Archive for Hans Tangelder

Wederom winst tegen DOS Delft 2 voor LDG 2

Eelco Kuipers

Woensdag 15 januari de return tegen DOS Delft 2 in Delft. De thuiswedstrijd hadden we knap weten te winnen en met wat meer vlieguren gingen we vol goede moed richting Delft. Eric, werd op het laatste moment vervangen door Wim wegens een mannengriepje. Aangezien de loting Eric op 1 had gezet mocht Wim dit bord gelijk overnemen.

Wim trad met zwart aan tegen Jan Eekhout. De opening verliep prima waarna de volgende stand ontstond:

DosD1

Stand na 22…(04-10)

Wit speelde hier 23. 31-26 waarna zwart had kunnen vervolgen met 23…(17-22) 24. 28×17 (23-29) 25. 34×23 (19×37) 26. 42×31 (21×32) 27. 38×27 (12×32) met duidelijk voordeel voor zwart.

Wim speelde echter 23…(10-15). Toen wit vervolgens verder ging met 24. 39-33 was 17-22 weer mogelijk: 24…(17-22) 25. 26×17 en nu eerst (22×31) met groot voordeel. Ook nu werd helaas 17-22 niet gespeeld. Wim speelde 24…(24-29) en verloor een schijf waarna de tegenstander het foutloos afmaakte. Een 2-0 achterstand en jammer van de gemiste kansen.

Aan bord 2 speelde Eelco tegen Cees van Atten met de witte schijven. De volgende stelling ontstond:

DosD2

Stand na 26. 41-36

Ik was wel tevreden over het verloop en wilde vanaf links het centrum in gaan lopen. De zwartspeler deed hier 26…(24-30) een plan waar ik niet direct rekening mee had gehouden. Er volgde 27. 35×24 (20×29) 28. 33×24 waarna het als volgt kwam te staan:

DosD3

Stand na 28. 33×24

Ik dacht zwart kan in elk geval niet gelijk die schijf terugwinnen. Zwart dacht hier echter anders over en speelde 28…(14-19) maar zal spijt hebben gehad na 29. 28-22 (19×30) 30. 22-17 (11×22) 31. 27×9 waarna zwart nog een schijf moet geven om dam te voorkomen. Dit leverde geen problemen meer op en zo kwamen we gelijk (2-2).

Op bord 4 speelde Daan tegen Quirine van der Salm. Daan zocht weer ouderwets de randjes op en kwam toch iets minder te staan. Met een doorbraakje naar dam kon echter de remise veilig worden gesteld. Tussenstand 3-3 en alle ogen gericht op Quirinius.

Quirinius speelde met zwart tegen Amand Keultjes. Hier had hij in de thuiswedstrijd ook tegen gespeeld en gewonnen! Lange tijd stond het volledig gelijk maar toen kwam de volgende stelling op het bord:

Stand na 34. 49-43

DosD4

Wit heeft dus zojuist de zet 49-43 gedaan. Q zou Q niet zijn als hij niet had gevonden hoe deze onachtzaamheid direct afgestraft kon worden met een fraaie combinatie. Er volgde 34…(25-30) 35. 34×25 (26-31) 36. 27×36 (14-20) 37. 25×23 (18×49) met gewonnen stelling. Quirinius werd hiermee de matchwinnaar. Met een prachtige 3-5 overwinning op zak vertrokken we weer richting Leiden.

De uitslagen nog even op een rijtje:

DosUitslag

Eindelijk!

André van der Kwartel

Eindelijk heeft het tiental zijn eerste overwinning behaald. In een heus degradatieduel tegen het nog puntloze tweede team van de Rijnsburgse Damclub werd met het kleinst mogelijke verschil (9-11) gewonnen. De uitslag suggereert meer spanning dan tijdens de wedstrijd werd ervaren. De Leidenaren liepen uit naar een 4-10 voorsprong voordat Harry Dekker het winnende elfde punt binnen bracht.

Het was een belangrijke wedstrijd voor LDG. Bij sommige teams zou dat gepaard gaan met strenge stalorders, zoals: “Geen risico’s nemen!” en: “Tegen die en die spelers op remise spelen!” Bij LDG hebben we nooit met dat soort opdrachten gewerkt. Ons uitgangspunt is altijd geweest: “Je damt voor je plezier, dus dam zodat je plezierig speelt.” Dat dit uitgangspunt de redding kan betekenen voor de remisedood van het damspel, blijkt weer eens uit de uitslag van deze wedstrijd: vijf overwinningen, vier verliespartijen en precies één remise. (Die overigens eigenlijk ook een winst had moeten zijn.) Deze uitslag leidde tot de suggestie van Hans Tangelder voor een nieuw motto voor LDG: “Als we maar één partij remise spelen, mogen we vier partijen verliezen om te winnen.” Ik vond het vorige motto beter. Laten we maar snel naar de techniek gaan.

Jack van der Plas had wel een heel gemakkelijke middag. Al na negentien zetten gaf zijn tegenstander op.

Tiental_RDC_1

Kes Noordermeer – Jack van der Plas

39-34??? (24-29!) en door wit opgegeven.

Niet zo heel lang daarna kwam Rijnsburg op gelijke hoogte. Joop Burgerhout verloor na een partij die in de groepsapp van LDG veel commentaar opriep. De (complexe) opening van deze partij heet de Valkenburgvariant die in diverse topwedstrijden is gespeeld. Een van die topwedstrijden betreft de partij S. Mansjien – E.P. Bronstring (Soechoemi, 1966). Evert gaf als commentaar: “Na de uitval in de opening 28-23 19×28 32×23 moet wit later met 34-30 vervolgen. Joop trapt erin en speelt 13-19. In plaats van 13-19 is 20-25 een uitstekende zet. Joop speelt een oude partij van mij tegen Mansjien na. In die partij heb ik echter eerst  18-23 29×18 12×23 gespeeld en daarna pas 7-11.”

Ik raad iedere geïnteresseerde aan de partij van Joop Burgerhout op Toernooibase na te spelen. In dit verslag beperk ik mij tot het cruciale fragment.

Tiental_RDC_2

Arno Kooloos – Joop Burgerhout

Stand na de 19e zet van wit.

Zoals Evert Bronstring aangaf, is (20-25) een uitstekende zet. Zwart speelde echter: (13-19??) en werd verrast door: 30-25 (19×28), 37-32! (28×46), 42-37 [Beter is 33-28.] (46×34), 39×19 (14×23), 25×5. In de partij had zwart nog een (kleine) tegenkans. Evert Bronstring en ik meenden dat zwart een tegendam had kunnen nemen en later toch weer niet, maar de computer laat zien toch weer wel: (2-7), x (9-14), x (27-32), 38×16 (18-23), x (4-10), x5 (22-27), 31×22 (17×50). Maar of je nou blij wordt van zo’n tegendam….

Evert Bronstring zette LDG weer op voorsprong. Hier het moment waarop hij een schijf wint. Het leerzame hier is dat de voor de hand liggende verdediging niet altijd de beste zet oplevert.

Tiental_RDC_3

Daniel Boom – Evert Bronstring

Stand na de 22e zet van zwart.

Spelverloop: 38-32!? (27×38), 42×33 (17-21!), 26×17 (11×22), 28×17 (12×21), 23×12 (8×17) en de witte voorpost op 24 ging verloren.

In de diagramstand dreigt zwart met allerlei akelige mogelijkheden. Bijvoorbeeld: (22-27), 38×27 (17-22), 28×17 (12×41). Een minder duidelijke, maar veel grappiger dreiging is: (17-21), 26×17 (11×33). Als voorbeeld twee reacties van wit:

A) 37-32 (33-39), 44×33 (18-22), 32×21 (13-19), 24×13 (8×30).

B) 43-39 (12-17), 23×21 (14-19), 39×28 (19×50).

De overige winnende variantjes laat ik aan de lezer over.

Gezien al deze ellende is de reactie van wit in de partij wel begrijpelijk, maar toch had hij beter, namelijk: 37-32! (17-21), 26×17 (11×33), 32×21 en nu kan zwart nog enig voordeel behouden met (33-39C), 44×33 (13-19), 24×22 (13-18), x (8×30). Het alternatief voor zwart bij C is: (12-17), maar dan volgt: 21×12 (18×7), 44-39! (33×44), 49×40 en wit heeft vooralsnog alles weer onder controle.

Edwin van Hofwegen breidde de voorsprong van LDG verder uit. In een vrijwel gelijke stand maakte zijn tegenstander een nauwelijks waarneembare fout die uiteindelijk toch fataal bleek te zijn.

Tiental_RDC_4

Alexander Zwanenburg – Edwin van Hofwegen

Stand na de 36e zet van zwart.

Wit speelde hier 27-22? en kwam verloren te staan na (3-9), 42-37 (9-14) enz.

Het gaat wat ver om allerlei varianten te laten zien, maar de essentie van de fout is dat wit met 27-22 alle schijven 28, 33, 39 en 44 buiten spel zet en daardoor in temponood komt. De computer adviseert in plaats van 27-22 dan ook 44-40 en daarna 28-22 enz.

Hans Kreder zorgde voor een voorsprong van 8-2. Hij won een schijf nadat zijn tegenstander een ogenschijnlijk onschuldige ruil had genomen.

Tiental_RDC_5

Nico Mul – Hans Kreder

Stand na de 19e zet van zwart.

Wit speelde hier waarschijnlijk zonder verder te kijken de ruil 37-31 (26×37), 32×41?? en werd verrast door (18-23!). De witspeler verzonk in langdurig gepeins. Op 38-32 volgt (23-29), (24-30) en (20×47). Andere zetten kosten ook een schijf. Uiteindelijk speelde wit 27-21 (23×32), 38×27 maar daarna won zwart een schijf door (11-17).

Peter van den Berg was in het vroege middenspel een schijf achter geraakt, maar bleef knokken voor een goed resultaat. Het was hem dank zij slordig spel van zijn tegenstander nog bijna gelukt ook, maar toen de remise voor het grijpen lag, zag hij het niet.

Tiental_RDC_6

Peter van den Berg – Albert Huisman

Stand na de 48e zet van zwart.

Wit vreesde de dreiging (28-33), speelde 37-31 en stond na (11-16) direct verloren.

Met 21-16 had wit eenvoudig remise gemaakt. Op (11-17) volgt 27-22 en op (28-33) volgt 16×7 (33×44), 7-2.

Ik mocht zelf de stand op 10-4 voor LDG brengen. Een overwinning gebaseerd op geduld. Toen ik nog jong en ondernemend was, probeerde ik iedere partij vanaf het begin spannend te maken, uitgaande van de filosofie dat dammen in essentie een vechtsport is. Een effectieve strategie om van mij te winnen was in die tijd dan ook om zo veel mogelijk te voorkomen dat er spanningen op het bord kwamen. Tegen de tijd dat die dan alsnog ontstonden, was ik het al zo zat, dat ik meestal achter elkaar verloor. Inmiddels heb ik geleerd geduld te hebben in dat soort wedstrijden en mijn energie te bewaren voor de fase waarin het dan hopelijk toch spannend kan worden. In deze partij duurde het tot de 45e zet voordat de gewenste spanning zich opbouwde.

Tiental_RDC_7

André van der Kwartel – Gerrit Slottje

Stand na de 54e zet van wit.

Uiteindelijk is duidelijk dat het passieve spel van zwart wit winnend voordeel heeft gebracht. In de partij speelde zwart (16-21) en gaf op na 36-31. Het vervolg zou kunnen zijn geweest: (25-30), 43-39 (7-11), 18-12 (11-17), 12-7 (17-22), 23-18 (22×13), 7-1.

Een andere mogelijke spelgang zou vanuit de diagramstand kunnen zijn geweest: (25-30), 43-39 (7-11), 18-12 (11-17), 12×21 (16×27), 23-18 (26-31), 37×26 (27-32), 18-12 (32-38), 12-7 (38-42) 7-1 en wit wint.

Teamcaptain Harry Dekker bracht met een remise het winnende elfde punt binnen. Hij was er niet zo blij mee, want een slordigheid in het eindspel had hem de winst gekost.

Tiental_RDC_8

Harry Dekker – Gé Berbee

Stand na de 63e zet van zwart.

Wit heeft na een uitstekende partij een gewonnen eindspel op het bord gekregen. In de diagramstand kan wit winnen door 1-12! Van belang is dat zwart de schijf op 17 niet kan aanvallen wegens: (15-33), 12-3 (33x), 3-17 (x31), 36×27. De strategie voor wit is dus 1-12, 12-3, 17-12-8-2 en met een tweede dam is de strijd snel beslist.

In de partij speelde wit echter 17-12?? en werd verrast door (15-38!), 27-22 (16-21) en wit doet niets meer tegen de actie (21-26-31) met remise.

Met de overwinning in de tas waren er nog twee partijen gaande die beide verloren gingen. Hans Tangelder verloor, nadat hij in het late middenspel een misgreep beging en vervolgens een verrassende verdediging over het hoofd zag.

Tiental_RDC_9

Hans Tangelder – Rinus Kromhout

Stand na de 40e zet van zwart.

Na 38-33 staat wit gelijkwaardig, maar Hans speelde 27-22? en kon na (24-29!) geen goed tempo vinden. Het spel ging verder met: 45-40 (3-8), 30-24 (19×39), 28×10 (15×4), 40-34 (29×40), 35×33 (8-12!). Zwart bedreigt de kwetsbare voorpost op veld 22. Dit moment vraagt om een nieuw diagram.

Tiental_RDC_10

Hans Tangelder – Rinus Kromhout

Hans speelde 22-17, verloor na (12-18) een schijf en later de partij. In de diagramstand had wit zich echter nog kunnen redden met 33-29! (12-18) wordt nu beantwoord met: 29-24 (18×27), 38-33!! (27×20), 25×3 met remise.

Ten slotte verloor ook Maurits Meijer, waarmee de eindstand kwam op 9-11. Maurits speelde een complexe partij, waarin hij een groot deel van de partij nadeel had. Ik geef hieronder de fase uit de partij waarin Maurits in het voordeel kan komen, dat nalaat en kansloos verliest.

Tiental_RDC_11

Maurits Meijer – Gera Hol

Stand na de 39e zet van wit.

Zwart heeft hier nog voordeel en had dat kunnen behouden met de zetten 10-15-20. Zwart speelde echter: (9-13), 32-27 (10-15), 36-31? [Wit had nier voordeel kunnen krijgen door: 38-33! Zwart heeft nu niet veel beter dan (15-20), 33×22 (17×28), 37-31 met onder meer de dreiging 21-17 en 31-27.] (15-20??) [Zwart had op haar beurt winnend voordeel kunnen krijgen met (17-22) en (11-17).] 41-36? [Alsnog had wit de stand gelijk kunnen houden met 38-33. Als zwart nu reageert met (17-22) volgt: 21-17 (12×32), 34-29 (23×43), 42-38 (28×39), 37×6 (43×32), 6-1 en nu moet zwart wel plakken met (32-37), 1×48 (37×46) met min of meer gelijkspel.] In de partij volgde (17-22) en wit kwam er niet meer aan te pas.

Met deze overwinning lijkt het tiental zich in ieder geval te hebben verzekerd van deelname aan de promotie/degradatie wedstrijden. Maar het voorkomen daarvan heeft het tiental nog steeds in eigen hand.

Simultaanspel als propaganda

Joop Burgerhout

LEIDEN – Op donderdagavond, 9 januari 2020, vond in het Denksportcentrum aan de Robijnstraat te Leiden een bijzondere gebeurtenis plaats: Kees Thijssen speelde simultaan tegen 20 dammers, tien ontmoetten hem in een klokseance, en tien in partijen zonder klok. Een verslag:

SIMULTAANSPEL ALS PROPAGANDA

De damwereld zoekt naar wegen om te blijven dammen. Niet dat er zo weinig gedamd wordt in Nederland, maar dammen in clubverband is tanend, het aantal clubleden daalt en soms worden vreemde wegen bewandeld om mensen aan te moedigen lid te worden van een damclub. Experimenten zoals onlangs in Delft om grootmeesters tegen elkaar te laten spelen, waarbij remise vrijwel onmogelijk is gemaakt, ging uit van de niet bewezen stelling dat het vele remiseren de reden zou zijn van het verminderen van het aantal dammers. Het experiment is eenmalig, er is geld uitgegeven en de frustraties groeien, niet het ledental.
Er zijn andere pogingen … schooldammen en dergelijke. Er zijn steden en dorpen waar dat leidt tot succes. Jonge spelers melden zich, en een nieuw probleem doemt dan op. Hoe blijven ze behouden voor de club? Hormonen en huiswerk doen hun onverbiddelijke werk. Een klein aantal van de schooldammertjes beklijft.

kees 6
Simultaanspel is het oudste middel om het dammen te propageren. Het doet denken aan het koningshuis dat op gezette tijden zich openstelt voor zijn onderdanen. De merkwaardige spanning om in de onmiddellijke omgeving van de hoogheden te kunnen verkeren, hen wellicht aan te spreken en aan te raken, en gelijkertijd beseffen dat ze van een ander niveau zijn … daarmee maak je fans! Programma’s als The Voice of Holland zijn gebaseerd op dat principe: iedereen met een beetje stem kan even wegzwijmelen bij het idee te kunnen zingen met als publiek Marco Borsato, Anouk en half Nederland. Kijkers identificeren zich met de mensen met het beetje stem en in de verre verten ook met de Borsato’s en de Anouks. Zo kweekt men kijkers en zangers!

DE GROOTMEESTER

KEES THIJSSEN werd in 1975 geboren in Brabant, hij werd vijf maal achtereen Nederlands kampioen dammen (2003, 2004, 2005, 2006 en 2007, deed vier maal mee aan het Europees kampioenschap en drie maal aan het Wereldkampioenschap.
Hij bezit de titels van Internationaal en Nationaal Grootmeester.

Bij dammen is de grootmeester voor een moment het Koningshuis, de Anouk en de Borsato.
Kees Thijssen heeft een staat van dienst waar je U tegen zegt (zie kader). Vreemd genoeg waren er geen aankondigingen in de lokale media. Was er een ander doel? Wilde de grootmeester oefenen?

kees 4
Kees Thijssen voldoet aan alle eisen om het clubdammen onder de aandacht te brengen. Hij is benaderbaar en heel menselijk, en gelijkertijd van een buitengewoon hoog niveau.

Tien spelers zouden met de klok spelen en tien zonder klok.
De twintig borden stonden in een carré opgesteld. Er waren spelers uit Leiden, Katwijk, Rijnsburg, Haarlem, Voorschoten en wie weet waar vandaan nog meer ze kwamen. Het gezelschap was van een hoog niveau: bij de klokdammers kon men naast Arjan de Mooij, Steven den Hollander, Jan van der Star en Henk Smits, gerenommeerde spelers met een rating van ver boven de 1200, ook Maurits Meijer, Hans Tangelder en Edwin van Hofwegen ontwaren, dammers die al jaren geweldig presteren in de Nationale Klasse.

kees 3
De spelers zonder klok waren ook niet mis. Casper Remeijer, de nummer 5 van Nederland en Evert Dollekamp, kandidaat Internationaal Meester, zag men onder hen.
Een vreemde eend was Fred Slingerland, Internationaal Meester, niet een damtitel, maar een titel die hij behaalde wegens zijn resultaten in de schaakwereld. Naast Eelco Kuipers, Quirinius van Dorp en Win Zwinkels die schaken en dammen zijn gaan combineren, was Fred een graag geziene, maar vreemde eend in deze simultaanvijver.

DE SEANCE

De seance begon rommelig, maar dat had ook wel zijn charme. De toespraak van initiator van dit festijn, Jack van der Plas, had een flitsende start, hoewel er behoorlijk doorheen gepraat werd, en opeens een wending: de spelers moesten zich voorstellen aan Kees Thijssen, wat deed denken aan een koninklijke audiëntie. Na acht maal voorstellen werd ingezien dat dat geen zin had en de seance begon.

Zeer bedachtzaam werden zetten gezet en na twee, drie uur waren de eerste partijen uit. Tangelder, Meijer en Burgerhout leverden de grootmeester zes punten op. De eerste twee liepen in kleine zetjes, de laatste werd tactisch en combinatief overspeeld. Tijdnood ging dreigen in een aantal partijen en de Grootmeester liet de spelers die zonder klok zaten meer dan twee uur wachten eer weer een zet gedaan werd. Wat een liefde voor het spel moeten zij hebben! De trein wachtte en twee spelers, Menno van Delft en Casper Remeijer, gaven de partij uiteindelijk maar op. Er waren minder dan 30 zetten gespeeld. Bij andere spelers zag men een andere beweging, namelijk richting bar … en ook zij gaven op.

kees 2
Vier klokspelers werden geconfronteerd met een superieure stellingbehandeling van de simultaanspeler. Van Hofwegen, Kolfoort, Slingerland en Van der Star zagen hun positie met iedere zet verslechteren. Van der Star verzuimde weliswaar in het late middenspel een remisevariant, maar hij was murw gespeeld.
Drie klokdammers speelden uiteindelijk remise, De Mooij, Smits en De Hollander; zonder klok remiseerde Dollekamp in een overigens gewonnen stelling.

Er werd nagespeeld. Duizelingwekkende varianten werden geëtaleerd. De Grootmeester werd door Dollekamp gewezen op een gemiste positionele kans; Van der Star liet zijn remisemogelijkheid zien en De Grootmeester bleef sympathiek en goedgemutst. Hij keek en zag razendsnel diepere varianten.
Na half een ’s nachts nam de grootmeester zijn eerste biertje. Van 20.00 tot 00.30 uur had hij zeven koppen koffie opgedronken. Allen koud, omdat hij het te druk had met heen en weer lopen. Hij had in vijf klokpartijen gigantische tijdnood gehad. Heen en weer van bord naar bord tien meter verderop, de slimste zet verzinnen, niet in een truukje van de ander trappen … Hij had het druk, maar was de rust zelve.

Om half twee in de nacht verlieten de dammers het lokaal. Wat een macht en wat een overmacht!

ZONDER KLOK

Menno van Delft – Kees Thijssen 0-2 (wegens de trein opgegeven door de witspeler)

Casper Remeijer – Kees Thijssen 0-2 (wegens de trein opgegeven door de witspeler)

Harry Dekker – Kees Thijssen 0-2

Evert Dollekmap – Kees Thijssen 1-1

Eelco Kuipers – Kees Thijssen 0-2

Quirinius van Dorp – Kees Thijssen 0-2

Wim Zwinkels – Kees Thijssen 0-2

Arjan Varkevisser – Kees Thijssen 0-2

Peter van der Berg – Kees Thijssen 0-2

Eva Kieskamp – Kees Thijssen 0-2

Eindstand: 1 – 19

MET KLOK

Steven den Hollander – Kees Thijssen 1-1

Johan Smits – Kees Thijssen 1-1

Fred Slingerland – Kees Thijssen 0-2

Edwin van Hofwegen – Kees Thijssen 0-2

Joop Burgerhout – Kees Thijssen 0-2

Hans Kolfoort – Kees Thijssen 0-2

Arjen de Mooij – Kees Thijssen 1-1

Hans Tangelder – Kees Thijssen 0-2

Maurits Meijer – Kees Thijssen 0-2

Jack van der Plas – Kees Thijssen 0-2

Eindstand: 3 – 17

De sociologie van een feest of 35-30 als openingszet?

(Uit de openingstoespraak van Joop Burgerhout op zijn feestavond ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag op 30 november 2019)

 Na een uitgebreid persoonlijke welkom van Joop voor de gasten over de avond bespreekt hij “de sociologie van een feest of 35-30 als openingszet” in de tweede helft van zijn toespraak:

 

U kunt dansen … de apparatuur doet het niet geweldig, maar voelt U zich vrij om te bewegen.
Nietzsche zei ooit dat “… zij die dansen voor gek verklaard worden door hen die niet horen”

Blijf gewoon dansen in de wetenschap dat hier iedereen goed kan horen en desondanks een ieder voor gek kan verklaren.
Dat leg ik zo uit.

En dat doe ik aan de hand van de sociologie van een verjaardagsfeest.
Joop1
Ik ben geboren in 1954.

Op feesten anno 1954 waren verhoudingen duidelijk:

Mannen zaten bij mannen
Vrouwen zaten bij vrouwen

Mannen dronken jenever en soms een biertje
Vrouwen dronken een advocaatje

Jeugd zat bij jeugd

Onderwerpen waren de dorpsroddels, de lijst met overledenen werd doorgenomen, de lijst met geboorten ook …

“Ik mis je schoonzuster … Is ze ziek? Oh, nu weet ik het weer …” En de Katwijkers – met wie ik opgegroeid ben –  zeiden dan: “we kennen beter daar iet over prate …”. En dan kon er ongegeneerd verder geroddeld worden.
Over de schoonzuster.

En iedereen wist: ik moet me niet gedragen zoals die schoonzuster!!

Zo was een feest bedoeld om vooral nog even helder te maken aan elkaar hoe de normen waren!

Er werd gedronken en nauwlettend werd toegezien dat iedereen zich aan twee of drie borreltjes hield. Men kon drinken zoveel als men wilde, maar teveel werd afgestraft … dan werd de persoon onderwerp van roddel.

Bij feesten werden altijd de gelijken genodigd. Nooit je baas, nooit je knecht, alleen de eigen club. Als de dominee of de pastoor kwam, was men eerbiedig. Hij ging gelukkig gauw weg. Hij was als God: als hij kwam was het helder (we zijn niet vergeten door God, maar gezellig is het niet).

Zo waren feesten vooral bedoeld om de groep te laten voelen wat de groep was. En dan vooral de eigen groep!!

Het feestvarken liep zich de benen uit het lijf. Het moest een feest zijn, waarvan het grootste compliment was: het was erg goed, degelijk  en vooral: zo hoort het!!

De bestendiging van de normen was de functie van het feest.
Joop2
We zijn 65 jaar verder.

Toevallig is dat ook mijn leeftijd.
Jullie zijn allemaal verschillend, een aantal kent elkaar niet, een aantal wel … er zal niet geroddeld worden (tenslotte bestaat de roddel bij de gratie van ons-kent-ons)

De norm …? We zullen binnen de wet dit feestje houden. Daarin zit de norm. Wie zich geroepen voelt om te zingen, eventueel heel vals, het kan en het mag … wie zijn kleren wil uittrekken … prima … alles kan en alles mag. U moet zich vooral thuis voelen!

Niet de groep, maar het feestvarken bepaalt, en in tegenstelling tot het feestvarken van 65 jaar geleden, doet hij niets. De drank en het eten staan op tafel. Wie trek pakt, en wie het niet bevalt, mag naar huis. Het is erg simpel … Dat is het feest anno 2019.

Daarin zitten risico’s.

Het feestvarken bepaalt de norm!! En die norm is dat iedereen alles mag doen.

Dat doet me denken aan 35-30! Zie hieronder.
Joop3
Dammers weten het.

Van alle 9 openingszetten is 35-30 de meest confronterende.

Wits bedoelingen zijn met deze zet duidelijk: hij wil van meet af een feest hebben. Het antwoord van de zwartspeler is zo bepalend voor de rest van de partij.

Ik wil jullie welkom heten met de zet 35-30. Dat is mijn openingszet.

In 1954 zou geopend zijn met 33-28 of met 32-28, zetten die beantwoord werden met 18-23 en de eerste 20 zetten waren te voorspellen. Daarvoor hadden theoretici, zoals De Haas en Battefeld, de stelling geponeerd dat een centrumbezetting met randschijf (26 voor wit, en 25 voor zwart) nadelig was, en het normatieve volkje huppelde braaf achter de theorie aan. Het was een saai gedoe, het spel werd bepaald door de normen en niet door vrijheid van denken.

Welnu, ik open met 35-30. U mag zelf weten hoe u hierop reageert, maar maak er wat moois van. De uitnodiging ligt er. Antwoord U met 17-21, met 18-23, met 20-24 … dan wordt het helemaal niets. Eet wat, drink wat en dan is de partij over. U mag gaan, wanneer u wilt. U wordt niet herinnerd.

Eigenlijk huppelt u maar zo snel mogelijk met theorie en al de deur uit. Hoe eerder hoe beter! Opgelazerd … de partij moet nog beginnen en van een feest komt niets terecht. Wat doet U hier eigenlijk?

Maar …

Als U antwoord met 20-25, dan heeft U een fijne avond. Samen gaan we er een feest van maken. De partij zal ik onthouden en Uw naam ook.
Joop4

Fors verlies zestal

André van der Kwartel

Het zestal van LDG heeft in de zesde competitieronde met 9-3 verloren van Constant Charlois uit Rotterdam. Maar, omdat wij nu eenmaal beter zijn dan onze resultaten, had die uitslag net zo goed andersom kunnen zijn. Toch?

De wedstrijd begon nog gunstig met een soepele overwinning van Casper Remeijer.

Zestal_CCR_1

Casper Remeijer – Jaap Riesenkamp

Stand na de 30e zet van wit.

Na (2-8) overwoog Casper de volgende damzet te nemen: 25-20 (14×25) [Vrijwel verplicht, want anders is de lange vleugel van zwart leeg.] 34-30 (25×23), 39-34 (28×30), 35×2. Casper zag uiteindelijk van deze damzet af, maar mijn computer waardeert hem hoger dan de partijzet 42-38. Ondanks dit won Casper soepel.

Hans Kreder is dit seizoen slecht in vorm. Hij verloor weer en ook in deze partij had hij het zijn tegenstander veel lastiger kunnen maken dan hij in de partij deed.

Zestal_CCR_2

Hans Kreder – Wim Verschoor

Stand na de 39e zet van zwart.

Spelverloop: 45-40? [Een zwakke zet. Veiliger is 30-25 (20-24), 48-42.] (20-25!), 40-34? [En met deze zet brengt wit zich in onoverkomelijke moeilijkheden. Veel beter was: 30-24 (19×30), 40-35 (9-14), 35×24 (14-19), 48-42 (19×30), 28-23 (18×29), 33×35 (13-18), 38-33 (17-22), 33-29 (22×31), 32-28 en wit heeft nog veel verdediging.] (18-22), 27×18 (13×22), 48-42 (9-14!?), [Niet de beste. Sterker is (9-13), maar wit profiteert niet.] 42-37?? [Hierna is het definitief verloren. Veel verdediging had nog gegeven: 30-24 (19×39), 33×44 (22×33), 38×29 en dit lijkt niet meer te winnen voor zwart.] De laatste zetten van de partij waren nog: (14-20), 37-31 (21-26) en wit gaf op.

Hans Tangelder bracht met een remise de stand op 3-3. Waarschijnlijk mocht hij met dat punt in zijn handen knijpen.

Zestal_CCR_3

Hans Tangelder – Marlon Mangroe

Stand na de 46e zet van zwart.

Wit staat lastig. Het zou voor de hand liggen om hier 33-29 (24×33), 25-20 te spelen. Hans kiest echter voor 34-30 (24×35), 25-20 (23-28??A), 33-29 (18-23), 29×18 (22×13) en de partij liep na nog zeven zetten remise. Daarmee had wit mijns inziens geluk, want volgens mij krijgt zwart serieuze winstkansen als hij bij A had gespeeld: (35-40) en nu bijvoorbeeld: 20-15 (40-44), 15-10 (44-50), 10-4 [Acties van wit als 33-29, 26-21 en 10-4 leveren een vier om één eindspel in het voordeel van zwart op.] (50×28), 5-14 [Idem] Zwart kan nu de schijf op 27 gaan oppeuzelen, waarna zwart moet kunnen gaan winnen.

Met deze remise was de koek op voor LDG. Er volgden nog drie min of meer verrassende nederlagen. De eerste kwam op naam van Steven den Hollander.

Zestal_CCR_4

Radjinder Jharap – Steven den Hollander

Stand na de 43e zet van wit.

Zwart staat hier al slecht, maar kwam op het idee om (22-27??) te spelen. Natuurlijk volgde toen: 25-20 (14×25), 24-19 (13×24), 29×20 (25×14), 28-22 (17×28), 33×2.

De volgende nederlaag kwam op naam van Harry Dekker. Harry was op het laatste moment voor mij ingevallen, omdat ik door griep was geveld. Het was geen gelukkige invalbeurt. Te meer niet daar de beslissende fout eigenlijk uit de lucht kwam vallen.

Zestal_CCR_5

Randew Jahani – Harry Dekker

Stand na de 33e zet van wit.

Er lijkt in deze stand weinig aan de hand voor zwart. De hangende schijf op 10 is een zorgenkindje, maar dat valt wel op te lossen. (21-27) lijkt een goede zet en wat zou er mis zijn met het door Harry gespeelde (18-23)? Dat liet de witspeler snel zien: 33-28 (23×32), 25-20 (14×25), 35-30 (25×43), 49×7. Deze actie was een tegenvaller voor zwart, maar was nog niet direct verliezend. Harry vond de volgende verdediging: (8-12), 7×18 (10-14), 36-31 (14-20), 31-27 (20×29), 27-21 en pas hier gaat zwart definitief in de fout. Na (17-22) heeft zwart zelfs licht voordeel, maar hij speelde (29-34), 21×12 (6-11), 26-21 (34-40) en na 21-16 ging het snel van kwaad tot erger.

Het meest dramatisch ten slotte was het verlies van Koos van Amerongen. Dramatisch, omdat Koos een groot deel van de partij veel beter en uiteindelijk zelfs gewonnen had gestaan.

Zestal_CCR_6

Mehmet Yoney – Koos van Amerongen

Stand na de 44e zet van wit.

Zwart staat gewonnen. Het meest duidelijk is: (24-30), 33-29 (13-19), [Dreigt (14-20)] 29-24 (30-35), 24×13 (18×9), enz.

Zwart speelde echter (11-17?), 33-28 (22×44), 31×11 (44-49), 11-7 (49-16??), 26-21 (16×30), 25×34 en na nog zes zetten gaf zwart op.

Jullie hadden van mij nog de oplossing tegoed van de slagzet die Hans Tangelder uithaalde tegen Arjan Varkevisser.

Tiental_Damlust_8

Arjan Varkevisser – Hans Tangelder

Na 43-39 volgde: (22-28), 33×22 (24×33), 38×29 (19-24), 30×19 (14×43), 25×12 (10-14), 48×39 (21-27), 22×31 (26×48), 12-8 (48×25!). Wit speelde nog 40-34 (25×50), 8-3 (15-20) en wit gaf op.

Weer verlies tiental

André van der Kwartel

In de vijfde competitieronde heeft het tiental een zware nederlaag geleden tegen het tweede team van Damlust uit Gouda. Er was sprake van een collectief falen van het team. Vijf nederlagen en vijf remises is geen prestatie om over naar huis te schrijven.

Al snel kwam LDG op een 0-4 achterstand door verliespartijen van Peter van den Berg en Hans Kreder. Over die van Peter kan ik kort zijn: In een volkomen gelijkwaardige stand bood hij zijn tegenstander een één-om-vier aan die uiteraard in dank werd aangenomen.

Over de verliespartij van Hans Kreder valt echter wel iets te zeggen. Heel veel eigenlijk.

Tiental_Damlust_1

Hans Kreder – Peter van Eck

Stand na de 32e zet van zwart.

Op dit moment stond ik zelf bij het bord van Hans en het is duidelijk dat wit een schijf gaat verliezen. Het benodigde 47-41 (23×32), 42-37 faalt op (9-13), 37×28 (19-23), 28×19 (13×35). “Dat wordt nog hard werken voor Hans.” was mijn gedachte toen ik weer bij het bord wegliep. Wie schetst mijn verbazing toen ik las dat wit in deze stand heeft opgegeven? Bij die beslissing wil ik wat kanttekeningen plaatsen. Volgens mij heeft wit in deze stand veel compensatie. Een voorbeeld: 47-41 (23×32), 30-25. Als zwart de witte schijf wil afstoppen met (9-14) of (19-24), dan levert hij zijn plusschijf weer in na respectievelijk 42-37 of 33-29×29. Dit laatste lijkt zelfs desastreus voor zwart. Zwart zal dus het beste zijn schijfwinst behouden met (27-31), 36×27 (32×21), 25-20 en wit krijgt goede doorbraakkansen op de zwarte lange vleugel. Na lang rekenen (4 minuten) komt de computer dan ook tot de conclusie dat de stand remise is te houden. Ik heb een paar varianten tegen de computer gespeeld en het kostte mij niet veel moeite om naar remise toe te spelen.

Edwin van Hofwegen speelde remise, maar misschien had daar meer in kunnen zitten.

Tiental_Damlust_2

Edwin van Hofwegen – Harry Clasquin

Stand na de 48e zet van zwart.

Edwin speelde hier 42-38!? maar de computer suggereert 42-37 met het volgende (computer)verloop: (12-17), 37-31 (13-18), 31-26 (6-11), 48-43 (11-16), 26-21 (17×26), 28-22 (14-20) met voordeel voor wit.

Vervolgens brachten Hans Tangelder en Evert Bronstring beide een remise binnen. Bij beide partijen ontdekt de computer geen opvallende gemiste kansen.

Mijn verliespartij bracht de stand op 3-9 in het voordeel van Damlust. Op het moment dat ik serieus aan winst begon te denken, overzag ik een zetje. Dat was slordig, maar ook de gedachte dat ik wel eens gewonnen zou kunnen staan bleek onjuist.

Tiental_Damlust_3

Jeroen de Bruijn – André van der Kwartel

Stand na de 32e zet van wit.

Ik kwam hier op het rampzalige idee om (8-12??) te spelen en werd verrast door: 27-22 (18×27), 37-31 (26×28), 38-33 (28×39), 34×43 (25×34), 40×7. Enkele zetten later gaf ik op.

Een paar opmerkingen bij deze stand.

Natuurlijk had ik in eerste instantie naar (6-11) gekeken, maar na slordig rekenen had ik die zet afgewezen. Ik ‘zag’ de volgende variant: (6-11), 38-33 (11-17), 33-28 (17-22), 28×17 (21×12), 42-38 en zwart staat ineens helemaal niet goed meer.

Bij het naspelen met mijn tegenstander, meende ik een winnende strategie te zien: (6-11), 38-33 (24-29), 33×24 (11-17) met doorslaande aanval op de witte lange vleugel. Mijn tegenstander kon dit op dat moment niet weerleggen, maar ook deze variant vertoont gaten. Hetzelfde idee, maar anders tegengespeeld: (6-11), 46-41 (11-17), 38-33 (17-22), 41-36 (22×31), 36×27 en nu twee vertakkingen:

A) (8-12), 42-38 (12-17), 27-22 (17×39), 34×43 (25×34), 40×20 (19-24), 20×29 (23×34) met licht voordeel voor zwart.

