Zesde verlies tiental

André van der Kwartel

Het tiental van LDG heeft voor de zesde keer verloren. Ik kan mij geen seizoen herinneren waarin het tiental zes van de eerste zeven ronden verloor. Ook na deze wedstrijd kan achteraf worden geconstateerd dat het tiental ten minste één punt heeft laten liggen. Een constatering die ik helaas dit seizoen vaker heb moeten doen. Het Leids Damgenootschap staat momenteel tiende en speelt de komende twee ronden tegen de nummers elf en twaalf. Dat worden belangrijke wedstrijden.

Het wedstrijdverloop.

In mijn vorige verslag over de prestaties van het zestal heb ik een loftuiting opgenomen van Hanco Elenbaas op de prestaties van Hans Tangelder dit seizoen. Daarmee roep je natuurlijk het noodlot over je af. In deze wedstrijd ging Hans nogal hardhandig van het bord af. Als alles door zijn tegenstander is doorzien (en ik heb geen reden om daaraan te twijfelen), hebben we hier te maken met een heuse lokzet.

HansDamlust

Hans Tangelder – Erik Maijenburg

Stand na de 25e zet van wit.

(8-13). Met deze zet biedt zwart wit een doorbraak naar dam aan. 25-20 (24-30), 35×24!?? (19×39), 28×8 (39×26), 8-2 (15×24), 2×35 maar nu de weerlegging: (9-13), 35×21 (16×27) en wit stond een schijf achter met een slechte stand.

Vervolgens liet Jack van der Plas zich overspelen. In die partij miste zijn tegenstander een voordelige afwikkeling of liet hij hem bewust achterwege?

JackDamlust

Ruud Kloosterman – Jack van der Plas

Stand na de 28e zet van wit.

(12-17). Wit antwoordde 38-33 (17×39), 40-34 (29×40), 45×43 en won later. Maar wit had hier ook een slagzet uit kunnen halen: 40-34!! (17×28) [ Na (29×40) volgt 45×34 en 34-29] 49-43 (29×40), 35×44 (24×35), 44-40 (35×44), 43-39 (44×33), 38×29 (23×34), 32×1. Na (34-40), 45×34 (19-23), 1×29 (20-24), 29×20 (15×24) zal wit nog wel wat denkwerk moeten verrichten, maar de stand lijkt wel gewonnen.

Vervolgens brachten uw verslaggever en Evert Dollekamp remises binnen waaruit geen opvallende momenten zijn te citeren. Na deze remises kwam LDG terug in de wedstrijd.

Edwin van Hofwegen won omdat zijn tegenstander opgaf in een complexe stand met veel schijven en ieder één dam. Maar het is de vraag of dat niet wat vroeg was.

EdwinDamlust

Kariem Droog – Edwin van Hofwegen

Stand na de 26e zet van zwart.

Wit staat slecht. De computer adviseert 37-32 (16-21), 41-37 (10-14), 34-30, enz. met een schijf verlies, maar nog wel enige compensatie. Wit speelde echter: 49-44? (18-23), 29×7 (20×49), 7-1 (27-32!?) [Niet de beste. Beter was (10-14). Zwart kan de witte dam dan altijd vangen. Bijvoorbeeld: 37-32 (16-21), 39-34 (2-7), enz.] 38×9 (49×3 over 28), 1-23 [Beter was 1-45] (3-14) [Beter was (17-22) en (8-13)] 23-45 (8-13), 45-50 (14-3), 33-29 (10-14), 29-23 (25-30). Hier gaf wit op, maar dat lijkt nog wel wat vroeg. Na 50-45 valt er nog te spelen.

Vervolgens bracht Evert Bronstring met een overwinning de stand op 6-6.

EvertDamlust

Evert Bronstring – Maaike Kamer

Stand na de 16e zet van wit.

(17-21??), 25-20 (14×25), 28-22 (18×27), 38-32 (27×29), 34×5 (25×34), 40×20 (15×24), 47-42 (9-14), 5×30 (13-19), 30×13 (8×19). Na deze afwikkeling staat wit een schijf voor, maar heeft wel een ontwikkelingsachterstand van zeven tempi. Het afspel vereist dus nog wel enige zorgvuldigheid. Dat kun je normaal gesproken wel aan Evert overlaten, maar toch gaat hij op de 45e zet in de fout.

