Archive for Casper Remeijer

Zestal begint competitie met gelijkspel

Verslag van André van der Kwartel

Het zestal van LDG is de competitie in de provinciale Hoofdklasse enigszins teleurstellend begonnen. Tegen ADC uit Alphen aan den Rijn kwamen de Leidenaren niet verder dan 6-6. Er was wat meer verwacht omdat de gemiddelde teamrating van ADC meer dan 100 punten lager lag dan dat van LDG. Maar als die redenering consequent wordt gevolgd, kunnen we de competitie net zo goed schriftelijk afdoen. Gelukkig moet er voor de punten worden gespeeld en dat leverde een aantal boeiende partijen op. Achteraf blijkt dat LDG wel degelijk de betere kansen heeft gehad.

De partijen aan de hoogste twee borden gaven geen bijzonderheden te zien. Ik had de indruk dat de partijen vooral veel respect voor elkaar hadden. Zelfs in de partij van Hans Tangelder kon de computer geen spannende momenten aangeven. Wel signaleerde de computer een moment waarop de remise wat sneller had kunnen worden overeengekomen:

PC 2019-2020 ADC Alphen ad Rijn - LDG Hans Tangelder - Kenny Kroon
Hans Tangelder – Kenny Kroon

Stand na de 39e zet van zwart.
Wit speelde hier 37-31, maar een verrassende actie zou zijn geweest: 22-18 (13×22), 35-30 (25×43), 32-27 (22×33), 49×7. Een fraaie actie, maar helaas onvoldoende voor de winst.

Bij de stand 3-3 mocht ik LDG op voorsprong zetten. Ook in mijn partij gebeurde niet veel spannends, maar ik had zo langzamerhand wel een uitstekende stand opgebouwd. Het bleek gelukkig niet nodig te bewijzen dat die stand ook te winnen zou zijn:

PC 2019-2020 ADC Alphen ad Rijn - LDG André van der Kwartel - Martijn de Vries
André van der Kwartel – Martijn de Vries

Stand na de 44e zet van wit.
Wit staat voortreffelijk en dreigt tegelijkertijd met een zetje. (8-12??) Zwart ziet het niet. 37-31 (26×37), 27-21 (16×27), 28-22 (27×18), 38-32 (37×28), 33×15. Enkele zetten later gaf zwart op. Het zetje is bekend als “het zetje van Weiss”.
In de diagramstand kan zwart met (8-13) het zetje eruit halen, Grappig is dat zwart met (3-9) het zetje ook kan toelaten. Als wit dan dezelfde afwikkeling neemt, moet hij vanwege de meerslagregel nog steeds naar veld 15 slaan, waarna zwart (9-14) speelt en de stand remise houdt.

Hans Kreder had LDG definitief op winst kunnen zetten, maar miste tot twee keer toe een aantoonbare winst. De eerste keer was op de 27e zet.

PC 2019-2020 ADC Alphen ad Rijn - LDG Thomas van der Klis - Hans Kreder 1
Thomas van der Klis – Hans Kreder

Hans speelde hier (7-11!?) en dat ziet er dreigend genoeg uit. Spelverloop: 43-39 (17-22), 28×17 (11×22). De schijfwinst lijkt binnen voor zwart, maar wit heeft nog een verdediging: 38-32 (27×38), 42×33 (13-19), 24×13 (8×28), 36-31! Zwart moet zijn schijf winst weer inleveren. Er dreigt 31-27 en dat volgt ook op (28-32). In de partij speelde Hans (20-24), waarna een gelijkwaardige stand overbleef.
In de diagramstand had Hans winst kunnen forceren door (18-22!). 38-33 is nu verhinderd door (27-32) en (13-19). Dus zal moeten spelen: 43-39 (22×33), 39×28 en nu pas (7-11). Wit heeft nu niet veel beter dan 38-32 (27×38), 42×33. Maar dan volgt (17-22×22) en wint zwart een schijf met (13-19).

Hans zou op de 44e zet een tweede kans krijgen.

PC 2019-2020 ADC Alphen ad Rijn - LDG Thomas van der Klis - Hans Kreder 2
Thomas van der Klis – Hans Kreder

Hans speelde hier (23-28) en na 39-34×43 (22-28!?) [(13-19×9) was nog aanzienlijk sterker] vervlakte de stand snel.
In de diagramstand had zwart een zogeheten stille zet moeten spelen: (2-7!). Wit heeft nu geen mogelijkheid meer om verdedigende ruilen in de stand te houden. Bijvoorbeeld: 39-34 (23-28). Wit heeft nu geen goed tempo. Dus 33-29 (28-32), enz. Een tweede voorbeeld: 30-25 (13-19×9) en wit heeft geen goede zet meer. Op 39-34 volgt weer (23-28) enz.

Daarmee was het gelijkspel een feit, want het was al langer duidelijk dat Steven den Hollander zou gaan verliezen. De basis van dat verlies lag in een wat al te groot enthousiasme om er een complexe partij van te maken.

PC 2019-2020 ADC Alphen ad Rijn - LDG Martijn van der Klis - Steven den Hollander
Martijn van der Klis – Steven den Hollander

Stand na de 18e zet van wit.
Zwart kon de verleiding niet weerstaan om met de zet (16-21) de spanning op te voeren, maar de computerwaardering van de stand verschuift na deze zet van ‘gelijkwaardig’ naar ‘nadelig’ voor zwart. De computer adviseert: (18-23), 32×21 (16×27) met een gelijkwaardige stand. Na (16-21) zal zwart niet aantoonbaar verloren staan, maar in de praktijk kwam zwart het opgelopen nadeel niet meer te boven.

Marc Bremer overtuigende winnaar zomercompetitie 2019

Marc Bremer schitterde gisterenavond door afwezigheid, maar heeft wel door niet te spelen zijn eerste plek veiliggesteld. Met een indrukwekkend eigenmoyenne van 1,800 en een totaalmoyenne van 1,614 heeft Marc met een ruime marge de zomercompetitie gewonnen. Op de tweede plaats is geëindigd Casper Remeijer met een score van 1,425 en op de derde plaats Koos van Amerongen met een score van 1,401. Cruciaal was de mooie overwinning van Marc op Casper van vorige week. Zie ook de analyse van Casper op Toernooibase.

Marc heeft met zijn indrukwekkende overwinning een leuk prijsje gewonnen. Dit jaar kent de zomercompetitie voor het eerst prijswinnaars, waarbij iedereen kans maakt op een prijs met ratingklassementen en juryprijzen. Alle prijswinnaars op een rijtje:

  • Marc Bremer, winnaar zomercompetitie
  • Maurits Meijer, winnaar ratingklassement t/m 1150
  • Dick den Ouden, winnaar ratingklassement t/m 1000
  • Daan Binnendijk, beste dammende schaker
  • Marco de Leeuw, grootste opwaartse ratingoverwinning
  • Arjen de Mooij en Evert Dollekamp, mooiste blunder
  • Quirinius van Dorp, troostprijs

Marco leidde voorafgaand aan de laatste speelavond het ratingklassement t/m 1150 met een ruime marge op Maurits (1,278 vs. 1,094), maar moest door twee nederlagen de overwinning aan Maurits laten die de laatste avond twee keer wist te winnen. Gelukkig voor Marco (1123) stond hij ook bovenaan het klassement van de grootste ratingoverwinning met een knappe overwinning op Evert Bronstring (1275, 152 rating verschil) en kwamen er de laatste avond geen blauwe overwinningen meer bij. Marco bezet overigens ook de derde plaats in dit klassement door ook de andere Evert, Evert Dollekamp (1253, 130 verschil), te verschalken.

Door de mooie deelname van een contingent enthousiaste, dammende schakers heeft de jury besloten ook een prijs uit te reiken aan de beste dammende schaker naast de aangekondigde ratingsklassementen en grootste ratingoverwinning.
Het aanbod aan mooie combinaties was enigszins teleurstellend en dus heeft de jury, bestaande uit Steven den Hollander en Casper Remeijer, de mooiste blunder uit het grote aanbod blunders beloond met een juryprijs. Deze ging naar Arjen de Mooij en Evert Dollekamp voor een wederzijdse blunder.

LDG zomercompetitie 2019 Arjen de Mooij - Evert Dollekamp foto

Arjen staat op de foto hierboven verloren, maar heeft zojuist 36-31 gespeeld om de dam van Evert te vangen. Evert slaat echter 27×36!, waarop Arjen Evert duidelijk maakt dat dat een onreglementaire zet is door “Je moet hierheen slaan.” te zeggen en naar veld 30 te wijzen. Dus Evert slaat braaf 26×30 en na 47×9 4×13 35×24 werd het remise. Beide spelers misten totaal de slag 26×15 waarna de witte dam gevangen wordt door 47×9 4×13 en zwart makkelijk wint.