B) (24-29), 33×24 (8-12), 42-38 (12-17), 27-22! [Deze zet werd aangegeven door Maurits.] (18×27), 34-29 (25×34), 29×18 (19×30), 40×29 (13×22), 35×24 met gelijk spel.

Het verlies van Jack van der Plas bezegelde onze nederlaag. Jack liep in een nogal eenvoudig zetje:

Tiental_Damlust_4

Jack van der Plas – Kariem Droog

Stand na de 43e zet van zwart.

Wit staat wat minder, maar na 27-22 is er nog niet veel mis met de stand. Maar na het gespeelde 40-34?? was het wel mis: (24-29), 34×14 (13-19), 14×23 (18×38) en na nog enkele zetten gaf wit op.

Daarna speelde Maurits Meijer remise, maar dat had hij vooral te danken aan het ongeduld van zijn tegenstander.

Tiental_Damlust_5

Maurits Meijer – Arie van der Knaap

Stand na de 36e zet van zwart.

Wit staat duidelijk minder en kan beter zijn verdediging versterken met 48-42. Hij speelde echter: 40-34 (22-28), 33×22 (18×27), 48-42 (23-28!?). [Het is lastig om het in deze stand hard te maken, maar zwart had aanmerkelijk meer kans gehad als hij eerst de stand op de lange vleugel gezonder had gemaakt. Bijvoorbeeld: (15-20), 38-33 (3-9), 42-37 (10-14).] Spelverloop: 42-37 (28-32!?) [En weer is zwart te ongeduldig. Alsnog (15-20) enz. zou zwart ruim voordeel hebben gebracht.] 37×28 (27-31), 28-22 (13-18), 22×13 (31-36). Maar het zwarte voordeel is inmiddels geheel verdwenen en wit hield gemakkelijk remise.

Hein van Winkel speelde remise, maar hij had kunnen profiteren van een ernstige fout van zijn tegenstander.

Tiental_Damlust_6

Bouke Bruinsma – Hein van Winkel

Stand na de 45e zet van zwart.

Zwart heeft voordeel, maar het heeft niet veel om het lijf als wit kiest voor de bijna wederzijds verplichte spelgang 37-31 (13-18), 31-26 (15-20), 26-21 (17×26), 28-22 (24-30), 22×15 (30×37).

Wit speelde echter: 27-22?? Zwart koos nu voor (16-21??), 22×11 (21-27), 32×21 (23×41), waarna remise werd overeen gekomen. Zwart had zich echter winstkansen kunnen creëren door in plaats van (16-21) (17-21) te spelen. Een plausibel spelverloop is dan: 33-29 (24×33), 28×39 (15-20), 39-33 (20-24), 33-28 (21-26), 22-17 (16-21) en wit mag het uitzoeken.

Ten slotte verloor ook teamcaptain Harry Dekker. In een ogenschijnlijk uitzichtloze stand koos hij voor een kansloze doorbraakpoging en kon opgeven. Maar bij nadere beschouwing was de stand helemaal niet zo uitzichtloos.

Tiental_Damlust_7

Arie de Bruijn – Harry Dekker

Stand na de 46e zet van wit.

Harry speelde hier (35-40), 45×34 (24-29), 34×23 (19×28) en gaf op na 6-1 (28-32), 1-29.

De computer komt met de volgende taaie variant voor zwart: (8-12), 6-1 (13-18), 1-6 (24-29), 6-11 (19-23) en zwart breekt door op de korte vleugel van wit. Ik houd mij aanbevolen voor een overtuigende winnende strategie voor wit na (8-12).

De trouwe lezers van mijn bijdragen zullen hebben opgemerkt dat er nog een verslag ontbreekt van het zestal. Dat wordt mijn volgende bijdrage. Om deze inbreuk op de correcte chronologie goed te maken, hieronder ter oplossing een fragment uit de partij tussen Arjan Varkevisser en Hans Tangelder uit de eerste ronde van de Bekercompetitie.

Tiental_Damlust_8

Arjan Varkevisser – Hans Tangelder

40-34 is hier een goede zet voor wit, maar Arjan speelde 43-39? Hoe won zwart daarna? De oplossing volgt bij mijn vertraagde bijdrage over de prestaties van het zestal.

Donderdag 19 december kerstdamavond

Op donderdag 19 december organiseert het Leids Damgenootschap weer de jaarlijkse Kerstdamavond. Op die avond spelen de deelnemers een aantal (meestal zeven) dampartijen van ongeveer 20 minuten. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat iedere deelnemer zo veel mogelijk speelt tegen spelers van ongeveer gelijke sterkte. Dus ook mensen die alleen maar thuis zo af en toe een potje dammen, kunnen meedoen. Iedereen is van harte welkom. Bij de prijsuitreiking wordt rekening gehouden met de speelsterkte van de deelnemers. Maar één ding is zeker: iedere deelnemer gaat met een prijsje naar huis! Deelname is gratis. Van tevoren aanmelden is niet nodig. Iedereen die uiterlijk om 20.00 uur aanwezig is, kan aan het toernooi deelnemen. De prijsuitreiking zal rond 22.30 uur plaatsvinden. Het adres luidt: Leids Denksportcentrum, Robijnstraat 4, Leiden.

“Wij zijn beter dan onze resultaten”

André van der Kwartel

De titel van deze bijdrage is een uitspraak van onze voorzitter, Maurits Meijer, na afloop van de – verloren – competitiewedstrijd van het tiental tegen de damclub Den Haag. Ik stel voor deze uitspraak te verheffen tot hét motto van het Leids Damgenootschap. Het zal leiden tot veel rust binnen LDG. Allerlei achterafdiscussies kunnen dan immers worden geschrapt. Als we verliezen – bijvoorbeeld met het zestal tegen Constant Charlois – spreekt het motto voor zich, als we winnen is het voor iedereen duidelijk dat de uitslag nog veel groter had kunnen zijn. Ik begrijp nu ook waarom het Leids Damgenootschap zo’n gezellige vereniging is: we weten gewoon zeker dat we beter zijn dan onze resultaten!

Om dat nog eens te illustreren hierbij enkele fragmenten uit de wedstrijd van het tiental tegen Damclub Den Haag. Wanneer wij het motto van LDG een meer praktische invulling hadden gegeven, had zelfs een kleine overwinning tot de mogelijkheden behoord.

Peter van den Berg had op de clubavond voorafgaand aan deze wedstrijd knap remise gespeeld tegen Evert Bronstring en daarmee de tweede ronde bereikt van de jaarlijkse bekercompetitie van LDG. Onze verwachtingen waren dus hoog gespannen, maar dat viel tegen. In de opening liep Peter in een eenvoudige twee-om-drie. Met een schijf minder speelde hij nog dapper door, maar op de 23e zet overkwam hem het volgende:

Tiental_DenHaag_1

Peter van den Berg – Frans Teijn

Wit speelde hier het desastreuze 31-27?? en kon het opgeven na (24-29), 33×24 (19×30), 35×24 [34×25 is zo mogelijk nog erger] (23-28), 32×23 (21×43), 49×38 (18×20). Peter was vroeg klaar.

Na een gelijkwaardige remise van Joop Burgerhout bracht Maurits Meijer de partijen op gelijke hoogte. Maurits kwam langzamerhand steeds beter te staan en voerde de partij met vaste hand naar winst. Het probleem is dan dat er tijdens zo’n partijverloop geen spectaculaire momenten zijn te zien, juist omdat het zo’n mooie geleidelijke overwinning is. Toch één leerzaam moment:

Tiental_DenHaag_2

Frans van Eenennaam – Maurits Meijer

Stand na de 28e zet van zwart.

Zwart staat wat beter, maar het voordeel is nog wel klein. Wit doet er verstandig aan wat achtergebleven schijven in het spel te brengen [41-37, 47-42, 46-41-36 bijvoorbeeld] maar speelde 39-34? en moest na (18-23!) constateren dat hij met zes schijven (“het grote klaverblad”) vijf schijven van zwart in bedwang houdt. (De schijven op 14-19-23-24-29.) Omdat wit ook geen enkele dreiging heeft over de lange lijn (46-41-37-32-28), staat zwart waarschijnlijk hier al gewonnen.

De volgende uitslag kwam op naam van Edwin van Hofwegen. Het algemene idee was dat hij heel goed had gestaan, misschien zelfs wel gewonnen. Kijken we even naar de fase tussen de 16e en de 18e zet.

Tiental_DenHaag_3

Reza Ghafoerkhan – Edwin van Hofwegen

Zwart aan zet. (20-24), 29×20 (15×24??), 34-29??

Wit mist hier een mogelijke winstkans: 47-41!! Wit dreigt nu met de volgende afwikkeling: 38-32 (27×29), 31-27 (22×42), 43-38 (42×33), 39×28 (23×32), 34×3 (25×34), 40×29. Die damzet kan niet worden voorkomen door (9-14) wegens 34-29. De beste reactie van zwart op 47-41 is dan ook (22-28), 33×22 en wit staat in ieder geval voorlopig een schijf voor.

Verderop in de partij krijgt zwart wel voordeel, maar de remisemarge is nergens overschreden.

Dat gebeurde wel in de partij van Arjan Varkevisser, ruimschoots zelfs. Op een gegeven moment miste Arjan een forcing die een schijf winst had moeten opleveren. Desondanks wist hij een ruimschoots gewonnen stelling op het bord te krijgen, maar helaas overzag hij een ontsnappingsactie van zijn tegenstander. We beginnen met de gemiste forcing.

Tiental_DenHaag_4

Arjan Varkevisser – Herman Vroom

Stand na de 23e zet van wit.

Zwart staat al slecht maar had na (18-23?) een schijf moeten verliezen. Wit speelde 49-44!? maar een directe schijf winst was geweest: 33-29 (24×33), 38×18 (12×23), 27-22 (17×28), 26×17 (11×22), 32-27 en zwart gaat een schijf verliezen.

Arjan zette de wedstrijd uitstekend voort, veroverde onderweg nog een schijf en kwam huizenhoog gewonnen te staan, toen zich de dramatische 37e zet aandiende.

Tiental_DenHaag_5

Arjan Varkevisser – Herman Vroom

Wit staat gewonnen en zijn volgende zet doet op het eerste gezicht absoluut niet vreemd of zwak aan: 34-30!?? (15-20!), 24×15 (21-27!), 32×23 (16-21), 26×17 (11×35) en al het witte voordeel was verdwenen. In de diagramstand lijkt 42-38 de beste zet voor wit.

Nadat ik een gelijkwaardige remise had afgesloten, kwam LDG op achterstand door het verlies van Jack van der Plas.

Tiental_DenHaag_6

Hans den Engelsman – Jack van der Plas

Stand na de 40e zet van wit.

De stand is hier nog gelijkwaardig en het is verbluffend om te zien hoe zwart in een paar zetten verloren komt te staan. Het spelverloop was: (18-23), 27-22 (11-17), 22×11 (6×17), 36-31 (14-20), 31-27 en in dit geringe aantal zetten verandert de waardering van de computer voor de zwarte stand van ‘gelijkwaardig’ naar een dikke schijf achter. Zwart kwam deze slechte stand dan ook niet meer te boven.

Nog een opmerking over de diagramstand. Ik weet natuurlijk niet of wit hier een lokzet heeft gespeeld, maar de volgende zwarte actie zou tot verlies leiden: (19-23), 28×17 (11×42), 36-31 (26×28), 33×4 (42×35), 4-22 (30×39), 22×50 en omdat zwart niet direct (35-40) kan spelen, wint wit na 45-50 en 49-44.

De computer geeft overigens aan dat zwart in de diagramstand het best (30-35) had kunnen spelen.

Hans Kreder had na een goede partij LDG weer op gelijke hoogte kunnen brengen, maar in de eindfase liet hij de winst uit zijn vingers glippen.

Tiental_DenHaag_7

Bas Baksoellah – Hans Kreder

Stand na de 50e zet van wit.

Zwart staat duidelijk beter, maar in het partijverloop komt dat er niet uit: (9-13), 49-43 (21-26), 43-38 (22-27?), 36-31 (27×47), 38-32 (47×20), 32×21 (26×17), 15×24 en remise overeengekomen.

In feite is (9-13) in de diagramstand een belangrijk tempoverlies van zwart, waardoor wit de gelegenheid krijgt schijf 49 naar 38 te brengen. Het verschil wordt snel duidelijk als we vanuit de diagramstand direct actie nemen. Bijvoorbeeld: (21-26), 49-43 (22-27), 43-39 (17-22) en zwart staat voortreffelijk zo niet gewonnen.

Hans Tangelder speelde vervolgens remise. Daar konden wij wel vrede mee hebben, want in het late middenspel had Hans groot voordeel kunnen verkrijgen maar toen hij dat naliet kwam hij aantoonbaar verloren te staan. Alleen gaf Hans zich niet zo snel gewonnen en wist hij nog een fraaie remise op het bord te krijgen.

Tiental_DenHaag_8

Hans Tangelder – Gerard de Groot

Stand na de 53e zet van wit.

Ik gaf op dit moment niets meer voor de kansen van wit. Spelverloop: (44-50), 29-24 (19×30), 28-23 (50×6), 23-19 [Zwart kan het eindspel nu winnen door zijn dam op 33, 39 of 44 te plaatsen. Bijvoorbeeld: (6-33), 19-14 (30-34), 14-9 (33-50)] (30-35?), 19-14 (35-40), 14-9 (6-33), 9-3 (12-18) en nu de voor zwart onplezierige verrassing 27-21! (16×38), 3-21! En na enige tijd ongetwijfeld gefrustreerd nadenken gaf zwart remise. Wit wint altijd een stuk.

De stand was nu 10-8 in het voordeel van Den Haag. Harry Dekker deed er alles aan om alsnog een overwinning binnen te halen, maar ging daarin te ver. Onder druk van de klok overzag hij een plakker en verloor zelfs nog. Daarmee kreeg deze wedstrijd een voor Den Haag wat geflatteerde uitslag.

LDG 2 incasseert zevenklapper

Eelco Kuipers

Afgelopen maandag 18 november mochten we weer en wel uit naar ADC Alphen a/d Rijn 2. Een sterk team in de breedte dus we konden allemaal aan de bak.

Verzameltijd 18.00 bij casa Zwinkels waar ons onder het genot van de afhaalchinees nog even een onaangename verrassing te wachten stond in de vorm van een opgave van de coach:

Opgave

Gesneden koek voor de doorgewinterde dammer uiteraard maar voor ons toch weer lastig. Gelukkig wisten we de oplossing voor vertrek te vinden dus vol goede moed naar Alphen.

Quirinius verving op het laatste moment Robert en nam plaats aan bord 1. Eric op 2, Eelco op 3 en Wim op 4 completeerde het team.

Als eerst was Eric klaar. 1 fout en de tegenstander was er als de kippen bij dit af te straffen:

15746187605 Eric

Stand na 14…(07-11) van zwart

Eric speelde hier 15. 39-34?? en kon na 15…(24-30!!) douchen.

