evenwel nog een aantal leuke combinaties in, waardoor de remise niet zó eenvoudig was als Zdoroviak achteraf dacht. (2-0)

Koos2

Koos van Amerongen – Raphaël Zdoroviak, 3e ronde, z.a.z.

Zdoroviak stond al een tijd onder druk en speelde hier foutief 46..21-26? en na 47.42-37 9-14* 48.33-29 26-31 49.37×26 14-20 50.32-27 18-23 51.29×9 20×40 52.9-3 25×34 53.3-25! staat alles goed voor wit. Ik had gezien dat zwart zich beter kon verdedigen met 46..9-14 47.34-29 25×23 48.42-38 19×30 49.28×8 30-35. Na 50.8-2! moet zwart nog wel oppassen. Zo wint na 50..35-40? 51.2-7!, omdat zwart niet goed op dam komt. Het leukste is dat 50..14-19 51.2×24 35-40? verhinderd is, vanwege 52.47-41! 36×37 53.32-27 21×43 54.24-35! en hoe zwart ook slaat, wit wint. Ik vermoedde dat er na 50.8-2 nog wel een remise in zou zitten, maar zag niet hoe. De computer komt met 50..14-19 en 51.18-23 =.

Vervolgens een “sterke amateur” zoals hij zichzelf omschrijft: Aleksej Domchev. Het werd een saaie partij, waarin ik kon kiezen uit de remisevarianten, maar het “mezelf niet moeilijk” wilde maken en dat daarmee juist wel deed en uiteindelijk een 4-om-4 nog wist te verliezen. (0-2) Een mentale dreun. In de middagronde zag ik in Aleksei Bolshakov een Russich talentje voor me. Hij speelde zowaar een theoretische variant mee, maar zoals ik uit een eerder partij had vernomen, kende hij deze niet diep genoeg. Hij liep in een bekend schijfkostend zetje, dat tot overmaat van ramp niet bleek te winnen. Daarmee was het einde van mijn toernooi wel gemarkeerd. (1-1)

De rondes erna speelde ik leuke partijen tegen de voor DEZ Culemborg uitkomende Wit-Russische MI Uladzislau Valjuk, MF Patrick Casaril en MF Alexandr Surkov. Tegen de eerste werd het een principiële partij waarin, zo bleek achteraf, we beiden een goede kans op groot voordeel gemist hebben. Op het eind kwam ik nog ver, maar de op 64-velden getrainde Valjuk had geen problemen de remise te vinden. Tegen Casaril en Surkov speelde ik misschien wel mijn beste partijen, maar in beide partijen liet ik de winst liggen. Een fragment uit mijn partij tegen Casaril:

Koos3

Koos van Amerongen – Patrick Casaril, 7e ronde, w.a.z.

Zwart heeft zojuist 35.20-25?! gespeeld. Wit kan nu met 36.33-29!? 24×22 37.39-33 25×34 38.40×7 combineren, maar dit levert slechts remise op, omdat zwart de witte dam snel kan vangen, met 38..19-24! 39.32-27 (damhalen is immers verhinderd) 22×31 40.36×27 3-8! Dus ging het verder met 41.39-34 (dreigt met o.a. 27-22) 13-18 42.37-31 17-22 en met 43.26-21! wist ik allerlei ideeën in de stand te weven. Zo zijn bijvoorbeeld 6-11, 3-8 en 4-9 verhinderd door kleine zetjes, en volgt op 43..3-9? 44.34-29! en 46.32-28. Zwart speelde echter sterk 43..15-20! Ik was nu van plan om het offer 44.21-17 12×21 45.31-26 22×31 46.36×27 te spelen, omdat allerlei vastloopvarianten met op het eind de wending 30-24 19×39 28×8 voor zwart nadelig uitpakken. Maar, zwart wint op slag met 46..4-9! 47.26×17 3-8!, om op wits enige zet 48.33-28 te vervolgen met 48..18-22! Dus moest ik aan de noodrem (44.31-26 22×31 45.26×37) en kwam ik nog goed weg met remise.

Met een overwinning in de laatste ronde op Vasily Markin wist ik alsnog mijn gemiddelde te halen en in dit veld om en nabij verwacht te scoren. Verassend winnaar werd de laag ingeschaalde 18-jarige Wit-Rus Michael Semanyiuk, die bij de jeugd al de nodige titels in de wacht had gesleept. De overigens erg ongeïnteresseerd overkomende kampioen speelde snel en sterk, liet zijn op winst uit zijnde tegenstanders in het mes lopen en consolideerde vervolgens overtuigend zijn +4-score (tegen 2343 FMJD-rating gemiddeld!) om daarmee de titel én de grootmeestertitel op te eisen.

Persoonlijk vond ik het hoogtepunt van het toernooi de partijen van Wouter Sipma tegen Alexey Chizhov en – vooral – Jan Groenendijk tegen Alexander Georgiev. Beide Nederlanders, waren tegen hun illustere tegenstanders niet bezig met “de boot afhouden”, maar speelden principieel en gingen voor de winst. Beiden kregen de deksel op hun neus. Wouter zag te laat aankomen dat hij in de problemen zat; Jan kwam in een macro-eindspel waarin hij remise na remise liet liggen en uiteindelijk in zeer goede – vermoedelijke gewonnen – stand in een trucje van ‘Sjors’ liep. Zuur. Ter illustratie één van de remises die Jan liet liggen, die mooi getuige van zijn combinatieve instinct:

Koos4

Jan Groenendijk – Alexander Georgiev, 8e ronde, w.a.z.

In dit explosieve macro-eindspel zag Jan dat hij een remisecombinatie kon nemen met 32.37-31 26×37 33.32×41 21×34 34.28-19! 14×23 35.33-28 23×32 36.42-38 32×43 44.48×6 =. Jan taxeerde zijn stand (terecht) als beter en speelde door.

Dan nog de Superblitz. Elke wedstrijd eindigde in een beslissing, aangezien er in elke ronde volgens het Georgiev-Lehman-Systeem werd gespeeld (i.e., er werd met dezelfde tijd doorgespeeld totdat er een winnaar was), met een Fischer-tempo van 5+2. Dat werd Ainur Shaibakov, die al zijn wedstrijden uiteindelijk wist te winnen. Zelf eindigde ik met 5 overwinningen en 2 nederlagen op een gedeeld 3e (en op `weerstand’ 10e) plaats, samen met een bataljon grootmeesters, waaronder veelvoudig wereldkampioen Alexey Chizhov.

De omstandigheden in Moskou waren uitstekend. Althans, in het hotel en de speelzaal. Buiten was het met tussen de 10 en 20 graden in de min toch wat aan de koude kant. Als voormalig inwoner van Moskou ben ik dat wel gewend, maar mijn landgenoten hadden het er niet altijd even makkelijk mee. In die zin was het nog zo gek nog niet dat het schema zo vol zat met wedstrijden … Gelukkig had ik voor en na het toernooi nog een paar dagen extra om van Moskou te genieten.