De troostprijs gaat naar Quirinius die niet één maar maar liefst twee keer in het Haarlemmerzetje is gelopen. Hiervoor krijgt hij een mooi Haarlems aandenken om hem te helpen herinneren:
Haarlem
Zoals Peter tijdens de prijsuitreiking terecht opmerkte had dit natuurlijk eigenlijk een Haarlemmersetje moeten zijn met een tweede exemplaar erbij.

Tot slot nog een combinatierijk fragment van de laatste speelavond. In onderstaande stand is Marco aan zet tegen Casper. Wit staat beter door zijn centrumcontrole en doordat de zwarte korte vleugel speelvrijheid mist.

LDG zomercompetitie 2019 15 Casper Remeijer - Marco de Leeuw
Casper Remeijer – Marco de Leeuw

Marco speelde hier 31. … 11-16, werd verrast door de dreiging 32. 38-33, raakte de kluts kwijt en speelde 32. … 4-9?, waarna Casper damhaalde middels 33. 24-19 13×24 34. 28-22 17×28 35. 33×4 24×35 36. 4×31 en later won. De slotstand is ook aardig met een leerzaam geintje waardoor Marco niet door kan breken, zie de partij op Toernooibase. Beter was het om in de diagramstand 31. … 3-9 te spelen. Als wit dan 38-33 speelt, kan zwart na 9-14 de schijfwinst met 28-22 17×28 33×31 beantwoorden door met 14-19 schijf 24 te winnen. Opvangen met 40-35 19×30 35×24 mag dan niet, omdat zwart voorbereidt met 12-17 en 4-9 en daarna schijf 29 er tussenuit haalt.
Na 31. … 3-9 kan wit beter 32. 28-23 spelen en toen kwam mijn computer tot mijn verrassing met de zet 32. … 2-8 op de proppen. Dit is een zeer a-positionele zet die een mens niet snel zal spelen, maar de computer ziet natuurlijk dat de logische zetten 9-14 en 17-22 verhinderd zijn. Het idee is het hetzelfde, maar de combinatie na 32. … 9-14 is het fraaist: 33. 23-19 14×23 34. 36-31 27×36 35. 26-21 17×26 36. 46-41 36×47 37. 49-44 47×33 38. 39×6!
32. … 2-8 heeft ook nog een andere functie en dat zien we na de logische zetten 33. 39-33 17-22 34. 46-41 9-14. Wit is nu verplicht tot 35. 41-37, omdat het volgende dreigt: 13-19! 24×2 25-30 2×32 30×46 met winst voor zwart.

De eindstand vind je hier en de partijen voor zover ingevoerd zijn op Toernooibase te vinden. Tot volgend jaar!

Zomercompetitie Leids Damgenootschap 2019

Ook deze zomer organiseert het Leids DamGenootschap een zomercompetitie. Deze competitie op de woensdagavonden is voor iedereen toegankelijk. We spelen in een ontspannen zomersfeer twee partijen op een avond. Uiteraard is de bar open.
Wie?
Iedereen die de spelregels kent is welkom.
Waar?
Denksportcentrum Leiden. Robijnstraat 4.
Wanneer?
Iedere woensdag vanaf woensdag 3 juli t/m woensdag 21 augustus.
Hoe laat?
De eerste ronde begint om 20:00 de tweede ronde begint rond 21:45.
Wat is het speeltempo?
20 min. + 25 seconden per zet.
Wat kost het?
Deelname is gratis.
Hoe meld ik me aan?
Er is een vrije inloop, je hoeft je niet aan te melden. Als je zorgt dat je er voor aanvang van een ronde bent word je ingedeeld.

Om toch iets van een competitie-element te hebben, wordt er een moyennesysteem gebruikt waarbij de eigenmoyenne twee keer zo zwaar telt als de tegenmoyenne. Deelnemers moeten minstens vijf partijen hebben gespeeld om voor de eindzege in aanmerking te komen.

Geslaagd debuut Casper Remeijer in het NK Algemeen (1)

Vijfde van Nederland, ‘best of the rest’ achter Baliakin, Sipma, Groenendijk en Van IJzendoorn, maar voor nog drie GMI’s. Debuteren in het NK als enige speler zonder titel (zowel Nederlandse als internationale titels) en dan je gemiddelde halen. Eén partij verloren en ook een heel mooie partij gewonnen en verder nauwelijks in de problemen gekomen. Dat is een typering van mijn NK-debuut in een paar woorden.

Ik heb een goed toernooi gespeeld, het was leuk en leerzaam en ik ben uiteraard blij met de vijfde plaats en de behaalde meestertitel MN. Nog steeds vind ik de eindstand in Toernooibase gewoon mooi om naar te kijken: vijfde, gemiddelde en dat als enige speler zonder titel en met de lage rating van onder de 1400!

NK Algemeen 2019 Eindstand

Een NK begint echter ver voordat het NK daadwerkelijk begint. Je hebt de halve finales (HF), waar ik me ogenschijnlijk zeer gemakkelijk plaatste door mijn groep te winnen en dan krijg je reacties van mensen. Dat zijn natuurlijk voornamelijk felicitaties, maar ook dingen als (voor de HF helemaal afgelopen was) ‘Ik verwacht je in de finale. Hoewel dat geen pretje is.’ Verder beginnen de zenuwen zodra is doorgedrongen dat je het loodzware toernooi dat het NK is, gaat spelen en je kan je beginnen voor te bereiden. Het gebeurt niet vaak dat je (lang) van tevoren weet tegen wie je gaat spelen, maar met het NK (en ook met de HF) kan dat wel.

Mijn voorbereiding was echter niet optimaal: in maart was ik tweeënhalve week op vakantie in Colombia waardoor ik drie keer de onderlinge competitie miste en de enige partij tussen mijn vakantie en het NK verloor ik. Ik speelde op maandag een oefenpartij in Haarlem tegen Stefan Stolwijk. Dat was een leuke, interessante partij in de onvoltooide hekstelling en ik had dat verlies misschien wel nodig om even wakker geschud te worden. In Colombia heb ik tijdens de lange uren in de bus de masterclasses van Gantvarg van dit jaar doorgenomen en een paar specifieke openingsvarianten voorbereid die ik wel wilde spelen. Daar is natuurlijk helemaal niks van op het bord gekomen, maar de laatste partij tegen Jan Groenendijk had ik wel de eerste paar zetten van een voorbereide opening op het bord. Mijn speelplan tegen Jan (klassiek!) vind ik goed gekozen en ik hoefde alleen maar op te passen dat hij geen goede Ghestemdoorstoot kon plaatsen en toen werd het simpel remise. Klassiek leek me niet zijn favoriete speltype en ik zag in de partij ook dat het niet zijn beste speltype is. Verder had ik vanzelfsprekend een boekje met combinaties mee naar Colombia. Daarnaast heb ik voor het toernooi van mijn tegenstanders in de eerste paar rondes wel wat openingen en partijen bekeken, maar dat was veel minder dan ik eigenlijk gewild had.

Tegenwoordig heb ik niet zo veel last meer van zenuwen (dat was in mijn jeugd, maar ook toen ik 20 was, wel anders), maar toen ik op 5 april, de openingsdag, wakker werd voelde ik wel wat. De treinreis was ontspannen, de busreis met Hein Meijer, die ik op station Arnhem tegenkwam, gezellig druk en de openingsceremonie was minder erg dan ik verwacht had: de introducties van de spelers door bondscoach Rob Clerc waren leuk en de rest van de toespraken was minder lang en volslagen onzin dan normaal gesproken het geval is met dit soort dingen.

En toen was het toernooi begonnen. De eerste partij speelde ik met wit tegen Wouter Sipma. In de jeugd heb ik meerdere keren tegen hem gespeeld, maar hij heeft zich meer ontwikkeld dan ik. Hij houdt van omsingelen en van spannend en vaak apart spel. De laatste paar jaar haalt hij echter minder rare fratsen uit op het bord en speelt hij ook ‘gewoon normaal’ heel sterk. Het was een typische laveeropening, maar op de achtste zet kies ik ervoor met een ongewone zet mijn lange vleugel sterk te houden. Het blijft lang een redelijk rustige partij, waarbij de voornaamste vraag is wat ik ooit met mijn schijf op 46 ga doen. Wouter heeft echter ook veel schijven aan die kant van het bord dus dat komt vanzelf wel een keer goed leek me. Wouter lost ten koste van vier tempi schijf 15 op, waardoor mijn korte vleugel geen aanknopingspunt meer heeft. Dat maakt echter niet veel uit aangezien mijn korte vleugel toch relatief dun is en mijn lange vleugel juist sterk. Het oplossen van 15 (gegeven een voldoende sterke verdediging op die vleugel) is alleen nuttig als je op de andere vleugel spel hebt en daar overwicht kan krijgen. In het middelspel versmaad ik om redenen die me niet meer helder voor de geest staan om de achtergebleven schijf op 46 met 32-28 37-32 26×37 42×31 46-41-37 een bestemming te geven. Even later komt er toch spanning in de wedstrijd doordat ik ervoor kies om halfopen klassiek op het bord te brengen. Althans het zal halfopen klassiek worden, maar hij heeft op dat moment (nog) geen schijf op 23 staan. Schijf 46 staat nog steeds niet lekker, maar daar staat tegenover dat zwart vijf schijven aan de rand heeft staan in 6, 11, 16, 21 en 26. Na dertig zetten begon ik me toch af te vragen hoe ik mijn lange vleugel moest ontwikkelen. De beste manier leek me de linkerpiramide op te bouwen en naar 22 te gaan. Het partijplan van Wouter met 19-23 28×19 14×23 en de opsluiting was geen probleem en gaf eerder mij kansen dan hem. Dit moest ik wel even goed berekenen voor ik 32. 46-41 speelde, maar daar was het ondertussen dun genoeg voor. En dat was het eerste punt tegen een sterke jonge grootmeester.

Een opvallende partij uit de eerste ronde was de zeeslang van Martijn van IJzendoorn en Wim Kalis. Het speltype met meerdere opgedrongen randschijven werd heel sterk gespeeld door Martijn en hij bereikte een goed eindspel met een schijf meer. Met allebei een dam en vijf respectievelijk zes schijven erbij was dit een lastig macro-eindspel en dan worden er onherroepelijk fouten gemaakt, ook door grootmeesters. Wim raakte ergens onnodig een schijf kwijt, Martijn haalde een tweede dam en kwam gewonnen te staan. 52 zetten nadat beide spelers dam haalden kwam de volgende stand op het bord:

Martijn van IJzendoorn – Wim Kalis 1-1
NK Algemeen 2019 1 Martijn van IJzendoorn - Wim Kalis 1-1

Wim wist hier remise te maken met 105. … 1-7! en na 106. 6-1? 26-37! realiseerde Martijn zich na enig nadenken dat hij de meerslag over het hoofd had gezien. Gedesillusioneerd moest Martijn na 107. 1×41 36×47 in remise berusten. Als Martijn het laatste geintje van Wim niet overziet en 106. 49-16 speelt, wint hij wel.

De rondeprijs in de eerste ronde ging naar Martijn en Wim samen. Rondeprijzen zijn een enigszins vreemd fenomeen. Er is een jury die een beslissing maakt en dat is per definitie een subjectieve beslissing. Tijdens het toernooi was ook helemaal niet bekend wie er in de jury zat of zaten. Pas na het toernooi werd er iets gezegd over de jury, namelijk dat die iedere ronde uit drie personen bestond, waarvan minstens één iemand van de demonstrateurs van die ronde. Verder gaan de rondeprijzen (150 euro per rondeprijs) voornamelijk naar mensen die een partij winnen, terwijl de speler die verloor misschien wel ervoor zorgde dat het een interessante partij was door voor een gedurfde partijopzet te kiezen. Dan mislukt die partijopzet weliswaar uiteindelijk, maar wordt niet hij maar zijn tegenstander beloont. Op deze manier gaan de rondeprijzen voornamelijk naar mensen die toch al prijzengeld verdienen. Het prijzengeld is met ingang van dit NK gewijzigd: eerst kregen alle twaalf deelnemers prijzengeld en liep dat vanaf de laatste prijs langzaam op, maar nu kregen alleen de eerste zes prijzengeld en liep dat heel snel op en kreeg de top drie het grootste gedeelte van het prijzengeld. In twee rondes is er geen rondeprijs toegekend en daar heb ik dan wel mooi van geprofiteerd, want ze hebben twee extra prijzen uitgereikt en zo is mijn overwinning op Jos Stokkel toch nog beloond.

Wie Anton van Berkel kent, weet dat hij geen mapjesdammer is. Hij speelt een tikkeltje anders, soms echt vreemde openingen en het wordt wel eens echt een rommeltje. Typerend en grappig vond ik zijn opening tegen Rob Geurtsen in de eerste ronde. Na 1. 32-28 17-22 2. 28×17 12×21 3. 33-29 7-12 4. 38-33 1-7 5. 42-38 19-23 wilde Anton 35-30 spelen vertelde hij na de partij. Dan was 23-28 33×22 18×27 31×22 20-24 gekomen en na 29×20 15×35 moet wit zich in bochten wringen om schijf 22 te behouden en staat wit niet prettig. Een opening anders spelen en dan pas op de zet zelf erachter komen dat je geplande zet niet kan en dan maar ‘in arren moede’ het vervlakkende 6. 31-27 21×32 7. 37×19 14×23 spelen, zoiets verbaast je op een gegeven moment niet meer van Anton.

Na de eerste ronde kwam direct een dag met een dubbele ronde. Ik mocht eerst tegen teamgenoot Anton van Berkel en daarna tegen Rob Geurtsen, de zwakste deelnemer. Van tevoren had ik bedacht dat ik tegen Alexander Baliakin, Martijn van IJzendoorn en Jan Groenendijk, de drie 1500-spelers, rustig aan ging doen en dacht ik dat er vier mensen waren waar ik van zou kunnen winnen: Rob Geurtsen, Wim Kalis, Niek Kuijvenhoven en Anton van Berkel. Nu kreeg ik twee van die vier mensen op dezelfde dag dus ik hoopte toch zeker één partij te winnen.

Om half tien begon mijn partij tegen Anton en we speelden een opening die ik wel vaker speel. Ik had zwart en het begon met 1. 32-28 17-22 2. 28×17 11×22. Op de negende zet week Anton echter af, wat mij de mogelijkheid gaf een goede flankaanval in te nemen. Ik kreeg een prachtige flankaanval, maar ik miste een goede mogelijkheid om de afbraak daarvan te verhinderen. In onderstaand diagram heeft Anton net 25. 40-35 gepeeld, wat 34-29 23×34 33-28 22×33 38×40 mogelijk maakt.

Anton van Berkel – Casper Remeijer 1-1
NK Algemeen 2019 2 Anton van Berkel - Casper Remeijer 1-1

Ik speelde 25. … 7-11?, maar had de 2-om-2-ruil kunnen verhinderen met 25. … 19-24! Als wit nu ruilt met 26. 34-29 23×34 27. 33-28 22×33 28. 38×40 volgt namelijk 28. … 18-23! 29. 31×22 23-28 30. 22×33 24-30 31. 35×24 20×47 z+. Wieger Wesselink noemt in zijn analyse op de NK-website als mogelijk vervolg 25. … 19-24 26. 44-39 14-19 27. 34-29 23×34 28.39×30 9-14 met een aantrekkelijke aanval voor zwart. Na de 2-om-2 terug ruilde Anton mijn flankaanval van het bord en hoewel ik beter bleef staan, gaf het geen winstkansen.

Ook in de tweede ronde was er een heel opmerkelijk moment waarin een grootmeester een grote fout maakte. Ron Heusdens speelde een opening die hij heel goed beheerst tegen Wouter Sipma en leek zeer groot voordeel te hebben na twintig zetten. In de fase hierna speelde hij het echter niet helemaal goed en Wouter verdedigde zich goed. De partij leek al een tijdje recht op remise af te stevenen toen onderstaande stand bereikt werd.

Wouter Sipma – Ron Heusdens 2-0
NK Algemeen 2019 2 Wouter Sipma - Ron Heusdens 2-0

De wending 25-20 15×33 34-29 33×24 30×17 (of 30×10 zoals eigenlijk de bedoeling is. Ron heeft goed de meerslag naar 17 erin gebracht, maar kan dat er nu niet meer in houden.) speelt al een kleine tien zetten een rol, maar meer dan remise levert het steeds niet op. Zwart heeft in de diagramstand meerdere goede zetten zoals 14-20, 14-19 en 13-19, maar de meest logische zet is wel 12-18. Als wit na 12-18 25-20 15×33 34-29 33×24 30×10 neemt dan geeft zwart een schijf terug met 9-14 10×8 3×12 en deze stand is makkelijk remise. Schijf 35 heeft een vrije doortocht naar dam, maar zwart kan dan ook naar dam lopen en wit kan de zwarte schijven niet tegenhouden.

Ron wilde 12-18 spelen, maar had last van een motorische storing en speelde onbedoeld 42. … 13-18? Wouter was er uiteraard als de kippen bij om de wending met 43. 25-20 15×33 44. 34-29 33×24 45. 30×10 te nemen en in deze situatie was Ron kansloos en kon hij na een paar zetten opgeven. Ron had in de eerste ronde van Jan Groenendijk verloren en zo had Ron na twee rondes verrassend nog geen enkel punt!

Mijn tweede partij die dag was tegen Rob Geurtsen en dat was van begin af aan een interessante partij. We speelden een hekstellingopening waarin Rob Geurtsen met 7. … 19-24 een minder bekende variant kiest. Hij speelt het scherp met 11. … 3-8 en de ruil naar 22. Na de zetten 1. 34-29 19-23 2. 40-34 14-19 3. 45-40 10-14 4. 50-45 5-10 5. 31-26 20-25 6. 37-31 15-20 7. 41-37 19-24 8. 46-41 13-19 9. 32-28 23×32 10. 37×28 8-13 11. 38-32 3-8 12. 41-37 17-22 13. 28×17 11×22 komen we in de partij, zie onderstaand diagram:

Casper Remeijer – Rob Geurtsen 1-1
NK Algemeen 2019 3 Casper Remeijer - Rob Geurtsen 1-1

We waren allebei niet goed op de hoogte van de theorie in deze opening, want ik maak met 14. 43-38 een fout en Rob verzaakt dit af te straffen. Wat wit beter kan spelen is 14. 32-28 7-11 15. 28×17 11×22 16. 37-32 22-28 17. 33×22* 18×38 18. 42×33. Wit mag niet anders slaan op de 17e zet, want dan volgt een damcombinatie die typisch is voor de onvoltooide hekstelling. Zo verschalkte Evert Bronstring in de beginjaren van de onvoltooide hekstelling in 1965 Dammis van der Staaij met deze combinatie (het enige verschil met de diagramstand is dat 42 op 41 stond): 17. 32×23? 19×28 18. 33×22 18×27 19. 31×22 24×33 20. 39×28 25-30 21. 35×15 14-20 22. 15×24 13-18 23. 22×13 8×50 en na damafname middels 24. 26-21 50×26 25. 41-37 26×42 26. 48×37 had Evert een schijf meer.

Terug naar de partij: ik speelde 14. 43-38 en Rob antwoordde met 14. … 7-11, maar hij had hier 14. … 6-11! moeten spelen. De wending 15. 32-28? 25-30! 16. 28×6 19-23 17. 34×25 23×41 z+ is van belang en door ons allebei niet onderkend. Hierna is wit vrijwel gedwongen een keer naar 15 te ruilen met 35-30 en 29-23, maar zwart kan direct naar 30 ruilen met 14-20 en de witte korte vleugel is opgesloten en ziet er erg droevig uit. Misschien kan wit na 14. 43-38 6-11 nog 15. 47-41 spelen, maar dan moeten wel alle combinatieve valkuilen ontweken worden.

De hekstelling werd even verbroken, maar kwam later weer op het bord. Op zet 34 zag Rob zich genoodzaakt naar de rand te vluchten en kwam ik heel goed te staan. Een tiental zetten later heb ik volgens Kingsrow analytische winst gemist. Met beperkte bedenktijd verzandde ik in de vele goede mogelijkheden en de variant waarvan ik dacht dat die ging winnen, bleek toch net niet te winnen. En zo stond ik na drie rondes nog op mijn gemiddelde met één sterke tegenstander gehad en twee zwakkeren tegen wie ik kansen zou moeten kunnen krijgen. Ik was toch wel teleurgesteld over het resultaat op deze dag met dubbele ronde. Zowel tegen Anton van Berkel als tegen Rob Geurtsen stond ik heel goed en twee keer hou ik daar niks aan over. En nu had ik al twee van de vier mensen gehad waar ik echt winstkansen tegen dacht te kunnen krijgen.

Mijn gemiste winst tegen Rob Geurtsen was niet de enige de eerste paar rondes en ook niet als je alleen naar de derde ronde kijkt. Nu was dit een tweede partij op een dag en twee partijen spelen op één dag op hoog niveau is vermoeiend. De prachtige winst die Wouter Sipma miste tegen Hein Meijer is hem vergeven, want hoewel je in zo’n stand natuurlijk wel naar combinaties kijkt, was de forcing die hij uit had kunnen voeren behoorlijk verborgen en dan moet je ook nog zien dat de stand na de forcing wint.

Hein Meijer – Wouter Sipma 1-1
NK Algemeen 2019 3 Hein Meijer - Wouter Sipma 1-1 1

In bovenstaand diagram valt het gat op 39 op en wat ook opvalt is dat wit iets moet gaan doen om de voorpost op 23 te verdedigen. 26. 44-39 ligt voor de hand, maar zwart loopt naar veld 14 toe en dreigt met een 1-om-2. Vaak heeft zwart een schijf op 27 en kan wit antwoorden met zijn eigen 1-om-2, maar dat is hier niet het geval. Wit moet het hebben van een verdediging als 26. 44-39 5-10 27. 39-34 om 27. … 10-14 te kunnen beantwoorden met 28. 24-19 13×24 29. 34-30 met licht voordeel voor wit. In de diagramstand en in de laatste variant kan zwart meerdere combinaties nemen, maar dat is altijd een ruil.

Hein speelde echter niet de logische opbouwzet 26. 44-39, maar 26. 35-30? Het doel van deze zet is een kleine meerslagfinesse na 26. … 5-10? 27. 23-19! 20-25 28. 19-14 25×23 29. 14×5 w+. Ook na 26. … 3-9 komt 27. 23-19, maar nu levert dit na 27. … 9-14* 28. 19×10 5×14 29. 30-25* niet meer dan licht voordeel op.

Wouter had na 26. 35-30? op de volgende prachtige manier kunnen winnen: 26. … 20-25! 27. 44-39* 25×34 28. 39×30 15-20! 29. 24×15 5-10 30. 15×4 13-19! 31. 23×14 18-23 32. 29×27 12-18 33. 4×22 17×48 en deze stand verdient zijn eigen diagram:

Hein Meijer – Wouter Sipma 1-1
NK Algemeen 2019 3 Hein Meijer - Wouter Sipma 1-1 2

Wit heeft drie stukken meer, maar verliest er altijd minstens twee inclusief schijf 14 en verliest dus kansloos.

Wouter zag de forcing helaas niet en speelde 26. … 22-28 27. 23×32* 20-25 (de dam na 13-19 24×22 17×48 gaat er na 30-24 direct weer vanaf en wit houdt een prima flankaanval over) 28. 33-28* 25×23 29. 28×19 3-9 30. 24-20 15×24 31. 19×30 en het liep later remise.

In de eerste ronde kon Alexander Baliakin met een fraai offer winnen van Jos Stokkel, gaf Martijn van IJzendoorn op dramatische wijze een gewonnen eindspel uit handen en wist Anton van Berkel niet van Rob Geurtsen te winnen, omdat hij op de 46e zet niet zag dat hij ook met zijn dam kon slaan.

In ronde twee had je de merkwaardige situaties dat Rob Geurtsen opgaf in een remisestand tegen Wim Kalis, omdat hij niet wist of zag dat het 4-om-2-eindspel remise was, en Ron ‘De kneus’ Heusdens verloor door een miscommunicatie tussen zijn brein en zijn hand.

Naast de net genoemde gemiste winsten van mijzelf en Wouter Sipma kon ook Martijn van IJzendoorn in de derde ronde winnen van Niek Kuijvenhoven. Dat was in een dun klassiekje en dat was een stuk simpeler. De eerste drie rondes leverden in ieder geval al genoeg spektakel op en ook de rest van het toernooi viel er genoeg te beleven voor de toeschouwers, maar daarover een andere keer meer.

Nipt verlies zestal tegen Den Haag

Verslag: André van der Kwartel

Het zestal van LDG heeft in de voorlaatste ronde van de provinciale Hoofdklasse met het kleinst mogelijke verschil verloren van damclub Den Haag na een wedstrijd waarin LDG lang op winst leek af te gaan.

Casper Remeijer won snel en deed dat met een prachtige slagzet.


Gerard de Groot – Casper Remeijer

Het diagram geeft de stand na de 30e zet van wit. Zwart maakte de partij uit met: (22-28), 33×22 (17×28), 31×33 (10-15), 38×27 (24-29), en wit liet zich de rest [33×24 (14-20), 25×14 (9×47)] niet meer bewijzen. Overigens is het aanbieden van de keuzeslag met (22-28) onnodig complicerend. Direct (24-29) en (22-28) had ook gekund.

Hans Tangelder verloor nadat hij in een gelijkwaardige stand volstrekt onnodig een schijf had weggegeven.
Vervolgens speelde Evert Bronstring remise. Hij had een groot deel van de partij nadeel, maar hij miste ook een schijfwinst.


Evert Bronstring – Jeroen Kos

(3-9??), 49-43?? Beide spelers overzien: 27-22 (18×27), 26-21 (17×26), 35-30 (24×35), 37-31 (26×37), 42×15.

Het zestal van LDG kwam weer opnieuw aan de leiding door een overwinning van Hans Kreder.


Hans Kreder – Harry Zandvliet

Stand na de 39e zet van wit. Zwart kan hier de stand nog gelijk houden door (7-12). Voor de hand ligt nu voor de witspeler 28-23 (eventueel voorafgegaan door 34-29), maar dan zorgt de actie (21-27) en (13-18) voor gelijk spel. Zwart speelde echter (10-14??) 37-31! (26×37), 42×31. Zwart zit in onoverkomelijke problemen. (21-27), (21-26) en (7-12) zijn verhinderd en er dreigt 27-22. Zwart speelde in arren moede (24-29) en verloor door tijdsoverschrijding.

Het zag er op dat moment goed uit voor LDG. Harry Dekker en Frank Eektimmerman stonden gelijkwaardig en met twee remises zou de winst binnen zijn. Maar beide partijen gingen onverwachts verloren.


Roy Bidesi – Harry Dekker

De zwartspeler kan hier simpel remise maken door (19-24) en (22-27). Spelverloop: (10-14?), 31-27 (22×31), 26×37 (14-20), 25×14 (19×10), 37-31 (10-14), 31-27 (14-20), 35-30 (13-19), 30-25 en hier miste zwart het verrassende (23-28), 25×12 (28×37). Met alle witte schijven midden op het bord moet dat gemakkelijk remise zijn te houden. Zwart speelde echter (19-24) en verloor kansloos.

Ten slotte verloor ook Frank Eektimmerman. Hij had een groot deel van de partij onder druk gestaan en twee zwakkere zetten in het late middenspel brachten hem in een verloren positie.

De Singel wint damtoernooi voor Leidse basisscholen

Verslag: André van der Kwartel

Verslag schooldammen 2018-02 foto

Op woensdag 7 februari werd in de aula van het Da Vinci College aan de Noachstraat het jaarlijkse damtoernooi voor basisscholen verspeeld. Dit toernooi werd zoals gebruikelijk georganiseerd door de Leidse Schoolsportcommissie in samenwerking met het Leids Damgenootschap.
Enigszins tot teleurstelling van de organisatoren hadden zich slechts vier basisscholen voor dit toernooi ingeschreven. Maar deze vier scholen brachten met elkaar wel tien teams van vier kinderen op de been. De basisscholen Joppensz en Lucas van Leyden leverden ieder drie teams, De Singel en de Teldersschool ieder twee.

Er werd door de deelnemers met veel inzet en enthousiasme gespeeld. Er werd gespeeld over negen rondes en ieder team kon per ronde maximaal acht punten verdienen (vier overwinningen). Het eerste team van De Singel ging voortvarend van start, maar halverwege het toernooi werden de verschillen tussen de teams kleiner en kleiner en begon de spanning onder de deelnemers duidelijk toe te nemen. In de laatste rondes herstelde De Singel 1 zich weer, waardoor dit team uiteindelijk terecht de eerste prijs kreeg uitgereikt uit handen van Maurits Meijer, voorzitter van het Leids Damgenootschap. Dit team mag nu, tezamen met de nummer twee (Lucas van Leyden 1), uitkomen in het provinciaal kampioenschap voor basisscholen.

De volledige uitslag:
1. De Singel 1, 48 punten
2. Lucas van Leyden 1 (46)
3. Joppensz 2 (40)
4. Joppensz 1 (39)
5. Teldersschool 1 (39)
6. Lucas van Leyden 2 (36)
7. Lucas van Leyden 3 (33)
8. Joppensz 3 (30)
9. Teldersschool 2 (27)
10. De Singel 2 (22)

Ongeslagen Steven den Hollander wint met explosief spel de zomercompetitie

Ook op de laatste avond van de zomercompetitie van LDG, 30 augustus 2017, heeft Steven den Hollander laten zien dat hij deze zomer de verdiende kampioen is.
De eindstand vindt u hier.

In een partij waarin beide spelers na vijftien zetten al zeer weinig speelruimte meer hadden, wist hij Hans Tangelder zoek te spelen en de winst met een damcombinatie binnen te halen. In onderstaande stand heeft Hans met wit alleen nog maar de zet 26. 43-39, maar dat kon ook niet wegens 26. … 29-33 27. 38×29 24×44 28. 40×49 16-21 29. 27×16 18×38 30. 42×33 23×32 31. 37×28 26×46 en Hans gaf op.

Hans Tangelder – Steven den Hollander 0-2

Met negen zeges en twee remises behaalde Steven een eigenmoyenne van 1,818, wat ondanks een iets lagere tegenmoyenne genoeg was om de Rijnsburgers Arjen de Mooij en Richard Meijer voor te blijven. Richard verloor slechts één partij, maar dit hadden er twee kunnen zijn als Dick de gouden kans had waargenomen die hij van Richard kreeg. In onderstaande stand miste Dick de winst die mogelijk was middels 27. … 12-17 28. 23×12 13-18 29. 12×23 22-28 30. 33×22 17×46.

Richard Meijer – Dick den Ouden 2-0

Dick speelde echter 27. … 21-27 en ging later ten onder tegen de alsmaar sterker wordende aanval van Richard.

Tot slot geef ik u enkele mogelijkheden uit het combinatierijke slot van de partij tussen Steven den Hollander en Evert Bronstring. In onderstaande stand staat Steven met wit prachtig, maar hij heeft net 32. 34-30 gespeeld en dat leidt wederzijds tot combinatiemogelijkheden.

Steven den Hollander – Evert Bronstring 1-1

Evert speelde 32. … 12-18, waar 32. … 20-25 veiliger geweest zou zijn. Als wit met 33. 22-17 had vervolgd was naar alle waarschijnlijkheid 33. … 18-22? 34. 29-23? 22×11 35. 23-18 13×22 28×6 gevolgd met een gelijkwaardige stand. De vraagtekens staan er, omdat wit na 33. … 18-22? naar winst kan combineren met 34. 47-41! 22×11 35. 39-34 36×47 36. 37-31 26×37 37. 32×41 47×36 38. 28-22 36×18 39. 29-24 20×29 40. 34×3.

Steven had geen zin in de ruil naar veld 6 die hij zag na 32. … 12-18 33. 22-17 18-22 29-23-18 dus speelde hij 33. 32-27, waarbij hij met succes hoopte dat Evert de remisecombinatie die er nu in zit niet zou zien. Evert had nu direct remise kunnen maken met 33. … 13-19! 34. 22×11 1-7 35. 11×2 20-25 36. 2×24 25×45. In plaats daarvan speelde Evert 33. 14-19? en dat brengt ons bij het volgende diagram:

Steven den Hollander – Evert Bronstring 1-1

In een rapidpartij kan je niet alles zien en wit kan hier op heel veel manieren damhalen. Steven koos voor 34. 28-23 19×17 35. 37-31 26×37 36. 38-32 37×28 37. 33×2, maar overzag de zwarte tegenactie 37. … 20-24! en zwart slaat altijd vier schijven en heeft daarna genoeg schijven om op dam te komen en een punt te pakken. Er werd dus remise overeengekomen.

In plaats van met 34. 28-23 te beginnen, kan wit ook naar dam combineren door met 34. 29-23 18×29 35. 33×24 20×29 te beginnen. Als je nu direct damhaalt met 36. 27-21 26×17 37. 22×2, kan zwart remise maken met zowel 19-23 als met eerst 1-7 en dan 19-23. Er dient dus meer materiaal gegeven te worden en een tweede schijf geven alvorens 27-21 te spelen wint ook niet. Alleen als wit er drie(!) geeft kan hij winnen en wel met 34. 29-23 18×29 35. 33×24 20×29 36. 38-33 29×38 37. 30-24 19×30 38. 27-21 26×17 39. 22×2 en de witte schijf op 28 is snel op 18 om dood en verderf te zaaien.

Het Rotterdams Open van André

(verslag van André van der Kwartel)

Van zondag 16 tot zaterdag 22 juli werd het eerste Rotterdams Open toernooi verspeeld. Hans Tangelder heeft de resultaten van de vier deelnemende Leidse Damgenoten al eerder op deze website vermeld.
Hieronder een aantal fragmenten uit mijn wedstrijden.

In de eerste ronde mocht ik met zwart aantreden tegen Aleksei Domchev. Ik was er niet zo blij mee om het toernooi te moeten beginnen tegen een tegenstander die normaal gesproken voor mij toch vele maatjes te groot zou moeten zijn. Uiteindelijk kwam er toch een heel aardige partij op het bord vanuit een opening die ik nog maar enkele weken eerder tegen Evert Bronstring op het bord had gehad. Het ging voor mij pas fout op de 45e zet, ongetwijfeld vanwege de langdurige druk waaraan je toch bloot staat in combinatie met een klok die onherroepelijk naar het einde tikt. Zie diagram 1.

Aleksei Domchev – André van der Kwartel

Diagram 1

Dit is de stand na de 45e zet van wit. Ondanks de witte hekstelling is de stand nog in evenwicht. Ik speel echter twee zwakke zetten: (8-13?), 33-29 (14-20?), 30-24! en na (20-25) en 34-30 verloor ik snel.
In de diagramstand had ik de stand echter gemakkelijk gelijk kunnen houden met (14-19), 38-32 (8-12), 30-25 (19-24) en de computer komt nu niet verder dan 34-30, 33-29, 32-28 en 17-21, waarna de stand toch echt wel remise is.
In het partijverloop had na 33-29 (13-19) alsnog tot remise kunnen leiden. Er waren dus echt twee zwakke zetten nodig om deze stand te verliezen.

Op maandag 17 juli zouden twee rondes worden gespeeld. In de ochtendronde speelde ik tegen Ratan Ganeshie, een van de mede-organisatoren van dit toernooi. Misschien kwam het door zijn drukke bezigheden buiten het dambord, maar hij kreeg het voor elkaar ruzie te krijgen met de hoofdarbiter. Dat leidde eerst tot een ‘officiële waarschuwing’, waarna de ruzie buiten de speelzaal kennelijk nog even doorging. Wie schetst mijn verbazing toen de arbiter naar mij toekwam en verklaarde dat ik de wedstrijd reglementair had gewonnen? Het was in ieder geval geen prettige ervaring. Op het moment van deze beslissing had ik een licht voordelige stand op het bord.

In de middagronde was clubgenoot Henk Meester mijn tegenstander. In een gelijkwaardige stand overzag Henk een eenvoudige damzet. Zie diagram 2.

André van der Kwartel – Henk Meester

Diagram 2

Henk speelde hier (12-18??). Dit kost hem een schijf of de partij: 31-27! (21-26), 34-29 (23×34), 40×20 (15×24), 27-22 (18×27), 32×21 (26×17), 28-23 (19×28), 33×2 en Henk gaf op.
Onthoud dit zetje voor mijn partij uit de zevende ronde …

Op dinsdag 18 juli was er weer een enkele ronde. Mijn tegenstander was Peter van der Stap. Het was van mijn kant een matige partij, waarin ik met zwart constant achter de feiten aan liep. De definitieve fout maakte ik op mijn 47e zet. Zie diagram 3.

Peter van der Stap – André van der Kwartel

Diagram 3

Ik speelde hier (27-31?) en kwam er na 26-21 (31×42), 38×47 niet meer aan te pas. Zwart had zich nog taai kunnen verdedigen met (12-17), 37-32 (17-21), 26×17 (27-31). Met alle witte schijven midden op het bord en de zwarte allemaal aan de rand lijkt zwart een goede kans te hebben de partij remise te kunnen houden.

Woensdag 19 juli was weer een dubbelrondige speeldag. In de ochtend speelde ik met zwart tegen Harold Jagram. Ik dacht dat ik tegen deze tegenstander wel een kans had, maar mocht blij zijn dat ik niet snel met een nul naar huis werd gestuurd. Zie diagram 4.

Harold Jagram – André van der Kwartel

Diagram 4

We hebben allemaal wel eens onze slordige momenten. Ik speelde hier (19-23??) en wit antwoordde vrijwel meteen met 40-35. Als wij allebei iets scherper waren geweest, hadden we natuurlijk wel gezien dat wit met 25-20! een schijf winst dan wel een dam had kunnen halen.
Ik dacht dat ik uiteindelijk wel beter kwam te staan, maar dat viel tegen. Zie diagram 5.

Harold Jagram – André van der Kwartel

Diagram 5

Wit ruilde hier 31-27 (22×31), 36×27. Zwart heeft geen enkel positioneel voordeel meer, maar nog wel een zetje: (30-34), 39×19 (29-33), 38×29 (18-22), 27×18 (12×45), 35-30. Zie diagram 6.

Harold Jagram – André van der Kwartel

Diagram 6

Ik heb voor zwart in deze stand geen winnende strategie kunnen ontdekken. Uiteindelijk heb ik in de partij gekozen voor (20-25) in de hoop dat wit zich zou laten verleiden tot 19-14 (25×34), 14-10 en met twee zwarte dammen op het bord zag ik nog wel kansen. Wit speelde echter 30-24, waarna het partijverloop was: (45-50), 42-38 (50-22), 21-17 (22×11), 19-14 (11-22), 14-10 (22-36) en remise gegeven. Misschien had ik met 22-13 nog wat verder moeten hengelen, maar ik had er niet veel vertrouwen in.

In de middagronde speelde ik tegen Pertap Malahé. Deze had in de ochtendronde een partij van ruim meer dan vijf uur gespeeld. Dus toen hij in de opening de ene ruil na de andere nam, bekroop mij de onjuiste gedachte dat Malahé er een gemakkelijke partij van wilde maken. Toen hij in een sterk uitgedunde stand alsnog tijd begon te investeren, moest ik even omschakelen. Inmiddels begrijp ik dat Malahé de opening wel vaker zo behandelt. Het aardigste moment in deze partij deed zich voor na de 39e zet van wit (Malahé). Zie diagram 7.

Pertap Malahé – André van der Kwartel

Diagram 7

Het was verstandiger geweest om eerst 8-12 te spelen, maar ik speelde hier direct 6-11!? Malahé meende nu groot voordeel te forceren met: 21-17 (11×22), 43-38, maar op die actie had ik een aardige weerlegging: 22-28 (33×22), 9-14! Zwart dreigt nu met (24-30) en (23-29). Partijverloop: 42-37 (7-11), 32-27 (24-30), 25×34 (23-29), 34×23 (19×17) en na nog vijf zetten werd de partij remise gegeven.

Op donderdag, de zevende ronde, speelde ik met wit tegen Nico Leemberg. Ik heb die partij gewonnen, maar had daarbij niet over geluk te klagen. Zie diagram 8.

André van der Kwartel – Nico Leemberg

Diagram 8

34-29 (25-30), 43-39 (3-8) [Zwart mist de kans op groot zo niet winnend voordeel na (21-26), 28-22 (19-23), enz.] 48-42 (8-12), 42-37 (21-26), 28-22 (12-17??), 22×11 (16×7), 32-28??? [We overzien allebei: 27-22 (18×27), 32×21 (26×17), 29-23 (19×28), 33×2. Let wel: dezelfde combinatie die ik drie dagen eerder had uitgevoerd tegen Henk Meester!] (7-11), 38-32 (20-25), 29×20 (15×24??). Hierna loopt de partij snel gewonnen voor mij na 45-40 enz. Als zwart (25×14), 35×24 (19×30) had geslagen, was de partij waarschijnlijk in remise geëindigd. Het positioneel sterke 33-29 is immers verhinderd door (18-22).

In de achtste ronde speelde ik met zwart tegen Mehmet Yöney. Het hoogtepunt van de partij deed zich voor na de 28e zet van zwart. Zie diagram 9.

Mehmet Yöney – André van der Kwartel

Diagram 9.

30-24 (19×30), 35×24! [Wit activeert twee dreigingen tegelijk: 34-30 (23×32), 37×10 en 36-31 (27×47), 49-44 (47×33), 39×28. Deze laatste dreiging werkt ook na (23-28): 37-32 (28×37), 21×41 (16×27), 36-31 (27×36), 46-41 (36×47), 49-44 (47×33), 39×10 (15×4). Hetzelfde principe geldt na (22-28), alleen gaat de slag nu naar veld 6. Ik heb gelukkig nog één zet:] (12-17), 37-32 (16-21), [Veel sterker is (7-12), 32×21 (17×26)] 40-35 (14-20) [Lijkt sterk, maar zwart geeft hiermee het initiatief uit handen.] 25×14 (9×20), 36-31 (27×47), 49-44 (47×33), 39×8 (3×12), 44-40. Zie diagram 10.

Mehmet Yöney – André van der Kwartel

Diagram 10

Deze stand heb ik dus nog weten te verliezen. Zwart lijkt ineens slecht te staan, maar er blijken nog meerdere wegen naar remise te zijn. Na lang rekenen besloot ik tot de volgende variant: (21-26), 35-30 (20-25), 24-19 (18-23), 29×27 (17-22), 27×18 (12×14). Na 30-24 heeft wit groot, waarschijnlijk winnend voordeel. In ieder geval wist ik de partij niet meer remise te houden.

In de negende ronde mocht ik met wit spelen tegen de kampioen van Gabon, Ghislain Mounanga Amateba. Een speler die in een hoog tempo zijn zetten speelde, daarbij regelmatig de klok mishandelde en de schijven soms verplaatste alsof hij aan het sjoelen was. Het maakte niet echt veel indruk. Dankzij een consequente aanval van mij op de korte vleugel van mijn tegenstander, ben ik de gehele partij geen moment in gevaar geweest.

Tweede plaats in het Amsterdams Paastoernooi en opnieuw mijn studententitel geprolongeerd

Het is al een maand geleden dat ik in het Paastoernooi te Amsterdam heb gespeeld, maar een paar mooie fragmenten wil ik jullie niet onthouden. Hans Tangelder heeft al de prachtige combinatie van Hans Jansen tegen Edwin de Jager in de eerste ronde op donderdag 13 april laten zien, maar dat was niet de enige combinatie van die ronde. Ik wist Bé Eggens te verschalken met een ‘gouwe ouwe’: het zetje van De Heer. In onderstaand diagram heb ik als laatste zet 31. 37-31 gespeeld en daarmee lok ik 21-26? uit. Bé wilde 31-26 niet toestaan, waarmee ik zijn bewegingsvrijheid op de korte vleugel zou inperken, en Bé speelde inderdaad 31. … 21-26?

Casper Remeijer – Bé Eggens 2-0

Hier haalde ik het verrassende, naar Aris de Heer vernoemde zetje uit met 32. 49-43 26×37 33. 48-42 37×48 34. 28-22 17×28 35. 33×22 24×42 36. 22-18 13×22 37. 43-38 42×33 38. 39×6 48×30 39. 35×4 en vijf zetten later gaf Bé op.

Ook Micha van Tol won in de eerste ronde op een aardige manier door goed gebruik te maken van de dam van zijn tegenstander Frank Pasman. Frank heeft in onderstaande stand als laatste zet 36. … 20-25 gespeeld. Micha speelt hier het sterke 37. 30-24. Als zwart deze voorpost aan gaat vallen, breekt wit op de andere vleugel door en gaat dankzij de belangrijke sluitpost op 50 makkelijk winnen en als zwart op zijn korte vleugel gaat spelen gaat wit dankzij de ijzersterke schijf op 24 ook winnen. In de partij ging het als volgt: 37. … 9-14 38. 32-27 8-12(?) 39. 47-41! 36×47 40. 24-19 47×44 41. 19×17 44×11 42. 16×7 en zwart gaf op. In plaats van 38. … 8-12 kan zwart 14-19 spelen, maar dan loopt wit met 27 naar 17 en daarna gaat schijf 16 lopen, waar zwart geef afdoende verweer tegen heeft. Ook 38. … 23-28 helpt niet, omdat op 24 lopen niet mogelijk blijft: 23-28 27-21 8-12 39-34 13-18 48-42 6-11 16×7 12×1 21-17 en zwart kan geen kant meer op.

Micha van Tol – Frank Pasman 2-0

Leopold Sekongo, Hans Jansen en ik hebben om de titel gestreden, een strijd die Leopold uiteindelijk gewonnen heeft door in de laatste ronde als enige van dit drietal koplopers te winnen en daarmee op 11 uit 7 te komen. Leopold was dit toernooi buitengewoon productief (vijf overwinningen), maar ook Hans (vier overwinningen) was productiever dan ik was (drie overwinningen). Daar staat tegenover dat ik als enige van ons drieën niet verloren heb. Opgemerkt dient te worden dat Leopold wel het lichtste programma heeft gehad met o.a. drie 1100-spelers. In de tweede ronde op vrijdagmiddag won Leopold van Rob van Westerloo die een zelfmoordcombinatie nam, terwijl Hans en ik remiseerden met Andrew Tjon A Ong respectievelijk Micha van Tol. Ik bereikte na een goede klassieke partij een kansrijk eindspel, maar wist in het ingewikkelde eindspel geen concrete winstkansen te creëren.

In het Paastoernooi in Amsterdam zijn altijd twee prijzen voor de grootste opwaartse overwinningen op spelers met een hogere rating. Guido van den Berg won een van deze prijzen door Bas Messemaker in de tweede ronde met de volgende combinatie te verrassen:

Guido van den Berg – Bas Messemaker 2-0

Bas had hier met 28. … 11-17 even niet op zetjes gelet en Guido strafte dat af met 29. 28-23 18×29 30. 32-27 en Bas liet zich 30. … 21×34 31. 44-40 29×38 32. 40×7 niet meer bewijzen.

Op vrijdag waren er twee rondes en in ronde drie op vrijdagavond wist ik absoluut niks te bereiken tegen het droge ambitieloze spel van Edwin de Jager. Hans Jansen speelt in een 9-om-9-positie met acht tempi voorsprong op sublieme wijze tegenstander Micha van Tol helemaal zoek en Leopold Sekongo wint met simpel drukspel tegen de op een vreemde manier schutterende Guido van den Berg. Na drie rondes staat Leopold met de volle zes punten op kop met daarachter met vijf punten Hans en ik voer een peloton achtervolgers met vier punten aan.

In ronde vier op zaterdagmiddag volgt het eerste toptreffen tussen Leopold en Hans. Hans lijkt de buit na vijftig zetten binnen te hebben, want Leopold moet offeren en na enige verwikkelingen waarbij een dam op het bord komt en weer gevangen wordt, bereikt Leopold een stand van twee schijven tegen drie schijven. Hans kan ook nog eerder dam halen, maar verzuimt de toch niet heel moeilijke winst te vinden en geeft Leopold dus een tweede kans om een punt te pakken. Echter ook bij Leopold speelt de tijdsdruk een rol en in onderstaande stand gaat hij alsnog de fout in:

Leopold Sekongo – Hans Jansen 0-2

Met aan het einde van de wedstrijd nog zeventien minuten op de klok is het eigenlijk onbegrijpelijk dat Leopold hier 68. 44-39? speelt. Blijkbaar moegestreden ziet hij het offer met een standaardeindspel over het hoofd: na 68. … 12-18 69. 13×22 14-37 gaf wit op, want in alle varianten kan de zwarte dam de witte schijven van achteren aanvallen en stoppen, bijvoorbeeld 22-18 37-48 39-33 48-42 33-28 42-37 28-22 37-31 22-17 31×13 17-11 13-18 11-6 18-1. Na 68. 44-40 kan zwart wel op dam komen en daarmee de remisehaven bereiken.

Zelf speelde ik een theoretische opening tegen Rob Geurtsen en hij besloot mij een bepaalde variant te laten bewijzen en dat deed ik met alle plezier. In onderstaande stand is 19. 30-25 de meest gespeelde zet, waarna 18-23 34-30 23×32 33-29 24×33 39×37 volgt met een spannende flankaanval.

Rob Geurtsen – Casper Remeijer 0-2

Rob besloot hier om 19. 45-40 18-23 20. 42-37 23×32 21. 37×28 te spelen. Ik heb geen keuze en speel 21. … 12-18. Hier moet wit afhaken en 38-32 27×29 34×21 16×27 28×17 11×22 spelen met een licht nadelige stand, maar Rob besloot mij te laten bewijzen wat de zwarte stand na 22. 48-42 waard is. Het zwarte spel luistert nauw en ik moet hier wel op een combinatie aansturen, maar die is gewoon heel goed voor mij. Na 22. … 16-21 23. 30-25 18-23 24. 42-37 23×32 25. 37×28 is de volgende stand bereikt:

Rob Geurtsen – Casper Remeijer 0-2

Als ik de volgende combinatie niet neem, sta ik heel slecht, maar het is een bekend combinatie-idee in de Roozenburgaanval dus ik zag de combinatie ruim van tevoren aankomen: 25. … 14-20 26. 25×5 4-10 27. 5×23 24-29 28. 33×24 22×42 29. 31×22 17×30 30. 26×17 11×22 31. 35×24 42-48. Deze combinatie is bekender zonder schijf op 39, want dan gaat zwart direct naar dam. Ik wist echter relatief eenvoudig te winnen.

Na vier ronden stond Hans Jansen dankzij zijn overwinning op Leopold Sekongo ongedeeld eerste met 7 uit 4, gevolgd door Leopold en mij met 6 uit 4. In de vijfde ronde boekte ik de mooiste overwinning van mijn damcarrière door grootmeester Hans Jansen met sterk aanvalsspel van het bord te spelen! Doordat Leopold ook won, wisselden wij Hans af als koploper. In onderstaande stand heeft Hans als laatste zet 37. … 2-8 gespeeld. Ik speelde redelijk snel 38. 30-24 19×30 39. 35×24 en zette zo een weldadige aanval met drie voorposten op. We blijken allebei het simpele 38. 22-17 12×21 23-18 13×22 28×17 21×12 29-24 20×29 33×2 w+ gemist te hebben.

Casper Remeijer – Hans Jansen 2-0

Hans bracht combinaties in de stand met 39. … 5-10, maar ik trapte er niet in en speelde 40. 41-36. Op 41-37 of 38-32 was 12-17 22×11 1-7 11×2 8-12 2×19 12-18 gevolgd met remise respectievelijk zelfs winst voor zwart. Over deze stand na 40. 41-36 merkte Hans op “Mijn stand was net niet passief genoeg.” Als Hans nu had mogen passen, had hij na elke zet van mij een combinatie gehad!

In ronde zes, wederom de tweede ronde op een dag, mocht ik aantreden tegen Leopold. Een kansrijke klassieke positie met een sterke Ghestemdoorstoot was net niet genoeg voor mij om te winnen, omdat Leopold sterk verdedigde. Hans Jansen won op typisch onnavolgbare wijze van Mari van Ballegooijen en zodoende gingen we gedrieën met 9 uit 6 de slotronde in.

Er waren ook drie spelers met 8 uit 6 en in de slotronde werden de koplopers elk aan een speler met acht punten gekoppeld. Hans Jansen leek een goede stand in het middenspel te hebben tegen Krijn ter Braake, maar die speelde verder goed en behaalde uiteindelijk zonder problemen een gelijkspel. Mijn tegenstander Guido van den Berg leek halverwege de partij een heel goede klassieke positie te hebben, maar ik wist een oplossing te vinden waarbij Guido moeite moest doen om remise te maken. Hij liet zich echter niet van de wijs brengen en dus werd ook deze partij remise. Leopold Sekongo wist als enige wel te winnen, van Andrew Tjon A Ong, omdat Andrew niet voor de eerste keer dit toernooi in het late middenspel onhandig aan het doen was en zelf voor een onevenwichtige schijvenverdeling zorgde, waar Leopold gretig gebruik van maakte. Uiteindelijk legde Leopold dankzij deze overwinning beslag op de eerste plek met 11 uit 7 en moesten Hans en ik met 10 uit 7 genoegen nemen met plekken twee en drie. We hadden evenveel weerstandspunten, maar met drie SB-punten meer ben ik op de tweede plek geëindigd. Deze tweede plek was uiteraard ruim voldoende om eerste te worden in het studentenklassement.

Onze Steven den Hollander deed ook mee in het Paastoernooi, maar qua damprestaties was het geen heel succesvol weekend voor Steven. Vier rondes lang fungeerde hij als rondeteller, wel met drie knappe remises tegen 1300-spelers, maar door twee nederlagen in de tweede helft van het toernooi (en één overwinning) eindigde Steven op plek 21 met 6 uit 7.

Dubbele Partie Bonnard beslist halve finale bekercompetitie

In beide halvefinalewedstrijden van de bekercompetitie op 11 mei werd op het scherpst van de snede gespeeld doordat Evert Bronstring en Steven den Hollander zich op lieten sluiten in een Partie Bonnard. Dit leverde twee zeer spannende partijen op, maar niet het door Evert en Steven gewenste resultaat.

Evert verkreeg tegen Jan van der Star in de opening een gezonde flankaanval, maar wilde de spanning zo ver mogelijk opvoeren en sloot de stand nadat Jan op zijn voorpost liep. Dit had echter niet het gewenste effect doordat Jan hier een sterke centrumaanval tegenover stelde. Jan besloot een paar zetten later de stand open te breken met behoud van zijn centrumaanval en bouwde een alleszins gezonde stand op. De centrumaanval van Jan was duidelijk sterker dan de flankaanval van Evert met twee nutteloze schijven achter de flankaanval en in de partij wist Jan makkelijk te winnen, maar in onderstaande stand mist Evert verrassend de remise:

Jan van der Star (1163) – Evert Bronstring (1298) 2-0

Jan heeft als laatste zet 45. 38-32 gespeeld en zwart kan nu niet meer verhinderen dat wit met 32-27 de zwarte korte vleugel vastzet. 22-28 mag immers niet vanwege 32-27 28×19 27-21 16×27 31×24 met schijf- en partijwinst. Evert speelde nu 45. … 20-25? en zag dat Jan na 46. 32-27 simpel schijf 18 eruit kan werken met 30-24 en 34-30 en gaf op. Evert had echter met 45. … 4-9 nog remise in handen! Op 32-27 volgt in dit geval 9-13 30-24 22-28 23×32 17-22! (zie onderstaand analysediagram) en wit heeft na deze elegante stille zet ondanks een schijf meer geen enkele winstkans.

Jan van der Star (1163) – Evert Bronstring (1298) 2-0 (analysediagram)

Op 34-30 volgt 22-28 32×23 20-25 met remise en op 26-21 komt 18-23, waarna beide spelers twee dammen halen en het dus ook remise is.

Ook als wit 4-9 in het eerste diagram op een andere manier beantwoordt, kan hij niet winnen. Ik geef een variant ter illustratie: 4-9 31-27 22×31 36×27 20-25 30-24 (32-28 is direct remise door 17-21 26×8 15-20 23×12 9-13 8×19 20-24 29×20 25×21) 17-22 23-19 22×31 26×37 18-22 32-28 22×33 29×38 12-17 34-29 17-22 29-23 9-14 19×10 15×4 en de witte aanval is tot staan gebracht.

Door zijn overwinning heeft Jan zich voor de bekerfinale geplaatst. De andere finalist is André van der Kwartel (1075) die Steven den Hollander (1275) op remise wist te houden en dankzij het ratingverschil van meer dan 100 punten daarmee door is naar de finale.

Ook Steven zette zijn partij zo ambitieus mogelijk op en zette een flankaanval voortvarend om in een Partie Bonnard. Dit leverde André ruim dertig zetten lang een analytisch duidelijk betere stand op, maar André wist uit de vele aantrekkelijk ogende mogelijkheden niet de juiste weg naar groter voordeel te destilleren. Voor de beker is echter louter van belang dat André ook geen fouten maakte en dus een verdiende remise en finaleplaats binnenhaalde.

Steven den Hollander (1275) – André van der Kwartel (1075) 1-1

In bovenstaand diagram een voorbeeld van een van de vele keren dat André door had kunnen stoten naar 28. Na 25. … 23-28 komt bijvoorbeeld 29-23 20×29 23×32 29-33 38×29 19-24 30×10 9-14 10×19 13×35 en zwart heeft een veel betere korte vleugel dan wit en daarmee een perspectiefrijke positie.

Een andere interessante mogelijkheid deed zich voor in de volgende stand na 30. 32-27 van Steven:

Steven den Hollander (1275) – André van der Kwartel (1075) 1-1

André speelde hier 30. … 1-7 om na 31. 46-41 23-28 te spelen, maar hij had ook al een zet eerder 30. … 23-28 kunnen spelen. 29-23 is nu zeer slecht vanwege 20×29 23×32 29-33! 39×28 22×33 en wit geeft nog het beste tijdelijk een schijf met 30-24 19×39 43×34, maar zwart geeft die onmiddellijk terug met 25-30 en houdt een ijzersterke schijf op 33 over.

Wit doet er beter aan om 30. … 23-28 met 46-41 te beantwoorden en zwart kan nu een extra schijf van de lange vleugel in het spel brengen en van de witte lange vleugel blijft gaandeweg niks meer over. Men zie: 19-23 41-36 14-19 27-21 1-7 21-16 10-14 48-42 7-11 16×7 12×1 31-27 22×31 36×27 17-22 49-44 22×31 26×37 28-32 37×28 23×32 en wit gaat een sombere toekomst tegemoet.