Vervolgens was het de beurt aan Quirinius een 0 te incasseren. De prima opgebouwde stelling vanuit de opening kwam als volgt aan zijn eind:

15746188283 Quirinius

Stand na 27. 46-41 van wit

Quirinius speelde hier 27…(20-24?) wat een combinatie toelaat voor wit middels 28. 26-21! (17×26) 29. 27-22! (18×27) 30. 32×21 (26×17) en 33-29. Ondanks een schijf minder duurde nog lang maar moest Quirinius uiteindelijk na lang vechten toch opgeven.

Een 4-0 achterstand derhalve maar er waren nog kansjes aan de laatste 2 borden. Op bord 3 had ik de volgende stelling op het bord:

15746188684 Eelco

Stand na 48. 43-39 van wit

Een prima gespeelde partij (al zeg ik het zelf) waar de witspeler 2 zetten hiervoor remise had aangeboden. Maar ja dan zou de wedstrijd verloren zijn dus alles of niks dan maar.

Beide speelde we op dit moment op de increment waardoor ik hier het uiterst onzalige 48…(17-22??) wist te produceren. Het laat zich raden dat wit dit buitenkansje niet onbenut liet en toesloeg met 49. 39-33.

Buitengewoon sneu einde en een 6-0 achterstand. Alle hoop was nu op Wim gevestigd om in elk geval de eer te redden. Wim schrijft er zelf het volgende over:

15746099238 Wim 1

Stand na 38…(11-17) van zwart

In de veronderstelling dat ik een goede pot aan het spelen was (wat positioneel eigenlijk ook het geval was maar tactisch bleek dat mijn tegenstander een winst had gemist) vond ik het tijd om door te breken op links (heet dit niet de lange vleugel?) met 39. 27-21 (16×27) 40. 32×21 (23×32) 41. 38×27 om volkomen verrast te worden door 41…(24-29) 42. 34×14 (13-19) 43. 14×23 (18×49). Gelukkig kon ik de dam meteen weer vangen met 44. 21-16, zoals mijn ervaren tegenstander wel reeds gezien had.

Ik ging onverdroten verder met mijn plan door te breken op links en haalde eerder dam, waarna ik meende gewonnen te staan:

15746104238 Wim 2

Stand na 52. 07-01 van wit

Ik dreig 33-28/29 en de afleiding met (23-28) werkt niet omdat ik met de dam 3 schijven sla. Helaas volgde de ontnuchtering snel: 52… (18-22!) 53. 1×45 (25-30!) en zwart haalt dam. Winst zou ook volkomen onverdiend geweest zijn tegen deze vriendelijke oude heer die veel meer had gezien tijdens de partij dan ikzelf.

Zo werd de eer uiteindelijk nog gered maar staan we na deze 7-1 nederlaag weer met de beide benen op de grond. Duidelijk is wel dat we volgend jaar nog niet in de ereklasse spelen zoals gepland.

De uitslagen nog even op een rijtje:

Uitslagen

Beker van start en interne competitie enkele maanden onderweg

Hans Tangelder

De bekercompetitie van LDG is deze maand weer begonnen. De meeste partijen moeten nog gespeeld worden. Wel zijn Joop Burgerhout na een overwinning tegen Quirinius van Dorp en Dick den Ouden na een overwinning tegen Maurits Meijer al door naar de tweede ronde. Ook Peter van den Berg heeft de tweede ronde bereikt, na een remise tegen Evert Bronstring, omdat de rating van Evert Bronstring meer dan 100 punten hoger is dan de rating van Peter van den Berg.

De interne competitie is al weer enkele maanden onderweg. Na 11 ronden gaat Casper Remeijer op kop met 301 Keizerpunten. Hij heeft al een ruime voorsprong van 67 Keizerpunten op nummer 2 Edwin van Hofwegen en van 80 Keizerpunten op nummer 3 André van der Kwartel.

Hieronder volgt een korte bespreking van Joop Burgerhout van enkele verrassende combinatieve mogelijkheden uit zijn partij tegen Quirinius van Dorp en van Casper Remeijer over een leuk dubbeloffer in zijn partij tegen Evert Dollekamp.

(Joop Burgerhout over zijn bekerwedstrijd tegen Quirinius van Dorp)

Dammen is een geweldige sport. Harm Wiersma was een wonderkind, hij speelde in 1965 al op topniveau en nu na 54 jaar is hij nog steeds van wereldniveau. Bij mij ligt dat ietsje anders.

Op 21 november 2019 speelden Quirinius van Dorp en ondergetekende een leuke partij. We zagen leuke combinaties en dronken een aantal glazen bier. We komen erin op de 12de zet van zwart (12-17).

Joop1

Quirinius van Dorp – Joop Burgerhout

Wit vervolgde met 13. 43-39.

Op 40-34 zou de damzet (17-22) 28×17 (11×31) 36×27 (26-31) 37×17 (24-29) 34×12 (13-18) 19×50 na 45-40 (50×11) 27-22 (11×37) 41×32 een iets betere stelling voor wit opleveren.

Op 44-39 en 37-31 (26×27) 42×31 zou (24-29) 33×24 (18-22) 27×18 (13×44) of 13×42 gevolgd zijn. In het eerste geval met schijfwinst en in het andere geval met een witte linkervleugel, waaruit iedere kracht verdwenen is.

Een leuke variant vanuit de diagramstand is 43-39 (18-23) 27-22, waarna een spectaculaire damzet volgt: (21-27) 32×12 (23×34) 40×20 (8×50)

13. … 17-22; 14. 28×17 11×31; 15. 36×27 18-23; 16. 33-28 13-18; 17. 49-43 9-13; 18. 41-36 4-9; 19. 27-22 18×27; 20. 37-31 26×37; 21. 42×22 21-26; 22. 39-33 (zie diagram)

Joop2

Quirinius van Dorp – Joop Burgerhout

Zwart speelde hier 22. … 14-20; 23. 25×14 9×20. Hij hoopte hier op 30-25, waarna een verraderlijk dammetje zou zijn gevolgd: (16-21) 25×14 (13-18 ) 22×13 (21-27) 32×21 (23×32) 38×27 (26×17) 14×23 (8×50). Wit zag het ook en trapte daar niet in. Na 24. 44-39 10-14; 25. 30-25 611; 26. 39-34 en na 26. … 24-30 was het bekeken voor wit.

In plaats van 25. … 6-11 had zwart er beter aan gedaan om 25. … 16-21 te spelen. De hielslag 36-31 (26×37) 32×41 (23×32) 38×27 is niet goed wegens (24-30) 25×34 (13-18) 22×24 (20×49).

(Casper Remeijer over zijn interne competitie wedstrijd tegen Evert Dollekamp)

LDG OC 2019-2020 Casper Remeijer - Evert Dollekamp

Casper Remeijer – Evert Dollekamp

Evert heeft net 43. … 12-18 gespeeld. Wit staat beter, maar 43. … 22-27 had waarschijnlijk meer verdediging gegeven. Ik ga nu het centrum pakken met 44. 32-28, maar Evert had een leuk dubbeloffer bedacht: 44. … 21-27? 45. 28×17 18-22 46. 17×28 27-32. Ik had dit dubbeloffer gezien en dacht de weerlegging ook gezien te hebben. Wit kan hier direct een schijf en eigenlijk ook overtuigend de partij winnen met 47. 28-23 19×39 48. 37×28. Ik had echter nog maar vier minuten en speelde snel de weerlegging die ik gezien had in 47. 30-25 32×34 48. 35-30. Wit gaat een schijf winnen en Evert gaf direct op. Wat we allebei niet gezien hadden en wat Evert zeker had kunnen proberen was nu offeren met 48. … 19-24 49. 30×8 3×12. Wit lijkt nu terug te moeten offeren met 33-29 en het wordt remise, want anders loopt zwart naar dam, maar hier kan wit mooi precies winnen door 50. 49-44! 34-39 51. 47-41! 36×29 52. 44×24 5-10 53. 24-19! en wit wint door dubbele oppositie. Na 53. 25-20? is het juist zwart die wint door oppositie.