Evert2Damlust

Evert Bronstring – Maaike Kamer

Wit heeft een gewonnen stand op het bord gekregen. Hij hoeft alleen maar 31-27×27 te spelen en zwart kan binnen enkele zetten opgeven. Bijvoorbeeld: (14-19), 32-28 (24-29), 25-20 (19-24), 27-22, enz. Maar Evert speelde hier 32-27? (22-28), 27-22 (28-33?) Nu komt het aan op een langdurig maar gewonnen eindspel voor wit. Maar zwart had moeten spelen: (17-21), 22×33 (21-26), 31-27 (26-31), 27-22 (31-37) met remise.

Maurits Meijer en Hans Kreder brachten met twee remises de stand op 8-8. Op dat moment waren de borden 8 en 10 nog volop aan het strijden en leek een 10-10 uitslag reëel. Dat viel helaas tegen.

Peter van den Berg speelde aan bord tien een riskante partij waarin hij van geluk mocht spreken dat zijn tegenstander een (misschien te dure) dam over het hoofd zag:

PeterDamlust

Peter van den Berg – Bouke Bruinsma

Stand na de 31e zet van zwart.

39-34? (20-24?) Heeft zwart de mogelijke damzet niet gezien of vond hij hem te duur? In ieder geval was mogelijk: (19-24), 28×30 (13-19), 22×2 (7-12), 2×24 (20×49). Het lijkt mij een degelijke damzet.

Daar had Peter dus geluk, maar helaas raakte hij op de 53e zet het spoor bijster.

Peter2Damlust

Peter van den Berg – Bouke Bruinsma

Wit staat iets lastiger, maar het mag eigenlijk geen naam hebben, wanneer hij 42-38 speelt en vervolgens met schijf 31 naar veld 16 loopt. Wit speelde echter 31-27?? (29-33), Nog steeds is er niet zo veel aan de hand als wit consequent doorspeelt met 27-21. Maar hij besluit direct te offeren: 17-12?? (7×18), 22-17 en de partij ging enkele zetten later verloren.

Harry Dekker speelde de langste partij van de wedstrijd. In die partij deed zich een aardig fragment voor:

HarryDamlust

Harry Dekker – Arie van der Knaap

Stand na de 26e zet van zwart.

Harry speelde hier 27-22×22, maar had enig voordeel kunnen verkrijgen door 39-33! Vanwege de dreiging 33-29 moet zwart wel (12-17), 34-29 (23×34), 28-22 (17×39), 38-33 (39×28), 32×5 (34-40), 5-19 (13×24), 27-21 (16×27), 31×2 met schijfwinst.

In de loop van de partij kwam Harry steeds moeilijker te staan, maar remise bleef nog heel lang binnen handbereik. Een spannend moment deed zich voor op de 49e zet van wit.

Harry2Damlust

Harry Dekker – Arie van der Knaap

Wit kan veilig dam halen op veld 3, waarna de stand gemakkelijk remise is te houden. Maar tegen 8-3 pleit dat er een complex eindspel op het bord komt dat je in een permanente status van tijdnood misschien liever niet wilt spelen. Misschien koos Harry daarom voor een afwikkeling die snel en duidelijk remise had moeten opleveren: 33-29 (24×31), 8-3 (49×27), 3×15. Volgens de eindspeldatabase is de stand nu inderdaad remise. Partijverloop: (27-18), 15-47 (18-7), 47-42 (7-2), 42-47 (16-21)A, 47-15?? (19-24), 15×16 (6-11), 16×7 (2×50) en Harry gaf op.

A) Achteraf merkte Harry naar aanleiding van (16-21) op dat hij het oprukken van die schijf naar een tweede dam niet tegen zou kunnen houden. Toch is volgens de eindspeldatabase de stand nog steeds remise. Wit beschikt zelfs over twee remise brengende zetten: 47-41 en 47-29. Beide zijn gebaseerd op het doorschuiven van schijf 28 naar veld 12. Bij wijze van voorbeeld twee varianten van de computer:

1) 47-41 (19-24), 28-23 (24-30), 23-18 (30-35), 18-12 (21-27), 41-23 (27-31), 23-32 (31-36), 32-23 en zwart mag het uitzoeken.

2) 47-29 (21-26), 28-22 Zwart kan de schijf niet veroveren: (2-13), 22-17 (13-8). 17-11 (6×17), 29-33. Met andere zetten komt zwart echter ook niet verder.

In plaats van allerlei varianten uit te werken leg ik mij neer bij de realiteit van de eindspeldatabase. Maar om te leren hoe dit soort eindspelen werken, is het misschien toch leerzaam om eens een paar varianten uit te spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *